Basisinkomen als basiszekerheid – Het sociale antwoord op een nieuwe economische realiteit

Basisinkomen is het meest sociale antwoord op een nieuwe economische wereldrealiteit, stelt Joop Lahaise. Juist ook  het behoudender deel van de PvdA moet het aanspreken dat een basisinkomen de meeste garantie biedt op basiszekerheid voor iedereen, rijk én arm en alles daartussen.

Facebooktwitterlinkedinmail

Het PvdA-Congres heeft afgelopen jaren meerdere voorstellen aangenomen om na te denken over inkomenszekerheid in de 21e eeuw. Een van die moties haalt expliciet het begrip ‘basisinkomen’ uit de taboesfeer (2015, motie 37 onderzoek voorwaardelijk basisinkomen). Op hetzelfde congres werd ook motie 50 van Gerben Welling aangenomen: laat gemeentes experimenteren met de bijverdiencapaciteit naast de uitkering. Een inkomens- of basiszekerheid, ongeacht het al dan niet hebben van betaald werk en het al dan niet voldoen aan uitkeringsvoorwaarden, leeft in brede – vooral progressieve – kring. Dat is niet voor niets.

Om te beginnen zijn de bestaande uitkeringen zeer complex, want aan strikte voorwaarden gebonden zoals arbeidsverleden en -capaciteit, het al dan niet verzekerd zijn, gezinssamenstelling en (woning)bezit. Dat was altijd zo maar veel van deze complicaties worden almaar urgenter omdat steeds meer burgers (ook de lagere economische klassen) bijvoorbeeld woningbezitter zijn of als (semi-)zelfstandige hun brood verdienen. De controle op alle voorwaarden en de naleving ervan tijdens de uitkeringsperiode wordt almaar arbeidsintensiever en dus duurder. De samenleving, vooral ook het progressievere deel der natie, meent die kosten te moeten opbrengen om draagvlak onder het vangnet te behouden. Misbruik lijdt immers onvermijdelijk tot afkalving van dat draagvlak. Ontvangers voelen zich door alle controle en regeldrift snel gestigmatiseerd of schuldig aan hun situatie, ook als zij daar weinig tot niets aan kunnen doen.

En dan is er de hoogte van de uitkering, meestal ontoereikend om de levensstandaard waar men aan gewend is ook maar enigszins vol te houden. Voor menig uitkeringsgerechtigde (van WW en arbeidsongeschiktheidsuitkering tot bijstand en AOW zonder serieus aanvullend pensioen) dreigt een armoedeval. Tekenend is de forse toename van het aantal voedselbanken in Nederland in het achterliggende decennium. Het past de PvdA – sterker, het ‘dwingt’ de partij – om een sociaal, menswaardig, passend en economisch haalbaar antwoord te vinden. De voedselbank, met alle respect, is dat niet. Een basisinkomen is dat wel, biedt perspectief, concreet dat van basiszekerheid.

Basisinkomen impliceert een vast bedrag waar iedere ingezetene recht op heeft. Daar zit direct het grote verschil met andere uitkeringen, behoudens de AOW, oftewel het ‘basispensioen’. Ook de algemene ouderdomswet is in essentie een basisinkomen, in beginsel voor iedere Nederlandse ingezetene vanaf 65 jaar die het grootste deel van zijn volwassen leven in Nederland heeft gewoond (en gewerkt, al dan niet via detachering). Zelfs de koning heeft recht op AOW. De enige voorwaarde voor het ontvangen van basispensioen is het hebben meebetaald via de premievolksverzekeringen. Hier zit natuurlijk wel een fundamenteel verschil met het basisinkomen (BI).

Het BI-recht dient op relatief jonge leeftijd (al dan niet onder voorwaarden van werk/studie/maatschappelijke inzet) in te gaan, dus zonder de eis dat er eerst een werkzaam leven lang premie is betaald. Voor critici is dit een even fundamenteel als praktisch bezwaar. Hoe valt een basisinkomen te financieren, wanneer een groot deel van de mensen besluit om daar genoeg aan te hebben? De reële verwachting is echter dat het grootste deel van de bevolking ook met een BI gaat, respectievelijk blijft werken. Het zit in de mens om bezig te willen zijn, voor zichzelf en de ander te willen zorgen en zijn/haar talenten uit te leven. Markt en samenleving (niet altijd in tegenstrijd) zullen dat bovendien blijven belonen.

Het basisinkomen schaft, voor alle duidelijkheid, niet de belastingplicht af. Integendeel, het BI is alleen haalbaar via een progressief belastingstelsel (hoger inkomen/winst, meer belasting). Nogmaals, werken staat hoe dan ook voor verdienen, oftewel extra inkomen vergaren bovenop het BI. Ook met een BI zal werk blijven lonen, het verschil maken tussen een eenvoudig bestaan en een leven in luxe. In die zin is een BI-stelsel minder socialistisch dan het lijkt: ondanks progressieve belasting hoeft er geen sprake te zijn van nivellering. Ook in een BI-stelsel kunnen mensen zich ‘opwerken’ tot villa- en Tesla-bezitter.

Wie zich ergert aan het rondpompen van belastinggeld door de ambtelijke molens, wordt met het BI op zijn wenken bediend. Een basisinkomen zal miljarden besparen aan complexe regels, uitvoering, controle enzovoort. Bijstand (in al zijn vormen), WW, WAO/WIA etc. komen te vervallen. Let wel, wie wegens chronische of langdurige gezondheidsklachten echt geen verdienmogelijkheden heeft, kan gecompenseerd worden in de sfeer van wonen, zorg en vervoer. Er zijn berekeningen die suggereren dat de besparing op het huidige sociale zekerheidsstelsel groter zal zijn dan de kosten van een BI-stelsel (uitgaande van herziening van het belastingstelsel).

Waarom is het BI een logisch antwoord op 21e eeuwse ontwikkelingen? De arbeidsmarkt verandert in hoog tempo. Arbeid leveren zonder duurzaam loonverband wordt meer en meer de norm. Zonder dure verzekeringen zijn de zzp’er en los/tijdelijk verband-werknemer in geval van werkloosheid aan de goden overgeleverd. Een basisinkomen lost dit probleem op, zonder alle belemmerende eisen die uitkeringen stellen aan het bijverdienen. Die maken het vaak juist ondankbaar om weer zo snel mogelijk te re-integreren, vooral wanneer men zich in eerste instantie tevreden moet stellen met onzekere, tijdelijke klussen. Een BI zal, zo is mijn overtuiging, bijdragen aan een dynamischer economie en voorkomt dat mensen onnodig lang zonder werk zitten.

Ook biedt een BI ruimte voor alternatief werk, zowel onbetaald (vrijwilligerswerk) als ideëel/bezoldigd. Het BI biedt ook interessante mogelijkheden qua kostwinnerschap. Een gegarandeerd minimuminkomen in de vorm van een BI maakt het mensen makkelijker om iets nieuws te beginnen. Al genoemd, maar vanwege de actualiteit (coronacrisis) nogmaals benadrukt: een basisinkomen zonder eisen t.a.v. bezit en eigen kapitaal voorkomt gedwongen woningverkoop en faillissement (met name van kleine ondernemers). Er ligt een uitdaging om alle mogelijke effecten van een BI door te berekenen aan de hand van scenario’s zoals economische crises en andere rampspoed met gevolgen voor de werkgelegenheid.

Voorwaardelijk of onvoorwaardelijk vanaf 18 jaar… dat is vaak de hamvraag. Principiële BI-voorstanders bepleiten doorgaans een onvoorwaardelijk basisinkomen vanaf 18 jaar.
Zelf verwacht ik meer van een ‘voorwaardelijk basisinkomen’, waarbij tot een zekere leeftijd de plicht bestaat om een opleiding te volgen, dan wel stage te lopen of vrijwilligerswerk te verrichten– die laatste twee met toekomstperspectief. Het eigenlijke (onvoorwaardelijke) BI zou dan in kunnen gaan op 23- of 25-jarige leeftijd. Ook is denkbaar dat er een soort (oplopend) kinder-BI komt in de plaats van de huidige kinderbijslag, kinderaftrek en studietoelage. Bijkomend voordeel van zo’n stelsel kan zijn dat in geval van scheiding zaken eenvoudiger geregeld kunnen worden. Het ‘kindsinkomen’ is dan immers niet langer gekoppeld aan het inkomen van een van beide ouders.
Onder socialisten klinkt weleens de kritiek dat een basisinkomen een te libertijns karakter heeft, omdat het de overheid op afstand plaatst… alsof de overheid er alleen is om mensen van inkomen te voorzien. Ja, het klopt dat het BI mensen een grotere zelfstandigheid biedt, meer verantwoordelijk maakt voor de eigen materiële welstand. En ja, een BI maakt veel overheidsbemoeienis (sociale diensten) overbodig. Het BI biedt ook sociale perspectieven omdat individuen, al dan niet samenwonend, elkaar makkelijker kunnen steunen, zonder daar verantwoording voor te hoeven afleggen bij een sociale dienst of belastingdienst.
Het idee dat een BI niet socialistisch zou zijn, bestrijd ik overigens ten stelligste. Het is juist het meest sociale antwoord op een nieuwe economische wereldrealiteit. In combinatie met een eerlijker belastingstelsel (progressief) moet eerder worden gevreesd dat het té progressief, té links is voor een bij en tijd en wijle wel erg brave PvdA. Toch moet het ook het behoudender deel van de PvdA aanspreken dat een basisinkomen de meeste garantie biedt op basiszekerheid voor iedereen, rijk én arm en alles daartussen, al dan niet in levensfasen.

Hilversum,  april 2020, Joop Lahaise
Afbeelding van moritz320 via Pixabay

Facebooktwitterlinkedinmail