Commentaar op “Noodinkomen tijdens de pandemie”

Jurgen de Wispelaere deed een voorstel voor een noodbasisinkomen als instrument om financiële onzekerheid te voorkomen in tijden van pandemie.
Beter dan elke keer opnieuw een nood-regeling op te tuigen als een pandemie toeslaat, is volgens hem om een permanent programma op te tuigen met een beperkt basisinkomen dat in tijden van nood uitgebouwd kan worden.
Joop Böhm reageert hierop in een open brief.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Beste Jurgen,

Met belangstelling heb ik kennis genomen van je geschrift “Noodinkomen tijdens de pandemie” in een vertaling van Johan Horeman, waarin je – samen met Leticia Morales – een lans breekt voor een Emergency Basic Income (EBI) tijdens de pandemie.

Bij het onderdeel “Op zoek naar de toekomst: Basisinkomen en paraat voor pandemie” wijs je erop dat het EBI wordt belemmerd door het feit dat het per definitie een kortetermijnmaatregel is die telkens moet worden uitgerold wanneer een nieuwe epidemie toeslaat en daarna weer teruggerold.

Je schrijft: “De alternatieve en steviger optie zou zijn een permanent basisinkomen op laag niveau te hebben dat naar gelang van het geval tot het vereiste betalingsniveau kan worden opgeschaald.“ Je noemt daarbij 2 belangrijke voordelen:

  1. In de eerste plaats zou het uitvoeringsmechanisme zelf beproefd zijn en kunnen alle problemen in het systeem ruim van tevoren worden uitgewerkt, zodat het beleid zo soepel mogelijk wordt opgeschaald wanneer het er toe doet.
  2. Ten tweede, wanneer een pandemie uitbreekt en de regering debatteert over beleidsopties, is er al een instrument en hoeft men alleen nog te debatteren over hoeveel extra financiering er in zal worden gestoken.

Maar die optie heeft in het geval van de Nederlandse problematiek een belangrijk nadeel:

Bij een permanent basisinkomen op laag niveau zal het niet mogelijk zijn de in het huidige systeem opgenomen toeslagen en andere sociale uitkeringen, die recentelijk geleid hebben tot de opzienbarende ‘toeslagenaffaire’, af te schaffen, zonder nadelige gevolgen voor een groep mensen met lagere en/of middeninkomens. Hun verlies aan toeslagen en/of andere sociale uitkeringen kan dan hoger zijn dan het financiële voordeel dat het basisinkomen hen biedt.

Wat is er tegen om direct een universeel basisinkomen (UBI), of een Hybride Basisinkomen (HBI) in te voeren dat hoog genoeg is voor een onbekommerd bestaan? Veerkracht tegen economische schokken is niet alleen goed om weerstand te bieden aan “toekomstige epidemische golven van infectieziekten”. Het kan eveneens steun verlenen bij  andere calamiteiten. Men kan werkeloos worden als gevolg van allerlei ziektes of ongevallen. Dan is het toch prettig als je van de overheid maandelijks een bedrag ontvangt dat toereikend is om van te kunnen leven?

Ten opzichte van jouw alternatieve optie heeft het ook nog een drietal voordelen:

  1. Er behoeven geen problemen in het systeem meer te worden uitgewerkt;
  2. Op- en afschaling zijn overbodig;
  3. In geval van calamiteiten: geen nood; men beschikt dan immers al over permanente inkomsten.

Het debat over een tijdelijk basisinkomen (EBI) of een permanent basisinkomen (UBI), eventueel met een gezinstoeslag (Hybride basisinkomen HBI), kan worden gevoerd tijdens de voortgang van de huidige pandemie en staat de invoering van een Emergency Basic Income (EBI) niet in de weg. Met een beroep op solidariteit en fatsoen moet het mogelijk zijn voor het einde van de pandemie met een voldoende hoog permanent basisinkomen de democratische rechtsstaat te herstellen.

Met vriendelijke groet,

Joop Böhm, februari 2021
Afbeelding tablets van HeungSoon via Pixabay