Agentschap tegen bederf Europese arbeidsmarkt

Facebooktwitterlinkedinmail

De Europese Commissie wil verdringing op de arbeidsmarkt door goedkopere EU- werknemers een halt toeroepen. Daarvoor kan een Europese Arbeidsautoriteit dienen.
Denken ze.
Het is een bureaucratisch paard achter de wagen, de verdringing is namelijk ingebakken. Immers het speelveld van de arbeidsmarkt in Europa is verre van gelijk, getekend als zij is door het ongelijke welvaartsniveau binnen Europa. Pas als je deze fundamentele ongelijkheid zou opheffen, door de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen, kan er sprake zijn van een Europese arbeidsmarkt, die volgens de regels van vraag en aanbod, gereguleerd kan worden.

Al vele jaren strijden de vakbonden in Europa tegen de zgn. verdringing op de arbeidsmarkt. De Poolse gastarbeiders in Engeland vormen zelfs een belangrijk  argument voor de Brexit…… De vakbonden willen de “arbeidsmarkt” “eerlijk reguleren”, wat dat dan ook moge zijn.
Wij leven in een zgn. markteconomie, of misschien een sociale markteconomie. Dat betekent dat alle mogelijke goederen en diensten op (soms virtuele) markten verhandeld worden. Omdat de gemeenschappelijke markt de economische kern van de EU vormt, is er op hoog niveau  toezicht nodig op de “eerlijkheid” van de markt. Een wezenstrek van een eerlijke markt is  een gelijk speelveld voor bedrijven, dus moeten monopolies en kartels worden bestreden. Regels en regulering van de markten is dan ook een voortdurende bezigheid van de Europese Commissie.
Naast de markten voor goederen en diensten, gaat het ook over de arbeidsmarkt. Dat is een markt waarop arbeid aangeboden en gevraagd wordt. De aanbieders van arbeid bieden hun diensten aan tegen een beloning per uur of per dag; vragers van arbeid zijn bedrijven of instellingen die arbeid zoeken om hun producten of diensten te vervaardigen, die zij vervolgens aan de man trachten te brengen.
Een essentieel beginsel van een markt en marktwerking is dat aanbieders en vragers vrij zijn om al of niet te kopen, tegen de marktprijs. Dat beginsel ontbreekt op de huidige arbeidsmarkt. De arbeider moet zijn arbeid verkopen op zoek naar inkomen, zijn middelen van bestaan; als dat niet lukt heeft hij geen inkomen. De arbeidsmarkt is dus geen echte markt, met vrijheid een contract aan te gaan. De aanbieder van arbeid moet namelijk zijn arbeid verkopen, tegen een prijs die voldoende is om met zijn gezin van te leven.

Nu zijn de kosten van levensonderhoud binnen Europa nogal verschillend en dus ook het loon dat nodig is om van te leven in Europa. In Nederland en ook andere landen van Europa bestaat een wettelijk minimumloon. Dat wil zeggen een loon dat door de koper van arbeid minimaal betaald moet worden. In veel Europese landen bestaat zo’n wet echter niet en als het minimum loon wel bestaat,  is het uiteraard verschillend, samenhangend met de plaatselijke kosten van levensonderhoud. De lonen binnen Europa verschillen dus nogal, globaal gesproken net zoveel als de kosten van levensonderhoud.
Een Portugese arbeider in Nederland wil voor een lager loon werken dan een Nederlander; in Portugal immers is het welvaartsniveau een stuk lager en daaraan “meet” hij zijn loon.
Voor de vakbonden levert een dergelijke arbeidsmarkt spanning op, immers haar stelling is : “gelijk loon voor gelijk werk”, ongeacht de koopkracht van dat loon in het land van herkomst. Voor de werkgever, degene die het loon moet betalen is de hoogte van het loon van wezenlijk belang; hij zal, als ondernemer, zo weinig mogelijk willen betalen.

Bij deze arbeidsmarkt in Europa is de ideologie steeds geweest dat de welvaartsniveaus naar elkaar toe zouden bewegen en gaandeweg gelijk zouden worden. Die ideologie van convergentie lijkt voor  de afzienbare tijd niet te kloppen; de welvaart  trekt tussen landen binnen Europa niet al te snel gelijk. En omdat het welvaartsniveau een goede indicator is voor de loonhoogte, bewegen ook de loonhoogtes c.q. de loonkosten niet al te snel naar elkaar toe.

Inmiddels heeft de EU besloten dit probleem aan te pakken via een nieuw te vormen Europese Arbeidsmarktautoriteit. Zie een bericht van 13 maart 2018 over de start van de European Labour Authority, een Nederlandstalige tekst hierover onder de titel Vragen en antwoorden over de Europese Arbeidsautoriteit en een artikel daarover in het FD: Brussel maakt haast met Europese arbeidsautoriteit met o.a. een kritische reactie vanuit de FNV.

Het idee om fundamentele ongelijkheden met behulp van wetten, boetes en toezicht glad te strijken, is kennelijk de bedoeling van de Europese Arbeidsautoriteit. Dat lijkt onbegonnen werk en zal een enorme bureaucratie en regelgeving vragen. Zowel aan de kant van werknemers als aan die van werkgevers zijn de benodigde regelingen zeer omvattend en zal hun werking nauwelijks als constructief te herkennen zijn. Immers de welvaartsverschillen zelf binnen Europa, ondermijnen een arbeidsmarkt van gelijke speelvelden.
Een dergelijke arbeidsmarkt waarin de speelvelden gelijk zijn, is wel van groot belang voor de evenwichten in politiek, economisch en ecologisch opzicht; oneerlijke concurrentie ondermijnt immers de “gezonde” concurrentie. In ons neo-liberaal wereldbeeld is het ook logisch dat vaste banen, met nogal wat risico en kosten langzamerhand verdwijnen. Ook de kosten van de verzorgingsstaat worden immers voor een belangrijk gedeelte via die vaste lonen afgewenteld.
De weg van de Arbeidsautoriteit die de Commissie nu wil inslaan zal averechts werken op de toch al “oneerlijke” arbeidsmarktverhoudingen binnen Europa, nog afgezien van de collateral damage van de toenemende regels en toezicht voor de Europese samenwerking zelf. Een argument tegen de EU is immers de bureaucratie…

Het tot stand brengen van een “eerlijke” arbeidsmarkt, vergt dan ook maatregelen van een heel andere orde dan het dichtplakken met gedragsregels, die aan alle kanten ontdoken zullen worden, zoals ook nu al blijkt. Een eerlijke arbeidsmarkt begint met het gelijk trekken van de vloer, de bodem in de Europese arbeidsmarkt, door de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen (OBi), dat de welvaartsongelijkheden binnen Europa neutraliseert.
De hoogte van dat basisinkomen moet dan regionaal vastgesteld worden in relatie tot het welvaartsniveau ter plekke en dus een maatstaf voor een objectieve “waarde-maat”. Als je dan een stap verder denkt dan betekent het aldus regionaal vastgestelde OBi (en de democratisch vastgestelde hoogte ervan), dat het welvaartsverschil “an sich” als reden om elders te gaan werken wegvalt…..Die Pool krijgt immers ook in Krakau voldoende om van te leven (met zijn gezin) en als hij naar Rotterdam komt om meer te verdienen, heeft hij in zoverre pech dat in Rotterdam ook “maar” de aanvulling op “het” OBi wordt betaald, precies zoals in Krakau.
Ter illustratie: voor Nederland denk ik vlotweg in 3 regio’s : de randstad, het zuiden en het noord-oosten, met achtereenvolgens circa € 12.000,-, €11.000 en € 10.000 per jaar basisinkomen.

Alleen middels zoiets als een OBi wordt de arbeidsmarkt aldus (op wereldschaal) een echte eerlijke markt………
Zo gezien is de hoogte van het OBi ook het evenwicht brengend mechanisme tussen arme en rijke regio’s, door immers het OBi wat hoger c.q. wat lager te “bepalen” wordt een regio ten opzichte van een andere regio, concurrerender of net niet; op deze wijze wordt dan evenwicht op de betalingsbalans (alle betalingsbalansen) bereikt. Een proces dat in het verleden (voor de Euro) bereikt werd middels periodieke aanpassingen van de valuta-verhoudingen (aanpassingen van de nationale valutakoersen).
Doordat genoemde aanpassing van OBi-hoogtes feitelijk een continu proces is (laat ons zeggen een keer per jaar), worden/blijven ook de internationale prijsverhoudingen in een zodanige balans met elkaar dat de markt zelf, niet het hele wereld-ecologische systeem uit zijn voegen zal trekken, zoals nu wel gebeurt. Immers de ecologische evenwichten worden nu op een desastreuze, eenzijdige en lineaire wijze door de wereld-prijsverhoudingen dusdanig verstoord, dat wij dadelijk geen aarde meer over hebben, waar we op kunnen leven.
Het ecologisch systeem aarde waarin de mens via zijn op “privé winst gerichte” drijfveer een overheersende rol is gaan spelen, kan tenminste beschermd worden tegen de negatieve en eenzijdige uitwassen van dat privé belang, ten faveure van het algemeen (antropoceen) belang.

Voor de arbeidsmarkt binnen Europa, voor een echte Europese arbeidsmarkt, zou die gelijke vloer een wezenlijk uitgangspunt zijn. En niet een bevoogdende Arbeidsautoriteit die geen enkel gezag zal kunnen ontwikkelen of lijn kan brengen in de wildwest arena die nu de Europese arbeidsmarkt heet.

Leon J.J. Segers, econometrist, Maastricht, april 2018

 

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube