Bespreking boek Samen Rijk – Hoe een basisinkomen Nederland een toekomst geeft

Rob van Roon bespreekt het boek van Koen Bruning, waarin hij een vrijheidsdividend bepleit.
Dat dividend is nodig om de betonrot te repareren die ontstaan is en nog steeds verergert door de groeiende vermogensongelijkheid. Onze maatschappij wordt met zo’n dividend minder fragiel zodat we kunnen gaan bouwen aan herstel.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Een artikel in de Volkskrant triggerde mij:
een nieuw boek over basisinkomen Samen Rijk van Koen Bruning.

Zelf had ik Rutger Bregman eerder gelezen, ben halverwege het lastige, maar principiële boek van Philippe van Parijs en Guy Standing staat nog op mijn lijstje. Koen Bruning leest honderd boeken per jaar en heeft talloze gesprekken gevoerd en dat in korte tijd verwerkt tot een eigen boek. Jaloersmakend, maar ook inspirerend en daarom maar snel besteld.  Wel vroeg ik me af of ik nog veel nieuwe dingen zou gaan lezen, immers de voordelen van een basisinkomen kende ik al.

Het korte antwoord is ‘ja’. Bruning reikt nieuwe perspectieven en invalshoeken aan, maakt een zeer brede en actuele analyse van maatschappelijke problemen en laat daarbinnen zien op welke manieren het basisinkomen een positieve rol kan spelen in de oplossing daarvan. Ook lezers die wat minder in het thema basisinkomen geïnteresseerd zijn, maar wel zoeken naar verbanden tussen – ik noem er maar een paar  – meritocratie, vermogensongelijkheid, stagnerende democratische processen, polarisatie, krijgen een helder en samenhangend kader aangereikt.  Hieronder zal ik proberen samen te vatten hoe dat kader er ongeveer uitziet. Een klus want het boek is zeer rijk gevuld met thema’s. Gelukkig heeft Bruning een vlotte pen en verliest hij zich niet in details.

“Dit boek zal over het vrijheidsdividend gaan. Een bedrag van 1000 euro per maand voor elke Nederlander. Onvoorwaardelijk. Individueel. Als vloer voor mensen om op te staan.”

Dat zijn de eerste zinnen uit het boek. Vrijheidsdividend = basisinkomen, meestal kortweg ‘dividend’ genoemd in het boek. Geen gemillimeter over de hoogte van het bedrag of de betaalbaarheid of invoeringsproblemen, maar een duidelijk uitgangspunt voor de analyse: stel iedereen krijgt elke maand 1000 euro. Welke mogelijkheden zijn er dan voor mensen om op diverse terreinen een tegenmacht op te bouwen. Een tegenmacht gericht tegen scheefgroei binnen de markt, tegen de uitholling van het maatschappelijk middenveld en tegen bruut overheidsoptreden zoals we gezien hebben bij de toeslagenaffaire?

Bruning beschrijft de maatschappij als een huis bestaande uit vier pilaren en een dak. Het dak bestaat uit de machten van de markt, de overheid en het maatschappelijk middenveld. Dit dak beschermt onze vrijheid. Het dak wordt gedragen door vier pilaren die respectievelijk sociaal, economisch, politiek en rechtstatelijk van aard zijn en die pilaren vragen om permanent onderhoud om het dak te kunnen blijven dragen.  De crux van dit boek zit hierin dat wij, burgers, de mogelijkheid en de vrijheid moeten hebben om aan dit onderhoud van die pilaren te werken, wil de zaak niet instorten, want er is ook een grote bedreiging voor dit (metaforische) huis. Die bedreiging wordt gevormd door groeiende vermogensongelijkheid die als een systeemrot- misschien moet ik zeggen betonrot – de pilaren aantast en het dak aan het wankelen brengt.

Het dividend, het basisinkomen, verschaft ons die onderhoudsmogelijkheden.
Hoe? Dat wordt per hoofdstuk uitgewerkt.

Een burger die een onderneming start of een innovatie bedenkt, werkt aan de economische pilaar. Meewerken in een sportkantine of kinderen opvoeden tot burgers, kun je zien als werken aan de sociale pilaar en een actiegroep of sociale advocaten onderhouden de politieke pilaar. Bruning rekt de metafoor nog verder op: als de dakconstructie niet evenwichtig opgebouwd is bedreigt dit ook de pilaren. Er moet een balans zijn tussen markt, overheid en maatschappelijk middenveld. Als namelijk één type macht te dominant wordt, zullen de andere machten minder goed hun werk kunnen doen en komt de vrijheid van burgerdom ‘aan de pilaren te werken’ in het gedrang. Zo heeft een te dominante macht van de markt er bijvoorbeeld voor gezorgd dat bankiers hun risico’s en schulden op de burgers konden afwentelen in 2008. Die zelfde macht van de markt heeft er ook voor gezorgd dat de overheid diensten veel meer is gaan privatiseren en haar rol in het publieke leven heeft verkleind.

Twee rode draden lopen door het hele boek heen. In de eerste plaats de stelling dat we op politiek, sociaal en economisch vlak minder goed zijn gaan presteren naarmate de vermogensongelijkheid is gaan stijgen. De tweede rode draad is bedacht door Nicholas Taleb: antifragiliteit.

In complexe systemen, stelt Taleb, is het onvermijdelijk dat er heftige gebeurtenissen optreden die niet zijn voorzien. De zogenaamde ‘zwarte zwanen’. Denk aan de bankencrisis en uiteraard de coronacrisis. Wat je wilt is een systeem dat juist sterker wordt naarmate er meer druk of chaos op wordt uitgeoefend. Je wilt dat het systeem antifragiel is.  Als voorbeeld wordt ons immuunsysteem genoemd, wat steeds sterker wordt door blootstelling aan allergenen. Zo kijkt Bruning ook naar de maatschappelijke pilaren: deze worden ook sterker door druk en veranderlijkheid. Denk bijvoorbeeld aan de opkomst van nieuwe  partijen, denk aan de Zwarte Piet discussie, denk aan innovaties, denk aan schurende ontmoetingen tussen verschillende sociale groepen. Deze maken de pilaren meer antifragiel, mits we de vrijheid hebben om daar aan te werken! Dat is het punt waar het vrijheidsdividend om de hoek komt kijken.

Een voorbeeld. Onze politieke pilaar is fragiel geworden omdat de Haagse politiek zich niet heeft aangepast aan veranderingen in de afgelopen decennia (denk alleen al aan de ontzuiling). Geen referenda, wel dicht getimmerde regeerakkoorden en geen ruimte voor democratie van onderop en zelfbestuur.  De bevoogdende overheid maakt ons zwak. Met een dividend krijgen mensen veel meer de mogelijkheid zich te organiseren en bijvoorbeeld lokaal burgercorporaties op te bouwen.

Door vermogensongelijkheid wordt het maatschappelijk middenveld verzwakt en ontstaan er sociale scheidslijnen. Onder invloed van het neoliberalisme worden we veel meer als individu aangesproken en minder als onderdeel van een gemeenschap. Ieder voor zich eigenlijk. Daardoor ontstaat meer stress, meer eenzaamheid, meer jaloezie. We komen minder mensen uit andere lagen tegen en daardoor daalt het onderlinge vertrouwen. Door die sociale scheiding schuurt het minder tussen mensen en groepen en dat maakt de sociale pilaar fragieler. “Want open vergt inspanning. Gesloten niet. Vertrouwen vergt inspanning. Onverschilligheid niet.” Het resultaat is een verharding van onze identiteiten en politieke polarisatie.

Daarbij komt dat de focus op betaald werk mensen de arbeidsmarkt op dwingt en er minder kansen zijn om aan die sociale pilaar te werken, minder vrijheid om te beslissen hoe je je leven wilt inrichten.
Met het ‘dividend’ kunnen we meer gaan delen en samenwerken. Het sociale verkeer dat daarvoor nodig is maakt de pilaar weer steviger, minder fragiel.

Een samenleving waarin mensen geldgebrek hebben is ook een meer gespannen samenleving. Schaarste verkleint de mentale ruimte van mensen waardoor emoties de overhand nemen en de ratio wordt weggedrukt. Het leidt tot snelle oordelen over ‘luie mensen’, ‘migranten’, ‘racisten’ of ‘Gutmenschen’. Het drukt ook het idee weg dat er zoiets als een gedeelde waarheid bestaat en belangrijk is.
Het gedeelde minimum van 1000 euro per maand zal voor veel meer binding zorgen en ruimte vrij maken voor een open en nieuwsgierig debat omdat door opheffing van directe schaarste de negatieve emoties ons minder in de weg zullen zitten.

Aan het eind van het boek komt kort – wat mij betreft te kort – de hamvraag aan de orde: hoe kan het dividend ingevoerd worden.

Na alle fundamentele kritiek in dit boek wordt ook hier een radicale keuze gemaakt. Het dividend moet een echte vorm van tegenmacht zijn. Als je het laat  berekenen en onderbouwen door de huidige modellen, dan wordt het niks. De economische en sociale macht zal niet zonder meer uit handen worden gegeven. Het komt er alleen als mensen zich collectief inzetten en er continu aan werken. Niet als uitkomst van een economische berekening. “Anders zullen we Amerika achternagaan. Anders geven we Nederland geen gezonde sociale, politieke en economische toekomst door.”

Zoals eerder gezegd, in dit boek worden zo ongeveer alle problemen besproken waar we gisteren en vandaag mee worstelen. Armoede, mentale problemen, onderwijs, gezondheid, polarisatie, stroefheid in democratische processen, rellerige journalistiek en ga zo maar door. Koen Bruning doet een goede poging om de samenhang tussen deze probleemgebieden weer te geven en schetst ook perspectieven op verbetering. Een basisinkomen zal/ kan niet alleen onze problemen direct verlichten, maar het zal ook de samenwerking tussen mensen aan structurele verbeteringen vergroten.

Rob van Roon, april 2021

Zie ook het artikel Veel positieve aandacht voor het boek SAMEN RIJK van Koen Bruning.

Samen rijk Boek omslag Samen rijk
Koen Bruning
non-fictie
Prometheus
31 maart 2021
Paperback
264
https://uitgeverijprometheus.nl/catalogus/samen-rijk.html
9789044646955
19,99

Twee derde van het totale vermogen in Nederland is in handen van 10 procent van de Nederlanders. Steeds meer mensen moeten harder werken dan ooit, maar hebben geen vast contract, kunnen een hypotheek wel vergeten en durven over een pensioen niet eens na te denken. Is het dan raar dat de middenklasse slinkt, dat er steeds meer onderling wantrouwen is en dat mensen populistisch gaan stemmen?
Koen Bruning heeft dé oplossing voor deze problemen: het basisinkomen. Geef iedere Nederlander 1000 euro per maand. Het is bovendien een typisch Nederlandse oplossing, die terug te vinden is in de wortels van onze geschiedenis: van Thorbecke en ons poldermodel tot de opbouw van onze ondernemende burgersamenleving.
Bruning laat in Samen rijk enthousiast en onderbouwend zien hoe het basisinkomen de democratie versterkt, polarisatie tegengaat en burgers van links tot rechts onder een universeel idee verenigt.