Basisinkomen, bestaanszekerheid en negatieve inkomsten belasting: hoe heet eten we de soep?

Facebooktwitterlinkedinmail

Basisinkomen of de variant bestaanszekerheid van Rutger Bregman, theoretisch en ideologisch is dat een groot verschil. Maar praktisch maakt het niet zo veel uit als je het huidige stelsel enorm zou vereenvoudigen door grote delen van het huidige stelsel om te labelen tot basisinkomen of basiszekerheid. Dat betekent meteen dat de financiële toestand van praktisch alle Nederlanders een stuk overzichtelijker wordt zonder dat men er op achteruit gaat. Laten we daar gewoon snel mee beginnen!

Foto Hands Pixabay

Aanleiding

Een bekend voorvechter van basisinkomen was Rutger Bregman, die een belangrijke bijdrage geleverd heeft om de discussie over het basisinkomen op de kaart te zetten met zijn boek Gratis geld voor iedereen dat in 2014 verscheen. Inmiddels is dat boek in meer dan dertig talen vertaald.

Kort geleden heeft hij echter een draai gemaakt door niet langer te pleiten voor universeel basisinkomen voor iedereen, maar voor een variant die hij aanduidt als gegarandeerd basisinkomen of basiszekerheid. Zie zijn artikel Zo maken we het basisinkomen werkelijkheid.
Verwarrend daarbij is dat hij zegt dat het op hetzelfde neerkomt, maar toch veel goedkoper is en dus beter haalbaar,  om het in te voeren.
Zoals tegenwoordig wel vaker gebeurt,  leidt dat tot allerlei discussies in de sociale media waarbij voor- en tegenstanders onbekommerd hun mening ventileren. Een beetje orde daarbij is wenselijk!

Terminologie en verschillen

Zoals Rutger Bregman zelf ook stelt is zijn  nieuwe voorstel ook bekend onder de term negatieve inkomsten belasting (NIB), een term die al in 1962 door Milton Friedman is gepropageerd en door Nixon bijna is ingevoerd in de USA.
De essentie van NIB is dat via de belastingdienst een basisbedrag voor iedereen ter beschikking komt, met dien verstande dat de belastingdienst dit verrekent met de belasting die je verschuldigd bent. Wie geen belasting hoeft te betalen wegens gebrek aan belastbare inkomsten, krijgt het basisbedrag uitgekeerd.
Complicerend is dat de term NIB op minstens twee manieren wordt gebruikt.
Friedman stelde het eenvoudige systeem voor waarbij iedereen recht heeft op een basisbedrag, waarbij vervolgens bijvoorbeeld 50 % belasting afgedragen moet worden van het bedrag dat je aan andere inkomsten verwerft. Je houdt dus altijd wat over van wat je bij verdient naast het basisbedrag. De belastingdienst vult in dit voorbeeld je middelen aan zolang je minder dan 2 X het basisbedrag ontvangt, daarboven ga je belasting af dragen.
Dit systeem levert uiteindelijk iedereen precies hetzelfde op (en kost de gemeenschap evenveel) als een basisinkomen ter hoogte van het basisbedrag en daarnaast een vlaktaks van 50 % op alle ander inkomsten. Zie bijvoorbeeld de grafische weergave in het artikel Twee verhalen over het basisinkomen van Ronald Mulder.
Maar er is ook een andere variant, waarbij de belastingdienst alleen aanvult wat je minder verdient dan het basisbedrag. Je extra inkomsten tot 2 X het basisbedrag leveren je dus geen extra middelen op. In de systematiek van Friedman betekent dat dus 100 % afdragen van je extra verdiensten!
Het lijkt er op dat Rutger Bregman in zijn nieuwe teksten enerzijds de oorspronkelijke variant van Friedman propageert en stelt dat het precies hetzelfde is als basisinkomen, maar rekensommen maakt alsof hij met de andere variant werkt.
Zijn berekening is erg oppervlakkig. Hij stelt op het gezag van het SCP dat uitroeien van de armoede in Nederland ‘slechts’ € 2.2 miljard kost en dat voor invoering van zijn bestaanszekerheid maximaal 2 tot 3 keer dat bedrag nodig is.
Heel creatief, maar rekenaars krijgen hier terecht buikpijn van en gaan dan mopperen dat een historicus verre van de economie moet blijven!

Een heel belangrijk psychologisch voordeel van een NIB ipv een aan iedereen uitbetaald basisinkomen is dat er geen geld wordt overgemaakt naar degenen die het niet nodig hebben.
Een praktisch voordeel is dat er zo minder belasting afgedragen hoeft te worden door  degenen met inkomsten naast het basisbedrag en dus het geldverkeer minder omvangrijk is.

Onder de voorstanders van basisinkomen is verschil van inzicht of de NIB in de variant van Friedman als basisinkomen wordt gezien. De verrekening door de belastingdienst met te betalen belasting op basis van andere inkomsten wordt door hen gezien als een inkomenstoets en dus in strijd met het onvoorwaardelijke karakter van basisinkomen. Anderen (waaronder ik) stellen dat het wel basisinkomen genoemd kan worden omdat het recht op het basisbedrag onomstreden is.
Dat is natuurlijk anders in de andere variant, daar evident wel sprake is van een toets die de hoogte van het uiteindelijke bedrag bepaalt.
En dus blijft de zogenaamde armoedeval in stand waardoor de minst verdienenden in een uitzichtloze situatie blijven zitten.
In de tekst Basisinkomen, soorten en terminologie noem ik de eerste variant garantie-inkomen en de tweede variant garantie-toeslag. In de door Rutger Bregman genoemde komt zijn bestaanszekerheid gezien zijn inschatting van de kosten van nog geen € 7 miljard maximaal heel dicht bij deze tweede variant. Maar hij schrijft ook in de geest van de eerste variant:
Natuurlijk zou een negatieve inkomstenbelasting nog duurder zijn, omdat niet alleen de armen ervan profiteren maar ook degenen die iets boven de armoedegrens zitten.  Voor mensen die meer gaan verdienen nemen we het basisinkomen niet meteen weg, maar faseren we het geleidelijk uit (met een marginaal belastingtarief van bijvoorbeeld 30, 40 of 50 procent, waardoor werken altijd blijft lonen.
Oppervlakkig en verwarrend dus, deze voorstelling van zaken!

Er kan wel een heel groot praktisch probleem zijn met het NIB als we niet goed kunnen regelen dat de belastingdienst maandelijks een adequaat bedrag naar je over maakt. Immers de uiteindelijke afrekening via de definitieve aanslag van de inkomstenbelasting vindt in het gunstigste geval pas een half jaar na afloop van het kalenderjaar plaats. Tenminste, als de operationele werkvorm van de belastingdienst ongeveer zo blijft als nu.
Er zal dus een goede communicatie (snel en niet ingewikkeld) moeten zijn tussen ieder individu en de belastingdienst als er substantiële mutaties zijn in de te verwachten andere inkomsten. Dat loopt op dit moment ook redelijk goed voor mensen die al in de loop van het jaar geld terug krijgen voor de hypotheekrenteaftrek. Wat in elk geval niet mag gebeuren is dat betrokkenen in geldnood komen door traag handelen van de belastingdienst, of door forse terugbetalingen achteraf te eisen.
De huidige Nederlands belastingdienst kan dit vooralsnog niet aan.
Zolang die dienst zijn zaken niet op orde heeft, is uitvoering van basisinkomen of basiszekerheid via onze belastingdienst niet mogelijk!

Voorlopige conclusie:
Basisinkomen via de belastingdienst uitkeren als NIB zoals Friedman het ooit heeft bedoeld, is in principe prima. Het levert in principe alle positieve effecten op die voorstanders er van verwachten, mits de belastingdienst dit adequaat kan uitvoeren
Hoewel het systeem minder gewenst is, kan dat ook met de bestaanszekerheid die Rutger Bregman nu propageert.
Mits de belastingdienst gedurende het jaar adequaat kan inschatten hoeveel iedereen moet ontvangen of afdragen aan basisbedrag gecorrigeerd met belasting over andere inkomsten.
Dat is even gemakkelijk of moeilijk in beide varianten.

Maar hoe zit het praktisch in ons huidige stelsel?

Het bovenstaande betoog gaat uit van een eenvoudig stelsel met een basisbedrag en een vlaktaks van circa 50 %.
Maar dat is mijlenver van de huidige situatie in Nederland. Wouter Keller laat in zijn artikel in FTM: De oplossing voor de armoedeval, kristalhelder zien dat de armoedeval heel vérstrekkend is in ons land. De middeninkomens worden er evenzeer door geraakt als de lagere inkomens.
Voor een groot deel van de Nederlandse bevolking is op dit moment sprake van een inkomen dat nagenoeg onafhankelijk is van de inkomsten uit betaalde arbeid of anderszins.
De zeer lage inkomens worden aangevuld met diverse toeslagen. Die gaan omlaag zodra je iets meer verdient. Degenen die daar iets boven zitten (tot modaal), krijgen te maken met inkomensafhankelijke heffingskortingen.
Een bekend voorbeeld is de politieman met een bruto-inkomen van circa € 3.000 per maand. Maakt hij een promotie waardoor hij bruto € 1.000 per maand extra krijgt, dan levert dat elke maand netto € 50 op!
Wouter Keller geeft in zijn artikel een ander voorbeeld:
Huh? De juf van mijn kleindochter leest in de krant dat ze er 100 euro bij krijgt, maar in werkelijkheid gaat ze er 25 euro op achteruit? Dit is de armoedeval in optima forma.
Zie ook deze tabel (staat ook aan het eind van dit artikel) bij een tweet van @sinlesignon op 15-11-2017.
Kortom, we hebben een heel ingewikkeld stelsel gemaakt waarbij iedereen ongeveer hetzelfde krijgt. Elke euro die je extra verdient, wordt bijna geheel weg belast. Elke euro die je minder krijgt, wordt bijna helemaal gecompenseerd!
De bijdrage van de SG van SZW Bernard ter Haar op het NPI symposium in Nieuwspoort (NPI 16 okt. 2017 – Bernard ter Haar: Focus op werk voor alle kwetsbaren) liet dat ook zien.
De basiszekerheid waar Bregman het over heeft is er eigenlijk al voor bijna iedereen!

Het klopt niet helemaal, door de verfijningen  (en het afknijpen van de allerzwaksten zoals nu weer het plan is met sommige groepen gehandicapten) krijgen sommigen toch minder en daar is dan die paar miljard voor nodig die Rutger Bregman noemt. Of iets meer omdat hij niet genoeg heeft gerekend.
Dat betekent ook dat voor de macro-economische effecten het helemaal niet zoveel uitmaakt of je de basiszekerheid van Bregman kiest, of voor het echte basisinkomen gaat. Je kunt het huidige stelsel enorm vereenvoudigen door wel gewoon het basisinkomen in te voeren door grote delen van het huidige stelsel om te labelen. Dat betekent meteen een drastische vereenvoudiging van de financiële toestand van praktisch alle Nederlanders, die daarmee een stuk overzichtelijker wordt zonder dat men er op achteruit gaat. Laten we daar gewoon snel mee beginnen!
Als we dat doen kunnen allerlei uitvoeringsinstanties van de huidige regelingen flink ingekrompen worden. Spijtig voor de betrokken werknemers, maar maatschappelijk gezien is het niet erg als dit soort betaalde arbeid niet langer nodig is! (Bullshitbanen.)

Van de gelegenheid zou overigens wel gebruik gemaakt moeten worden om met name het belastingstelsel te herzien. Dat voor ongeveer de helft van de Nederlanders met betaalde arbeid meer werken niet loont is op den duur toch wel erg ontmoedigend!

Reyer Brons, 18 mei 2018

Zie ook een eerdere Reactie op artikel van Rutger Bregman door Petra Hoetz.

Tabel  bij een tweet van @sinlesignon op 15-11-2017.
Deze tabel is waarschijnlijk afkomstig uit de antwoorden op Vragen van het lid Bashir (SP) aan de Staatssecretaris van Financiën over de
buitensporige belastingdruk voor eenverdieners (ingezonden 24 juni 2016), Tweede Kamer, Aanhangsel der Handelingen 2015-2016, nr. 3119

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube