De complotdenker zet zich vooral af tegen de elite

Basisinkomen kan, net als elk ander sociaal idee, door de elite worden toegeëigend en misbruikt.
We moeten dus het democratisch gehalte van alles rond het basisinkomen benadrukken.
Juist basisinkomen geeft alle ruimte (in tijd) en vrijheid (qua onafhankelijkheid) om democratisch geëngageerd te zijn ten aanzien van wat jou het beste lijkt voor het collectief.

Basisinkomen krijgt in sommige kringen een slechte naam.
Het zou het geschikte middel zijn dat de heersende elite gaat gebruiken om iedereen onder de duim te houden.
We moeten niet weglopen voor het treurige feit dat vrijwel alle op zichzelf positieve uitvindingen en sociale innovaties in de geschiedenis (ook) ten kwade zijn aangewend (ik noem slechts kunstmest–mosterdgas en meritocratie–>ongelijkheid, maar de lijst is schier oneindig).
De zorgen in de bedoelde kringen zijn terecht, maar zoals vaak,  ontaardt dat in complot denken en maken de boodschappers daarvan de dingen te simpel:

  • Basisinkomen onderscheidt zich op het eerste gezicht niet van enig ander sociaal idee ten aanzien van de mogelijkheid om door de elite te worden toegeëigend en misbruikt, dus alleen al dit punt haalt het fundament onder deze kritiek op, of angst juist voor basisinkomen onderuit.
  • Het is de angst voor ‘de elite’ an sich die het feitelijke motief vormt voor de complotdenker. wat en wie die elite ook precies is (in de ogen van velen misschien wel elk zorgvuldig formulerend persoon: van Rutte (als primus inter pares van hen die alles recht lullen wat toch echt krom is) tot wetenschappelijk onderzoeker. De complotdenker is iemand die zich buitengesloten voelt ten aanzien van invloed op zijn wereld, en in die leegte zoekt hij zijn nieuwe afgod: het complot. Of, nog erger: zijn nieuwe afgod wordt de hardst schreeuwende complotdenker. Maar de zoektocht naar Het Grote Complot of naar De Grote Complotprofeet, staat in principe helemaal los van zoiets als het basisinkomen.
  • De zich terecht zorgen makende burger schiet niets op met zich in een (winnend) kamp te scharen, want juist dán is hij speelbal van de ‘kampleider’. Beter kan hij zich hard maken voor democratische principes en regels. En ja, dan zal hij geregeld zijn verlies moeten nemen, maar zal dat verlies binnen de perken blijven én is het een zelfverkozen risico op verlies.

Ik denk dat wij het democratisch gehalte van alles rond het basisinkomen moeten benadrukken. Het idee van een elite moet overboord. Bij ons is elite degene die verkozen wordt door ons, niet meer en niet minder, dus op democratische wijze kan het basisinkomen net zo goed ‘elite worden’.

“Maar wat is mijn stem te midden van miljoenen anderen?”
Vrij weinig inderdaad. daarom moet er veel meer worden gedaan aan democratie op kleine schaal: je buurt, je woningvereniging, je windmolen, je bedrijf, je bank, etc.
Zo kweek je een collectief besef dat je stem er wél toe doet.

En nu komt het: juist een basisinkomen geeft alle ruimte (in tijd) en vrijheid (qua onafhankelijkheid) om democratisch geëngageerd te zijn ten aanzien van wat jou het beste lijkt voor het collectief, in plaats van met je eigen groepje verbitterd het altaar van De Eeuwige Onmacht te blijven bezingen.

Thijs Bollen, april 2022
Gebaseerd op een bijdrage op 4-4-22 in de Denktank Basisinkomen.

Dit is een bericht in de serie Basisinkomen: onvoorwaardelijkheid in plaats van controle.