Basisinkomen betekent bestaanszekerheid en vrijheid

Facebooktwitterlinkedinmail

Alexander de Roo reageerde in het FD op een eerder artikel van Ton Wilthagen, waarin hij zich afzet tegen het basisinkomen. Jammer, want basisinkomen betekent bestaanszekerheid en vrijheid.

Ton Wilthagen publiceerde op 1 maart jl. een vrij kort artikel in het Financieel Dagblad: De Nederlandse arbeidsmarkt is helemaal niet gebaat bij een onvoorwaardelijk basisinkomen.
Vrijwel tegelijk verscheen er ook een interview met  hem in Sociale Vraagstukken:  Ton Wilthagen: ‘Schaf de uitkeringen af, op naar een parallelle arbeidsmarkt’. Dat is een vooruitblik op de zogenaamde Participatielezing die hij op 8 maart geeft. Een citaat uit het interview:
De titel van Wilthagens lezing luidt ‘Een radicale ommezwaai van de arbeidsmarkt’. Maar is zijn idee wel zo radicaal? Ligt die niet besloten in eenzelfde paradigma als de Participatiewet. Werken, voor geld. Iets als een basisinkomen, zonder tegenprestatie, waar recent nog mee is geëxperimenteerd in Finland – dat zou pas radicaal zijn. ‘Een maatschappelijk zwaktebod’, reageert Wilthagen geprikkeld. ‘Hier duizend euro, en heb een happy life. Zie maar of je zin hebt om iemand te verzorgen. Als ‘ie nog leeft. En tegen mijn kinderen zeg ik: doe je best op school, straks krijg je een basisinkomen. Ik geloof daar helemaal niet in.’

Alexander de Roo heeft inmiddels in het FD gereageerd op Ton Wilthagen met het volgende ingezonden bericht:

Basisinkomen betekent bestaanszekerheid en vrijheid

Er zijn wereldwijd al 16 experimenten met basisinkomen geweest. Telkens blijkt dat mensen gezonder en gelukkiger worden. Ook neemt de scholingsgraad van mensen toe. De afname van onderwijsdeelname, die Ton Wilthagen in zijn artikel ‘De Nederlandse arbeidsmarkt is helemaal niet gebaat bij een onvoorwaardelijk basisinkomen’ vreest, blijkt in de praktijk niet (FD, 1 maart). Een van de belangrijkste argumenten voor het basisinkomen – het verdwijnen van de armoedeval – negeert hij.

Het idee van toeslagen is goedbedoeld. Daarom hebben we nu huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en inkomensafhankelijke arbeids- en heffingskortingen. Maar de armoedeval is steeds groter geworden. Vijf miljoen mensen, tussen minimum en modaal, zitten financieel klem. Neem een paar in een huurhuis met twee kinderen. Hij zorgt voor de kinderen en het huishouden. Zij verricht betaald werk en vindt een betere baan: van € 20.000 bruto naar € 31.000 bruto per jaar. Netto houdt dit stel er € 500 aan over. Niet per maand, maar per jaar. 96  % valt weg.

Ton Wilthagen is bang dat een basisinkomen tot lagere arbeidsparticipatie zal leiden. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) leidde het basisinkomen van de Vrijzinnige Partij (VP) – € 800 per maand en een alleenstaande-toeslag van € 300 – tot 5% minder deelname aan betaald werk. Maar doordat de armoedeval verdwijnt, zal er extra aanbod komen van betaald werk. Dit effect erkent het CPB, maar ze kunnen er nog geen cijfer opplakken. Het Finse experiment geeft hopelijk antwoord. Daar was een toename van betaald werk met 1%. Dat is statistisch nog niet significant, maar het was het cijfer over het eerste jaar. Misschien dat er over een periode van twee jaar wel een significant effect optreedt.

Uit berekeningen van het CPB bleek dat een basisinkomen ter hoogte van het huidige minimum betaalbaar is. Door een combinatie van een basisinkomen met een vast bedrag per huishouden, is een basisinkomen prima financierbaar.

Voor een paar met twee kinderen is dat bijvoorbeeld € 600 per maand aan basisinkomen, gecombineerd met een huishoudtoelage van € 600 en een kinderbijslag van € 300.  Alle huidige toeslagen, behalve de huurtoeslag, verdwijnen.

Het Nibud berekent nu de koopkrachteffecten.

 Alexander de Roo, voorzitter van de Vereniging Basisinkomen, 4 maart 2109
foto Pixabay

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube