Basisinkomen: Na 18 jaar nog steeds droom of lapmiddel?

Facebooktwitterlinkedinmail

Af en toe surf je weer eens door Google heen op zoek naar artikelen die vroeger nooit voorkwamen in de zoekmachine omdat de term “basisinkomen” niet echt veel hits opleverde. Tegenwoordig is het anders. “basisinkomen” is een trending topic aan het worden, mede door de hulp van sociale media. Oude archieven worden online gezet, oude artikelen worden ineens weer interessant. In heel Europa is men nu aan de weg aan het timmeren voor het Basisinkomen. Of dat in 1994 ook zo was betwijfel ik. De termen Grundeinkommen, Citizens Income,  Basic Income, Burgerlon  en Renda Basica waren toen niet zo duidelijk aanwezig als nu.

De generatie die vroeger streed voor het Basisinkomen heeft nu volwassen kinderen. Zou het hier ook zo zijn dat deze anders zijn dan hun ouders. Als  dat zo is, dan is er een grote toekomst weggelegd voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen, want de tegenstrijdende ouders van toen hebben nu voorstandende kinderen, toch?

Hier een artikel van de oude doos, onderaan tussen de knipsels uit 1994, dat plotseling in Google tevoorschijn kwam.  Voor guldens kun je nu euros lezen!

Basisinkomen: droom of lapmiddel?

Iedereen een basisinkomen van ƒ 1.300,- per maand, zonder sollicitatieplicht, zonder controle door lastige ambtenaren, en met de mogelijkheid om bij te verdienen. Wie zou dat niet willen? Maar is het meer dan luchtfietserij?

Op zondag 6 november (1994!) organiseerde GroenLinks Leiden een GroenLinks op Zondag-bijeenkomst over het basisinkomen. In het forum dat zich over dit actuele thema boog, zaten Saar Boerlage, lid van de Vereniging Basisinkomen, Margreet Schuit, beleidsmedewerkster bij de FNV Vakcentrale, Frank Köhler, raadslid voor GroenLinks in Amsterdam, Joeri van der Steenhoven, vice-voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond, en Marie Oosterbaan, beeldend kunstenares in Leiden.

Voor- en tegenstanders

De mensen in het forum gingen in op de mogelijkheden om de huidige economische problemen (grote structurele werkloosheid, toenemende tweedeling van de maatschappij) op te lossen. Daarbij kwamen ruwweg twee visies naar voren. Margreet Schuit en Frank Köhler hielden vast aan het streven naar volledige werkgelegenheid en het opbouwen van een volwaardig sociaal zekerheidsstelsel. Zij legden een principiële relatie tussen betaald werk en inkomen. Het principe ‘werken voor je geld’ zou moeten blijven gelden. Alleen degenen die onvrijwillig langs de kant komen te staan (werkloos, arbeidsongeschikt), hebben recht op een uitkering. Zij toonden zich dan ook tegenstanders van het basisinkomen. Saar Boerlage pleitte voor de invoering van een basisinkomen van ƒ 1.300,- per maand voor iedereen vanaf 23 jaar. Dat is ongeveer het huidige normbedrag voor een alleenwonende uitkeringstrekker. Het systeem van het basisinkomen verbreekt de relatie tussen werk en inkomen. Of je nu betaald werkt of niet, je bent dan altijd verzekerd van een inkomen, ongeacht je woon- en leefsituatie.

Boerlage gaf aan waarom juist nu het basisinkomen ingevoerd zou moeten worden. Ten eerste staat de verzorgingsstaat op losse schroeven. Dat maakt het mogelijk en noodzakelijk om een nieuw systeem op te zetten. Ten tweede komt het basisinkomen tegemoet aan de toenemende behoefte aan een soort uitkering zonder controle op het privé-leven en zonder sollicitatieplicht. Ten derde functioneren sommige voorzieningen, zoals de AOW en de kinderbijslag, al als een soort basisinkomen. Een dergelijke voorziening zou niet alleen voor kinderen en ouderen, maar ook voor de middengroepen gelden. Boerlage benadrukte dat het basisinkomen een systeem van inkomensverdeling is dat geen grootscheepse herverdeling van rijk naar arm inhoudt. Wel garandeert het basisinkomen veel beter dan nu het geval is de materiële bestaansvoorwaarden voor alle legaal in Nederlandse wonende mensen (ik neem aan dat illegalen ook in dit systeem buiten de boot zullen vallen).

Betaalbaar en haalbaar?

Is een basisinkomen van ƒ 1.300,- per maand betaalbaar? De Vereniging Basisinkomen heeft berekend dat met de invoering van het basisinkomen ongeveer 185 miljard gulden is gemoeid. Die 185 miljard wordt bijeengebracht door het overhevelen, herbestemmen en (deels) overbodig worden van bestaande overheidsuitgaven in de collectieve sector. Bestaande uitkeringen verdwijnen en de bureaucratie vereenvoudigt sterk. Het verhaal van de Vereniging Basisinkomen klinkt op het eerste gezicht overtuigend. Boerlage riep dan ook met aanstekelijk enthousiasme uit: “Iedereen wint!”. Sommige mensen plaatsten daar levensgrote vraagtekens bij. Köhler benadrukte dat de economische problemen na invoering van een basisinkomen zullen blijven bestaan. Dan zullen er veel mensen betaald moeten werken om het systeem van het basisinkomen betaalbaar te houden. Officieel zal niemand meer werkloos worden genoemd. Iedereen heeft een basisinkomen zonder de verplichting of noodzaak om bij te verdienen. Volgens Köhler zal het omvangrijkste macro-economische gevolg zijn dat huisvrouwen met het basisinkomen voortaan een soort huishoudloon gaan ontvangen. Voor hem was het duidelijk dat de economie het systeem van een basisinkomen financieel niet kan dragen.

Iemand in de zaal vroeg zich af wie na de invoering van het basisinkomen het vieze, zware, saaie en vuile betaalde werk gaat opknappen. Hij stelde zich voor als arbeider, en merkte op: “Als het basisinkomen er komt, dan denk ik dat veel van mijn collega’s, en ik ook, stoppen met werken. Nu al wil iedereen zo snel mogelijk met de VUT. Kun je nagaan wat er gebeurt als je helemaal niet meer voor je brood hoeft te werken. Dan blijft iedereen thuis.” Een begrijpelijke reactie. Zou het idee van het basisinkomen dan toch een speeltje van wat mensen uit de middenklasse zijn? Een aardig gespreksonderwerp voor de borreltafel, maar meer ook niet?

Het pittigste deel van de bijeenkomst vormde een discussie tussen een vrouw uit de zaal en Margreet Schuit van de FNV. De eerste vond dat de FNV maar eens moest afstappen van de fabel van de volledige werkgelegenheid. Ze meende dat de FNV veel te veel bezig was met het verbeteren van de positie van werknemers, en veel te weinig met het besteden van aandacht aan werklozen. Schuit verdedigde zich onder andere met de opmerking dat het scheppen of behouden van betaald werk uiteindelijk ook de werklozen ten goede komt.

Weinig winnaars, veel verliezers

Na afloop van de bijeenkomst liep ik in een enigszins troebele stemming naar buiten. Ik moest tenslotte vaststellen dat ook het basisinkomen niet meer dan een lapmiddel is, net als de hele verzorgingsstaat met z’n dalende uitkeringen. Voor die ƒ 1.300,- per maand moeten een hoop mensen elders in de wereld kromliggen. En het is de vraag of de kapitalistische economie het wel kan bolwerken om iedere maand iedereen zo’n hoog basisinkomen te garanderen. In het kapitalisme kan niet iedereen winnen. Integendeel, het systeem kent veel verliezers en maar weinig winnaars. Als er ooit een bepaalde vorm van een basisinkomen van kracht wordt, dan zal dat volgens mij een rechtse variant zijn. Een basisinkomen dat zich laat vergelijken met de sterk afgeslankte studiebeurs. Ongeveer ƒ 400,- of ƒ 500,- per maand dus. “De rest moet je zelf maar bij elkaar zien te schrapen”, zal de regering zeggen. En let er dan eens op hoe vooral de VVD glimmend van genoegen in de handen staat te wrijven.

De Peueraar 52, december 1994

Auteur: Harry Westerink

Bron: http://www.doorbraak.eu/gebladerte/00856p52.htm

Noot: 

De Peueraar (ISSN 1380-8745) is een onafhankelijk (radicaal-)links maandblad, dat een platform wil bieden voor discussies tussen de verschillende groepen en individuen die samen het (radicaal-) linkse spectrum vormen. Daarnaast beoogt De Peueraar informatie te verstrekken over actuele politieke ontwikkelingen in de Leidse regio.

Na de vele tongbreuken van mensen die zich enige moeite getroostten, en de vele verbasteringen zoals Peuteraar, Peruveer, Peurelaar en Peukeraar, welke de meer gemakzuchtigen te berde brachten, bleek ons de noodzaak onze naam wat meer te verklaren. Bij deze dus Peu-e-raar. Spreek uit: Peu (van peuter), e (zeg uh), raar (belangrijk om met een goede Leidse r uit te spreken). Historisch gezien is Peueraar een scheldwoord voor een arme Leidenaar die in tijden van crisis, zoals tijdens de ineenstorting van de Leidse lakenindustrie, genoodzaakt was voor zijn dagelijks maal te peuren. Peuren is een slimme manier om paling uit de gracht op je bord te krijgen (vegetariërs en veganisten peurden in die tijd naar wier en onderwaterknollen).

Gezien onze analyse dat zolang het kapitalisme bestaat de crisissen zullen komen en gaan, en dat deze afgewenteld zullen blijven op de armen, leek het ons zinnig dit scheldwoord tot geuzennaam te verheffen en als Peueraars de strijd tegen structurele misstanden aan te gaan.

 Bron: http://www.doorbraak.eu/gebladerte/colopeue.htm

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube