De fraudegevoeligheid van een basisinkomen

Facebooktwitterlinkedinmail

basisinkomen-eu-324x193OPINIE – De fraudegevoeligheid van een basisinkomen is niet hoger dan die van de AOW. Het hangt er maar net van af hoeveel regels (die overtreden kunnen worden) er opgesteld worden, zegt Harry Buyvoets.

De werking van een onvoorwaardelijk basisinkomen is goed te vergelijken met een al bestaande uitkering: de Algemene Ouderdomswet (AOW). Voor de AOW moet je namelijk Nederlander zijn, en de uitkering is net hoog genoeg om van te kunnen leven.

Op dit moment heeft een alleenstaande AOW’er een inkomen van ongeveer €1400 per maand, een uitkering van € 1100 en € 300 aan toeslagen, onder voorwaarde dat hij geen aanvullend inkomen heeft. Dat is op zich een redelijk bedrag als basisinkomen, gezien huurprijzen, premiebedragen zorg, energie- en waterprijzen en benodigd geld voor levensmiddelen en af en toe een uitje.

Een AOW’er die samenwoont met een andere AOW’er ontvangt € 755 per maand plus de toeslagen (de een ongeveer € 350, de partner ongeveer € 90).

Samenwonen

Kan een AOW’er frauderen? Ja, wanneer hij bijverdient kan er belasting- en of toeslagfraude optreden. Maar wanneer hij boodschappen of de was voor een ander doet, of samen met iemand kookt, houdt dit in dat men samenwonend is, zelfs als de twee op verschillende adressen wonen. Dit leidt vaak zelfs onbedoeld tot fraude. Het idee van de overheid is om misbruik van gelden te vermijden en stelt dan bizarre regels op om het begrip samenwonen te definiëren.

Het lijkt erop dat de overheid een samenleving voorstaat waarin we niet voor elkaar zorgen tenzij we zwaar leunen op door de overheid gesubsidieerde (zorg)hulp. Maar dat wordt duidelijk tegengesproken door dezelfde overheid.

Bij het denken over een basisinkomen stuit je al snel ook op het probleem van samenwonen. Wanneer iedereen een gelijk basisinkomen zou ontvangen kan er binnen één huis een buitensporig hoog inkomen binnenkomen. Mijn definitie van samenwonen is het gemeenschappelijk bewonen van één adres. Dus: twee (of meer) personen dragen bij aan de kosten van één huur en van één energierekening. Ik zou willen voorstellen basisinkomen in twee componenten uit te keren.

Eén component is het woonkostendeel, die per bewoond adres wordt uitgekeerd aan de hoofdbewoner die ook nu al aansprakelijk is voor het voldoen van de rekeningen.

Je zou je kunnen afvragen of je hier fraude kunt plegen door een huis aan te houden en daar de wooncomponent van het basisinkomen te vangen. Ja, als de overheid een regel maakt waarin een dergelijke constructie verboden wordt wel. Toch dient het extra huis wel te worden betaald. Wanneer deze situatie een permanent karakter heeft wordt het asociaal. Er zijn al wetten die leegstand bestrijden, ik zou er voor pleiten dit soort situaties hierin op te nemen. Ook kan de woningcorporatie hierin een corrigerende rol spelen als de verdeler van woonruimten.

De andere component van het basisinkomen is het persoonlijke deel. Bij deze component ga je niet moeilijk doen over of mensen boodschappen, de was of klusjes voor elkaar doen. De overheid wil juist dat mensen meer voor elkaar doen en betekenen zonder bemoeienis van de overheid. Geef de mensen dan ook de ruimte hiervoor.

Aanvullend inkomen

De meeste Nederlanders hebben niet alléén een AOW-uitkering –een situatie vergelijkbaar met iemand die een basisinkomen ontvangt- maar ook een aanvullend pensioen of inkomsten uit werk. Hier komt de grootste overeenkomst om de hoek kijken met een basisinkomen. Bij een basisinkomen mag men werken voor geld, zonder dat dit gevolgen heeft voor de hoogte van het basisinkomen, net zoals dit voor de AOW geldt. De overheid stimuleert zelfs het idee gepensioneerden in dienst te nemen omdat dit lagere loonkosten voor de werkgever meebrengt. Dit is nu net één van de basisgedachten achter het basisinkomen. De AOW is de enige uitkering in Nederland waarbij men zonder gevolgen mag bijverdienen (zolang het niet zwart is, natuurlijk). Het moge duidelijk zijn dat dankzij het ontbreken van regels op dit gebied er ook geen uitkeringsfraude ten gevolge van (extra) inkomen ontstaat bij de AOW.

Regels

Fraude bestaat, omdat er regels bestaan. We kunnen ons bij veel regels afvragen of ze moreel juist zijn, of slechts gemaakt zijn als een verkapte doch weinig electoraal verliesgevende bezuinigingsmaatregel. De straf op uitkeringsfraude is sinds 1 januari 2013 buitenproportioneel als je kijkt naar de groep mensen die kans maken in een fraudesituatie terecht te komen, bijvoorbeeld mensen die zogenaamd samenwonen (maar in feite op twee aparte adressen wonen).

Dan hebben we het nog niet eens over een ander neveneffect dat zich vooral bij de andere uitkeringen dan de AOW voordoet: het systeem eet zichzelf op. Doordat de totstandkoming van de pot waaruit de uitkeringen betaald worden geschiedt uit premie op inkomen, stijgen bij een toenemende uitoefening van het recht op een uitkering de premies, dus de loonkosten per betaald werkend mens in Nederland. Hierdoor zullen overheid en bedrijven zich genoodzaakt voelen nog meer te bezuinigen, meer mensen ontslaan, meer regels te bedenken om minder geld uit te keren, en dus zullen de kansen op fraude toenemen.

Frauderen bij een basisinkomen

Wat voor fraude kan er optreden na invoering van een basisinkomen? Dat is afhankelijk van de regels die opgesteld worden.

Een regel kan zijn dat het basisinkomen uitsluitend uitgekeerd wordt aan personen die Nederlander zijn en in Nederland wonen en verblijven. Een immigrant kan dan zoals nu ook het geval is het Nederlanderschap en uiteindelijk het recht op een basisinkomen verkrijgen. Een dergelijke regel is duidelijk en moeilijk te frauderen tenzij men gegevens in het GBA kan vervalsen.

De hoogte van het basisinkomen is een gegeven dat jaarlijks bijgesteld kan worden, indien nodig, maar is niet afhankelijk van gegevens verstrekt door de genieter. Hij voldoet aan de enige regel (Nederlander, woonachtig in Nederland), dus hij krijgt een basisinkomne of niet. Simpeler kan haast niet.

Er kan een fraudegevoeligheid optreden als het basisinkomen de twee componenten krijgt zoals eerder is aangegeven. Anderzijds maakt een dergelijk systeem het geheel evenwichtiger. Het is oneerlijk dat mensen die samenwonen en een basisinkomen ontvangen tweemaal een bijdrage krijgen om te voorzien in woonkosten als huur en energie. Dat zou niet alleen frauduleus zijn, maar zou ook moreel gezien fout zijn.

Leeftijd kan een factor zijn om de hoogte van het basisinkomen voor een persoon vast te stellen. Ook hier kan er normaal gesproken geen fraude plaatsvinden.Tenzij het overlijden van een familielid niet doorgegeven wordt, waardoor het basisinkomen voor de overledene gewoon doorloopt. Die vorm van fraude bestaat ook nu al.

Twee kampen

De financieringswijze van het basisinkomen is belangrijk. Binnen het huidige systeem worden regels bedacht en opgelegd en zelfs zonder enig omzien uitgevoerd, enkel doordat de financiering geschiedt vanuit inkomens van werkende mensen. Dit maakt het systeem automatisch tot een tweekampensysteem. Zij die betaald werk verrichten en daarmee de andere partij die niet (betaald) werkt, betalen.

Gezien de regels hierboven voorgesteld lijkt het me meest logisch dat de overheid de instantie is die de uitvoering van het basisinkomen verzorgt. Uiteindelijk heeft de overheid alle gegevens ter beschikking om te weten wie wat dient te krijgen en gaat er dan iets mis dan is dit keer meest waarschijnlijk de overheid die een fout maakt.

Schrijnend

Het is schrijnend dat onze samenleving zoveel regels weet te bedenken voor hen die aan de onderzijde van onze samenleving verkeren en daardoor sneller in een frauduleuze positie komen te verkeren. Terwijl men amper regels weet te bedenken, in te voeren en vervolgens weet uit te voeren voor hen die aan de andere zijde van het spectrum zitten.

De overheid pleit voor duurzaamheid, burgerparticipatie, minder regelgeving, minder bureaucratische rompslomp, rechtvaardigheid. Als deze fraaie woorden kunnen vorm en een fundament krijgen in een samenleving die het onvoorwaadelijk basisinkomen omarmt.

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube