De financiering van de tussenstappen naar basisinkomen in grote lijnen

Het sociale en fiscale stelsel in Nederland kraakt in zijn voegen.
In de discussie is basisinkomen een oplossingsrichting die nauwelijks aan de orde komt.
Wij willen de discussie verder helpen met twee verschillende tussenstappen.
Onderstaand de hoofdlijnen van de financiering van de tussenstappen.

We financieren beide tussenstappen hoofdzakelijk door het afschaffen van de inkomensafhankelijke belastingkortingen en de toeslagen.
Bij het burgerinkomen worden ook de uitkeringen afgeschaft.

Pieter OmtzigtEen herziening van de schijven (hogere tarieven en mogelijk ook andere schijfgrenzen) in box 1 van de inkomstenbelasting is nodig. Het afschaffen van de inkomensafhankelijke kortingen en toeslagen moet gecompenseerd worden om te grote verschillen met het huidige stelsel te voorkomen. Ook een zekere herverdeling door daadwerkelijk hogere belasting voor de hogere inkomens vinden wij wenselijk.
In de verder volgende uitwerking noemen we de bedragen die nodig zijn voor compensatie en herverdeling samen. Goed uitsplitsen daarvan vergt berekeningen waartoe wijzelf niet in staat zijn. Een politiek initiatief om het CPB daarvoor in te schakelen lijkt ons nodig.
Dat geldt ook voor het komen tot een zo goed mogelijk ontwerp van het nieuwe schijventarief[1], waarbij niet alleen gekeken moet worden naar box 1, maar ook naar box 2 en box 3.

maatregelHet laatste brengt ons ook bij de constatering dat vermogen en/of vermogensaanwas in Nederland zeer laag wordt belast. Zie hiervoor bijvoorbeeld een betoog van Sybren Cnossen en Bas Jacobs: Belast alle werkelijke vermogensopbrengsten, net als andere landen.

Wim van Tilborg sluit hier op aan in zijn rapport Het Basisinkomen Ten Onrechte Afgewezen. Hij rekent in zijn voorkeursberekening met € 50 miljard extra inkomsten uit deze bron.
In dit kader kan ook gedacht worden aan het hoger belasten van erfenissen, van bedrijfswinsten of aan de invoering van een betaaltaks.[2] Wij laten de keuzes hoe aan de nodige inkomsten te komen graag aan de politiek.
Een aanzet daartoe is overigens al gegeven in het rapport van de IBO Vermogensverdeling (voorzitter Laura van Geest) Licht uit, spot aan, zie ook de bijlage 15 (Fichebundel) met veel uitwerking.

Alexander de Roo
Reyer Brons
Januari 2023

De nota Twee tussenstappen naar volledig basisinkomen: een burgerbijslag en een burgerinkomen (16 blz. PDF) is in te zien en te downloaden.
Bovenstaande tekst is gebaseerd op het het begin van het vierde  hoofdstuk van de nota.
Het voorwoord is eerder geplaatst, evenals het inleidende hoofdstuk 1, hoofdstuk 2 over de burgerbijslag en hoofdstuk 3 over het burgerinkomen.

Een reactie op deze nota (correcties, verbeteringen, andere suggesties, andere zienswijzen zijn welkom bij de auteurs.
Als er reacties komen die daartoe aanleiding geven, wordt een verbeterde versie van deze nota gemaakt.

[1] De eenvoudigst oplossing lijkt een stelsel  met slechts één tarief, de zogenaamde vlaktaks. Wij geloven dat dat geen goede aanpak is. Een hoger tarief voor hoge inkomsten is nodig om een zekere herverdeling tot stand te brengen.
Sommige economen bepleiten een U-curve voor de tarieven, bijvoorbeeld Bas Jacobs. Zie zijn boek  De prijs van gelijkheid en meer recent in Hoe het kan dat het niet altijd loont om meer te werken.
Het huidige stelsel heeft door de inkomensafhankelijke kortingen en toeslagen de facto zeer hoge tarieven aan de linkerkant van de U (tot circa 80 %) en is tamelijk vlak aan de rechterkant.
Wij bepleiten in elk geval een verhoging aan de rechterkant en een forse verlaging aan de linkerkant, de huidige 80 % is bepaald geen bijdrage aan de wens dat werken moet lonen.
Onze voorkeur is een stelsel waarbij er links een vlak tarief is, dus geen linkerpoot op de U.
Wij constateren dat er recente berekeningen zijn waarin de schijven toch heel anders belast worden:

  • In de Eindrapportage Alternatieven voor het Toeslagenstelsel van staatssecretaris Van Huffelen komt een variant aan de orde die een beetje op een heel laag basisinkomen lijkt, met als tarieven voor de schijven   29,7 %, 51 %, 43 % en 43 %.
  • Bert Voorneveld rekent in zijn Breed Model met hele hoge tarieven, resp. 75 %, 65 %, 50 %en 56 %. In zijn Algeheel model dezelfde percentages tot de AOW leeftijd, daarboven resp. 25%, 75 %, 45 % en 56 %.

Uitspraken van de politiek en doorrekening door het CPB zijn nodig om hier uit te komen. Ondanks de vrees van Bas Jacobs in zijn hierboven genoemde recente artikel dat de politiek muurvast lijkt te zitten.

[2] Ook een verschuiving van het belasten van betaalde arbeid naar het belasten van consumptie lijkt ons een denkbare optie. Werken moet meer lonen en consuminderen is niet verkeerd  om de wereld overeind te houden. Dat moet dan wel verstandig gebeuren zodat niet de minst draagkrachtigen de grootste lasten hiervan dragen.