Basisinkomen actueel 5 september 2014 week 36

Facebooktwitterlinkedinmail

followthemoneyDe afgelopen week heb ik twee interessante artikelen van Robin Fransman onder ogen gekregen via een tweet van “Follow the Money”, die naadloos aansluiten bij het thema hoe je met cijfers kunt knoeien[1].

Robin Fransman stelt in Wie neemt het CBS tegen zichzelf in bescherming?[2] de manier aan de kaak waarop het CBS bij monde van haar nieuwe directeur Tjark Tjin-A-Tsoi meer ‘duiding en interpretatie’ bij de presentatie van haar cijfers wil geven en tegelijkertijd niet aan politieke inkleuring wil doen. Fransman concentreert zich in het artikel vooral op de verwarring in de pers rondom het onderzoek naar inkomensongelijkheid in Nederland. Dat sluit naadloos aan op zijn eerdere artikel Hoe zit dat nou met die Nederlandse inkomensongelijkheid?[3] Daarin werpt hij de vraag op of we de verdeling van inkomens wel goed registreren en meten. Er is niet alleen arbeidsinkomen, maar mensen hebben ook inkomen uit vermogen: huur, rente, dividenden, winst, en koers-/prijswinsten. En juist die niet-arbeidsinkomsten zijn relatief het hoogst bij de hogere inkomens. Omdat we in Nederland die inkomens niet of nauwelijks belasten, worden die inkomens ook niet of nauwelijks gemeten. Dat zie je vervolgens terug in de statistieken en dan lijkt Nederland heel gelijk. In het VK en de VS worden die niet-arbeidsinkomsten wel als inkomen gezien en ook belast, en daar zie je ze dus ook in de statistieken terug.

Het thema “hoe je met cijfers kunt knoeien” is voor de voorstanders van een basisinkomen van groot belang. Het bepaalt namelijk hun betrouwbaarheid en geeft aan hoe zij wel of niet in de realiteit staan (voor zover je al over de juiste cijfers kunt beschikken). Bij de promotie van het basisinkomen is het namelijk van groot belang niet aan te komen met zaken waarvan wij hopen, verwachten of wensen dat die ermee bereikt zullen worden maar met zaken waarvan wij zeker weten dat die bereikt zullen worden, zoals: verdwijnen van de armoedeval, het lager worden van de loonkosten. Aan de andere kant zullen er zeker ook bittere pillen te slikken zijn voor vrijwel iedereen. Waar gaat het om?

In het radio-interview[4] vrijdagavond jongstleden na en tijdens het MIES -lab[5] in Groningen kwamen alle voor -en tegenargumenten nog eens langs. Ook bij de vragen aan bezoekers van Noorderzon, die middag. Intussen lijkt de discussie hierover zichzelf te herhalen.
Het gaat intussen niet meer om een “voorhoedegevecht”, dat door de mensen, die er niet voor zijn, kan worden afgeschilderd als een “achterhoedegevecht” of ook door de voorstanders als het vechten vanuit een underdogpositie kan worden ervaren. Neen. Wij – de voorstanders van een basisinkomen – staan hartstikke sterk.

Ettelijke experimenten[6] wijzen steeds op dezelfde positieve gevolgen voor de gezondheid van mensen die een vorm van basisinkomen krijgen. Ook heeft een basisinkomen een positief effect op het volgen van onderwijs, op de infrastructuur en op het ontplooien van verschillende vormen van ondernemerschap. Guy Standing wijst er in zijn artikel “Unicef_cash_transfers_India_ published” (2013-09-10)[7] op dat verder nog de volgende effecten optreden: meer zelfvertrouwen, meer eigenwaarde, mensen staan meer open voor de noden van anderen en de gemeenschap, en er is dus meer gemeenschapszin. Ook die laatste effecten zouden meegenomen moeten worden in de evaluatie van een experiment.

Waarom een experiment in Nederland? Om duidelijk te maken dat dergelijke effecten niet alleen optreden in ontwikkelingslanden, maar ook hier. Of niet, dat risico moeten we nemen. Natuurlijk, ook al wijst de evaluatie na zo’n experiment erop dat hier dezelfde positieve effecten zijn vast te stellen, toch kunnen tegenstanders van een basisinkomen ertegenin brengen dat zo’n experiment geen representatie kan zijn van de Nederlandse samenleving. Bijvoorbeeld omdat de groep die bij het experiment betrokken was niet representatief is voor de hele Nederlandse bevolking, net zo min als de situatie waarin zij verkeerde door de uitzondering die zij innam met betrekking tot o.a. de sociale wetgeving. Maar stel nu inderdaad dat zo’n experiment tot positieve resultaten leidt. Wie is er dan op tegen om daar verder op door te gaan? Wat houdt ons dan tegen om het experiment uit te breiden in steeds grotere concentrische kringen, met steeds betere manieren van financieren tot …. Ja, tot alle Nederlanders een basisinkomen hebben? Niets toch? Wat een heerlijke droom. Nu de schouders er nog onder en van start gaan.

Adriaan Planken, 2014-09-05

met dank aan Anna Stolk voor revisie van de tekst.

 

 

 

 

 

 

Facebooktwitterlinkedinmail