Achtergrond proef Onvoorwaardelijk Basisinkomen Regio Rivierenland

Facebooktwitterlinkedinmail

Op donderdagmiddag 14 maart 2019, aan de vooravond van de Provinciale verkiezingen, organiseert de initiatiefgroep Basisinkomen Rivierenland een debat over een voorstel voor een experiment met basisinkomen. Hieronder staan overwegingen en achtergronden van de organisatoren bij deze proef.
Voor informatie over het programma en de sprekers klik hier.

Over een onvoorwaardelijk basisinkomen wordt steeds meer gediscussieerd.  Daarom is het tijd om de mogelijkheid van een breed gedragen representatief experiment te onderzoeken. En niet een experiment met een regelarme bijstand, maar een experiment met een bredere doelstelling over een brede doelgroep. Steeds meer politici zien dat het basisinkomen de kern vormt van de sociale zekerheid voor de samenleving van de 21e eeuw. Een experiment kan de basis zijn waarop de politiek conclusies kan trekken over de invoering ervan.

Een experiment doe je als je project te ingewikkeld is voor besluiten. Daarom wil de initiatiefgroep starten met een vooronderzoek om het experiment te verkennen en vorm te geven. Dit vooronderzoek moet duidelijkheid geven over de doelstelling van het experiment, wat er precies onderzocht gaat worden, wie de doelgroep is, wat de randvoorwaarden zijn,  wie onder welke voorwaarden mee kan doen,  en de financiering van het experiment.

Doel van het debat

We willen een politieke instemming krijgen voor een vooronderzoek. Daarvoor is een budget nodig. De begroting voor het vooronderzoek is € 250.000. Daartoe zou de politiek bereid moeten zijn. Wij denken aan een gekoppelde bijdrage van het Rijk – Minister Koolmees, de Provincie en Regio Rivierenland. Bij een fundamentele verandering van de sociale zekerheid moeten de bestuurslagen samen hun verantwoordelijkheid nemen.

Sociale zekerheid onder druk

Onze verzorgingsstaat brengt wel toenemende welvaart, maar de verdeling daarvan is niet eerlijk. De regels omtrent sociale zekerheid zijn versoberd. Mensen worden geacht steeds meer zelfredzaam te zijn. Dat dit niet voor iedereen haalbaar is, blijkt uit de groei van het aantal voedselbanken. Een treurige ontwikkeling in een welvarend land als Nederland.

Zeker na de crisis van 2008 leven nog steeds rond de 500.000 mensen onder de armoedegrens. Ook steeds meer armoede treffen we aan bij de groep werkenden. Armoede zorgt voor continue stress en doet een aanslag op de gezondheid. Maar erger nog, armoede wordt doorgegeven aan de kinderen, onze toekomstige generatie, is daarvan de dupe.

Ons huidige systeem van sociale zekerheid is aan verandering toe. De ingewikkeldheid van regels is enorm. Ondanks de toezegging van een vereenvoudiging is onder het bewind van Rutte de regeldruk alleen maar toegenomen. Een herziening van het belastingregime is op zijn plaats om de ‘armoedeval’ te voorkomen. Mensen met een uitkering zijn doorgaans beter af met een uitkering dan met werk: bizar, als het heil van ‘meedoen’ wordt verwacht.

De arbeidsmarkt verandert

Wat de arbeidsmarkt betreft staan we voor een majeure verandering. De digitalisering en robotisering heeft nog geen werkloosheid veroorzaakt, maar de banengroei van de laatste decennia is niet in arbeidsuren, maar in deeltijdbanen. De Engelse econoom John Maynard Keynes zei tijdens de grote crisis in 1930, dat over 80 jaar de mens nog maar 15 uur per week zal hoeven werken. Werk moet beter verdeeld worden en de uitbreiding van vrije tijd zinvoller ingezet.  Kantoorwerk, werk in de detailhandel en de dienstverlening (zelfrijdende auto’s) verdwijnt. De flexibilisering van de arbeidsmarkt waarbij steeds minder mensen vast werk hebben maakt werkenden kwetsbaar. Zonder werk geen inkomen!  Het doel van de volledige werkgelegenheid lijkt in de knel te komen. Onze overheid wil dat we zelfredzaam worden. Maar diezelfde overheid heeft ook een verplichting naar haar burgers, namelijk in artikel 20 van de Grondwet staat dat de overheid de bestaanszekerheid van haar burgers moet garanderen. Mogelijk is er een structurele oplossing voor deze problematiek: een  basisinkomen.

Wat houdt het basisinkomen in?

Het basisinkomen is een vast maandelijks bedrag dat zonder enige voorwaarde door de overheid aan alle burgers wordt uitgekeerd. Kenmerken van een basisinkomen: het is individueel, universeel, onvoorwaardelijk en hoog genoeg om zonder luxe van te kunnen leven. Dat houdt in dat iedereen er recht op heeft, dat er geen inkomenstoets wordt gedaan en dat er geen werkplicht tegenover staat. Daarnaast geldt dat iedereen net zoveel (on)betaald werk mag doen als hij of zij wil.

Een basisinkomen maakt in principe alle sociale toelagen overbodig, zoals kinderopvangtoeslag, huursubsidie, studiebeurs en vervangt de kinderbijslag en de AOW. Hierdoor wordt het onnodig rondpompen van geld en de daarbij behorende bureaucratie stopgezet. Controle is niet meer nodig. De kosten voor sociale zekerheid die werkgevers betalen voor hun werknemers kan worden afgeschaft waardoor arbeid goedkoper wordt. Daar staat tegenover dat onaantrekkelijk werk beter moet worden betaald, want mensen worden vrijer in neen zeggen tegen werkgevers. Ook discussies over minimumloon hoeven niet meer te worden gevoerd. Dit levert een besparing op die voor een deel het basisinkomen financiert.

Geluksgevoel neemt toe

Het basisinkomen brengt nog een belangrijk aspect met zich mee. Het bevordert de zelfbeschikking en vergroot de keuzevrijheid van mensen en dat heeft positieve effecten op het geluksgevoel, vermindert stress en bevordert de gezondheid. Het experiment basisinkomen in Finland laat juist op dit punt een positief resultaat zien.    Van de totale overheidsbegroting wordt ruim 30% besteed aan gezondheidszorg. Deze kosten nemen jaarlijks toe. Als we in staat zijn om het geluksgevoel van de burgers te vergroten kan de invoering van het basisinkomen deze enorme kostenpost helpen verminderen. Wederom een rechtvaardiging ten aanzien van de financiering ervan.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube