Burgerdividend, burgerschapsdividend, burgervermogensfonds: anders denken over de financiering van basisinkomen.

Facebooktwitterlinkedinmail

Burgerdividend, een nieuw en hip alternatief voor basisinkomen. Is het iets anders, of alleen maar een andere invalshoek. Helpt deze woordkeus om de invoering dichterbij te brengen?

Aanleiding

Eind november introduceerde Rutger Bregman via de VPRO-gids (Het basisinkomen is een liberaal idee), de term burgerschapsdividend, met o.a. de volgende passages:
In plaats van basisinkomen kun je het ook over ‘burgerschapsdividend’ hebben. Dat klopt ook met de oorspronkelijke filosofie erachter: dat alle land en natuurlijke hulpbronnen van ons allemaal zijn en degenen die daar een claim op doen de rest van de bevolking een vergoeding moeten betalen. Het is geen gunst, geen uitkering. Het is gewoon dividend. Iedereen heeft recht op een aandeel in het land. Noem het ‘durf­kapitaal voor de gewone man’. Want dat is het ook echt: een financiële basis die je de vrijheid geeft om een bedrijfje te beginnen, om een nieuwe richting in te slaan.
….
Je kunt met een relatief klein burgerschapsdividend beginnen, en dat financieren uit een volkomen onverdachte bron, uit een co2-belasting bijvoorbeeld. Dan krijg je een co2-dividend. Je koppelt de grootste uitdaging van deze tijd, klimaatverandering, aan de grootste belofte van deze tijd: burgerschapsdividend. Waar wachten we nog op? 

In de uitzending van Tegenlicht op 25-11-2018 kwam dit ook aan bod.


Is dit nieuw?

Bregman brengt dit als nieuw idee om de discussie weer op gang te krijgen.
Dat streven is mooi, maar echt nieuw is het niet.
Ter illustratie verwijs ik naar de volgende zaken:

De essentie van al deze vormen van burgerdividend is dat er middelen beschikbaar komen voor alle burgers, omdat de wereld toch een beetje van iedereen is. Dat is een hele andere kijk dan basisinkomen introduceren als een soort armoedebestrijding sociale zekerheid, wat vaak gebeurt.
Het is een serieus te nemen idee, maar  zijn er toch ook nog wel een paar vragen die vroeg of laat een antwoord behoeven.

Bestuur,  beheer, positionering van een burger dividend fonds

Iedereen kan het initiatief nemen een BDF (burger dividend fonds) op te starten, zowel individuen als groepen, bedrijven en overheden.
Daarna moet het BDF bestuurd en beheerd worden, ook als niet een overheid de initiator is. Er is besluitvorming nodig over de inrichting (zowel bij de start als latere aanpassingen), over de technische uitvoering, over de juridische status, over het werven/toelaten van zowel financieringsbronnen als ontvangende burgers. Er zal verslaggeving moeten zijn over de gang van zaken, inclusief de geldstromen en de kaspositie.
Hoe is daarbij de balans tussen transparantie en privacy?
Maak je gebruik van een blockchain dan kun je dit geheel of deels vastleggen en automatiseren, als je daarvoor kiest.

Is er duidelijkheid over de consequenties (zowel voor de gevers als voor de ontvangers) voor de per land bestaande regelingen voor sociale zekerheid en belastingen? Laat je dat aan die overheden over of treed je in overleg?

Hoe is de positionering tov aanverwante initiatieven: kunnen meerdere BDF’s elkaar aanvullen, of sluiten ze elkaars deelnemende burgers uit, is er samenwerking of juist concurrentie, kunnen er fusies plaats vinden?

Wie vormen het bestuur, wie bepaalt hoe dat muteert en hoeveel van het bestuur en beheer kan via een blockchain vastgelegd worden?

Zijn er waarborgen dat het bestuur op den duur niet in handen komt van profiteurs of van een specifieke ideologie? Of moeten we het aan de ‘markt’ overlaten om het kaf van het koren te scheiden?

Denkbare inkomstenbronnen:

  • Privé-giften (dus kijken of daar belastingfaciliteiten voor zijn, per land?)
  • Sponsoring door bedrijven (krijgen die dan rechten?)
  • Bijdragen van overheden (mogen die dan eisen stellen?)
  • AI-DAO’s, geautomatiseerde machines zonder eigenaar
  • Opbrengsten uit slim beheer van het fondsvermogen (doen of juist niet?)
  • Zelf geld scheppen, bijvoorbeeld een virtuele of een crypto-munt

 

Fondsvorming en uitgaven

De term fonds suggereert dat er een vermogen is.
Dat hoeft niet. Je kunt ook elke periode precies uitgeven wat er binnenkomt. Met het risico van zeer grote fluctuaties, wat de zekerheid bij de ontvangende burgers niet ten goede komt.
Wil je wel een vermogen als buffer, dan moeten er regels zijn hoe hoog deze buffer moet zijn en daarmee ook of en hoe de hoogte van het BD fluctueert.

Er zijn in elk geval twee soorten uitgaven, namelijk de kosten van het systeem (inclusief organisatie en bestuurskosten) en de aan burgers uit te delen burgerdividenden (BD’s).
Hoe wordt deze splitsing bepaald?

De systeemkosten zijn een belangrijk punt van aandacht.

Aan de kant van de uitgaven aan BD’s is bepalend de aantallen deelnemende burgers en de hoogte  van het BD.
Hoe werf je deelnemers? Ga je gericht werven? Met welke prioriteit en waar? Mogen sponsors en overheden doelgroepen aanwijzen? Zijn er wachtlijsten als het fonds te klein wordt om alle deelnemers redelijk te bedienen?
Toets je of deelnemers zelf middelen hebben?
Uiteraard speelt hier ook de noodzaak fraude te voorkomen (dubbele identiteit, valse identiteit, adequate mutaties betreffende geboorte en overlijden).

Voor de hoogte van het BD is een vraag hoe je die laat fluctueren met de inkomsten en/of de stand van het vermogen. Hoe snel wil je maximaal stijgen en of dalen?
(Detail is natuurlijk ook welke periode je kiest – dagelijks, wekelijks, maandelijks, jaarlijks?).
Een andere vraag is of er differentiatie is. Houd je rekening met de levensstandaard per land of regio?  Krijgen kinderen even veel als volwassenen? Kan een sponsor of een overheid hogere bedragen claimen voor bepaalde doelgroepen?

Techniek en uitwerking

Er zijn ook allerlei keuzes over de uitwerking te maken, zoals
muntkeuze, software, banksysteem, PR en  bereik wereldwijd of juist beperkt tot een land of een regio.
Zowel de start, de ontwikkeling hiervan als het beheer behoeven aandacht.

Slot

Termen als burgerdividend, burgerschapsdividend en burgervergmogensfonds (of Engelse varianten rond het woord citizen) laten vooral zien dat het denkbaar is basisinkomen anders te financieren dan als een variant op de traditionele door de overheid geregelde sociale voorzieningen.
Als je dat echt gaat uitwerken, kom je wel een aantal problemen tegen die om een oplossing vragen, net als je die tegen komt bij het traditionele denken over invoering van basisinkomen.
Het is dus maar de vraag of de keuze van een andere term dan basisinkomen  de invoering echt dichterbij brengt.

Reyer Brons, december 2018

Ook Eric Binsbergen bepleit in zijn bijdragen  Ons basisinkomen volgens Rutger Bregman  en Avond over burgerschapsdividend in Amsterdam het vasthouden aan de term BASISINKOMEN.

Deze pagina is ook te vinden via http://burgerdividend.nl en/of http://burgerschapsdividend.nl

Facebooktwitterlinkedinmail