Basisinkomen -Waarom eigenlijk?

Bert Voorneveld vindt basisinkomen vooral noodzakelijk om de sociale cohesie in de samenleving te versterken.
Het moet wel echt basisinkomen zijn en geen verzilverbare heffingskorting of zoiets.
Daar zitten te veel nadelen aan!

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

In dit afrondende stuk, het vijfde in een reeks van vier, wil ik nog even stilstaan bij een niet onbelangrijke vraag die ik heb overgeslagen: Waarom willen we eigenlijk een basisinkomen?

Vraag het aan de voorstanders en je krijgt een hele waslijst aan antwoorden. We worden er allemaal heel gezond van, we starten allemaal een eigen bedrijf, de criminelen worden brave burgers en onze huwelijken lopen niet meer op de klippen. Nou ja, misschien wel, maar dan hoeven we in elk geval geen alimentatie meer te betalen, want er is dan een ….basisinkomen!

Blijkbaar moet ik mijn vraag dus wat preciezer stellen:

Voor welk probleem -dat niet op een andere manier kan worden opgelost- is het basisinkomen een (deel-)oplossing?

Die vraag is veel moeilijker te beantwoorden. De gangbare slogans zijn, dat het basisinkomen de armoede oplost, de welvaartsongelijkheid vermindert, bestaanszekerheid biedt, eenvoudig is in de uitvoering en dergelijke. Die zijn allemaal gemakkelijk te weerleggen. Het kàn wel met een basisinkomen -mits dat aan strikte eisen voldoet- maar het kan ook op andere manieren.

Als ik zelf deze vraag probeer te beantwoorden kom ik op slechts drie problemen van dit type.

Technologische innovatie

Toen de digitale techrevolutie rond de eeuwwisseling een vlucht nam, sloeg de angst toe voor massale technologische werkloosheid. We dachten dat bijna alle menselijke arbeid zou worden overgenomen door computers en machines, waardoor er geen werk voor mensen zou overblijven.

Daar is tot dusver weinig van te merken, dus dat probleem is niet urgent. Maar het gevaar bestaat nog wel. Daarom zie ik een stelsel met een (goed doordacht) basisinkomen als een verstandige voorzorgsmaatregel. Laten we het nu doen, nu het nog kan.

Machteloze overheid

Een tweede, belangrijker probleem is, dat de overheid niets te zeggen heeft over de lonen. Ze stelt een wettelijk minimum vast, maar dat werkt nauwelijks door naar boven. Het inkomensbeleid van de overheid is daarom niets anders dan belastingbeleid. De koopkracht kan niet op peil worden gehouden door de lonen te verhogen, dus dan maar de belastingen verlagen. Dat is voor de burgers vaak een sigaar uit eigen doos, want daardoor moet de overheid bezuinigen op de collectieve voorzieningen en blijven er meer kosten voor rekening van de individuele burger.

Lost een basisinkomen dit op? Op zich niet natuurlijk, maar het is alvast de helft van de oplossing. Het basisinkomen geeft de overheid een kanaal waarlangs de inkomens van de burgers rechtstreeks kunnen worden verhoogd, zonder de collectieve voorzieningen te hoeven afbreken en zonder gepruts met discriminatoire heffingskortingen. Maar dan moet er daarnaast een methode worden verzonnen om het geld dat daarvoor nodig is op te halen bij de bedrijven, die de lonen (te) laag houden. Die methode is in mijn voorstel de betaaltaks [1]. Dit tweede argument staat of valt dus bij een gecombineerde invoering van basisinkomen en betaaltaks. Of een soortgelijk instrument dat even effectief is.

Sociale cohesie

Het derde, voor mij belangrijkste probleem is de afkalving van de sociale cohesie. Die heeft dringend versterking nodig. Er is bij velen in de samenleving, met name bij jongeren, sprake van grote bestaansonzekerheid. Veel burgers voelen zich door het collectief en door de overheid als representant en bestuurder van dat collectief, in de steek gelaten. En dat gevoel is niet ten onrechte.

Het gevolg is, dat we ons niet alleen tegen die overheid afzetten, maar ook tegen elkaar. Het ‘zero-sum’ denken is daar een voorbeeld van: het idee dat men er alleen op vooruit kan gaan als een ander erop achteruit gaat. Het inkomensbeleid van achtereenvolgende kabinetten heeft daar flink aan bijgedragen. De bonte verzameling heffingskortingen is er maar een van de voorbeelden van.

Het Rutte-Kaag document vormt in de reeks een nieuw treurig dieptepunt. Daarin wordt de groep van de werkenden uitgespeeld tegen de groep van de gepensioneerden.

Zo worden we bijna gedwongen om voor ons eigen specifieke groepsbelang op te komen omdat met dat belang onvoldoende rekening wordt gehouden door de grote algemene overkoepelende groep die we nog steeds ‘de samenleving’ noemen. Het primaire wij-gevoel verschuift daardoor van het grote collectief naar een kleinere belangengroep.

Door deze ontwikkeling hebben populisten en separatisten de wind in de zeilen gekregen. Als de grote groep niet meer voor ons zorgt moeten we ons terugtrekken in onze eigen kleinere groep. Onze moderne maatschappij is blijkbaar te complex en te onoverzichtelijk geworden. Baudet wil  zijn eigen staat stichten. Uittreding uit de EU is al niet meer genoeg.

Invoering van een basisinkomen kan dit probleem niet zomaar oplossen natuurlijk. Maar het kan mijns inziens een zeer belangrijke bijdrage leveren, direct en indirect.

Het basisinkomen dat je van de samenleving krijgt is je bewijs van lidmaatschap van die samenleving. Het meest tastbare bewijs dat maar denkbaar is. Het geeft erkenning, waardering en geborgenheid. Je krijgt het omdat je een van ons bent en dus meedeelt in onze collectieve welvaart.

Welvaartsverschillen zijn niet strijdig met dat idee, mits het verschil in een redelijke verhouding staat tot de geleverde inspanning. Dat is moeilijk meetbaar te maken. Maar eén doelpunt per seizoen is sowieso niet genoeg.

Vorm en uitvoering zijn ook belangrijk

Ik heb consequent gesproken over een basisinkomen, niet over een ‘verzilverbare heffingskorting’.

Qua financieel resultaat verschillen die twee niet en ook zo’n ‘vhk’ zal gepaard moeten gaan met (veel) hogere belastingtarieven, die zondigen tegen de fiscale dogma’s. Maar de vhk heeft mijns inziens ten opzichte van een ‘echt’ basisinkomen grote sociale nadelen. Ten eerste benadrukt het juist de ongelijkheid van mensen. Wellicht roept het zelfs een gevoel van ongelijkwaardigheid op.

Als het alleen voor de ‘armen’ is en niet voor de ‘rijken’, dan is dat qua inkomensbeleid weliswaar rechtvaardig, maar het draagt niet bij aan een inclusief karakter van de samenleving. De ‘rijken’ moeten ook een basisinkomen krijgen, anders kunnen de ‘armen’ er zich niet wel bij voelen.

De ‘rijken’ hoeven natuurlijk niet (nog) rijker te worden door het basisinkomen, maar om dat te voorkomen hoeft het helemaal niet inkomensafhankelijk te zijn, zoals hier is aangetoond.

En dan de armoede, die zo vaak genoemd wordt in relatie tot het idee van een basisinkomen.

Armoede heeft twee hoofdoorzaken: een chronisch gebrek aan geld en plotselinge tegenslagen, zoals ontslag, ziekte, echtscheiding, etc. Als ze zich in combinatie voordoen, wat vaak gebeurt, kan een kapotte wasmachine al fataal zijn.

Chronisch geldgebrek moet worden aangepakt door het bedrag van het basisinkomen hoog genoeg te maken, d.w.z. minstens op het sociale minimum.

Maar de overheid kan haar burgers uiteraard niet behoeden voor plotselinge tegenslagen in hun persoonlijke leven. Wel kan de overheid, door een basisinkomen in te voeren, de stabiliteit in de huishoudbudgetten bevorderen. Het basisinkomen kan zo fungeren als financiële schokdemper.

Het moet dan wel maandelijks met ijzeren regelmaat worden ontvangen en onder geen enkele omstandigheid teruggevorderd kunnen worden (zolang men leeft en in Nederland woont). Iedereen moet erop kunnen bouwen. Een huis, een gezin, een loopbaan. Dat alles vraagt vastigheid [2].

Die kan alleen geboden worden als de uitvoering wordt ondergebracht bij een instantie als de SVB, die al heel lang het bestaande basisinkomen (AOW) probleemloos verzorgt.

Een stelsel met een ‘verzilverbare heffingskorting’, dat uit de aard der zaak wordt uitgevoerd door de belastingdienst, voldoet niet aan die voorwaarde. Sterker nog, het zal waarschijnlijk tot precies dezelfde problemen leiden als die we kennen van de inkomensafhankelijke toeslagen. Voorschotten verstrekken, achteraf het recht vaststellen en waar nodig bedragen terugvorderen. Dat is een recept voor ellende. Ik vind het dan ook verbijsterend om te zien dat de politiek, met de toeslagenaffaire nog op de agenda, de voorkeur geeft aan een verzilverbare heffingskorting. Is het ‘b-woord’ werkelijk zo angstaanjagend?

September 2021, Bert Voorneveld
Image jongleur via Public Domain

Dit is het laatste artikel in een reeks, die begonnen is met Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (inleiding).
Zie ook over variant 1: Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (Startup model), variant 2: Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (Breed model) en varinat 3: Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (Algeheel model).

Bert Voorneveld nodigt iedereen die dat wil uit met hem van gedachten te wisselen via de Denktank Basisinkomen.
Bert Voorneveld is auteur van ‘Plan voor een gelukkige samenleving‘.
Zie ook zijn artikel Het ene basisinkomen is het andere niet.
Over de betaaltaks heeft hij ook gepubliceerd op Platform O: 
Belasting betalen kan gemakkelijker en leuker.

[1] : https://platformoverheid.nl/belasting-betalen-kan-makkelijker-en-leuker/

[2] : https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/39/flexibele-arbeid-en-relatie-en-gezinsvorming