Basisinkomen: oogmerken, arbeidsmarkteffecten en financiering

Facebooktwitterlinkedinmail

Discussie over basisinkomen wordt vaak vertroebeld doordat verschillende oogmerken (zoals ont-bureaucratisering, vergroting vrijheid, inkomensverzekering en emancipatie) een rol spelen.
Bijgaand opmerkingen bij vele verstandige woorden her en der over het basisinkomen (en onderzoek daartoe), namelijk over oogmerken, arbeidsmarkteffecten en financiering.
Ook de beelden van de effecten op de arbeidsmarkt en over het al dan niet haalbaar zijn van de financiering verschillen per deelnemer aan de discussie.

Oogmerken voor het basisinkomen

Het basisinkomen wordt vanuit diverse invalshoeken benaderd waardoor discussie wordt vertroebeld. Gemakshalve zou men vier oogmerken bij dit instrument kunnen onderscheiden.
De eerste is terugdringing van overheidsregulering (bureaucratie) ten gunste van marktwerking, zoals bij Robin Fransman voorop staat. Ook al is minder bureaucratie mij sympathiek zal meer marktwerking inkomensverschillen vergroten, waardoor misschien meer inkomensgroei wordt behaald maar ten koste van sociale spanningen.

Een ander oogmerk is het vergroten van de individuele vrijheid, zoals bij Rutger Bregman. Ook dit is een mooi doel maar vrijheid van handelen bestaat al in de vorm van het zelfstandig ondernemen terwijl ondernemerschap met overheidssteun door het basisinkomen bijdraagt tot concurrentievervalsing.
Nog een motief is inkomensverzekering. Zo heeft Zweden in de jaren zeventig voorgesteld om aan iedere nieuwgeborene een bedrag te schenken die na 18 jaar wordt uitgekeerd en een soortgelijke fondsvorming bestaat in Alaska. Mij spreekt dit weinig aan want weinig is zeker op lange termijn.
Ten slotte is er emancipatieoogmerk: het basisinkomen als een hulpmiddel voor de individuele en sociale ontwikkeling van mensen in de loon- en uitkeringssituatie. Mij spreekt motief aan maar wat betekent het voor alle andere arbeidsmarktinstrumenten met vergelijkbaar doel (minimumloon, arbeidsbemiddeling, loonsuppleties, gesubsidieerde banen etc).
Onze werkgroep Economie van PvdA Duurzaam motiveert dat vele maatschappelijk relevante goederen en diensten nu onvoldoende geprijsd zijn en dus niet worden gerealiseerd, zoals in kunst en cultuur, ambacht en hergebruik, duurzame innovaties en in lokale economie. Uiteraard lopen dergelijke motieven wat door elkaar waardoor bezwaren uit verschillende hoeken opduiken. Een heldere lijn over wat wordt beoogd met het basisinkomen is wellicht raadzaam.

Arbeidsmarkteffecten

Praktische bezwaren tegen het basisinkomen hangen vooral samen met de potentiele negatieve arbeidsmarkteffecten, namelijk dat banen worden verdrongen door “beunhazen”; oudjes onder ons herinneren zich wellicht discussies over invoering van basisinkomen door middel van werken met behoud van uitkering en terugploegen van uitkeringen begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Twee varianten komen in de huidige discussie vaak terug.
Een variant is dat basisinkomen wordt van bruto loon afgetrokken door belastingkorting als een uitkeringsgerechtigde een in dienst wordt genomen. Dit idee lijkt op het “terugploegen van uitkeringen” in overheidsdienst dat eerst gemeentelijk is ingevoerd en vervolgens landelijke is opgeschaald onder de naam van Melkert banen. Nu wijzen wij deze af omdat er te weinig reguliere banen uit voortkwamen. In de particuliere sector is deze variant niet ingevoerd omdat men vreesde (mijn inziens terecht) dat werkgevers de werknemers zouden ontslaan om de uitkeringsgerechtigden in dienst te nemen, belastingvoordeel innen en dan weer te ontslaan.
Een ander variant is dat de uitkeringsgerechtigden het basisinkomen als een soort “rugzakje” kunnen gebruiken om een baan te zoeken of te ondernemen. Mij lijkt dit een mooie variant van het werken met behoud van uitkering (in enkele gemeenten al beproefd in de jaren tachtig) mits met bescherming op de arbeidsmarkt, zoals strakkere ontslagregelingen en boetes voor concurrentievervalsing, maar een juridisch dichtgetimmerd stelsel is geen sinecure.
Alle betere varianten zijn uiteraard bijzonder welkom in discussie want gevolgen van het basisinkomen voor de arbeidsmarkt verdienen aandacht. Misschien is het huidig beleid in enkele gemeente –oogje dichtknijpen voor gedrochten van de participatieweg- zo slecht nog niet.

Financiering

Na vele discussies over de financiering van het basisinkomen acht ik de financiering niet het grootste invoeringsprobleem want er verandert weinig ten opzichte van het huidige stelsel van kinderbijslag, bijstand en AOW (tenzij men hoge uitkeringen wil). Het wegnemen van belastingvrijstellingen die ongelijkwaardigheid qua inkomen en omzet vergroten of milieuvervuiling stimuleren zijn voldoende om het verschil met het basisinkomen te dekken.

Wellicht belangrijker dan het overheidsbalans zijn de gedragseffecten als gevolg van het basisinkomen, bijvoorbeeld dat een deel van werknemers het basisinkomen verkiest boven zwaar en ongezond werk waardoor de overheidskosten stijgen (ook al gaan deze werknemers op inkomen achteruit) of omgekeerd dat het basisinkomen innovaties stimuleert waarmee economisch impuls wordt gegenereerd.

Tot slot

“Geen gezeik, iedereen rijk”: daar voel ik veel voor. Als men onderzoek wil (laten) doen of een boek schrijven dan zijn de genoemde aspecten relevant. Inventarisaties zijn her en der al te vinden.

Yoram Krozer, 31 december  2016

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube