Basisbanen, het helpt een beetje maar lang niet genoeg.

Basisinkomen is de beste methode om iedereen bestaanszekerheid te geven.
Basisbanen zijn prachtig om mensen die lastig aan de slag kunnen komen maar dat wel graag willen, daarmee te helpen.
Maar het vergt een nieuwe sociale bureaucratie.
En het helpt niet voor ongeveer 1 miljoen mensen.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram
Hier en daar woedt een heftige discussie over basisbanen versus basisinkomen, o.a. in de partijen CDA, GroenLinks en PvdA.
Basisinkomen is de beste methode om iedereen bestaanszekerheid te geven.
Basisbanen zijn prachtig om mensen die lastig aan de slag kunnen komen maar dat wel graag willen, daarmee te helpen. Dat is zeer relevant voor een deel van de mensen. Denk bijvoorbeeld aan de sociale werkplaatsen, maar wellicht zijn daar nieuwe varianten voor te bedenken.
Maar het is geen wondermiddel.

Onderaan deze tekst staan links naar meerdere artikelen over dit onderwerp.

Valse belofte

De basisbaan als middel om iedereen bestaanszekerheid te geven kan helemaal niet. Met verbijstering zag ik dan ook op 7-12-2020 Asscher in OP1 de basisbaan aanprijzen als instrument om tot volledige werkgelegenheid te komen. Waarschijnlijk doelt hij daarmee op de het verdwijnen van de 400.000 geregistreerde werklozen en vergeet hij de circa 1 miljoen niet geregistreerden.
Maar dan nog. Tijdens OP1 zij Asscher  het CPB maximaal 10.000 nieuwe basisbanen per jaar haalbaar acht. Niet dat ik het CPB altijd gelijk geef, maar hun inschatting illustreert wel dat het doel van Asscher gewoon flauwekul is.
Om nog maar te zwijgen van de bureaucratie die we op zullen tuigen om basisbanen goed te keuren en te registreren.
Het streven naar volledige werkgelegenheid is een extreme vorm van het arbeidsfetisjisme dat Michiel van Hasselt in zijn boek aan de kaak heeft gesteld. Het past in de meest conservatieve vorm van socialisme of zelfs communisme.

De basisbaan als verdienmoedel voor sociaal bewogenen

Maar het neemt behoorlijke proporties aan, het verschijnsel basisbanen.

Wethouders, ambtenaren sociale zaken bij gemeentes, de WRR, de politici van de grotere linkse partijen zien er van alles in om  de toren van Babel van basisbanen op te trekken. Een bureaucratisch monster waar de ambtenarij weer zoet mee kan zijn.

Er is overigens een sympathiek ogende variant, burgerbanen bij organisaties zonder winstoogmerk, die zich inzetten voor gemeenschapswerk. Maar ook daar een procedure met woorden als intentieverklaring, taken, werktijden, goedkeuring door de gemeente en ondertekening.
Toch ook veel administratief werk voor organisaties met veel vrijwilligers en voor de beoordelaars bij de gemeente.

Als er betaalde banen moeten komen, laten dat dan gewone vaste, tijdelijke of flexbanen zijn, gecreëerd door overheid of particulier initiatief, maar met een ouderwets loonstrookje. Banen die de mensen naast hun onvoorwaardelijk basisinkomen kunnen kiezen, die ze op zich nemen omdat zij dat willen, waar ze trek in hebben om welke reden ook, inclusief de reden extra geld te verdienen naast hun basisinkomen.

Reyer Brons, december 2020

Artikelen over basisbanen versus basisinkomen: