Basisinkomen en arbeidsparticipatie

Peter van Hoesel zag dat er weer een studie is verschenen (nu uit vanuit Spanje) waarin duidelijk wordt dat bij experimenten met basisinkomen geen negatief effect blijkt op de arbeidsparticipatie. Bij meer grootschalige invoering verwacht hij vooral positieve effecten, maar daarvoor is grondiger onderzoek nodig naar lange termijneffecten (ook neveneffecten) van de invoering van een basisinkomen. Niet alleen op het microniveau van individuen en werkgevers maar ook en vooral op macroniveau.

Volgens heel wat economen zou invoering van een basisinkomen een negatief effect hebben op de arbeidsparticipatie. Immers, als je mensen ‘gratis geld’ geeft zullen ze zich niet langer willen inspannen om inkomen uit arbeid te verdienen.

Dit is wel een heel merkwaardige veronderstelling, want zowel uit vele onderzoeken als uit praktijkervaringen blijkt dat mensen liever iets zinvollers te doen hebben dan thuis op de bank zitten.

Ik was betrokken bij heel wat onderzoek onder langdurig werklozen. Als je wat langer met ze in gesprek gaat blijken ze (op een paar procent na) juist heel graag aan het werk te gaan, zelfs als ze er niet méér mee zouden verdienen dan de uitkering die ze (al jarenlang) ontvangen. Zonder werk voelen ze zich nutteloos, schamen ze zich voor hun status als werkloze, hebben ze niet veel sociale contacten, vervelen ze zich nogal en hebben ze ook nog eens weinig te besteden om die verveling te verdrijven. Ze hebben met name in het begin van hun werkloosheid veel gesolliciteerd maar kregen steeds nul op het rekest. Statistisch gezien is dit heel plausibel, zeker als je bedenkt dat schriftelijke sollicitaties (aangespoord door de sollicitatieplicht) ongeveer de minst effectieve methode is om aan werk te komen. Helaas heeft dit tot gevolg dat een werkloze daardoor ook nog eens aan zichzelf gaat twijfelen en allengs een soort angst voor de arbeidsmarkt ontwikkelt, zodat bijvoorbeeld op verjaardagen gesprekken over werk uit de weg worden gegaan. Als je ze een enquête voorlegt over hun zoekgedrag geven ze aan dat ze van alles proberen om aan het werk te komen, maar niet dat ze eigenlijk al de moed hebben verloren, dus je moet echt met ze gaan praten om te weten te komen hoe ze erin staan.

Werkgevers hebben het niet zo op langdurig werklozen, omdat ze veronderstellen dat ze niet geschikt zijn voor een baan, onder meer wegens hun hogere leeftijd. Dat verkleint hun kans op werk nog verder, zelfs bij een krappe arbeidsmarkt. Maar ook deze veronderstelling van werkgevers klopt niet. Uit vele praktijkvoorbeelden blijkt dat langdurig werklozen enige maanden na indiensttreding net zo functioneren als andere werknemers, en ook dit is uit allerlei onderzoek gebleken.

Het lijkt erop dat dit soort onjuiste beeldvorming m.b.t. langdurig werklozen mede heeft bijgedragen aan de weerstand tegen invoering van een basisinkomen.

Armoedeval

Als je kijkt naar het huidige inkomensbeleid zie je een enorme armoedeval, die het in financieel opzicht nauwelijks interessant maakt om aan het werk te gaan, vooral voor mensen met een inkomen beneden modaal. Desondanks zijn de meeste mensen aan het werken voor hun geld, dus dat klopt niet echt met de veronderstelling dat mensen liever een uitkering hebben dan een baan.

Keer op keer duiken toch hardnekkige vooroordelen op, ook over andere groepen dan jonge moeders en mantelzorgers.
Drie voorbeelden van vooroordelen:

  • Als jongeren van meet af aan in de watten gelegd worden met een basisinkomen, leren ze nu niet om later de handen uit de mouwen te steken.
    Maar juist jongeren willen graag van alles ontdekken en ervaren.
    Met een basisinkomen zal dat nog beter lukken, omdat je niet in de eerste plaats voor je dagelijkse boterham hoeft te zorgen.
    Het geeft jongeren meer ruimte om te ontdekken waar ze goed in zijn.
    Vroeger kon je lang over je studie doen, waardoor je je breder kon oriënteren dan tegenwoordig. Ook herkansingen waren vroeger makkelijker.
    Bredere oriëntatie en herkansingen leiden tot beter functioneren in en voor de samenleving.
    Verder geldt net zo goed voor jongeren als voor ouderen, dat het verdwijnen van de armoedeval juist stimulerend werkt om betaald werk te verrichten.
  • Ouderen zullen met een basisinkomen veel eerder dan nu ophouden met werken of in elk geval steeds minder.
    Maar ook ouderen lijden inkomensverlies als ze vroeg stoppen met werken.
    Alleen als ze ruim gespaard hebben voor hun pensioen kunnen ze eerder stoppen.
    Ouderen die zwaar of saai werk hebben kunnen met een basisinkomen makkelijker switchen naar werk waar ze meer plezier aan beleven.
    De aanname dat ouderen zo snel mogelijk van hun werk af willen klopt niet, het ‘Zwitserleven’ is voor de verreweg meeste ouderen een leeg bestaan.
  • Er zijn hele wijken waar mensen getraind zijn in het oplichten van de sociale zekerheid. Deze klaplopers zullen niet aan de slag gaan met basisinkomen.
    Dat oplichten van de sociale zekerheid is in elk geval niet meer nodig met een basisinkomen. Waarom er dan meer klaplopers zouden komen, ontgaat mij.
    Je kunt mensen met een uitkering klaplopers noemen, maar dat is volledig onterecht.
    Zelfs het kleine percentage langdurig werklozen dat niet wil werken bestaat niet uit klaplopers, maar met name uit mensen met ernstige psychische aandoeningen.
    De meeste fraude zit trouwens in zwart werk, dus die groep wil in elk geval graag werken.
Experimenten

Het voorgaande roept de vraag op of experimenten met een basisinkomen licht kunnen werpen op de arbeidsparticipatie van mensen die een (onvoorwaardelijk) basisinkomen ontvangen. Recent is er een artikel verschenen[1] dat empirisch bewijs op een rijtje zet van experimenten die op diverse plaatsen in de wereld zijn uitgevoerd. Hieruit blijkt in elk geval dat de arbeidsparticipatie niet afneemt, zelfs iets toeneemt. Bepaalde groepen die actief zijn met onbetaalde activiteiten (zoals studie, zorg voor kinderen, zorg voor ouderen, vrijwilligerswerk) gaan wat minder betaald werk doen, wat ook voor de hand ligt. Andere groepen gaan juist wat meer betaald werk doen. Hierbij moet de kanttekening worden geplaatst, dat het vooral gaat om experimenten van tijdelijke aard met beperkte aantallen mensen, waarbij de macro-economische omgeving hetzelfde bleef.

Je kunt je afvragen wat er zou gebeuren wanneer een basisinkomen op grote schaal wordt ingevoerd. Het afschaffen van de armoedeval voor iedereen zal waarschijnlijk een fors positief effect hebben op de arbeidsparticipatie omdat je je uitkering niet verliest als je betaalde arbeid gaat verrichten, maar zo’n effect kun je met beperkte experimenten niet goed onderzoeken. Verondersteld mag worden dat invoering van een basisinkomen ook het gedrag van werkgevers flink zal beïnvloeden, wat in beperkte experimenten al helemaal niet vast te stellen is.

Het zou goed zijn om eens na te denken over omvangrijkere experimenten, waarbij bijvoorbeeld in een betrekkelijk makkelijk af te bakenen regio een basisinkomen wordt ingevoerd. Maar zo’n regionaal experiment lijkt lastig haalbaar, onder meer in juridisch opzicht. Gek genoeg is er nog steeds geen of weinig onderzoek gedaan met behulp van macrosimulaties[2], hoewel dit veel makkelijker te realiseren lijkt. Waarschijnlijk is hier sprake van een forse politieke drempel, omdat de politiek liever niet geconfronteerd wil worden met uitkomsten die wijzen op positieve effecten van een basisinkomen. Immers, dan zouden ze aan de slag moeten met een grote verandering van de regelgeving en dat is iets waar politici niet graag aan beginnen.

Werken als zaak van het hoogste belang?

Tenslotte nog een aanvullend punt.
Handen uit de mouwen steken wordt door veel tegenstanders van basisinkomen blijkbaar van het hoogste belang geacht.
Waarschijnlijk om de welvaart in stand te houden of zelfs nog verder te laten groeien.
Dat heeft wel keerzijden: milieubelasting, hoge werkdruk, ongelijkheid.
Een beetje afremmen van de economie zou wat dat betreft niet zo gek zijn.
Er zijn bovendien heel wat werkzaamheden die niet echt nuttig of leuk zijn en soms zelfs schadelijk uitpakken.
Als dat soort werk zou verminderen levert dat eigenlijk geen welvaartsverlies op.

Je kunt in dat verband ook de filosofische vraag stellen waarom mensen er niet voor mogen kiezen om een rustig en sober bestaan te leiden.

 

Peter van Hoesel, januari 2023

Peter van Hoesel schreef in 2020 samen met anderen het artikel Basisinkomen: arbeidsmarkt en economie, gebaseerd op een uitgebreide PDF (10 blz.) met dezelfde titel.
Deze tekst is ook opgenomen in het boek van Reyer Brons
Basisinkomen, een ongekend alternatief.
In 2017 deed hij via het NPI een Voorstel voor een onderzoekprogramma in hoofdlijnen m.b.t. de invoering van een basisinkomen. Dit voorstel is grotendeels opgenomen in het boek van de Belgische parlementariër Nele Lijnen Win for Life, met het basisinkomen naar vrijheid en creativiteit.

Meer artikelen over basisinkomen en arbeidsmarkt zijn op onze website o.a. te vinden via de desbetreffende invalshoek op de pagina Voor en tegen. Ook Bert Vos schreef een aantal keren hierover.

[1] Zie Is There Empirical Evidence on How the Implementation of a Universal Basic Income (UBI) Affects Labour Supply? A Systematic Review, door  Manuela A. de Paz-Báñez, María José Asensio-Coto, Celia Sánchez-López en María-Teresa Aceytuno Economics Department, Universidad de Huelva, 21071 Huelva, Spain.
Er is trouwens ook een oudere studie met deze invalshoek: Would a Basic Income Guarantee Reduce the Motivation to Work? An Analysis of Labor Responses in 16 Trial Programs, door Richard Gilbert e.a. (USA).

[2] Begin 2022 is wel een microsimulatie  (dus geen macrosimulatie) in deze richting gedaan door medewerkers van de Leidse Universiteit, zie Werkbereidheid neemt niet af door basisinkomen. Dit onderzoek heeft weinig aandacht gekregen van pers en politiek.