Basisinkomen, wat is het, moet er een bijvoeglijk naamwoord voor staan en welke termen zorgen er voor verwarring in de discussie? Een persoonlijke poging tot verheldering.

Definitie en kenmerken

Mijn definitie:
Een basisinkomen is een periodiek bedrag voor iedere burger, dat voldoende is om volwaardig van te leven, zonder dat daar een verplichting tegenover staat en ongeacht het inkomen, vermogen of de samenstelling van het huishouden.

Als aanvulling op deze definitie het volgende:
Het onvoorwaardelijk basisinkomen heeft de volgende kenmerken: universeel, individueel, onvoorwaardelijk en hoog genoeg om een volwaardig bestaan te kunnen leiden.

  • Universeel: elk persoon, ongeacht leeftijd, geslacht, afkomst, woonplaats heeft recht op basisinkomen.
  • Individueel: basisinkomen wordt per persoon uitgekeerd, en dus niet op basis van een gezin of huishouden.
  • Onvoorwaardelijk: basisinkomen is een mensenrecht zonder verplichting tot tegenprestatie en zonder toets op inkomen en/of vermogen.
  • Hoog genoeg: het bedrag moet hoog genoeg zijn om een waardige levensstandaard mogelijk te maken, die overeenkomt met de sociale en culturele standaard.

Deze definitie en omschrijving worden gehanteerd in de Vereniging Basisinkomen. De internationale definities van UBIE en BIEN lijken hier sterk op, maar fijn slijperij om de puntjes op de i te zetten vindt in al deze organisaties zo nu en dan ook plaats.

Een inhoudelijk sterk lijkende, maar iets andere geformuleerde  definitie staat op Wikepedia:
Een basisinkomen is een inkomen, gegeven of gegarandeerd door de overheid aan elke burger/inwoner, ongeacht over welke overige inkomsten of vermogen deze beschikt.

Ruimer gebruik term basisinkomen

De term basisinkomen wordt in discussies in Nederland  vaak gebruikt voor ideeën die niet voldoen aan de criteria (voor iedereen, individueel, onvoorwaardelijk, hoog genoeg).

Dat mag, want er is geen taalpolitie, maar het geeft wel verwarring

Een paar voorbeelden:

  • Bij de experimenten in gemeenten wordt niet voldaan aan het criterium voor iedereen. Men beperkt zich toch een kleine groep, die dan vooral uit bijstandstrekkers bestaat. Beter is om hier te spreken van regelarme of regelluwe bijstand.
    Breed geaccepteerd is overigens dat voor kinderen andere bedragen kunnen gelden dan voor volwassenen, en dat regelingen nodig zijn rond migratie.
  • Veel actuele voorstellen (bijvoorbeeld van de Vrijzinnige Partij, de Jonge Democraten en FNV–uitkeringsgerechtigden) zijn zo laag dat aanvullingen per huishouden (of voor alleenstaanden) nodig zijn. Dat staat op gespannen voet met het criterium individueel.
  • Ook aan  het criterium onvoorwaardelijk wordt vaak niet voldaan.
    Zie als voorbeeld de gemeentelijke experimenten die zeer sterk zijn ingebed aan in een complex van regels
    Een ander voorbeeld is het participatie-inkomen zoals bijvoorbeeld Raymond Gradus dat verdedigt, dat alleen beschikbaar is voor mensen die een aantoonbare tegenprestatie leveren of een opleiding volgen.
    Een derde voorbeeld is de beperking tot wie het nodig heeft, wat betekent dat er een toets moet zijn op inkomen en/of vermogen.
  • Ook aan het criterium hoog genoeg (minstens € 1.400) wordt vaak getornd, soms met de betaalbaarheid als overweging, soms als eerste stap naar een toereikend basisinkomen.
    Een bedrag van circa € 800 of minder (ongeveer de AOW voor samenwonenden) zou je een beperkt basisinkomen kunnen noemen, een bedrag rond de € 1.1.00 een bescheiden basisinkomen (bijvoorbeeld petitie basisinkomen2018).

 

Bijvoeglijke namen voor de term basisinkomen

Heel gangbaar  is het basisinkomen zoals aan het begin van deze tekst is omschreven, aangeduid wordt als onvoorwaardelijk basisinkomenzie bijvoorbeeld de zin na de definitie op Wikepdia. Dat is een beetje merkwaardig omdat daarmee één van de vier criteria extra benadrukt wordt en het roept dan ook meteen vragen op, bijvoorbeeld of de onvoorwaardeljjkheid ook moet gelden zonder te letten op leeftijd en/ of migratie.

Sommigen kiezen daarmee een ander voorvoegsel, zoals algemeen, universeel of onafhankelijk. Maar helaas roept dat den meteen weer nieuwe vragen op.

Zelf geef ik er daarom meer en meer de voorkeur aan een voorvoegsel te vermijden en waar nodig uit te leggen wat de term betekent. Dat is minder werk dan eerst uitleggen wat het voorvoegsel wel en niet betekent!

Uiteraard is soms een voorvoegsel nodig om uit te leggen dat het niet om het echte basisinkomen gaat, zoals in beperkt basisinkomen of de soms (bijvoorbeeld in discussies binnen de PvdA) gebruikte term voorwaardelijk basisinkomen of de door de Basisinkomen Partij gebruikte term leefbaar basisinkomen.


Overzicht termen en hun betekenis

Hierna volgt (in een soort harmonica een overzicht van verschillende termen rond het basisinkomen met hun betekenis, waar relevant met een aanduiding van het belangrijkste verschil met de definitie die uitganspunt is in deze bijdrage.
Ik houd me aanbevolen voor correcties en toevoegingen in dit overzicht (via het contact-formulier).

Basic income (volgens BIEN)

basic income is a periodic cash payment unconditionally delivered to all on an individual basis, without means-test or work requirement (bron BIEN).
Opvallend is de term cash payment, waarmee expliciet afstand wordt genomen van varianten van basisinkomen in natura (voedselbonnen, gratis zorg en OV etc.)
Ook is er in de definitie geen indicatie over de hoogte.

Basic income (volgens UBIE)

An Unconditional Basic Income (UBI) is an income unconditionally granted to all members of a political community on an individual basis, without means test or work requirement. Unlike existing minimum income schemes in European countries, UBI is universal, individual, unconditional, and high enough to ensure an existence in dignity and participation in society (bron UBIE).

De tekst is aan de lange kant, maar in essentie identiek aan de definitie in deze bijdrage.

Basic income guarantee

Term die  met name in de Amerikaanse literatuur gebruikt wordt. Meestal laat men dan in het midden hoe en door wie het basisinkomen wordt betaald.
Zie voor een voorbeeld in Nederland de benadering van Michiel van Hasselt onder duaal basisinkomen.

Basisbeurs

Een basisbeurs is een vorm van studiefinanciering met vrij weinig voorwaarden.
Is in 1986 ingevoerd, maar sinds 2015 niet meer beschikbaar voor nieuwe studenten.

Basisbaan

Een basisbaan is een ‘normale’ baan  waarvoor ten minste het minimumloon wordt betaald. De overheid moet deze banen zelf scheppen of werkzoekenden detacheren bij private bedrijven. Feitelijk komt dit laatste erop neer dat aan de werkgever een loonkostensubsidie wordt verstrekt om het verschil tussen het loon en de productiviteit van de medewerker te overbruggen.

Dit idee wordt o.a. geopperd door Paul de Beer (Basisinkomen, basisbaan of gewoon armoede bestrijden?). De PvdA heeft in de geest hiervan het scheppen van 100.000 publieke banen in het verkiezingsprogramma 2017 opgenomen.

Basisinkomen (volgens deze bijdrage)

Een basisinkomen is een periodiek bedrag voor iedere burger, dat voldoende is om volwaardig van te leven, zonder dat daar een verplichting tegenover staat en ongeacht het inkomen, vermogen of de samenstelling van het huishouden.

Basisinkomen (volgens Rutger Bregman)

Het basisinkomen is een individueleonvoorwaardelijke toelage voor iedereen – arm of rijk, jong of oud, werkloos of overwerkt. Het zou genoeg moeten zijn om van te (over)leven en je mag helemaal zelf weten wat je ermee doet. De enige voorwaarde is, kort samengevat, dat je hart klopt. Het idee is in het verleden geopperd door linkse én rechtse denkers, van dominee Martin Luther King tot econoom Milton Friedman  (bron Rutger Bregman)

Let wel: het basisinkomen is niet hetzelfde als ‘het communisme’ – waarbij alles door iedereen wordt gedeeld. Het is slechts een vloer in de inkomensverdeling, waardoor niemand onder de armoedegrens leeft. Daarbovenop mag je onbeperkt geld verdienen.

Het basisinkomen is ook niet hetzelfde als de bijstand, omdat het onvoorwaardelijk is (er is bijvoorbeeld geen sollicitatieplicht) en universeel (ook mensen mét een baan hebben er recht op).

Basisinkomen (volgens Wikepedia)

Een basisinkomen is een inkomen, gegeven of gegarandeerd door de overheid aan elke burger/inwoner, ongeacht over welke overige inkomsten of vermogen deze beschikt (volgens Wikepedia).

Basisinkomen in natura

Als producten of diensten goedkoper of zelfs gratis worden, kan het bedrag voor het basisinkomen minder hoog zijn.
Sommigen pleiten daar expliciet voor, bijvoorbeeld Marcel de Jong: Basisinkomen in natura.
Gevolg van deze keuze is dat expliciet besloten moet worden wat gratis wordt, met het risico dat wat echt gratis is kans loopt verkwist te worden en dat de vrijheid van de burgers er niet door toeneemt.
BIEN heeft mede daarom de term cash payment in de definitie staan.

Beperkt basisinkomen

Basisinkomen tot circa € 800, als term geïntroduceerd in de nota Basisinkomen: haalbaar en betaalbaar (variant A).

Bescheiden basisinkomen

Basisinkomen tot circa € 1.100, als term geïntroduceerd in de nota Basisinkomen: haalbaar en betaalbaar (variant B)

Burgerbaan

Dit is een specifieke variant op de eerder genoemde Basisbaan, zie de website BURGERBAAN – gemeenschapswerk in de nieuwe samenleving.
Iedere burger krijgt het recht  om vrijwillig volgens een contract tien uur per week gemeenschapswerk te verrichten bij een non-profit organisatie zoals een ANBI of SBBI. Met als, verder onvoorwaardelijke, beloning door de gemeente een burgerloon waarvoor de overheid/gemeente 50% van de maandelijkse inkomsten aanvult tot een basisniveau om van te leven.

Duaal basisinkomen

Dit begrip wordt gehanteerd door Michiel van Hasselt (boek: Democratie doe wel – BASISINKOMEN.NL, januari 2016, notitie: Doe wel: Duaal BASISINKOMEN.NL, mei 2016):
Een basisinkomen is een vast maandinkomen, dat de overheid verstrekt of garandeert zonder daar voorwaarden bij te stellen.
Het duale van deze definitie zit in de zinsnede “verstrekt of garandeert”. Er kunnen twee verstrekkers zijn: de overheid zelf of een andere instantie die door de overheid is aangewezen om basisinkomens te verstrekken.
In zijn model BASISINKOMEN.NL zijn het zowel de werkgevers alsook de overheid zelf die het onvoorwaardelijk basisinkomen verstrekken.

Het aantrekkelijke van deze benadering is dat de geldstromen via de overheid veel kleiner zijn dan bij andere benaderingen.
Problematisch is wel dat het werken met twee verstrekkers compliceerde problemen op het grensvlak tussen die wijzen van verstrekking oplevert.

Eurodividend

Philippe van Parijs gesuggereerde invoering van een eurodividend voor alle EU-burgers van circa € 200 per maand, of eventueel voor de burgers in de landen van de Eurozone.
Het eurodividend van € 200 is een uitgelezen kans de geldstromen van de EU naar het bedrijfsleven en de banken om te zetten naar de burgers. De EU zal daar meer van gaan leven en het heeft waarschijnlijk als effect dat de scherpe kantjes van de migratie binnen de EU afnemen.
De politieke besluitvorming om zover te komen is natuurlijk lastig, maar dat is geen reden om het er bij te laten zitten!

Garantie-inkomen

Basisinkomen zoals bedoeld in deze bijdrage, uitgevoerd door de belastingsdienst.
Deze kan de uitbetaling van het basisinkomen verrekenen met de uit andere inkomsten verschuldigde belasting.
Voordeel is het minder rondpompen van geld.
Vaak wordt voor deze benadering de verwarring scheppende term negatieve inkomsten belasting gebruikt, zie aldaar.
NB.
Er is een strenge opvatting waarin de verrekening met belastingverplichtingen betekent dat de term onvoorwaardelijk niet van toepassing is. Deze opvatting wordt niet gedeeld door de opsteller van deze tekst (RB).

Garantie-toeslag

De term negatieve inkomstenbelasting wordt soms gebruikt voor een systeem waarbij de belastingdienst inkomsten beneden het niveau van het basisinkomen aanvult tot dat bedrag. Dit is in strijd met de oorspronkelijke betekenis van deze term, zie aldaar.

Om verwarring te voorkomen prefereer ik voor deze werkwijze de term garantie-toeslag.

Leefbaar gegarandeerd basisinkomen

In het programma van de Basisinkomen Partij wordt deze uitdrukking gebruikt en als volgt toegelicht:
De garantie van een maandelijkse leefbare toelage voor diegenen die geen toegang hebben tot hun fundamentele levensbehoeften is de meest directe remedie om armoede uit te roeien door hen hiermee in staat te stellen een waardig leven in te richten, zodat een ieder gefaciliteerd wordt om hun potentieel te bereiken, een carrière te kiezen en bij te dragen aan de economie door hun vaardigheden, arbeid en koopkracht.

Deze toelage is er dus niet voor iedereen, maar alleen voor diegenen die geen toegang hebben tot hun fundamentele levensbehoeften.
Dat is dus niet onvoorwaardelijk en vereist dus een regeling die uitgevoerd en gecontroleerd moet worden.

Maatwerk-inkomen

Via Stimulansz bepleit Evelien Meester een maatwerkinkomen.
Dat is een inkomen op maat voor iedereen. Geen aparte huur- en zorgtoeslag, uitkering voor werkloosheid of arbeidsongeschiktheid eventueel aangevuld met een Toeslagenwet of bijstand, etc. Dit scheelt heel veel armoede voor mensen die niet alle voorzieningen aanvragen uit onwetendheid of onkunde. Het scheelt heel veel onjuist gebruik van de regelingen, omdat één partij overzicht houdt over de financiële situatie van één gezin. En het scheelt in de uitvoeringslasten, omdat slechts één partij zich in de situatie van dit gezin hoeft te verdiepen en niet meerdere partijen zich hiermee bezig hoeven te houden.

Dit betreft duidelijk geen basisinkomen, maar een andere (meer persoonlijk en minder bureaucratisch) manier van uitvoeren van de sociale zekerheid.

Negatieve inkomsten belasting

Negatieve inkomstenbelasting (Engels: negative income tax) is een progressieve inkomstenbelasting waarbij mensen beneden een bepaald inkomensniveau overheidshulp krijgen in plaats van belastingen te betalen. (Zie Wikepedia).
Het idee is in de VS gepopulariseerd door de vooraanstaande econoom Milton Friedman in zijn boek Capitalism and Freedom (1962).

Friedman illustreert de werking van de negatieve inkomstenbelasting aan de hand van een formule: B = G – t x Y, waarbij B staat voor overheidshulp (benefits), G voor het basisinkomen (guaranteed level), Y voor het arbeidsinkomen (family income) en t voor het tarief waarmee de overheidshulp afneemt (benefit-reduction rate).
Cruciaal hierbij is dat t lager dient te zijn dan 100%, zodat elke stijging in het bruto arbeidsinkomen (Y), ook tot een stijging in het netto inkomen (B+Y) leidt.

Zie voor pleidooien in Nederland voor deze benadering bijvoorbeeld de Jonge Democraten en Klokwerk.
Ronald Mulder betoogt dat de systematiek precies hetzelfde resultaat oplevert als ‘normaal’ basisinkomen.
Belangrijk verschil is dat er veel minder geld wordt rondgepompt, dan wanneer een andere instantie het basisinkomen uitbetaalt en dat deel via de loon- of inkomstenbelasting terug gehaald moet worden.

Verwarrend is dat in Nederland de term ook vaak gebruikt wordt voor een systeem waarbij de belastingdienst het inkomen aanvult als dat onder het niveau van het basisinkomen zit (dus in voorgaande formule is t dan wel 100 %). Zie bijvoorbeeld benadering 5 in de notitie Basisinkomen benaderd vanuit verschillende richtingen van Johan Horeman.
Evident is dat deze benadering niet overeenkomt met het basisinkomen zoals in deze bijdrage is bedoeld. Het is niet onvoorwaardelijk en een groot nadeel is dat de zogenaamde armoedeval blijft bestaan.

Om deze verwarring te voorkomen zal ik zelf de term negatieve inkomstenbelasting zo weinig mogelijk gebruiken.
In aansluiting bij S. de Beter en Johan Horeman (benadering 4) prefereer ik de term garantie-inkomen voor de variant van Friedman.

Voor de andere variant (de aanvulling tot het basisinkomen, die afwijkt van de bedoeling van Friedman) prefereer ik de term garantie-toeslag.

Onafhankelijk basisinkomen

Term gebruikt door Wout Smolders in  Een Onafhankelijk Basis Inkomen geen utopiewaarin hij benadrukt dat basisinkomen een kwestie van eerlijker delen en dragen van gezamenlijke verantwoordelijkheid op basis van vertrouwen en betrokkenheid. Het maakt burgers onafhankelijk en verbindt hen tegelijkertijd met elkaar.

In deze visie is basisinkomen wel onvoorwaardelijk, maar wordt als vanzelfsprekend aangenomen dan  mensen zich medeverantwoordelijk voelen en gedragen voor hun naaste omgeveing.

Onvoorwaardelijk basisinkomen

Het basisinkomen zoals bedoeld in de definitie, voor de duidelijkheid nog even benadrukt met het voorvoegsel onvoorwaardelijk.

Participatie-inkomen

Alleen inwoners die een actieve bijdrage leveren aan de samenleving dienen een participatie-inkomen te ontvangen. Het gaat niet alleen om werk. Het is ook bedoeld voor diegenen die zich actief laten scholen, waardoor dit een-leven-lang-leren bevordert. Ook studenten kunnen in aanmerking komen voor dit inkomen, waardoor zij zich minder in de schulden hoeven te steken. Ook is het participatie-inkomen beschikbaar voor vrijwilligerswerk.
Dit idee komt van Raymond Gradus (Participatie-inkomen is prima alternatief voor onbetaalbaar basisinkomen). Het wordt ook gesteund door Marcel van Marrewijk (Dynamiseren van de Nederlandse arbeidsmarkt en economie door introductie van het participatie-inkomen)

Belangrijk verschil met basisinkomen is dat een systematiek nodig is om uit te maken wanneer mensen participeren, inclusief de controle daarop.

Regelarme bijstand, regelluwe bijstand

Wanneer gepleit wordt voor mindere regels in de bijstand (of andere vormen van sociale zekerheid) is sprake van regelarme of regelluwe bijstand. Vaak is dat aan de orde in de gemeentelijk experimenten waar sinds 2015 voorbereidingen voor getroffen worden.

De term basisinkomen is hier uiteraard niet van toepassing. Ook de meeste woordvoerders van de betreffende gemeenten vemijden die term meestal.

Toereikend basisinkomen

Basisinkomen van circa € 1.400, als term geïntroduceerd in de nota Basisinkomen: haalbaar en betaalbaar (variant C).

Universeel basisinkomen

Basisinkomen zoals bedoeld in deze bijdrage, voor de zekerheid en om de relatie met de internationale terminologie te leggen, voorafgegaan door het woord universeel.

UNO-inkomen

Het UNO-inkomen is omstreeks 1983 door Pieter Kooistra gelanceerd. In zijn plan krijgt iedere wereldbewoner (man, vrouw, kind) jaarlijks een gegarandeerd en gelijk inkomen van 250 UNO-dollars. Zie voor meer informatie Wereldbasisinkomen (UNO-inkomen), een 25 jaar oud idee.

Voorwaardelijk basisinkomen

Een uitkering of toelage die aan nadere voorwaarden is verbonden, bijvoorbeeld betreffende de hoogte van eigen inkomen of vermogen.

Wereldbasisinkomen

Een idee van de kunstenaar Pieter Kooistra, zie verder onder UNO-inkomen.

..reserve..

…….ruimte voor andere term ….
Correcties en suggesties voor toevoegingen in dit overzicht  zijn welkom via het contact-formulier.

Correcties en suggesties voor toevoegingen in dit overzicht  zijn welkom via het contact-formulier.

Reyer Brons, 5 juni 2017
laatste bijstelling 1-11-2017