Basisinkomen: arbeidsmarkt en economie

Basisinkomen heeft veel effecten. ook op het gebied van arbeidsmarkt en economie. Het CPB kan het niet door rekenen, maar stelt wel dat het leidt tot minder werkgelegenheid.
Onderstaand worden op basis van bestaande kennis op het gebied van het functioneren van de arbeidsmarkt en van de economie, heel andere conclusies aannemelijk gemaakt.

Facebooktwitterlinkedinmail

Invoering van een basisinkomen zal op veel maatschappelijke terreinen effecten hebben. Met name op het gebied van arbeidsmarkt en economie bestaan er uiteenlopende meningen over de effecten van een basisinkomen. Het CPB heeft diverse varianten doorgerekend en komt dan op basis van een vorm van dekkende financiering tot consequenties voor diverse doelgroepen. Tevens wordt een inschatting gegeven van het resulterende arbeidsaanbod gebaseerd op gedrag van mensen bij wijzigingen in het belastingstelsel in het verleden. Geen rekening wordt gehouden met een hele reeks aan andere gedragseffecten en met een aantal primaire en secundaire gevolgen voor de economie. Het CPB constateert zelf dat het niet mogelijk is om de ingrijpende stelselwijziging, die nodig is voor het basisinkomen, door te rekenen. Ondertussen hebben de uitkomsten van hun berekeningen wel een grote impact op de politieke discussie over het basisinkomen. Vooral de constatering dat invoer zou leiden tot minder arbeidsaanbod en vervolgens minder werkgelegenheid is voor veel politici reden om het basisinkomen af te wijzen.

In een uitgebreide notitie (downloadbaar als PDF, 10 blz.) notitie geven we een overzicht van effecten zoals wij die veronderstellen. Die veronderstellingen zijn gebaseerd op bestaande kennis op het gebied van het functioneren van de arbeidsmarkt en van de economie, op evaluatieonderzoek m.b.t. het arbeidsmarktbeleid en op allerlei praktijkervaringen. Als deze effecten uitpakken zoals wij verwachten kan dit leiden tot heel andere conclusies over de economische gevolgen van het  basisinkomen. Wij kunnen dit evenmin bewijzen, maar wel willen we duidelijk maken dat voor een visie op het basisinkomen veel meer aspecten moeten worden meegenomen dan mogelijk is in de CPB-analyses.

We gaan uit van een onvoorwaardelijk basisinkomen dat hoog genoeg is om armoede te voorkomen en tevens hoog genoeg om het bestaande stelsel van sociale zekerheid (nagenoeg) geheel te kunnen vervangen. Aan de andere kant zal het laag genoeg moeten zijn om de financiële prikkel om betaalde arbeid te verrichten intact te laten. Daarbij zij opgemerkt dat deze prikkel door het verdwijnen van de armoedeval in elk geval heel wat sterker zal zijn dan in het huidige stelsel.

We maken in dit stuk geen vergelijking tussen allerlei varianten, zoals die vanuit verschillende hoeken naar voren zijn gekomen. We gaan in de notitie ook niet in op de financiering van het basisinkomen. Berekeningen die onder meer door het CPB en het Nibud zijn gemaakt wijzen uit dat een basisinkomen betaalbaar is als je bereid bent om belasting op hoge inkomens en vermogens te verhogen. Daarmee bereik je tevens dat het basisinkomen wordt afgeroomd bij mensen die het niet nodig hebben. Het concept betaalbaarheid hangt ook af van de maatschappelijke baten van een basisinkomen. Als deze voldoende hoog zijn kan daarvoor sowieso een adequate financiering worden gevonden.

Alvorens in te gaan op effecten op specifieke situaties geven we aan wat de te verwachten algemene gevolgen zijn voor het arbeidsaanbod. Voorts veronderstellen we op welke wijze de loonkosten zich zullen ontwikkelen.

Arbeidsaanbod en de gevolgen

Het arbeidsaanbod vanuit bepaalde categorieën werknemers zal bij invoer van een basisinkomen naar verwachting in eerste instantie dalen. Denk daarbij aan tweeverdieners met jonge kinderen en werkende jongeren. Dit betekent dat er vacatures ontstaan die ingevuld zullen moeten worden. In een situatie van hoge werkloosheid zullen er voldoende werkzoekenden zijn, die deze vacatures kunnen invullen. Dit leidt tot lagere werkloosheidscijfers, immers het aantal geregistreerde werkzoekenden zal afnemen en dientengevolge zullen ook de uitkeringen die zij eventueel ontvangen dalen. In een situatie met een lage werkloosheid zal het lastiger zijn om de vacatures in te vullen, vooral bij laagbetaald en/of onaantrekkelijk werk. Werkgevers zullen hogere lonen aanbieden en het werk aantrekkelijker maken om de vacatures toch in te kunnen vullen. Wat dit betekent voor de overheidsfinanciën is op voorhand niet te bepalen. Als alle ontstane vacatures worden ingevuld met gemiddeld hogere lonen, dan stijgen de belastinginkomsten. Als vacatures onvervuld blijven, of men vindt een andere oplossing voor de betreffende werkzaamheden, dan dalen de belastinginkomsten, tenzij hogere lonen dit verlies aan werkgelegenheid compenseren.

Het arbeidsaanbod is volgens gangbare theorieën o.a. afhankelijk van de marginale belastingdruk oftewel wat men netto kwijt is van een extra verdiende euro. Door het huidige stelsel van toeslagen, uitkeringen, heffingskortingen en aftrekposten is de marginale druk tot aan modaal gemiddeld ongeveer twee-derde. Dit is de zogenaamde armoedeval. Vanuit de bijstand wordt werken ontmoedigd, want als niet een werkweek van meerdere dagen kan worden ingevuld zal men netto inleveren op inkomen. Maar ook voor lagere inkomens is het bijzonder ontmoedigend als men slechts één derde overhoudt van iedere extra euro. Invoer van het basisinkomen met afschaffing van vrijwel alle toeslagen etc. zal de marginale druk aanzienlijk verminderen, want alleen de afdracht van inkomstenbelasting resteert. Dit betekent dat meer werken of gaan werken onder modaal aanzienlijk meer gaat opleveren en minder werken gaat meer kosten. Dat zal leiden tot een hoger arbeidsaanbod.

Dan is er nog een aantal andere hieronder genoemde aspecten die naar verwachting direct of indirect consequenties hebben voor het arbeidsaanbod. Deze kunnen evenmin gekwantificeerd worden op basis van empirische informatie, maar zijn wel relevant:

  • Hogere mobiliteit van mensen over banen, beroepen en sectoren, omdat de met mobiliteit verbonden inkomensrisico’s en onzekerheden kleiner worden.
  • Hogere investeringen in opleiding door bedrijven om goede werknemers aan zich te binden en aantrekkelijker te worden op de arbeidsmarkt
  • Meer tevredenheid met werk, hoger welbevinden en een betere gezondheid, want minder financiële stress
  • Socialere en robuuster economie door beperking inkomensval en vraaguitval bij economische neergang; individuele inkomensondersteuning bij economische crisis (pandemie) is al in voorzien

Opbouw van de loonkosten 

Het basisinkomen legt een basis onder de inkomsten uit werk. Dat betekent dat het loon dat de werkgever betaald verlaagd kan worden met het basisinkomen om tot een vergelijkbaar inkomen voor de werknemer te komen. Uiteraard zal de hoogte van de looncomponent nog steeds bepaald worden door vraag- en aanbod en andere maatschappelijke invloeden. Te verwachten is dat de looncomponent van het inkomen zal dalen, maar in mindere mate of juist niet voor laagbetaald onaantrekkelijk werk. Ook WW-uitkeringen en dus WW-premies kunnen lager worden doordat de looncomponent een kleiner deel van de inkomsten beslaat. Al met al zullen de kosten voor werkgevers dalen met allerlei hierna te behandelen gevolgen. Daarbij is het wel logisch dat werkgevers bijvoorbeeld via de vennootschapsbelasting, heffing op gebruik grondstoffen of een afdracht vanuit de bruto loonkosten, gaan meebetalen aan het basisinkomen.

Het gaat in dit stuk om een kwalitatieve inventarisatie van effecten van het basisinkomen op arbeidsmarkt en economie. Het lijkt logisch dat invoer van het basisinkomen zal leiden tot meer arbeidsaanbod. De loonkosten zullen dalen, maar laagbetaald en onaantrekkelijk werk zal beter betaald moeten  worden. Wij hopen dat deze inventarisatie voor critici van het basisinkomen reden zal zijn om e.e.a. serieus te overwegen. Uiteindelijk zullen al deze effecten gekwantificeerd moeten worden om een volledig beeld te krijgen. Waar dat niet kan op basis van bestaande gegevens zal het proefondervindelijk of door geleidelijke stapsgewijze invoer van het basisinkomen gerealiseerd kunnen worden. Daarbij dienen we ons te realiseren dat de volle omvang van de vruchten van het basisinkomen pas bij volledige realisatie geplukt kunnen worden.

In de uitgebreide notitie staat de Uitwerking van de effecten over vier onderdelen:

  • aanbodkant van de arbeidsmarkt
  • vraagkant van de arbeidsmarkt
  • schakeling tussen vraag en aanbod
  • facetten van de economie.

September 2020
Peter van Hoesel (Emeritus Hoogleraar Toegepast Beleidsonderzoek, Erasmus Universiteit)
Mark Sanders (Hoogleraar Internationale Economie, Universiteit Maastricht)
Sybrand de Vries (D66 werkgroep Deel de Welvaart Arbeidsmarkthervorming)
Emiel Althuis (Voorzitter D66 Thema-afdeling Sociaal-Liberalisme)

De notitie is ook gepubliceerd op Management Issues.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube