Een basisinkomen: geen greep in de zak van een ander

Facebooktwitterlinkedinmail

Een basisinkomen verdeelt de natuurlijke bronnen en ‘vrije’ technologieën. Dit gaat niet ten koste van arbeid gedaan door anderen. Iedereen wordt dus beloond voor zijn of haar eigen arbeid zonder dat hiervan afgenomen wordt van wat van anderen is.

Het enthousiasme voor basisinkomen in Nederland is in de afgelopen jaren sterk gegroeid. Dat betekent dat het ook tijd wordt om serieus in te gaan op de kritiek dat een basisinkomen gratis geld geeft aan de een waar een ander hard voor gewerkt heeft.

Waarom is deze kritiek er? Wat verstaan we precies onder een basisinkomen? Het basisinkomen is eigenlijk een heel simpel principe: Iedereen krijgt volledig onvoorwaardelijk, op individuele basis, een toelage. Dit betekent dus dat ongeacht je salaris, je inzet voor werk, of capaciteiten om te gaan werken een vast bedrag krijgt.

Deze uitleg maakt het heel begrijpelijk dat mensen het idee hebben dat het geld is wat je onverdiend krijgt ten koste van een ander.  De kritiek is dan begrijpelijk: ‘’iedereen moet immers werken voor zijn geld.’’ Hoe kun je iemand onvoorwaardelijk geld geven ten koste van iemand anders zijn arbeid? Het antwoord is heel simpel: dat doet een basisinkomen niet.

Dit artikel is het eerste artikel in een reeks van twee waarin ik een poging zal doen uit te leggen dat een basisinkomen geen onvoorwaardelijke betaling is ten koste van iemand anders zijn arbeid. In dit artikel zal ik uitleggen dat een basisinkomen alleen geld herverdeelt uit natuurlijke middelen en technologieën. In het volgende artikel zal ik uitleggen dat een herverdeling uit surplus salaris uit arbeid gezien moet worden als tegenprestatie van het gebruik van de rechten op natuurlijke middelen en technologieën van een ander. Laten we om dit te begrijpen naar een voorbeeld kijken.  

Stel je voor: In de ochtend wordt je niet thuis wakker maar op een eiland. In een briefje in je jaszak staat het volgende: Het eiland produceert per maand op natuurlijke wijzen 6 vaten olie, iedere maand kun je deze inwisselen voor levensmiddelen en andere dingen met een schip die langs komt varen. Je hebt minimaal 3 vaten nodig om te overleven.  Oh, en er woont nog iemand op het eiland die de dag ervoor aangekomen is.

Na een korte ontdekking op het eiland kom je de andere persoon tegen, Henk. Henk woont hier al een dag langer dan jij, en hij vertelt je dat het eiland van hem is. ‘’hij is er immers eerder, en heeft het eiland al geclaimd’’. Henk is echter niet de ergste eilandbewoner. Van hem mag jij 1 vat olie hebben. Dat voelt niet eerlijk, maar je kunt er niets aan doen – het eiland is immers al van hem.

Dit is de situatie waarin nieuwe generaties zich bevinden in de wereld. Het idee van ‘’wie als eerste komt wie als eerste maalt’’ maakt nieuwe generaties volledig afhankelijk van oude generaties, die vervolgens kunnen eisen wat ze willen. Het enige wat je als nieuwe generatie kunt doen is werken voor de oude – tegen hun eisen.

Het basisinkomen stelt het volgende voor: we hebben allemaal een gelijk recht op de natuurlijke grondstoffen. Als een eiland van zichzelf 6 vaten olie levert, en je bent met twee man, dan heb je beiden recht op 3 vaten olie. Voor deze 6 vaten heeft Henk niet gewerkt, je maakt dus geen misbruik van zijn arbeid.
Wel kun je debatteren of je inderdaad vindt dat iedereen een gelijk recht heeft op de natuurlijke grondstoffen.

We gaan nog even verder:
Jij en Henk wonen inmiddels al een paar jaar op het eiland en Henk heeft een nieuwe technologie ontwikkeld: de jaknikker. Deze produceert 20 vaten olie per maand. . Dit is inclusief de 3 die anders natuurlijk geproduceerd zouden worden op dit stukje grond. Dat betekent dat het eiland nu 23 vaten olie per maand produceert. Wat is dan nu de verdeling? Het juiste antwoord volgens het basisinkomen is het volgende: Henk krijgt 20 vaten olie en jij krijgt er 3. Hoe werkt dat?

Het werkt als volgt: Henk is een uitvinder, en door zijn eigen arbeid heeft hij een nieuwe ontwikkeling geproduceerd waar hij recht op heeft. Dit kun je vergelijken met een patent. Jij hebt niets gedaan, dat betekent dus ook dat je geen recht hebt op de opbrengsten hiervan. Je maakt dus geen gebruik van het harde werk van Henk. Simpel.

Nu komt het: wat gebeurt er met de volgende generatie?
Na een aantal jaren samen op het eiland gewoond te hebben komen jij en Henk beiden te overlijden en worden er twee nieuwe bewoners op het eiland gezet. Wederom: 1 komt eerder aan dan de ander. Sophie komt eerst aan, Bo als tweede. Het eiland produceert nu dus geen 6 vaten olie zoals in de situatie waarin jij en Henk zaten, maar 23 vaten olie.

Van wie is dan de technologie die Henk heeft gemaakt? Er is niet langer meer iemand die zijn arbeid hierin heeft gestopt die gecompenseerd kan worden. Met andere woorden: het patent is verlopen. In dat geval komt de technologie in de ‘publieke sfeer’ – oftewel, deze wordt van iedereen. Van de 23 vaten olie krijgen Sophie en Bo dus beiden de helft, 11,5 vaten olie dus.  Deze 17 vaten extra aan olie die gemaakt worden door de jaknikkers zijn niet langer meer Henks eigendom simpelweg omdat Henk er niet meer is. Dat betekent dat het verdelen van de opbrengsten van zijn technologie niet ten kosten gaan van iemand zijn arbeid.

In het kort: een basisinkomen verdeelt de natuurlijke bronnen en ‘vrije’ technologieën in een situatie. Dit gaat niet ten koste van arbeid gedaan door anderen. Iedereen wordt dus beloond voor zijn of haar eigen arbeid zonder dat hiervan afgenomen wordt van wat van anderen is.
In het algemeen wordt aangenomen dat deze twee bronnen van herverdeling niet genoeg zijn voor een basisinkomen waarvan iemand kan leven. In het volgende artikel zullen we kijken naar een derde bron, het surplus salaris uit arbeid, en kijken of deze bron ten koste gaat van de arbeid die een ander toebehoort.

Anne Berkheij, 7 mei 2017, geplaatst door Reyer Brons, gecorrigeed op 11-6-2017

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube