Conferentie De Zachte Hand in de Bijstand, Amsterdam 17 januari 2018

Facebooktwitterlinkedinmail
foto Pixabay

Bij sociale diensten etc. is sprake van een stille revolutie. Een deel van hun cliënten met een zogenaamde afstand tot de arbeidsmarkt wordt met zachte hand benaderd.
Daarvoor zijn drie opties: bijstand als basisinkomen of als basisbaan of als begeleiding. De eerste optie scoort daar helaas niet hoog.

Op 17-1-2018 vond door de gemeente Amsterdam georganiseerde conferentie plaats over De Zachte Hand in de Bijstand.
Zeker 300-400 bezoekers, velen uit Amsterdam maar ook uit andere grote en kleinere steden. De meesten in hun beroep bezig met de bijstand: beleidsmakers, coaches van bijstanders, chefs van coaches en stafmedewerkers. Sommige bezoekers zijn wetenschappers, onderzoekers. Ook waren er mensen van bijstandbonden + enkelen die alleen bijstander zijn (een kleine groep overigens, hoe groot zou de groep zijn die zich met hen bezig houdt? Even groot als het totale aantal mensen met bijstand?). Tenslotte zomaar geïnteresseerden, politici, een enkele vakbonder, en wij, pro basisinkomers van onze vereniging uit het Amsterdamse basisteam en van het landelijk bestuur.

De conferentie was in twee delen gesplitst, middag en avond.

De middag was gevuld met toelichting en bespreking van het Dossier De Zachte Hand in de Bijstand, een speciale uitgave in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (winter 2017, nr 4).
Dit dossier bevat verschillende hoofdstukken en doet verslag van de zoektocht van hoogleraar Actief Burgerschap Monique Kremer (ook WRR-lid) en journalist Jelle van der Meer langs de steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Tilburg en Leeuwarden (en Bremen en Stockholm) met de vraag hoe ze omgaan met mensen in de bijstand die niet veel kans maken op werk. Allemaal na te lezen op het internet, heel instructief en kennisgevend.

Een paar ‘bloempjes’:
De Stille Revolutie, alle sociale diensten of welke naam zij thans ook moge hebben: Werk en Inkomen, Werk, Participatie en Inkomen etc. etc. hebben hun bijstandspopulatie in tweeën geknipt. Het deel snel/redelijk snel bemiddelbaar tot werk en het deel met grote/grotere afstand/tijd tot werk: de re-integratietijd. (Het gaat bij werk natuurlijk altijd om betaald werk.) Die populaties zijn in de bezochte steden ongeveer steeds even groot: fifty fifty.

De onderzoekers richtten zich dus op die 50% met grote afstand tot de betaalde arbeidsmarkt. Dus op diegenen voor wie de bijstand is veranderd van een tijdelijk vangnet in een blijvende voorziening.
Vanwege de nieuwe Participatiewet is voor deze groep de beroemde Tegenprestatie op het toneel verschenen. Die tegenprestatie heeft vele gedaanten: vrijwilligerswerk, mantelzorg, maar ook werken aan je schulden, sporten, zorgen aan je gezondheid behoren ertoe.
In hun beleid kiezen gemeenten daarbij verschillend: drang, motivering, vrijblijvendheid. Maar op de praktijkvloer is de benadering van de klant behoorlijk gelijkluidend: vriendelijk, uitnodigend zonder dreiging met sancties. In alle gevallen is niet het vinden van betaald werk het doel, maar welzijn.

Tot zover de inleidende teksten van de onderzoekers over die Stille Revolutie. Maar hier houdt het natuurlijk nog niet op.

De knip in de bijstandspopulatie heeft trouwens veel te maken met de bezuinigingen door het rijk op de re-integratiebudgetten. Voor die onderste 50% (24 maanden of meer afstand van werk) hebben gemeenten vaak de keuze gemaakt geen re-integratieaanbod meer.
Maar wel is de conclusie getrokken dat die onderste helft toch geholpen moet worden met AANDACHT. Aandacht werkt, over motiveren tot meedoen wordt gesproken. Voor die onderste helft zijn coaches werkzaam die die aandacht geven aan bijstanders. Die coaches ontwikkelen activeringsplannen met hun klanten. De onderzoekers hebben voor die activeringsplannen drie opties bedacht:
bijstand als basisinkomen of als basisbaan of als begeleiding.

In de uitwerking van deze drie opties komt de optie als basisinkomen er zeer slecht af: slechts in exceptionele gevallen.
De basisbaan en de begeleiding zijn favoriet. Immers de basisbaan geeft salaris en een arbeidscontract, dat is toch uiteindelijk wat de meeste mensen willen, ook zij die in de bijstand zitten in welke helft dan ook. Een extra idee is nog om die banen van overheidswege vanuit de burgers te verzinnen.
De derde optie van begeleiding betekent persoonlijke en intensieve aandacht. Hoe gaat het met U? Stelt U contact met ons prijs? U heeft bijstand, kunnen wij iets voor U betekenen? Liefst heeft zo’n activeringscoach meer te bieden dan alleen de vrijstelling van plicht tot solliciteren, bijv. stukje scholing, kinderopvang.
Vragen bij beide laatste opties: basisbaan zijn er wel banen, veel in de sociale, culturele sector is wegbezuinigd door de vorige kabinetten (opbouwwerk etc. etc.) en dat zou nu weer kunnen en hoeveel gaat dat dan wel weer niet kosten?
Begeleiding vraagt om aanzienlijke vermindering van de huidige caseload van activeringscoaches. Nu ± 350 bijstanders per coach, moet aanzienlijk minder, dus meer coaches nodig. En ook hier hangt weer een prijskaartje aan.

Tot zover de bloemlezing.
Wat moeten wij als pro basisinkomers met dit onderzoek, de resultaten, voorstellen en ideeën daaruit.

Ik heb in die middag het thema basisinkomen een paar keer aan de orde proberen te krijgen. De animo in de zaal, bij de onderzoekers en de organisatoren voor dit thema was minimaal, moet ik constateren. Ik heb met name geprobeerd te pleiten voor (hernieuwd, herhalend) onderzoek bij die onderste helft met de vraag hoe tevreden/gelukkig die bijstanders zijn met de vastheid, zekerheid van hun uitkering en verder geen behoefte hebben aan sousa, controle, plicht tot solliciteren etc., behalve een enkele maal bij navraag even te laten weten dat alles goed gaat. Het zou nuttig zijn met de uitkomsten uit dergelijk onderzoek bij alle verdere bijstand plannen rekening te houden.

Staat die mogelijk op handen zijnde optuiging van de bijstand met basisbanen en begeleiding door meer coaches haaks op onze universele, onvoorwaardelijke basisinkomen beweging? De boodschap van de conferentie luidde dat het enige wat voor de volwassen mens telt, is zijn betaalde werk, zijn arbeidscontract waar erg veel aan wordt opgehangen. Ook de bijstand, zelfs als die jarenlang duurt en op geen enkele manier tot betaald werk leidt.

Wij gaan  daar nu misschien allerlei hulptroepen op loslaten om die mensen meer te activeren, eerst om zich beter te gaan voelen (welzijn) en dan later te doen uitstromen in een overheidsbaan en nog weer later aan een echte baan te helpen. Het lijkt wel of hiermee gezegd wordt dat de onderste helft van de samenleving het onvoorwaardelijke, universele basisinkomen niet aan kan. Is dat zo, waarom kan dat ook niet eens worden onderzocht? Het leidde in ons basisteam Amsterdam tot de idee dat het hoog tijd wordt dat er op HBO’s, universiteiten, in instituten als de WRR, de SER, het CPB, etc. wetenschappers, (bijzonder) hoogleraren met een basisinkomen leeropdracht komen.

De avond van de conferentie bestond vooral uit een gesprek van vier wethouders onder leiding van de hoofdredacteur van het Tijdschrift Sociale Vraagstukken Marcel Ham. Die wethouders zijn:
Utrecht: Viktor Everhardt
Tilburg: Erik de Ridder
Amsterdam: Arjan Vliegenthart
Rotterdam: Maarten Struijvenberg

In dit verslag beperk ik mij tot de vraag, door Marcel Ham namens mij aan de wethouders, over de optie bijstand als basisinkomen.
Voor twee wethouders had die vraag importantie, die van Utrecht en Tilburg. Als bijstand experiment is in hun gemeente een proef gestart met bijstanders die met behoud van de uitkering en vrijgesteld van sollicitatieplicht, een jaar (of twee?) hun gang mogen gaan: beide wethouders zijn benieuwd wat daar uit gaat komen en zien daarna wel verder.
Amsterdam ziet alleen heil in experimenten basisbanen en willen van het rijk goedkeuring daarmee aan de slag te kunnen gaan. Een basisbaan, d.w.z. contract van twee jaar op niveau minimumloon.
Vandaag moet in de Kamer aan de orde komen of dit Amsterdamse experiment bijstand in de ogen van de Kamer genade vindt.
Rotterdam laat de experimenten even aan zich voorbij gaan, maar volgt de experimenten met interesse.

Overigens heb ik met plezier de diverse wethouders aangehoord hoe zij over de eigen invulling van hun werk spraken. Hoe zij van alles aan elkaar verbinden, financiële gaten/mogelijkheden zoeken en vinden. Plannen voor elkaar krijgen, werkgevers uit de tent lokken, potjes van de ene naar de andere kant overhevelen etc.
Zo ook dus het experiment bijstand als basisinkomen: komt er (in wiens ogen?) wat leuks uit dan zal men proberen er iets verder mee te doen. Zo niet, dan niet.

Eric Binsbergen, basisteam basisinkomen Amsterdam, 18 januari 2018

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube