0. UBI: Introductie en samenvatting

Introductie en samenvatting van de onderwerpen uit het rapport ‘De stand van zaken rond het basisinkomen in Groot Brittannië. Is de tijd rijp voor invoering?’, die de komende dagen op deze plek gepubliceerd zal worden.

haalbaarheid
Facebooktwitterlinkedinmail
stand van zaken
The Lake, University of Bath

 

Onderstaand stuk bevat een korte introductie en samenvatting van de ‘Stand van zaken rond het universeel basisinkomen (ubi) in Groot-Brittannië’, de vertaling van ‘Assessing the Case for a Universal Basic Income in the UK‘, een rapport van de hand van Dr. Luke Martinell. Het is een uitgebreide analyse met daarbij de vraag of de tijd (al) rijp is voor invoering van het ubi in Engeland. Dr. Martinelli is onderzoeker bij het Institute for Policy Research (Instituut voor Beleidsonderzoek) aan de Universiteit van Bath. De komende dagen zal ik (FB) om de dag een hoofdstuk presenteren uit de vertaling van dit rapport. Een overzichtspagina met alle links naar de verschillende hoofdstukken en een voorwoord van Reyer Brons, hoofdredacteur van deze site, is hier te vinden. Een pdf van de vertaling kan hier gratis gedownload worden. Wil je een ePub voor je e-reader stuur dan een bericht via het contactformulier naar de redactie.

 

 

De afgelopen jaren is het universeel basisinkomen (ubi) van de marge van het academische debat opgeschoven naar de reguliere podia en werd het besproken als een serieuze beleidsoptie. Dit rapport gaat over de opmerkelijke opkomst van het idee en onderzoekt waarom dat zo gelopen is; het werpt een objectieve blik op fundamentele vragen die spelen rond de wenselijkheid van een ubi, waarbij de bestaande theoretische en empirische literatuur over de waarschijnlijke effecten van een ubi in kaart wordt gebracht; het beoordeelt de haalbaarheid en bekijkt of het een realistisch voorstel zou zijn voor het Verenigd Koninkrijk (VK); en het geeft verschillende opties met betrekking tot beleidsontwerp en invoeringsstrategieën in overweging. Wij doen dit door de bestaande literatuur en secundaire gegevens te bespreken en deze te combineren met ons eigen werk op het gebied van microsimulatie bij het IPR, het Instituut voor Beleidsonderzoek van de Universiteit van Bath (Martinelli, 2017a; 2017b).

Het rapport is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 1 begint met het definiëren van wat een ubi is en geeft een samenvatting van de theoretische en normatieve argumenten, die voor het concept pleiten. Het tweede deel van hoofdstuk 1 biedt een inleiding op het ubi in de vorm van een reeks voorstellen en duidt enkele nauw aan het begrip verwante beleidslijnen. Het derde deel biedt een overzicht van belangrijke hedendaagse debatten en onderzoekt de aard van het bewijs waarop ubi-voorstanders en critici hun argumenten baseren. Daarbij laten we zien dat ons werk op het gebied van microsimulatie enkele belangrijke bijdragen kan leveren aan beleidsdebatten rond het basisinkomen, in een situatie waar direct empirisch bewijs niet voorhanden is.

In hoofdstuk 2 onderzoeken we recente ontwikkelingen, die aangeven dat het ubi op de beleidsagenda gestegen is en proberen we te begrijpen waarom het idee recentelijk meer gewicht gekregen heeft. Het eerste deel van hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de huidige opleving, die aantoont dat het ubi een ware volksbeweging op gang heeft gebracht. In de volgende paragrafen worden twee belangrijke (en gerelateerde) redenen onderzocht voor de toegenomen interesse voor het instrument: de steeds duidelijker wordende tekortkomingen en tegenstrijdigheden, die inherent zijn aan de moderne welvaartsstaat (tweede deel), en de voortdurend veranderende structuur van de arbeidsmarkt – toenemende loonpolarisatie, de groei van precaire en onzekere werkgelegenheid, en zelfs het schrikbeeld van technologische werkloosheid – waarvoor het ubi een oplossing lijkt te hebben (derde deel). We stellen vast dat steun voor het ubi niet berust op de meer extreme aannames over een ‘toekomst zonder werk’, maar wel verdedigd kan worden op basis van meer prozaïsche argumenten.

Hoewel een breed scala aan groepen aandringt op verandering, blijven beleidsmakers er terecht van overtuigd dat een ubi niet de meest optimale oplossing is – of zelfs maar een passende oplossing. De rest van het rapport behandelt de voornaamste debatten. Dan zijn we bij hoofdstuk 3 aangekomen waarin we de zorgen memoreren van tegenstanders uit het hele politieke spectrum. Zij menen dat het ubi onbetaalbaar is – een onderwerp dat we in het eerste deel van hoofdstuk 3 bespreken. Het probleem is complex en gaat verder dan een eenvoudige vraag naar fiscale middelen of de belastingniveaus, die nodig zijn om een ubi te financieren; het houdt ook nauw verband met de verdelingseffecten van ubi-regelingen, uitbetaald op verschillende niveaus en variërend wat betreft de interactie met bestaande verzorgingsstaatarrangementen. Deze vraagstukken stellen we in het tweede deel aan de orde. Anders gezegd, betaalbaarheid en verdelingseffecten kunnen niet los van elkaar gezien worden; in plaats van te beweren dat het ubi sowieso onbetaalbaar is, is een meer rake typering van de tegenpartij, dat een betaalbaar ubi niet toereikend is en een adequaat ubi onbetaalbaar. We onderzoeken de gronden voor deze bewering door te kijken naar microsimulatiestudies van de fiscale- en verdelingseffecten van alternatieve ubi-regelingen in het VK. Voor regelingen, die de talloze inkomensafhankelijke uitkeringen (‘volledige schema’s’) zouden moeten vervangen, laten we zien dat dergelijke regelingen ofwel leiden tot een onaanvaardbare achteruitgang voor huishoudens (waaronder enkele kwetsbare groepen, die nog dieper in armoede zakken) of gewoon te veel kosten. We vergelijken de consequenties van dergelijke regelingen met alternatieven (‘gedeeltelijke schema’s’), die de bestaande waaier van inkomensafhankelijke uitkeringen in tact laten. In het laatste deel van hoofdstuk 3 concluderen we, dat de inrichting van een beleid met een basisinkomen afhankelijk is van een compromis tussen drie belangrijke doelen: voorzien in behoeften, beheersing van kosten en de vermindering van de negatieve effecten van inkomenstoetsing; gedeeltelijke regelingen zijn beter in staat om te zorgen voor aanvaardbare verdelingsresultaten, maar blijven in gebreke wat betreft de bredere doelstellingen van het ubi – met inbegrip van een drastische vermindering van de bureaucratische complexiteit en het minimaliseren van armoede- en werkloosheidsvallen. Op die gebieden zijn ze minder doeltreffend dan volledige regelingen.

De verwijzing naar armoede- en werkloosheidsvallen sluit aan bij een ander fundamenteel vraagstuk in discussies over het beleid inzake een basisinkomen (die ook raakt aan de betaalbaarheid): de mate waarin het ubi zal resulteren in een uitbreiding of inkrimping van het arbeidsaanbod. Het is duidelijk dat een uittocht uit de arbeidsmarkt het beleid onhoudbaar kan maken, door het opdrogen van een primaire financieringsbron (loonheffingen). Maar de gevolgen van een ubi voor de arbeidsmarkt zijn in hoge mate aanvechtbaar en worden gekenmerkt door theoretische onduidelijkheid en een relatief gebrek aan valide empirisch bewijs. We onderzoeken deze kwesties in het eerste deel van hoofdstuk 4. Het gaat om de relatieve sterkte van oorzakelijke effecten, die mogelijk niet in dezelfde richting wijzen, en afhangen van individuele- en huishoudkarakteristieken en de details van de ubi-regeling in kwestie. In het tweede deel bespreken we de verwachte weerslag van het ubi op de lonen en voorwaarden in relatie met ander arbeidsmarktbeleid. Nadat we tot nu toe grotendeels theoretische literatuur hebben doorgenomen, analyseren we in het derde deel van hoofdstuk 4 een aantal specifieke ubi-regelingen, op basis van informatie uit Finland en het VK, met behulp van empirisch microsimulatiebewijs. Wij stellen dat gedeeltelijke regelingen (in de zin als hierboven beschreven) niet in dezelfde mate de verbeterde werkprikkels kunnen leveren als volledige regelingen, zoals ubi-voorstanders beloven, maar dat zelfs bij volledige regelingen de meerderheid van de mensen te maken krijgt met een afname van financiële prikkels om te werken.

Hoofdstuk 5 tenslotte behandelt de netelige kwesties van politieke haalbaarheid en implementatie. In het eerste deel introduceren we theorieën over de hervorming van de verzorgingsstaat, die aangeven dat elke ‘echte’ ubi-regeling noodzakelijkerwijs voortbouwt op concreet beleid, de instituties, die voorhanden zijn en de bestaande politieke en economische structuren. Het tweede deel onderzoekt de vooruitzichten en obstakels voor samenwerking tussen potentiële begunstigden van een ubi ten behoeve van een vitale achterban en coalities met draagvlak. In dit verband is het nodig de haalbaarheid van verschillende ubi-voorstellen te bekijken onder verwijzing naar gangbare beleidstrajecten en electorale trends in het VK, wat we in de derde sectie doen. Hoewel we twijfelen aan de waarschijnlijkheid van een sterke vereniging van belangen rond een financieel aantrekkelijk ubi in het VK, presenteren we een aantal mogelijke implementatietrajecten, die redelijkerwijs haalbaar lijken onder de huidige omstandigheden.

Originele titel: Assessing the Case for a Universal Basic Income in the UK

Auteur/onderzoeker: Dr. Luke Martinelli, Institute for Policy Research (IPR) / Instituut voor Beleidsonderzoek, Universiteit van Bath / Verenigd Koninkrijk

Oorspronkelijke uitgave: september 2017

Vertaling: Florie Barnhoorn, oktober 2018

Foto: Copyright David P. Howard, hergebruik toegestaan onder cc-by-sa/2.0

Wordt vervolgd op 23 oktober 2018

Download een gratis pdf van de vertaling!

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube