De groei-economie is voorbij, op naar de voldoende-economie

Facebooktwitterlinkedinmail

Tot nu toe is er sprake geweest van groei-economie. De uitwerking ervan is decennia geleden ter hand genomen vanuit een kapitalistisch productieproces, gericht op consumeerderen. In al zijn varianten blijkt het: een tirannieke, totalitaire, imperialistische economie. Destructief, niets en niemand ontziend, als er maar sprake is van ‘groei’ (en winstmaximalisatie). Kortom, een catastrofe. Het is vanaf nu VOLDOENDE.

Om mensen aan te zetten anders te gaan leven wordt langs verschillende ingangen ‘catastrofe-denken’ geïntroduceerd. Nu zijn er tenminste twee soorten catastrofes. De ene soort kenmerkt zich door een zo hoge complexiteit, dat ook de grootste geleerde slechts eendimensionaal (dat wil zeggen vanuit zijn eigen vakgebied) dit complexe probleem weet te benaderen.

Daarmee heeft elke uitspraak over de betreffende catastrofe slechts een hoog hypothetische gehalte. Het gaat dan bijvoorbeeld over de opwarming van de aarde / klimaatsverandering en alle desastreuze gevolgen die dat mee zou brengen: zeespiegelstijging / tsunami’s, etc. Dit alles zou het gevolg zijn van menselijk handelen. Om het tij te keren moet er gedragsverandering optreden. Dat zou goed zijn. Maar voor wie? Voor handel en industrie!

Het resultaat is dat mensen niet het kapitalistische systeem kritiseren, maar op basis van aangekweekte angst beter manipuleerbaar zijn en eerder geneigd zullen zijn politieke leiders te volgen in plaats van zelf na te denken.

Nu ga ik niet betogen dat er op het vlak van aantasting van ons leefklimaat niets aan de hand is. Integendeel. Daarom vraag ik aandacht voor de andere soort catastrofes. Het gaat dan om catastrofes waarvan de causale relaties te achterhalen zijn en waar het onmiddellijk zichtbaar is dat daar de mensenhand werkzaam is.

Men kan dan denken aan olieboringen, laten varen van mammoet-tankers, bouwen van kerncentrales, ontbossing, etc. Wat levert dat op? Milieurampen als gevolg van een ontploft olieplatform (Golf van Mexico), een gezonken supertanker (zoals de Erika voor de kust van Bretagne), een doorgebrande kerncentrale (Tsjernobyl; de radioactieve stofwolk bleef net hangen voor de Franse grens, zo stelde de toenmalige Franse regering iedereen gerust).

Het bizarre is dat het type handelen waarvan zeker is dat de menselijke activiteit tot catastrofes leidt, wordt gecontinueerd. Daarentegen zouden mogelijke catastrofes waarover uitsluitend hypotheses bestaan dat de mensenhand daarin werkzaam is, wel aangepakt moet worden. Vanwaar die welhaast religieuze concentratie op verschijnselen waarvan de complexiteit zelfs aan de best geïnformeerde wetenschapper ontsnapt? Mijn voorlopig antwoord: het redden van het kapitalistische productieproces. Want zie maar…

Zelfs met activiteiten die onmiddellijk aanbanden kunnen worden gelegd, zoals olieboringen, laten varen van supertankers, bouwen van kerncentrales gaat men door. Zou men besluiten daarmee te stoppen, dan gaat de groei zou uit de economie, is het argument. Daarnaast zit er handel in het catastrofe-denken.

Een instituut voor wereldeconomie te Hamburg en de Berenberg Bank bijvoorbeeld raden hun clientèle aan om te investeren in landbouwgronden, prairies en bossen. Waarom? ‘Investeren in agrarisch bruikbare grond is zeer interessant. Het is namelijk aantrekkelijk in het kader van de klimaatsverandering. De bedoelde gronden zullen in dat licht schaars worden en het is dus logisch dat de prijzen van die gronden in de toekomst zullen stijgen’, zo luidt de toelichting (informatie ontleend aan Réfractions nr. 25, 2010, p. 68).

Zo wordt ook aangenomen (het is niet ‘bewezen’) dat de opwarming van de aarde het gevolg zou zijn van de uitstoot van CO2. Om dat te reguleren is een landen-quoteringstelsel ontwikkeld. Resultaat: handel in niet gebruikte CO2 uitstoot-certificaten en vlucht van industrieën naar landen waar nog wel te vervuilen is op basis van ongebruikte certificaten. In het Frans heet het dat ‘le système des quotas de CO2 encourage les délocalisations’ (geciteerd Le Monde van 27 november 2007). Als er al een catastrofe dreigt dan gaat men vanuit een groei-economie gewoon door die voor te bereiden!

Natuurlijk zijn er economen die bereid zijn een geheel andere economie te bepleiten, zoals de Franse econoom Jean Gadrey, oud-hoogleraar aan de universiteit van Lille-1. Hij geldt als expert op het vlak van het gebruik van de economische meetlat ‘Bruto nationaal product’. De waarde van deze meetlat wordt evenwel grondig door hem gekritiseerd. Meer informatie over hem vindt men op de site: http://www.alternatives-economiques.fr/blogs/gadrey/ .

Gadrey opponeert al jaren tegen de noodzaak van ‘groei’ (croissance) en pleit voor wat hij noemt een post-croissance maatschappij. Hij doet dat opnieuw in zijn onlangs verschenen boek ‘Adieu à la croissance. Bien vivre dans un monde solidaire’.

Dat we de fase van het ‘groei-denken’ achter ons kunnen laten, omdat er voldoende middelen voor handen zijn om een goed menselijk bestaan te realiseren, is in anarchistische kring al eerder opgemerkt. Ik denk bijvoorbeeld aan de Amerikaanse anarchist Murray Bookchin (1921-2006) in zijn ‘Post-scarcity anarchisme’ (Berkeley, 1971; derde druk 2004).

Op wat goedwillenden na, luistert niemand naar mensen als Bookchin. Dus is het goed dat een hedendaagse econoom de situatie van ‘post-scarcity’ eens vertaalt in termen van ‘post-croissance’. Wat Bookchin toen betoogde blijkt niet achterhaalt. Zo schreef hij in de inleiding bij de eerste druk: ‘Modern industry can provide abundance for all (..) the resources exist to promote social equality. (..) Any attempt to solve the environmental crisis within a bourgeois framework must be dismissed as chimerical. Capitalism is inherently anti-ecological’.

Gadrey is geen anarchist, maar dat belet hem niet om een visie uit te dragen waarvan anarchisten gebruik kunnen maken. Wat hij doet is inzicht geven in waarom het kapitalistische productieproces niet anders kan zijn dan destructief. Het laat sociale ongelijkheid voortbestaan en drukt mensen op wereldschaal het ongeluk en de armoede in. Hij demonstreert hoe de politieke elite en politieke partijen, de sociaaldemocratische incluis, de bourgeoisbuffer vormen om die situatie te houden zoals die is. Hoe is Gadrey in zijn boek te werk gegaan?

In de inleiding verklaart hij zijn verzet tegen het economische idee van de noodzakelijke ‘groei’. Tevens wijst hij op mogelijkheden voor het vinden van een uitweg uit de misère. De uitwerking ervan vindt in vier delen plaats. Het eerste deel besteedt aandacht aan zijn observatie: groei is niet de oplossing, het is een probleem!

Het tweede deel gaat in op de rijkdommen en de werkgelegenheidsproblematiek van een ‘post-croissance’ maatschappij. Het merendeel van de manieren van ecologisch verantwoord produceren vereisen ‘werk’ (van mensen), waar vervuilende productiewijzen zoveel mogelijk banen liquideren. Een milieuverantwoorde politiek schept dus arbeidsplaatsen.

Het derde deel schetst het beeld van een ‘dragelijke’ en ‘wenselijke’ maatschappij. Het niveau van het materiële leven zal verminderen. Dit wordt weer gecompenseerd door een sterke verbetering van de publieke diensten (openbaar vervoer, huisvesting, sociale en medische zorg, etc.) en door een gezondere voeding, door meer vrije tijd…

Het vierde deel geeft zicht op de omvang van de crisis en de noodzaak van de heroriëntatie. Met name gaat het hier om de vraag of de noodzakelijke sociaal-economische en ecologische veranderingen kunnen plaatsvinden binnen het kader van een hervormd kapitalisme?

Met dit geheel heeft Gadrey de centrale these van zijn boek behandeld: de totstandkoming van een ‘post-croissance’ maatschappij is niet alleen noodzakelijk, maar door middel van een herdefiniëring van prioriteiten, is ze in overeenstemming met een geloofwaardig perspectief van sociale vooruitgang en menselijke ontwikkeling.

Gadrey levert een frontale aanval op het verschijnsel ‘groei’. De term is er in gepompt waardoor ‘groei’ de impact van een seculaire religie heeft gekregen. Daarmee drukt dit begrip bijna elk ander begrip om een anti-groei weer te geven weg. Een zienswijze die daarvan getuigt zal vrijwel onmiddellijk als onwenselijk of onwezenlijk worden getorpedeerd. Gadrey heeft dan ook met een terminologische kwestie geworsteld.

Als je groei (croissance) bestrijdt, afwijst, moet je daarvoor dan bijvoorbeeld de term ‘décroissance’ gebruiken? Hoewel hij zich verbonden voelt met de mensen die dit doen, wil hij die term zelf niet gebruiken. Het drukt te zeer negatieve groei, een anti-groei, uit. Terwijl hij over een maatschappelijk project wil nadenken dat uitgaat van een aangename soberheid en volledige werkgelegenheid. Hij wil zich ontdoen van het verplichtende ‘groei’. Vandaar zijn keuze voor ‘post-croissance’, de fase ‘na de groei’.

In het Nederlands kennen we een soortgelijk probleem. Welke term levert het tegenbeeld voor ‘groei’? Ik ben uitgegaan van het woord ‘genoeg’ zoals dat ook op een aanstekelijke manier aan de orde komt bij de Aziatische antropologe en onderzoekster Shanti George. Zij schrijft erover vanuit haar eigen opvoedingservaringen (als kind en moeder) in een bijdrage opgenomen in de bundel ‘Van grenzen weten’ (ik besprak het boek op deze site, zie: http://www.devrije.nl/archives/00001706.html .

Het gaat erom ‘Genoeg, dank u’ te durven zeggen, meent zij. Daar draait het om. In het verlengde hiervan gebruik ik het woord VOLDOENDE, als de spiegel voor de term ‘groei’. Het correleert met ‘post-scarcity’, met ‘abundance for all’ bij Bookchin, met ‘post-croissance’ bij Gadrey.

Gadrey draagt lang genoeg zijn ideeën uit om te weten welke oppositie zijn denkbeelden te verduren krijgen. Zo ontkracht hij de argumenten dat armoede in de wereld alleen met ‘groei’ zijn te verhelpen. En terug naar de middeleeuwen? Dat is alleen een populistische kreet om te zeggen: ‘Wij willen niet van het kapitalistische stelsel af’.

Neen, waar bijvoorbeeld Franse rijken en huurlingen van hen in regering en parlement niet vanaf willen, zijn de belastingvoordelen die de superrijken in Frankrijk worden gegund. Berekend is dat door ‘fiscale cadeaus’ in de jaren 2000-2010 de Franse schatkist 80 miljard euro per jaar mis liep aan inkomsten… Een ander cijfer. Om de consumptiegretigheid er bij het publiek in te houden is becijferd dat wereldwijd aan publiciteit en sponsoring alleen al in 2008 600 miljard euro is uitgegeven…

Ophouden daarmee en afschaffen van ‘fiscale cadeaus’ om vervolgens met dat geld een voldoende-economie op te zetten: dat leidt niet tot een teruggang naar de middeleeuwen. Integendeel, een deel van die uitzinnigheid laten voortbestaan is middeleeuws (vergelijk de pracht en praal van die tijd aan monarchale en kerkelijke hoven). Kortom, deze bedragen maken duidelijk dat er financiële bronnen bestaan om in de sfeer van de ‘post-croissance’ onmiddellijk en op relevante schaal aan de slag te gaan.

Gadrey geeft aan op welke wijze reeds nu is te beginnen om anders te produceren, om ‘duurzaam’ te leven, om anders te financieren. Wat dat laatste betreft komt ook het creëren van lokale munteenheden aan bod. Daar zijn in het verleden ook al initiatiefnemers mee aan de slag geweest, maar heden bestaan er wereldwijd reeds 4000 soorten lokale munteenheden. In een plaatsje als het Franse Villeneuve-sur-Lot verloopt een deel van het geldverkeer niet meer via de euro maar via de ‘abeille’ (zie de site van de vereniging ‘Agir pour le vivant’: http://agirpourlevivant.org/ ).

Voorlopig zal het aanbieden en ontwikkelen van alternatieven een kleinschalige operatie zijn, maar deze kan op vele fronten zijn werk doen (multi-fronten strategie). Zelfs in de zeescheepvaart kan zich dit manifesteren, zo blijkt uit het experiment met het zeiltransportschip de ‘Tres Hombres’. Het is een initiatief om naast ‘fairtrade’ ook ‘fairtransport’ te laten ontstaan: duurzaam ‘van A na B zonder CO2’ …de wind is gratis… (zie de site: http://zeilendehandelsvaart.homestead.com/Het_schip_Tres_Hombres.html ).

Natuurlijk zal er verzet ontstaan, zeker als de verschillende uitwerkingen door ‘het systeem’ als een aantasting van haar monopoliepositie wordt opgevat. Zo is het introduceren van een eigen lokale munteenheid in beginsel een onschuldig initiatief, maar het tart het monopolie van de staat en monetaire instellingen om geld te drukken (uiteraard moeten we helemaal af van het denken in ‘geld’).

Gadrey meent dan ook dat men binnen het kader van een hervormd kapitalisme niet weg komt uit de misère die het te weeg brengt. Destructie van alles en iedereen is en blijft er aan inherent vanwege het immanente externe en interne imperialisme van ‘groei’. Als dat zou kunnen worden geaborteerd, wel dan blijft er geen ‘kapitalisme’ over… Door mij hier wat kort door de bocht geformuleerd. Gadrey gaat zorgvuldiger te werk.

Hij bespreekt negen structurele karakteristieken van het kapitalisme die in twijfel brengen dat er langs de weg van een hervorming ervan een uitweg is te vinden uit de destructieve zone, die het zelf creëert. Wij zullen het zonder kapitalisme moeten doen. Met de groeten dus dat ‘groei-denken’. Op naar een goed leven in een solidaire wereld.

JEAN GADREY, Adieu à la croissance. Bien vivre dans un monde solidaire, uitgegeven door Les Petits Matins, Paris, 2010, 189 blz., prijs 15 euro.  Te koop via amazon

Bron: http://www.devrije.nl/archives/00003076.html

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube