Belgische regeringspartijen omarmen basisinkomen (maar voor wie en hoe hoog?)

Heftige discussie in België over verschillende varianten van basisinkomen.
Drie Franstalige partijen spreken er over, maar nog niet met één mond.

Belangrijke politieke ontwikkelingen omtrent het basisinkomen bij onze zuiderburen: voormannen Paul Magnette en Georges-Louis Bouchez van Franstalige regeringspartijen Parti Socialiste en Mouvement Réformateur spreken zich allebei uit voor een vorm van het basisinkomen. Over de uitvoering en effecten zijn de politici het echter nog allerminst eens: zo wil Magnette van de linkse PS een basisinkomen voor jongeren bovenop de huidige uitkeringen, en stelt Bouchez van de liberale MR een basisinkomen van 1000 euro voor iedere burger voor.

Bouchez: € 1.000 ter vervanging van toeslagen en uitkeringen

Bouchez, wiens MR de op één na grootste partij in de Belgische regering is, pleitte in 2017 in zijn boek L’aurore d’un monde nouveau al voor een onvoorwaardelijk uitgekeerd bedrag. Dat bedrag van 1000 euro zou volgens hem de huidige toeslagen en uitkeringen moeten vervangen. Het basisinkomen is één van de vijf punten waarover de MR de komende maanden door heel België gaat debatteren als onderdeel van de campagne 2030Belgium. In oktober beslist de partij of het basisinkomen daadwerkelijk in het partijprogramma moet worden opgenomen.

Vorig jaar zei Bouchez in gesprek met De Tijd wel een ‘liberale invulling’ aan het plan te geven: “De socialisten, net zoals Thomas Piketty, schuiven een basisinkomen naar voren dat boven op de bestaande sociale zekerheid komt. Ik denk eerder aan een basisinkomen dat alle andere sociale uitkeringen vervangt.” De MR-voorzitter verwacht dat afschaffen van die uitkeringen genoeg oplevert om het basisinkomen te betalen, en wil daar geen progressievere belastingen voor invoeren.

‘Het geven van meer vrijheid’ noemt Bouchez als de belangrijkste reden voor een periodiek uitgekeerd bedrag zonder tegenprestatie. Hij verwacht dat die vrijheid en zelfstandigheid mensen stimuleert om meer te gaan leren, studeren, ondernemen en werken. Ook in België loont werken voor mensen in de bijstand vanwege de marginale belastingdruk vaak niet of nauwelijks.

De liberale variant van het basisinkomen is niet zonder kritiek ontvangen. Zo vrezen veel Belgen dat mensen er aan de onderkant op achteruitgaan, waardoor de ongelijkheid juist wordt vergroot. In ieder geval is het bedrag van 1.000 euro lager dan de huidige Belgische werkloosheidsuitkering. Die bedraagt voor alleenstaanden 1221,74 euro. Ive Marx, professor aan de Universiteit van Antwerpen, is via Twitter hard in zijn oordeel:
“Als je geld wil weghalen bij werklozen, zieken, invaliden, gepensioneerden etc., om het te geven aan mensen die het niet nodig hebben, dan is Bouchez’s basisinkomen een uitstekend idee. Het kan hen helpen hun fiscaal voordelige tweede verblijf af te betalen.”

Ook Paul Magnette, voorman van de PS-de enige regeringspartij die groter is dan MR- is geen fan van het idee van zijn coalitiepartner. Hij zegt daarover tegen Frans dagblad L’Avenir* “Ze zeggen: ‘We geven je 1.000 euro, of je nu werkloos bent, gepensioneerd bent of werkt en daarna zoek je het maar uit’. Ten eerste is dat ver onder de armoedegrens en dus onvoldoende. Het zou een algemene sociale regressie zijn, wat niet verwonderlijk is uit de mond van de MR. Ten tweede geef je een enorme macht aan de werkgevers, die kunnen zeggen: ‘Je hebt al 1.000 euro, ik geef je er nog 500 en daarmee moet je je redden om te overleven.” Belgisch links lijkt dus niet te zitten wachten op een liberale invulling van het basisinkomen.

Magnette: € 600 extra voor jongeren

Wel komt Magnette met een eigen plan dat te verenigen is met de principes van het basisinkomen: de Franstalige socialist stelt voor om jongeren tussen de 18 en 25 maandelijks 600 euro te geven. Dit bedrag komt bovenop eventuele al bestaande uitkeringen. “Ik denk dat dat zinvol is, want op die leeftijd zijn er meer ongelijkheden en die zullen gestalte krijgen in de rest van het leven”, aldus Magnette. Magnette hoopt op deze manier de in zijn ogen te grote verschillen tussen jongeren te verkleinen. Het liefst realiseert hij dit plan zelfs op Europees niveau; hij merkt op dat Europa ‘behoefte heeft aan dit soort mobiliserende projecten.’ De details van de onvoorwaardelijke jongerenuitkering en het daarbij horende kostenplaatje zijn nog niet bekend; die verschijnen in oktober in een boek dat Magnette samen met PS-parlementslid Hugues Bayet schrijft.

Het zou naïef zijn om te zeggen dat een invoering van een volwaardig basisinkomen in België door deze ontwikkelingen een stuk dichterbij is gekomen. Georges Louis-Bouchez beargumenteert zijn variant vanuit een liberale visie en benadrukt individuele vrijheid, maar impliciet ook zelfstandigheid en zelfredzaamheid: in zijn vorm gaan veel Belgen met de laagste inkomens er netto op achteruit. Paul Magnette verdedigt de linkse opvatting en wil met zijn plan ongelijkheid tegengaan, maar beperkt zich daarbij tot jongeren. Beide partijen gebruiken het woord basisinkomen, maar staan in de praktijk vaak nog lijnrecht tegenover elkaar.

Maar toch: het feit dat de drie grootste regeringspartijen in België de principes van het basisinkomen hebben omarmd, betekent dat het serieus genomen moet worden. De Groene Franstalige regeringspartij Ecolo nam in namelijk 2020 ook al een basisinkomen voor jongeren op in het partijprogramma.
Links en rechts erkennen beide dat het huidige uitkeringsstelsel tekort schiet, en mensen aan de onderkant van de samenleving niet goed in staat stelt om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. En zelfs als de discussie niet tot concrete stappen richting een basisinkomen leidt, is de term basisinkomen toch weer wat meer ingeburgerd in het Belgisch politieke jargon.

Vincent van Zutphen, mei 2022
Foto Atomium Christelle S via Pixabay

*Zie een vertaling door Knack.be/Belga

Belgische politiek voor dummies

Onze zuiderburen zijn misschien wel net zo goed in politieke verdeeldheid als Nederlanders. Dat komt niet in de laatste plaats door de verdeeldheid tussen Walloniërs en Vlamingen, die beide een eigen gekozen parlement hebben. Ook bij de landelijke verkiezingen is die tweedeling echter terug te zien: zo zijn de Franstalige Parti Socialiste en de Nederlandstalige linkse partij Vooruit allebei vertegenwoordigd in het Belgische parlement. De partijen werken landelijk veel samen en komen ideologisch op de meeste punten overeen, maar zijn onafhankelijke partijen met hun eigen achterban. Datzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor de Vlaamse Groenen en het Waalse Ecolo, die over het algemeen het meeste samenwerken met hun anderstalige ideologische partners.

De huidige regering, onder leiding van liberale premier De Croo, bestaat uit 7 partijen die alle zijden van het politieke centrum vertegenwoordigen: de linkse PS en Vooruit, de liberale MR en Open Vld, Ecolo en Groen, en CD&V. Vanwege een meerderheid voor de linkse en progressieve partijen, kan de regering getypeerd worden als midden-links.

Een van de meest opvallende zaken in het Belgische politieke landschap is ongetwijfeld dat de grootste partij, het rechts-nationalistische Vlaams Belang, niet, en eigenlijk nooit meedoet aan een regering: al sinds 1989 houden de politieke partijen samenwerking met Vlaams Belang en voorloper Vlaams Blok af door middel van een cordon sanitaire. Geen enkele partij heeft zich sindsdien bereid getoond een coalitie met VB aan te gaan.

Zo ook de op twee na grootste partij, de liberaal-conservatieve Nieuw-Vlaamse alliantie onder leiding van Bart de Wever niet. Zij ondernamen in plaats daarvan een poging om met de Parti Socialiste te onderhandelen over een regeerakkoord, maar zonder succes. De grootste Vlaamse partij viel daarom buiten de boot en moet de komende jaren oppositie voeren. Daar uitten zij samen met Vlaams Belang hun onvrede over: de meerderheid van de regering bestaat uit Franstalige zetels, terwijl Vlaanderen het grootste gewest is met de meeste inwoners.

Die cultuur- en taalstrijd blijft dus hardnekkig. Echter hebben regeringspartners PS-voorman Paul Magnette en MR-leider Georges-Louis, beide Franstalig en beide zeer uitgesproken, ook geen moeite om elkaar af en toe een hak te zetten. Desondanks is de politieke situatie in België op dit moment stabiel, en is er geen aanleiding om te verwachten dat het kabinet de rit niet uit gaat zitten.