Brieven aan een Paralleluniversum 14. In de keel blijven steken!

toegift
Facebooktwitterlinkedinmail

waardigheid
Dit is de veertiende aflevering van de feuilleton Brieven aan een Paralleluniversum van de Duitse schrijfster Petra Keup. De eerste verscheen op 8 oktober 2017. Sindsdien publiceer ik iedere zondagochtend een hoofdstuk uit deze roman. De brieven zijn geschreven door Maximiliane Wonder-Licht, een ‘klant’, en gericht aan Valentin Graumann, de directeur van een instantie, die ‘Hartz-IV’, zeg maar de Duitse sociale bijstand, uitkeert.

Betreft: “O”
– in de keel blijven steken

 

Man, O, Graumann,

Wie weet in onze aardappelrepubliek eigenlijk nog, wat het woord “waardigheid” betekent, waar jonge mensen elke dag hun waardigheid in de shows van de “Dumpfbacken-TV” of op YouTube op het internet te grabbel gooien?[1]

waardigheid Ik heb het weer eens in een lang bewaard en goed bekend staand naslagwerk opgezocht. Zo omschrijft Brockhaus haar:[2]

Waardigheid – de aan een mens uit hoofde van zijn intrinsieke waarde toebehorende betekenis; ook aanduiding voor de uit deze betekenis voortkomende respectvolle houding.

Menselijke waardigheid – het recht van de mens, als drager van geestelijke en morele waarden, omwille van zichzelf geacht te worden. Zij verbiedt elke vernederende behandeling of de behandeling van een mens als “louter object”. Volgens artikel 1, paragraaf 1 GG is de menselijke waardigheid onaantastbaar; haar te achten en te beschermen, is de plicht van alle staatsgezag.[3]

De praktische betekenis van deze bepaling is een aanvulling op de meer specifieke grondrechten, die op hun beurt gebaseerd zijn op de menselijke waardigheid.

Geachte heer Graumann, weet u, dat tot onze concrete fundamentele rechten zowel de menselijke waardigheid als ook de vrije ontplooiing van de persoonlijkheid behoort? Hoe maakt u deze grondrechten in uw ARGE-dienst eigenlijk waar?

Wist u ook dat deze grondrechten in feite rechten zijn die de burger tegen de staat beschermen, die u vanwege uw beroep vertegenwoordigt, en dat in geen geval een grondrecht in zijn essentie aangetast mag worden?

waardigheid Iemand van zijn waardigheid beroven is tegenwoordig enerzijds een bron van vermaak, anderzijds een bureaucratische beschikking en, niet te vergeten, kapitalistische marktwetten hebben zich nog nooit aan enigerlei fundamenteel recht iets gelegen laten liggen.

Nu begrijpt u misschien eindelijk, dat het in uw ARGE-dienst eigenlijk niet in de eerste plaats om geld gaat, maar om de naleving van de grondwet. Mensen kunnen best met weinig geld toe, als men hen hun waardigheid en de vrije ontplooiing van hun persoonlijkheid niet afneemt.

Moeten rondkomen van weinig geld betekent in uw Dienst automatisch ook dat de waardigheid van uw “hulpbehoeftige klanten” niet langer onschendbaar is en dat zij op een verraderlijke manier in de ontwikkeling van hun persoonlijkheid gehinderd mogen worden, want alles, werkelijk alles wordt gecontroleerd.

Maar de aantasting van de waardigheid treft uiteindelijk niet slechts de mensen, die door kapitalistische marktwetten gedwongen worden, bij u aanvraagformulieren in te vullen, maar ook uw medewerkers. De vraag rijst steeds weer, wie verachtelijker is, hij die de waardigheid van een ander schendt, of degene die men zijn waardigheid gedwongen afneemt? Het erge is dat de ene kant daar zeer onder lijdt, terwijl de andere kant niet eens in de gaten heeft, hoe hij zijn waardigheid verliest. Voor hem is het vernederen van mensen niet meer dan dagelijkse routine, hij meent niets verkeerd te doen.

Ik heb eens geprobeerd om mij in de situatie van uw werknemers te verplaatsen. Elke dag zou ik de bankafschriften van de laatste drie maanden van de aanvrager moeten bekijken. Plotseling wist ik alles over de persoon, want tenslotte is de creditcard of bankpas wettig betaalmiddel en wordt alles via de bankrekening verrekend. Ik zou dan weten van welke firma de werkloze heer G., die tot voor kort nog kantoorchef bij de gemeente was, zijn seksspeeltjes betrekt, in welk bordeel de getrouwde, voormalige administrateur de heer T. twee maanden geleden zijn pleziertjes had. Van de jonge lerares zonder vaste aanstelling mevrouw S. zou ik weten, waar ze haar ondergoed koopt en dat ze zes weken geleden na een lingerie-aankoop in een rendez-vous hotel in Hamburg was. Van mevrouw M. zou ik te weten komen dat ze haar moeder, mevrouw L., in het katholieke bejaardentehuis regelmatig gerieflijke inlegluiers laat sturen,dus ik vermoed dat de zorg in het katholieke bejaardentehuis niet al te best is. Tegelijkertijd weet ik nu ook, dat mevrouw L. daar gebrek aan heeft en het in de broek doet. En neem dan de jonge leraar, de heer K., die drie weken geleden eindelijk de bijbetaling voor zijn verblijf in de verslavingskliniek overgemaakt had.

waardigheid Alles wat mensen niet graag publiekelijk bekendmaken, wat tot hun intieme privésfeer behoort, dat zij willen afschermen, weet ik, als uw medewerker plotseling. Ook zou ik niet de enige in uw huis zijn die ervan wist, want meestal werken er aan mijn aanvraag al negen mensen, en wie weet hoeveel mensen met de aanvragen van de anderen bezig zijn.

Dan stel ik mij voor dat de heer G. misschien mijn buurman is, de heer T. coacht het voetbalteam van mijn dochter bij de sportvereniging. Mevrouw S. leidt de Weight Watchers groep, waar ik met mijn ponden vecht, zodat ik eindelijk ook eens in sexy lingerie pas. Mevrouw L. woont in de kamer naast mijn zorgbehoevende vader voor wie ik nu misschien toch beter een ander verpleeghuis kan zoeken. Tot slot verneem ik dan, dat de heer K. in de kleuterschool van mijn zoon als 1-euro-kracht werkt.[4]

Man, Graumann, de wereld is zo klein en ik zou overal de mensen tegenkomen van wie ik de meest intieme zaken op mijn bureau had. Opeens krijg ik bizarre ideeën en bedenk me hoe prettig het toch zou zijn, blind te zijn, want dan hoefde ik al die gênante details niet meer te zien. In ieder geval zou ik onmiddellijk verhuizen naar een andere stad, om de kans één van deze mensen te ontmoeten, zo laag mogelijk te houden. Zo zou ik ook het gevaar ontlopen, vroeger of later het huis niet meer uit te durven. Want ik vind het ten diepste onwaardig al deze bijzonderheden uit het leven van vreemde mensen te moeten vernemen. Details die zij eigenlijk nooit, alleen aan hun beste vrienden of hun biechtvader zouden vertellen. Alleen omdat mensen van de mondiale kapitalistische arbeidsmarkt worden uitgekotst op de bureaus van uw medewerkers, mogen ze nu geen privacy meer hebben?

waardigheid Waarschijnlijk houdt u mij nu voor een betweterige verbitterde kleinburger met verouderde ideeën over waardigheid, die de tijdgeest niet meer begrijpt en zich niet meer kan aanpassen. Ik evenwel, begrijp nu, waarom al uw medewerkers zo jong zijn. Niet alleen dat ze goedkoper zijn, maar het is de generatie die door „Dumpfbacken-TV“ en YouTube gevormd is. Zodoende is het personeelsbestand van een vanaf het begin onwaardige Dienst gevuld met mensen die de privésfeer, de menselijke waardigheid en de schaamte ontkennen. Tenslotte had de bedenker van uw ARGE-dienst al problemen met deze kwesties.[5]

Met vriendelijke groet,
uw Maximiliane Wonder-Licht

Een overzicht van alle gepubliceerde hoofdstukken is hier te vinden.
Vertaling: Florie Barnhoorn

Wordt vervolgd op zondag 14 januari 2018


1. ‘Dumpfbacke’ is een denigrerende term voor een onnozel en naïef persoon, die het ontbreekt aan invoelingsvermogen en realiteitszin.

2. De Brockhaus Encyclopedie is een Duitstalige encyclopedie, die tot 2009 gedrukt werd door de firma F.A. Brockhaus. De eerste editie zag in 1796 het licht in Leipzig.

3. Voor meer informatie over de Grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland, klik hier.

4. Langdurig werklozen die Hartz-IV ontvangen kunnen verplicht worden een 1-euro-job te accepteren. Deze werknemers hebben geen arbeidscontract en dus ook niet de daarbij behorende arbeidsvoorwaarden.

5. Doelt de schrijfster hier op de omstreden, in 2002 aangetreden en in 2004 wegens gebrek aan vertrouwen ontslagen hoofdbestuurder van de Bundesagentur für Arbeit, Florian Gerster?

Facebooktwitterlinkedinmail