Een basisinkomen: geen greep in de zak van een ander – vervolg

Facebooktwitterlinkedinmail

Tegenstanders van basisinkomen vinden het gek om mensen die niet werken onvoorwaardelijk geld te geven, een basisinkomen.. Het lijkt er op dat dat betaald wordt ten koste van iemand die wel werkt. Dat is niet het geval. 

Deze bijdrage van Anne Berkheij is het vervolg op zijn eerdere  bijdrage Een basisinkomen: geen greep in de zak van een ander.

‘’Iedereen moet arbeiden voor zijn eigen geld’’ – logisch toch?  Het lijkt dan heel erg gek om mensen onvoorwaardelijk, op individuele basis, geld te geven vanuit de overheid. Toch is dat precies wat een basisinkomen voorstelt. Het lijkt er dan sterk op dat een basisinkomen betaald wordt ten koste van iemand die wel werkt. Dat is niet het geval.  In deze twee artikelen leg ik uit waarom dit niet het geval is.

In het vorige artikel heb ik een begin gemaakt om dit uit te leggen. Een basisinkomen wordt betaald uit de natuurlijke middelen en vrije technologieën. Dit is echter niet genoeg, daarom wordt er gekeken naar ‘surplus salaris uit arbeid’. In dit artikel zal ik uitleggen wat surplus salaris is, en waarom het gezien moet worden als tegenprestatie voor het gebruik van natuurlijke middelen en vrije technologieën van iemand anders. Laten we, om dat te begrijpen, teruggaan naar ons voorbeeld uit het eerste artikel van het eiland waar Bo en Sophie wonen.

Het voorbeeld ging als volgt: Bo en Sophie zijn beiden op een eiland geplaatst. Dit eiland produceert 6 vaten olie natuurlijk en 17 vaten olie door een jaknikker die gebouwd is door de vorige generaties. Deze natuurlijke middelen en technologieën produceren samen dus 23 vaten olie, waarvan Bo en Sophie er ieder 11,5 krijgen.

Stel je voor dat de jaknikker in loop der tijd stukgaat. Hij levert nog wel olie, maar vanaf nu moet je hem aanslingeren. Doordat je hem moet aanslingeren kost het nu 10 uur arbeiden voor ieder vat olie van de jaknikker. Als je dit doet produceert de jaknikker nog steeds 17 vaten olie. Bo en Sophie spreken af elkaar af te wisselen om de jaknikker aan te slingeren. Dit aanslingeren is arbeid. Bo en Sophie doen beiden evenveel arbeid en krijgen dus beiden nog steeds 11,5 vaten olie. Deze vaten olie zijn dan hun deel van de natuurlijke grondstoffen, vrije technologieën, en arbeid.

Bo heeft het naar een tijdje eigenlijk wel weer gezien en wil minder gaan arbeiden. Sophie daarintegen heeft de smaak goed te pakken en wil juist meer olie hebben bovenop haar 11,5 vaten olie, en is bereid daar meer voor te arbeiden.  Sophie heeft alleen maar recht op haar eigen portie, en kan niet zomaar een claim leggen op het portie van Bo. Om hierin te kunnen handelen komt de vrije markt in werking. Een vat olie maken kost 10 uur arbeid. Deze 10 uur is dus ook alles wat ze hoeft te arbeiden voor haar eigen claim. Voor haar 8,5 vaten olie werkt ze dus 85 uur. Bo en Sophie kunnen echter ook hun arbeid en claim op natuurlijke middelen en vrije technologieën verhandelen. Hiervoor kan er afgeweken worden van de 10 uur werken per vat olie. Let wel op, dit kan nooit minder dan 10 uur worden omdat je dan iets produceert voor de ander zonder er iets voor terug te krijgen.

Bo en Sophie gaan hun arbeid en claim op natuurlijke middelen en vrije technologieen verhandelen. Hiervoor is maar 1 regel: nadat er iets gehandeld is moeten beiden partijen tevreden zijn met wat ze als resultaat daarvan hebben. Binnen deze regels kunnen een aantal scenario’s bedacht worden.

In het eerste scenario hecht Bo geen enkele waarde aan de 8,5 vaten olie die hij kan verdienen met zijn arbeid. Bo neemt genoegen met zijn 3 vaten olie van zijn portie van de natuurlijke middelen. Bo is dus sowieso tevreden, zelfs als hij niets krijgt. Sophie vind het prima om 10 uur per extra vat te arbeiden, en omdat beiden tevreden zijn met het resultaat van deze ruil wordt er dus gehandeld. Bo ontvangt niets uit de arbeid van Sophie. Een extra vat kost namelijk 10 uur arbeid, en de opbrengst van die 10 uur steekt ze volledig in eigen zak. In dit scenario kan er dus niet gesproken worden over een toelage voor Bo ten koste van Sophie.
In de tweede scenario hecht Bo wel veel waarde aan de vaten olie, maar vind hij het prima minder te hebben. De vraag wordt dan: wie hecht er meer waarde aan extra vaten olie. Als Bo meer vraagt dan Sophie ervoor biedt wordt er niet gehandeld, als Bo er minder voor vraagt wordt er wel gehandeld.

Stel je voor dat Bo 20 uur arbeid vraagt per vat olie. In dat geval moet Sophie 20 uur werken voor 1 vat olie. Aangezien 10 uur gelijk staat aan 1 vat olie maakt zie in de overige 10 uur 1 vat olie voor Bo.

Sophie vindt 20 uur werken voor een vat olie te veel, en wil maximaal 15 uur voor 1 vat olie werken. Dat zou dus betekenen dat ze een half vat olie voor Bo zou maken voor ieder vat olie die ze voor zichzelf maakt.

Bo vraagt in deze situatie meer dan dat Sophie wil bieden. Als ze 20 uur zou werken voor 1 vat olie zou Sophie ontevreden zijn, als ze 15 uur zou werken dan is Bo ontevreden. Omdat er geen handel mogelijk is waarin Bo en Sophie beiden tevreden zijn wordt er niet gehandeld. Ook in dit scenario ontvangt Bo niets uit de arbeid van Sophie, en wordt er dus geen toelage aan Bo betaald ten koste van Sophie haar arbeid.

In de derde scenario vraagt Bo 15 uur werk per vat olie van Sophie. Dus voor ieder vat olie die ze voor zichzelf maakt maakt ze een half vat olie voor Bo. Dit aanbod vindt Sophie wel interessant, omdat ze bereid is 15 uur te arbeiden voor een vat olie. Omdat Bo en Sophie beiden tevreden zijn met het resultaat van deze deal voldoet het aan de regels. De deal wordt dus gemaakt. Ondanks dat Bo profiteert van Sophie haar werkt is dit profiteren niet ten koste van Sophie.  Sophie maakt namelijk graag de ruil van haar arbeid tegen Bo zijn gebruik van de jaknikker. Bo en Sophie gaan er beiden op vooruit.

Bo ontvang per 15 uur die Sophie extra werkt een half vat olie. Dit halve vat (5 uur) is het onderdeel wat als surplus salaris in het basisinkomen komt. Dit wordt surplus(extra) genoemd omdat Sophie bereid is deze 5 uur extra te arbeiden om 1 vat olie te verdienen. Het basisinkomen is dan natuurlijke middelen en vrije technologieen + surplus salaris. Omdat Sophie en Bo deze deal over het surplus graag maken wordt er geen misbruik gemaakt van Sophie. De onvoorwaardelijke toelage die Bo krijgt is zijn natuurlijke middelen en vrije technologieen en een compensatie van zijn claim op natuurlijke middelen en vrije technologieen, niet een toelagen ten koste van Sophie.

Anne Berkheij, 20 mei 2017, geplaatst door Reyer Brons

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube