Basisbaan of basisinkomen, welke droom is realistisch?

Facebooktwitterlinkedinmail

Het kenmerkende verschil tussen basisbaan en basisinkomen is de vrijheid en niet de dwang van de overheid, die het werken van mensen begeleid. Mensen willen vanuit zichzelf werken. Niet alleen de markt en haar vazallen maken uit of mensen werken, dat maken ze zelf uit.

Laatst reageerde wethouder Vliegenthart van Werk, Participatie en Inkomen heel ad rem, toen ik me voorstelde met de opmerking dat ik me de laatste tijd veel met basisinkomen bezighield, dat hij meer zag in de basisbaan.
Dat is natuurlijk een sympathiek idee. Iedereen wil werken, dus moet er voor iedereen een basisbaan zijn. Als voorstanders van basisinkomen als onrealistisch worden gezien, wat te denken van een voorstander van een basisbaan.

Vier jaar had de wethouder de tijd om zijn denkbeelden van basisbanen, garantiebanen of Melkertbanen te realiseren. Ik denk dat hij daarbij tegen problemen opgelopen is. Het eerste probleem is dat men niet wil betalen, men wil niet dat mensen werken omdat dat geld kost. Daarom zet de gemeente ook in op vrijwilligerswerk.
Vrijwilligerswerk vindt de gemeente zo belangrijk dat ze er mensen voor laat ontslaan door subsidies te verminderen. Weer meer werk voor een vrijwilliger, weer geld gespaard voor de belastingbetaler (waarschijnlijk), weer iemand zonder werk (geen belastingopbrengst meer) en klinkklare verdringing. Verdringing is een werkende eruit en een verplichte vrijwilliger erin. Keurig volgens de Participatiewet, productie van werklozen.
Een ander element is dat voor basisbanen ook de dwang blijft bestaan. Dwang is ook banen. Banen voor klantmanagers, beoordelaars, controleurs, beleidsontwikkelaars, kosten baten analisten, beleidsbeoordelaars, etc. etc.
Ze hebben net een Congres gehouden na een onderzoek voor de wethouder, in De Nieuwe Liefde. Bijstand met zachte dwang, een nieuw business model, zou ik zeggen. Wij van WC-eend adviseren …

Er zijn drie onbeheersbare kostenposten aan de basisbaan, eerst de relevante werkplekken, vervolgens de controle op de uitvoering en invulling, en tenslotte de loonkosten die minimaal het minimumloon bedragen. De onuitgesproken wens is natuurlijk dat de economie aantrekt en die basisbaan zal laten omwisselen voor een echte baan.

Basisinkomen is een betekenisvol basisbedrag, in geld, dat regelmatig komt, om vrij te besteden, voor iedereen in een gebied, en dat aan het individu wordt gegeven. Het is niet alleen voor de armen, niet voor een selecte groep, en niet voorwaardelijk. Dit is heel iets anders.
Om te beginnen, er is geen controle nodig. Alle mensen die geregistreerd staan krijgen het.
De hele opsomming van mensen wier baan het is mensen aan het werk te houden met werk zoeken, kunnen nu iets anders (iets nuttigs?) gaan doen.
Uitgangspunt is dat mensen willen werken, iets nuttigs doen voor zichzelf, hun naasten of hun omgeving.
Sommigen zullen zich ontwikkelen tot buurtvrijwilligers, anderen hebben vaardigheden die hen tot ondernemer maken. Werkgevers hebben altijd nog de mogelijkheid mensen naar hun onderneming te halen die zin hebben om voor een ander te werken en bij te dragen aan de meerwaardeproductie van een organisatie die groter is dan zij zelf. Er zijn natuurlijk ook mensen die eindelijk piano of viool gaan leren spelen.

Het kenmerkende verschil tussen basisbaan en basisinkomen is de vrijheid en niet de dwang van de overheid, die het werken van mensen begeleid. Mensen willen vanuit zichzelf werken. Niet alleen de markt en haar vazallen maken uit of mensen werken, dat maken ze zelf uit.Als de economie aantrekt, bijvoorbeeld door de toegenomen consumptie als gevolg van het basisinkomen voor iedereen, door toegenomen ondernemingsgeest en inventiviteit van de mensen die zich veilig weten doordat ze op een basisinkomen kunnen rekenen, zullen ook bij een basisinkomen steeds meer mensen voor betaalde arbeid kiezen. Maar de keus zal gemaakt worden op hun voorwaarden, naar hun mogelijkheden. Dat hoort bij een vrije markt.

Dat zou kunnen betekenen dat voor werk betaald moet worden wat het waard is, en niet wat het volgens de elite geldende tarief is, dat hoort bij een vrije markteconomie. Duidelijk zal worden wat werk moet kosten om te voldoen aan wat er voor opgeofferd moet worden.

Johan Horeman, 31 januari 2018
illustratie pixabay

Zie ook:

Facebooktwitterlinkedinmail