Basisinkomen en de botte bijl van het CPB

Facebooktwitterlinkedinmail

Het CPB is niet mild over de effecten van basisinkomen in de doorrekening van het programma van de Vrijzinnige Partij. Maar in de bestaande CPB-modellen zit een aantal vaste veronderstellingen die serieuze beperkingen opleggen aan de uitkomsten. Dus stem gerust op een partij die voor het basisinkomen is, als jij daar ook voor bent!

De doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het CPB kreeg vorige week veel aandacht in de pers. Alleen partijen die nu in de Kamer zitten hadden recht op doorrekening. Elf partijen hebben daar gebruik van gemaakt.
Drie daarvan (PvdA, GL, D66) staan positief tegenover experimenten met varianten op basisinkomen en/of onderzoek daarnaar. Dat kost relatief weinig en heeft dus geen effect op de doorrekening.
Nog twee andere zittende partijen staan positief tegenover het basisinkomen, de Partij voor de Dieren (PvdD) en de Vrijzinnige partij (VP) van Norbert Klein.

De eerste heeft bewust afgezien van doorrekening en krijgt in de media hoon over zich omdat ze te laf zouden zijn zich te laten doorlichten. De tweede wordt na kennisneming van de rekenuitkomsten neergezet als niet realistisch: het basisinkomen is slecht voor de werkgelegenheid en zorgt voor stijging van de staatschuld. De definitieve nekslag voor het basisinkomen, juichen sommige tegenstanders

De PvdD heeft afgezien van doorrekening omdat in hun ogen de veronderstellingen van het CPB niet geschikt zijn voor het doorrekenen van de vele radicale veranderingen, die volgens de PvdD nodig zijn om de planeet te redden.
Een begrijpelijke redenering. Het CPB hanteert econometrische modellen, waarin de geldigheid van de parameters dubieus wordt bij grote veranderingen. Het CPB weigert dan ook sommige veranderingen door te rekenen en dat leidt tot vreemde resultaten als je wel grote veranderingen zou willen zoals de PvdD. Deze kritiek is niet nieuw en wordt zelfs niet tegengesproken door het CPB (zie aanvulling onderaan deze tekst). Afgelopen week is dat in de sociale media weer eens onderstreept, onder andere door econoom Marcel Canoy, veranderhoogleraar Jan Rotmans en financieel geograaf Ewald Engelen, die ook lijstduwer is bij de PvdD. 
In het recente voorstel van het NPI voor onderzoek rond basisinkomen staat netjes geformuleerd ‘in de bestaande CPB-modellen zit een aantal vaste veronderstellingen die serieuze beperkingen opleggen aan de uitkomsten’. Zelf heb ik het een keer meer suggestief opgeschreven onder de titel Jonge moeders prikkelen met een bosje wortels.

Hoewel ook bij de VP bekend was hoe het CPB rekent, heeft men daar toch gekozen voor doorrekening en zich niet terug getrokken toen de uitkomsten zichtbaar raakten. De uitkomsten van de berekeningen vielen niet mee, hoewel de VP krachtig genoeg was om in een eerste reactie (overigens net als alle andere partijen dan doen!) de positieve punten naar voren te halen.
De manier van presentatie van het CPB doet daar nog een schepje bovenop. Basisinkomen wordt gepresenteerd als een zeer hoge uitgave waar onvoldoende besparingen in de sociale zekerheid tegenover staan, waardoor forse lasten verhogingen nodig zijn bijvoorbeeld door heffingskortingen af te schaffen. Ze hadden dat ook als één maatregel kunnen brengen waarbij basisinkomen meteen gecompenseerd wordt met deze twee zaken en het netto meer uitgaven slechts een fractie bedragen van de nu genoemde bedragen.
De VP heeft in een gedegen commentaar Kanttekeningen bij CPB Keuzes in Kaart en de PBL Analyse Vrijzinnige Partij (PDF, 8 blz.) zich verweerd tegen de rekenwijze van het CPB. Dat ziet er doorwrocht uit en snijdt op veel punten hout, hoewel er ook een aantal meer speculatieve beweringen worden gedaan.
Hoe deze doorrekening uitpakt voor de kiezersgunst richting VP is lastig in te schatten, maar het is zeer prijzenswaardig dat ze zich aan het juk van het CPB hebben onderworpen en daarmee ook de zwakke punten in de redeneringen van het CPB boven tafel hebben gehaald!
Ook het effect van het niet laten doorrekenen door de PvdD is lastig in te schatten.

Drie partijen zonder zetels in het parlement (Piratenpartij, De Burger Beweging en de Paraplupartijen op lijst 27) kwamen niet in aanmerking voor doorrekening, als ze dat al gewild zouden hebben en op tijd de informatie voor doorrekening op een rijtje hadden gehad.
Vluchtige kennisneming van de programma’s maakt duidelijk dat ze nog verder van het zogenaamde basispad van het CPB  staan dan de VP, dus de beeldvorming na eventuele doorrekening laat zich gemakkelijk raden.

Hoofdboodschap aan de lezers: laat je niet gek maken door de berekeningen van het CPB en de weergaven in de pers daarvan.  Stem gerust op een partij die voor het basisinkomen is, als jij daar ook voor bent!

Reyer Brons, 19 februari 2017

Aanvulling: In de NRC van 17-2-2017 staat in een artikel van Marike Stellinga de volgens passage:  …..  tekent het CPB aan dat de plannen zo ingrijpend zijn dat de berekeningen met meer dan gemiddelde onzekerheid zijn omgeven. „Ons instrumentarium is niet uitgerust voor de revolutie,” zei Van Geest, nooit te beroerd om de beperkingen van de doorrekening aan te geven.
Zie ook het commentaar via de Correspondent (2-3-2017) van Jesse Frederik: Waarom de doorberekeningen van het CPB misleidend zijn

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube