Bram van Ojik over het Basisinkomen in 2014

Facebooktwitterlinkedinmail

ojik2Onlangs schreef u het essay ‘Kiezen om te delen’. Daarin haalde u het jaren tachtig-idee van een basisinkomen voor iedereen weer van stal.
‘Ja, veel mensen beginnen over een basisinkomen tijdens debatten en bijeenkomsten in het land. Ik was daar zelf ook verbaasd over.’

Dat is toch vreselijk achterhaald? We vinden tegenwoordig toch dat tegenover rechten ook plichten moeten staan?
‘Bij volledige werkgelegenheid mag je van iedereen vragen een steentje bij te dragen. Maar het is de vraag of die ooit weer terugkomt. Waarom overweeg je dan niet een basisinkomen te geven aan een kleine groep die liever yogalessen volgt. Die doen geen mens kwaad.’

Omdat die kleine groep dan een grote groep wordt en het onbetaalbaar wordt.
‘Tja, dan kan het niet. Maar ik moet dat nog zien.’

Minister Asscher zegt dat de werkloosheid een tijdelijk probleem is, waar de vergrijzing een einde aan gaat maken.
‘Ja, die vergrijzing zou eerst in 2015 toeslaan, toen werd het 2018, nu is het 2020. Misschien is het wel sint-juttemis. Er zijn genoeg arbeidseconomen die zeggen dat de robotisering van onze samenleving nog maar in de kinderschoenen staat. Dat die enkel is vertraagd door de crisis. Dat er straks geen schoonmakers meer nodig zijn, minder handen aan het bed, minder leraren. Niet dat ik daarnaar uitkijk, maar we moeten er wel over nadenken.’

Asschers collega Dijsselbloem vond laatst dat iedereen meer en harder moest werken.
‘Wat een onzin. Zevenhonderdduizend mensen zoeken een baan en de minister zegt dat wij nog harder moeten gaan werken. Dat moet een vergissing zijn.’

Dat is niks voor Dijsselbloem.
‘Nee, dat denk ik ook niet. Maar het is wel heel erg ondoordacht. Ik pleit juist voor een ontspannener samenleving, met een 32-urige werkweek. De productiviteit van mensen is dan juist veel groter.’

 

Bron: https://blendle.nl/#item/bnl-vn-20140621-2108313

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube