Basisinkomen vergroot de macht van de staat en maakt burgers passief en afhankelijk

De onvoorwaardelijkheid van het basisinkomen betekent dat de positie van de overheid bij de inkomensvorming sterk wordt beperkt.
Ook de enorme invloed op het dagelijks handelen van individuen die van de sociale zekerheid afhankelijk  zijn, verdwijnt omdat er geen controles meer nodig zijn.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Het aantal argumenten om een basisinkomen in te voeren is groot.
Er zijn ook tegenwerpingen maar die kunnen we prima weerleggen.
Klik hier voor het overzicht.
Jouw reacties of aanvullingen zijn van harte welkom en je kunt ze via het contactformulier naar ons verzenden.

Onderstaand komt een vaak gehoord bezwaar aan de orde

Basisinkomen vergroot de macht van de staat en maakt burgers passief en afhankelijk

Toelichting tegenwerping
Aangezien de staat een basisinkomen zo weer kan opschorten en een burger met een basisinkomen (in die zin) afhankelijk is van de staat, werkt het een verticale machtsstructuur in de hand tussen burger en staat die de burger minder vrij maakt. De burger is met een basisinkomen op geen enkele manier zelfvoorzienend meer, en daarmee geheel passief en afhankelijk.

Weerlegging tegenwerping
Dat lijkt maar zo. De onvoorwaardelijkheid van het basisinkomen betekent dat de positie van de overheid bij de inkomensvorming sterk wordt beperkt.

  • De belastingen worden fundamenteel vereenvoudigd;
  • De vereisten die aan het basisinkomen worden gesteld zijn zeer beperkt;
  • De inkomensvorming buiten het basisinkomen wordt minimaal gereguleerd.

Op dit moment heeft de overheid via agentschappen als het UWV een enorme invloed op het dagelijks handelen van individuen die van de sociale zekerheid afhankelijk  zijn. Dat is niet meer het geval zodra eenduidig vastligt hoe hoog het basisinkomen is en daar geen verdere voorwaarden bij hoeven te worden gecontroleerd. De vrijheid die het wegvallen daarvan voor betrokkenen oplevert, is bijna niet te onderschatten.

Wel is het zo dat de overheid voor meer mensen dan nu het geval is (een deel van) het inkomen vaststelt. Dat moet dan ook periodiek bijgesteld worden, bijvoorbeeld door te indexeren voor de kosten van levensonderhoud. Ook zal politieke discussie ontstaan over andere aanpassingen, maar die discussie zal door de politieke constellatie zelden leiden tot forse aanpassingen.
Dat is bijvoorbeeld bij de AOW en de kinderbijslag al een halve eeuw niet gebeurd!

Als er een basisinkomen is ingevoerd, dan is er een politieke constellatie die uitgaat van het collectieve bezit van het productieve vermogen, waar iedereen aanspraak op mag maken.
Risico kan optreden door economische ontwikkelingen op mondiaal niveau, waardoor bijstellingen nodig zijn, maar die vinden plaats binnen het kader van die politieke constellatie.

Het is ook mogelijk de regeling van het basisinkomen te spreiden over meer lagen, bijvoorbeeld een deel door de EU (zoals Philippe van Parijs heeft voorgesteld in Het Eurodividend – een Europees Basisinkomen), een deel door de staat en een deel door de gemeente die rekening kan houden met lokale aspecten (zoals bijv, de woningmarkt). Dat spreidt de overheidsmacht!

Dat mensen van basisinkomen passief worden en daarmee geheel afhankelijk, is een onbewezen stelling:

  • Uit onderzoek en experimenten blijkt het effect in termen van passiviteit erg mee te vallen: meer dan 2 tot 5% zal het niet zijn.
  • De vrees voor passiviteit verraadt een mensopvatting: de gedachte dat mensen niets doen met hun vrijheid, of alleen tot zonde vervallen, is van bijbelse aard, maar miskent de creativiteit en speelsheid, waarvoor ruimte komt.

Argument Bt8
Invalshoek Maatschappijvisie en Ideologie

Oorspronkelijke publicatie op deze website in 02. Bezwaren basisinkomen: Maatschappijvisie en ideologie