Concept-deltaplan voor bestaanszekerheid en deregulering.

Door geleidelijk een basisinkomen in te voeren kunnen we twee vliegen in een klap slaan. Er wordt een begin gemaakt met het verschaffen van bestaanszekerheid aan iedereen en we kunnen beginnen met het afbouwen van de complexe regelgeving rond werk en sociale zekerheid.

Facebooktwitterlinkedinmail

Als we niets doen, ontstaat er een steeds grotere onderklasse met meer uitschieters beneden de armoedegrens schreef ik begin 2015 op de website van het NPI.
We kunnen er iets aan doen door een plan te maken en uit te voeren om de huidige negatieve spiraal te doorbreken door geleidelijk een basisinkomen in te voeren. Daar mee kun je twee vliegen in een klap slaan. Er wordt een begin gemaakt met het verschaffen van bestaanszekerheid aan iedereen en we kunnen beginnen met het afbouwen van de complexe regelgeving rond werk en sociale zekerheid.
Een herhaling van mijn pleidooi van ruim vijf jaar geleden. Helaas nog steeds zeer actueel. Sommige passages zouden iets geactualiseerd kunnen worden, maar dat doet niets af aan de strekking van het idee.

1.  Op weg naar een maatschappelijke tweedeling?

De discussie over basisinkomen is de laatste maanden wat intensiever geworden, mede door enkele Tv-uitzendingen (In Nederland VPRO Tegenlicht in februari 2014 met Rutger Bregmanseptember 2014 met Marcel Canoy,  in België Canvas Panorama in december 2014). Opvallend is dat er zowel bij rechts als bij links stevige tegenstand is. In belangrijke mate vinden deze uitersten elkaar in de opvatting dat we onze huidige economische problemen op moeten lossen door meer betaald werk te creëren. Meer en meer raak ik er van overtuigd dat dit niet zal lukken. De automatisering zal de komende jaren stevig doorzetten en veel banen kosten. De harde productie zal steeds meer door robots gebeuren en veel administratieve diensten zullen worden gedigitaliseerd. De werkgelegenheid kan wellicht alleen nog groeien daar waar zorg en aandacht voor mensen aan de orde is (vooral zorg en onderwijs), maar ook daar wil het huidige beleid het mes in zetten. We zien nu dat een aanzienlijk deel van de bevolking een inkomen rond het bestaansminimum heeft en door onze systemen weinig kans heeft daaraan te ontsnappen. Er hoeft maar weinig te gebeuren of men zakt door het ijs. Zie de vele schrijnende verhalen over het effect van het gedrag van  bijvoorbeeld UWV, Belastingdienst en CJIB  als je als burger even iets fout doet of vergeet. Gevreesd moet worden dat door de invoering van wetgeving van het huidige kabinet dit in de komende jaren dit alleen maar erger wordt. Met het afkalven van betaald werk wordt de betrokken groep ook snel groter. Als we niets doen, ontstaat er een steeds grotere onderklasse met meer uitschieters beneden de armoedegrens. Wat deze uitzichtloosheid  voor betrokkenen betekent is inmiddels ook uitgebreid beschreven! Van deze maatschappelijke effecten wordt ook niemand blij!
Leggen we ons hierbij neer of proberen we een oplossing te vinden?

2.   Een deltaplan voor bestaanszekerheid en deregulering

We kunnen er iets aan doen door een plan te maken en uit te voeren om de huidige negatieve spiraal te doorbreken door geleidelijk een basisinkomen in te voeren. Daar mee kun je twee vliegen in een klap slaan. Er wordt een begin gemaakt met het verschaffen van bestaanszekerheid aan iedereen en we kunnen beginnen met het afbouwen van de complexe regelgeving rond werk en sociale zekerheid.De hoofdlijn van (deze concept-versie van het ) plan is dat we de komende tien tot twintig jaar eens in de drie jaar een (extra) stap zetten door iedereen circa 250 euro per maand aan basisinkomen ter geven. Dus bijvoorbeeld in 2017 krijgt iedereen 250 euro per maand, in 2020 500 euro per maand etc. Tegelijk bouwen we de huidige uitkeringen, belastingaftekken en toeslagen af. We doen dat in beginsel over de hele linie, maar zullen vooralsnog voor individuen maatwerk moeten leveren om niemand er op achteruit te laten gaan. Ook het minimumloon wordt met dezelfde stappen steeds verlaagd met 250 euro per maand.
Voordeel van deze aanpak is dat we na elk stap de tijd hebben om de effecten te evalueren. Voor- en tegenstanders van een basisinkomen slaan elkaar vandaag de dag met verwachte effecten om de oren, die echter onbewezen en op voorhand onbewijsbaar zijn. Het lijkt mij evident dat de effecten op het gedrag van mensen niet in te schatten zijn met de huidige kennis en zeker niet met de huidige econometrische modellen.
Als we dit plan serieus nemen, kunnen we een aantal vraagstukken voorzien waarvan we sommige op voorhand op moeten lossen, sommige vraagstukken kunnen even blijven liggen.

3 .  Vraagstukken die op voorhand opgelost moeten worden.<

3.1       Ethische bezwaren tegen gratis geld

Wie niet werkt, zal niet eten. Dat zit er diep bij ons in. Het is natuurlijk bij vluchtige beschouwing meteen al een onzinnige uitspraak. Slechts één op de drie à vier Nederlanders heeft betaald werk, en de rest geven we toch ook te eten! 80 % van de Nederlandse huishoudens heeft een uitkering of een toeslag. Het is dus helemaal niet zo’n grote stap om iedereen een basisinkomen te geven, zeker als we bescheiden beginnen. Er is ook een ethische argumentatie voor een basisinkomen te geven. Het is volstrekt redelijk dat de exploitatie van onze grondstoffen (deels) ieder ten goede komt en niet uitsluitend aan degenen die die exploitatie in handen hebben. Maar op beide punten is nog wel enig overtuigingswerk nodig!

3.2       Basisinkomen voor kinderen

Het is niet voor de hand liggend ook kinderen het volledige bedrag aan basisinkomen te geven dat een volwassene krijgt. Dat is niet nodig en het wordt ook al snel kostbaar. Vooralsnog lijkt mij een bedrag van 200 euro per kind per maand voldoende, dat is al iets meer dan de huidige kinderbijslag en het (inkomensafhankelijke) kindgebonden budget samen. Kunnen die twee regelingen meteen afgeschaft worden!

3.3          Buitenlanders en migratie

Iedere Nederlander die in Nederland woont, krijgt een basisinkomen. Maar wat doen we met buitenlanders die hier al dan niet tijdelijk wonen en/of werken? En wat met Nederlanders die al dan niet tijdelijk immigreren? Maakt het uit of ze vertrekken voor of na hun pensionering? Hier moet een verstandig antwoord op komen, waarbij waarschijnlijk goed aangesloten kan worden bij de huidige praktijk bij de belangrijkste uitkeringen, uiteraard met minimalisering van de fraudegevoeligheid. Uiteraard is samenwerking met andere landen (zowel in de EU als daarbuiten) wenselijk, om tot vergelijkbare regelingen te komen die over en weer erkend worden.Vermoedelijk is voor degenen die hier wel werken, maar geen basisloon krijgen, een specifieke belastingaftrek nodig.

3.4          Wie betaalt het basisinkomen aan de ontvangers

Kijken we op nationaal niveau, dan kun je waarschijnlijk alleen denken aan de Belastdienst en aan de Sociale VerzekeringsBank (SVB). Ik prefereer de laatste. De Belastingdienst kijkt heel precies naar de financiële situatie van iedereen en corrigeert dat ook nog eens achteraf (met soms dramatische effecten). Dat moeten we niet willen bij de betaling van basisinkomen. De SVB kan het heel goed aan de hand van een paar robuuste criteria (alleen leeftijd en de onder 3.3. behandelde problematiek) Wellicht komen ook lokale instanties in aanmerking, hoewel ik niet op voorhand overtuigd ben dat dat goed gaat voor wat betreft buitenlanders en migratie.

4.  Vraagstukken die per stap nadere oplossingen vragen

4.1          De financiering van het basisinkomen per stap

Er is veel discussie over de financierbaarheid van het basisinkomen, die een hoog speculatief karakter heeft omdat we echt niet weten hoe het menselijk gedrag en dus ook de economie zal reageren op een tamelijk fundamentele wijziging van in de verhouding tussen werk en inkomen. Dit wordt een stuk overzichtelijk als we het probleem in mootjes hakken door het basisinkomen geleidelijk in te voeren. Per stap moet dan bezien worden wat er nodig is aan herschikking van de middelen om die stap te kunnen zetten.
Voor de eerste stap kan het basisinkomen in zeer belangrijke mate gefinancierd worden door de uitkeringen, toeslagen en aftrekposten voor de belasting zodanig te verlagen dat de inkomsten inclusief basisinkomen gelijk blijven. Dan moet er financiering gevonden worden voor degenen die op dit moment helemaal geen inkomsten genieten. Waarschijnlijk betreft dit alleen studenten en niet-werkende partners van samenlevenden. Voor de samenlevenden kan dit waarschijnlijk grotendeels op gevangen worden door de belastingvoordelen van de partner te verminderen. Stel dat een half miljoen mensen zonder een dergelijke korting een basisinkomen krijgen, dan moet voor 1,5 miljard euro elders middelen gevonden worden. In deze eerste fase kunnen we weinig verwachten van vermindering van kosten van uitvoeringsinstanties, dus als middelen hiervoor niet te vinden zijn binnen de Rijksbegroting is een beperkte belastingverhoging nodig. Bij latere stappen kan meer verwacht worden van korting op de uitvoeringsinstanties, maar wordt het ook onontkoombaar na te denken over geleidelijke verschuiving van de belasting op inkomsten naar andere grondslagen zoals consumptie (BTW), grondstoffen, grote vermogens, nu nog weg gesluisde bedrijfswinsten etc.

4.2.        Het opruimen van inmiddels overbodige toeslagen en uitkeringen

Na elke stap kan nagegaan worden welke van de bestaande toeslagen en aftrekregelingen inmiddels afgeschaft kunnen worden omdat er geen gebruikers meer zijn. We zagen dit hierboven al voor de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Als een regeling nagenoeg geen gebruikers meer heeft, kan bekeken worden of deze afgeschaft kan worden met (al dan niet tijdelijke) compensatie voor de kleine restgroep. Op deze manier kunnen vrij snel een groot aantal inwikkelde regelingen met grote doelgroepen vervangen worden door een robuuste efficiënt uitvoerbare regeling voor allen, aangevuld met afkalvende ingewikkelde regelingen voor kleine doelgroepen. Het huidige systeem wordt dan snel voor grote groepen veel eenvoudiger, dus met minder kans op fouten met alle akelige gevolgen van dien.

5.  Vraagstukken die pas later opgelost hoeven te worden

5.1.        De uiteindelijk hoogte van het basisinkomen

Er zijn veel meningen over de uiteindelijke hoogte van het basisinkomen:

  • Economen rekenen vaak met ruim 700 euro per maand omdat dat redelijk goed financierbaar lijkt zonder grote herverdelingen. Dit komt ongeveer overeen met wat samenlevenden nu ieder krijgen aan AOW of bijstand. Ook de berekening in VPRO-Tegenlicht ging hiervan uit.
  • De Vereniging Basisinkomen pleit voor een bedrag dat minimaal op ruim 1.000 euro ligt, mede omdat volgens de voorzitter aantoonbaar is dat bij een lager bedrag mensen niet kunnen ontkomen aan een armoedeval en het onvermijdelijk opbouwen van schulden.
  • In de Belgische Panorama-uitzending werd (zonder veel toelichting) uitgegaan van 1.500 euro.
  • In Zwitserland wordt gewerkt aan een referendum over een basisinkomen in de orde van grootte van 2.000 euro>

Daar de stapsgewijze aanpak kunne we de bepaling van de hoogte uit stellen totdat we meer weten over de effecten van de eerste stappen. Is het waar dat mensen lui worden, of worden ze juist actiever? Kunnen we de sociale wijkteams afschaffen omdat veel meer mensen zelfredzaam worden?

5.2       Kan een basisinkomen alle toeslagen en uitkeringen overbodig maken?

Het antwoord op deze vraag hangt deels samen met het uiteindelijke antwoord over de hoogte van een basisinkomen. We hebben in de stapsgewijze benadering de tijd om dat niet alleen ideologisch, maar ook gelardeerd met empirische gegevens te bezien.

6.  Hoe verder?

Hierboven staan de concept-contouren van een plan waar links en rechts zich in zouden moeten kunnen vinden. We moeten dan gezamenlijk een koers inslaan en onderweg nagaan of de koers bijgesteld moet worden. Eerst moet nog even gekauwd worden op het idee. Zitten er haken en ogen aan die nog roet in het eten kunnen gooien? Zijn er nog niet gesignaleerde zaken die eerst opgelost moeten worden?Vervolgens moeten we dit idee plaatsen naast een ander idee, het in beperkte gebieden (een gemeente, een wijk, een eiland) te gaan experimenteren met basisinkomen. Ik ben daar niet tegen maar ik vrees dat het razend moeilijk is een echt goed experiment op te zetten. Een mislukking betekent alleen maar tijdverlies!
De uitdaging is vervolgens om voor het idee (en/of  voor een regionaal experiment) maatschappelijk en politiek draagvlak te verwerven. Dat wordt nog een hele opgave!

Reyer Brons, 2 januari 2015.

 

Op basis van dit artikel op de NPI-site kreeg ik binnen een maand circa 200 reacties, die kort samengevat zijn op de NPI-site.

Positieve reacties en kritieken die alle kanten uitgaan.
Het werd mij duidelijk dat onder de voorstanders van basisinkomen de meningsverschillen over hoe het verder moet, te groot zijn om tot een enigszins door velen gedragen plan te komen. Dus ik heb die ambitie laten varen….
Maar zelf geloof ik nog steeds dat dit ongeveer de weg is die we moeten gaan.
En ik  publiceer dit nu nogmaals omdat anderen het recent weer opgediept hebben uit de oude doos. Waarvoor dank.
Reyer Brons, mei 2020

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube