Arbeid en arbeidsmarkt anders – over regulering van werk, inclusief een basisinkomen, en de existentiële crisis op links

Facebooktwitterlinkedinmail

Het basisinkomen staat in de politiek niet hoog op de agenda. Volgens Eric Binsbergen heeft dat te maken met het gegeven dat de meesten onder werk enkel betaalde arbeid begrijpen. 
Het erkennen van ‘onbezoldigden’ als werkende mensen blijft een moeizaam gegeven. De stelling is dat mensen betaald werk moeten hebben, dan zijn zij gelukkig, krijgen status, hebben structuur etc.
Ook de commissie Borstlap (In wat voor land willen wij werken?) zit op dit spoor.
Maar verreweg de meeste mensen werken, ook de ‘onbezoldigden’. Wenselijk is dat mens dit feit, deze waarheid goed tot zich laat doordringen en zo  ruimte schept het basisinkomen als een prioriteit op de politieke agenda te zetten. 
Dat is de kern van onderstaande reactie die Eric naar de commissie Borstlap heeft gestuurd. 

Twee verhalen in Trouw  binnen een week inspireerden mij dit verhaal op te schrijven. Allereerst het interview met Hans Borstlap (Trouw 21 Juni) door Jelle Brandsma over ‘Sociale Zekerheid voor Iedereen’ en daarna de kolom van Lex Oomkes over ‘de existentiële crisis op de linkervleugel’ (Trouw 26 juni).

Juni 2019 publiceerde de Commissie Regulering van Werk, onder voorzitterschap van Hans Borstlap, voormalig topambtenaar en oud-lid van de Raad van State, de tussenrapportage ‘In wat voor land willen wij werken?’.

De commissie roept heel Nederland op te reageren op haar tussenrapportage, de commissie zoekt draagvlak. Prima initiatief, hier mijn reactie:

Mijn grootste bezwaar betreft hun definitie van wat werk/arbeid is. Uit het interview blijkt dat voor deze commissie werken enkel betaald werken is. Het is onbegrijpelijk dat deze wijze commissie, die met meer dan 100 andere mensen uit vele velden heeft gesproken, het onbezoldigd werken niet tot werken heeft kunnen of willen definiëren, noch een plaats heeft gegeven binnen het begrip arbeidsmarkt. De enige categoriën die volgens de commissie onder werken vallen – en daarmee binnen de arbeidsmarkt – zijn betaalde werkers, met flex en/of vast contract. De commissie vergeet compleet de onbezoldigde huisman/vrouw, de ongesalarieerd werkende man/vrouw in de voetbalkantine, de dito mantelverzorger, de student die jarenlang school gaat om zijn diploma te halen, de kunstenaar/artiest bezig een productie/repertoire op te bouwen,  speelervaring op te doen. Ik neem aan, dat als aan leden van de commissie regulering van werk de vraag gesteld wordt of ook in deze gevallen sprake is werken, dat alle leden dat zullen beamen. Waarom dan niet die gevallen – al ontbreekt het aan de bezoldiging – dan als werken bestempelen en opnemen in het begrip arbeidsmarkt? Waarom ‘includeert’ deze commissie, die zo graag op de langere termijn en vooruit wil denken, het onbezoldigd werken niet in haar beschouwing over regulering van werken en de arbeidsmarkt?

Inderdaad, de commissie vraagt in haar ‘Ter introductie’ of er ‘wezenlijke elementen’ missen in het verhaal. Ja, ik mis het onbezoldigd werken in hun verhaal.

Veel van wat door de commissie in paragraaf I van de tussenrapportage is opgeschreven geldt naadloos voor het onbezoldigd werken. De zin ‘Mensen willen betrokken worden bij de gemeenschap waarin zij leven; werk is hiervan een wezenlijk element’ (Tussenrapportage pagina 5, midden) is een zin die voor die voetbalkantinemeneer/mevrouw evenzeer van toepassing is als voor een bezoldigde sociale dienst ambtenaar.

Is het misschien de angst dat bij verbreding van de begrippen arbeid/werk en arbeidsmarkt inclusief vrijwilligerswerk, mantelzorg, schoolgaan, geconcludeerd moet worden dat er eigenlijk geen mensen zijn die niet werken? Dat geconcludeerd moet worden dat iedereen werkt, ook mensen zonder flex of vast contract. Dat dus ook zij een inkomen verdienen, de financiële middelen (pagina 5, regel 2 in de tussenrapportage) aangereikt krijgen om eten te kopen, huur te betalen, schoolgeld en kleren.

Mijn stellige overtuiging is – en die van steeds meer mensen – dat een individueel, onvoorwaardelijk basisinkomen zonder verplichte tegenprestatie hier uitkomst biedt. Met een basisinkomen wordt iedere burger vanaf 18 jaar ‘beloond’: hij/zij met een vaste baan en/of met een flexcontract, de student/scholier, de onbezoldigd werkende. Het concept basisinkomen is een uiterst minimaal bureaucratisch en niet frauduleus instrument. Ook een instrument dat de burger positief op zijn/haar inzet in de maatschappij aanspreekt en zelfstandigheid geeft: het basisinkomen inderdaad als beloning en niet als uitkering, waar je dank je voor moet zeggen, gecontroleerd moet worden of wel aan alle regels en voorwaarden wordt voldaan. Daarom is het basisinkomen ook een instrument dat een rigoreuze schoonmaak mogelijk maakt in ons huidige veel te complexe stelsel van sociale zekerheid. Een stelsel dat de burger op zijn/haar onzelfstandigheid aanspreekt. Ook een stelsel dat nodig zou zijn omdat iedere burger met een basisinkomen lui op de bank gaat zitten. Een verhaal dat een sprookje is, zoals de diverse experimenten met ‘gratis geld’ overtuigend aantonen.

De commissie regulering van werk dient het onbezoldigd werken tezamen met het instrument van het basisinkomen in haar toekomstscenario van arbeid en arbeidsmarkt te betrekken. Een revolutionaire stap, zeker, maar het wordt tijd dat mensen, commissies, politici, instituties, wetenschappers deze stap eindelijk eens gaan zetten. Met zo’n stap ontstaat ruimte tegen vele zaken anders aan te kijken. Bijvoorbeeld: waarom burgers met een uitkering, die hun vader/moeder/ kleinkinderen verzorgen en/of opvangen na schooltijd, dwingen vanwege de Participatiewet dure cursussen te gaan doen om dichter bij de betaalde arbeidsmarkt te komen? Met hun maandelijks basisinkomen kunnen zij genoemde taken, aktiviteiten zelfstandig voortzetten en vrij beslissen of zij extra geld willen verdienen door – zonder korting/afdracht aan een sociale dienst – ergens een baan met loon aan te nemen.

Ander voorbeeld: de arbeidsongeschikte die ondanks het gehandicapt zijn wel in staat is zijn/haar vrijwilligers werk voor het buurtcentrum uit te voeren. Hoezo arbeidsongeschikt? Deze arbeidsongeschikte werkt toch?

Deze voorbeelden zijn met een eindeloze rij van casussen verder aan te vullen. Maar ik neem aan dat de commissie regulering van werk zondermeer zelf in staat is voorbeelden te bedenken van burgers zonder betaald werk die in het huidige systeem van sociale zekerheid als het ware zijn komen vast te zitten en weinig  fiducie hebben (en soms ook geen zin meer) om er van los te komen.

Ik ben er daarom sterk voor dat ‘te betalen’ scholings/opleidingstrajecten door de overheid blijven aangeboden die burgers capaciteiten en kennis bieden om naar werk, betaald en onbetaald, door te stromen. Maar het pakket aan cursussen/ scholing wat er nu ligt dient wel enige doorlichting. Waarom een cursus solliciteren voor 50+-ers of hoe kom je dichter bij de betaalde arbeidsmarkt, voor iemand die volop met ‘onbezoldigd’ werk bezig is?

Een prachtige nieuwe opdracht voor de vele ambtenaren binnen het huidige sociale zekerheidsstelsel die door invoering van een basisinkomen naar nieuwe taken op zoek moeten.

Natuurlijk, een basisinkomen kost wat, zeker als elke individuele burger, wonend in ons land, vanaf 18 jaar, met een Nederlands paspoort, maandelijks een bedrag rond de € 1.100/1.300 op zijn/haar rekening gestort zal krijgen, vrij van inkomsten belasting. Het belasting betalen voor iedereen begint daarna, bijvoorbeeld een vlaktaks tarief van 50% voor elke € die boven het basisinkomen wordt verdiend. De vermogensbelasting zou omhoog kunnen vanwege de door de Piketty beschreven effecten van inkomenstoename voor burgers met vermogen. Burgers die door alle jaren heen steeds maar rijker werden (en nog steeds) in vergelijking tot de burger met weinig of geen vermogen. Ook de gelden die vrijkomen vanwege de sanering van grote delen van ons sociale zekerheidsstelsel komen beschikbaar voor het basisinkomen. Feitelijk is geld niet het echte probleem. Het probleem in de eerste plaats is dat er een andere manier van denken nodig is over arbeid en arbeidsmarkt.  Een soort omdenken is aan de orde. Invoering van een basisinkomen betekent  dat onze maatschappij een principieel andere weg inslaat met verstrekkende – en deels ook nog onbekende – gevolgen, net als toen jaren terug de AOW werd ingevoerd en nu vanwege het milieu de energietransitie op de deur klopt.

Tot zover deel I van mijn verhaal.
Deel II betreft de existentiële crisis op links. Dit vraagstuk houdt mij al langer bezig en door de kort op elkaar volgende verschijning van beide artikelen: het verslag van het interview met Hans Borstlap door Jelle Brandsma en de kolom van Lex Oomkes, viel bij mij een soort kwartje.

Tot op de dag van vandaag is er bij de grotere politieke partijen maar mondjesmaat aandacht voor het concept basisinkomen. Bij zowel de linkse als rechtse partijen staat het basisinkomen nergens hoog op de agenda. Volgens mij heeft dat te maken met het gegeven dat zij allen, net als de commissie regulering van werk, onder werk enkel betaalde arbeid begrijpen. Natuurlijk hebben de partijen aandacht, begrip en respect voor de vrijwilligers, de mantelzorgers, de burgers zonder betaald werk, de arbeidsongeschikt verklaarden, mensen in de bijstand, de langdurig werkelozen, de ploeterende kunstenaars/artiesten etc. etc. en is er voor al deze mensen meestal wel een regeling, uitkering, extra toeslag, een kostwinner, om in leven te blijven, maar het opvoeden, motiveren, bewerken en zachtjes dwingen tot uitstroming naar betaald werk blijft toch het ‘heilige’ doel.

Het erkennen van ‘onbezoldigden’ als werkende mensen blijft een moeizaam gegeven. De stelling is dat mensen betaald werk moeten hebben, dan zijn zij gelukkig, krijgen status, hebben structuur etc. De burger zonder betaald werk is niet gelukkig, heeft geen status, geen structuur. Hij/zij moet scholing krijgen om de betaalde arbeidsmarkt op te gaan, zich verdedigen als er een uitkering is, gecontroleerd worden of alles wel klopt, blij zijn met een ‘burgerbaan’ en wordt eventueel achter de broek gezeten om in de kassen te gaan werken en het werk te doen dat door buitenlanders uit Europa’s oosten wordt gedaan.

Waarom met name de partijen ter linkerzijde mensen met onbezoldigd werk weigeren als werkenden te beschouwen, is mij een raadsel. Inderdaad vanuit het verleden is te begrijpen dat links – samen met de vakbonden – voor diegenen, die te maken kregen met ziekte, werkeloosheid, het zonder inkomen moeten leven, fors aan de totstandkoming van onze sociale zekerheid heeft bijgedragen. Maar het huidige sociale zekerheidsstelsel is verworden tot een enorm woud van regels, toeslagen, wetten, en ambtenaren die die regels, wetten, toeslagen uitvinden, bedenken en met meer of minder zachte hand ten uitvoer brengen. Alleen deskundigen weten in dat woud de weg te vinden en doorgewinterde gebruikers ervan.

Links blijft volharden zich steeds maar hard te maken voor verdere uitbouw van dit inmiddels gemankeerde stelsel om de heilige koe van de doorstroming naar betaalde banen overeind te houden. Zoals in mijn verhaal al verschillende keren aangegeven: verreweg de meeste mensen werken, ook de ‘onbezoldigden’. Wenselijk ware dat links dit feit, deze waarheid goed tot zich laat doordringen en zo bij zichzelf de ruimte schept het basisinkomen als een prioriteit op hun politieke agenda te zetten. Naar mijn stellige overtuiging wordt er dan ook een begin gemaakt  met  oplossing van de existentiële crisis op de linkervleugel.

Ik zou zeggen: links ga eens uit een ander vaatje tappen. Trouwens iedereen, iedere partij, iedere burger is hierbij uitgenodigd en welkom. Laten wij ons denken over arbeid en werken aanpassen en beseffen dat invoering van basisinkomen onze maatschappij en de mensen die er wonen weerbaarder maakt. Het basisinkomen is een solidaire maatregel die voor iedereen geldt, die wellicht de economische groei wat doet afnemen, maar daarmee bijdraagt aan matiging van onze overconsumptie. Het basisinkomen ook nog als instrument dat heilzaam werkt wat betreft verduurzaming en onze geestelijke en mentale gezondheid opkrikt. Kan het beter!?

9 juli 2019
Eric Binsbergen, voorzitter Basisteam Basisinkomen Amsterdam, lid van de landelijke Vereniging Basisinkomen (VBi)
Mijn verhaal is opgeschreven met medeweten van het bestuur van de landelijke Vereniging, maar geheel voor mijn verantwoording.
Link naar de versie op de website van de Commissie Regulering van Werk:
Position paper Basisteam Basisinkomen Amsterdam.
Afbeelding van Alexas_Fotos via Pixabay.
Zie hieronder ook de enigszins ingekorte versie geplaatst in Trouw op 17-7-2019.

Geraadpleegde, geciteerde literatuur/artikelen/websites:

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube