De invoering van een universeel inkomen

Facebooktwitterlinkedinmail

Le_Monde_logoPhilippe van Parijs, (Belgisch filosoof en econoom), stuurde ons onlangs het volgende bericht :

“De Franse president, François Hollande, heeft het Commissariat général à la strategie et à la prospective (CGSP, een adviesorgaan van de Eerste Minister, FB), opgericht door Jean Monnet na de Tweede Wereldoorlog, opdracht gegeven om het “Franse sociale model” diepgaand te heroverwegen. De huidige president, Jean Pisani-Ferry, heeft me gevraagd om een kort stukje te schrijven over het basisinkomen voor een paginagrote reportage “Réinventer le modèle social français”, dat morgen (13 dec. 2013 red.) in Le Monde wordt gepubliceerd. Ik ben er in geslaagd om er een verwijzing naar de ECI-campagne en de website in te stoppen.

Veel succes op alle andere fronten,

Philippe”

De invoering van een universeel inkomen

Om onze sociale modellen te verbeteren, om ze te redden zelfs, kunnen we wel wat beters doen dan ons vast te klampen aan wat we nu hebben. We moeten ze zo hervormen dat we gedurende ons hele leven flexibel tussen werk, opleiding en onbetaalde bezigheden binnen en buiten de familiekring kunnen schakelen.

Om deze flexibiliteit te bereiken zal de focus van het hoger onderwijs minder moeten liggen bij de startkwalificatie bestemd voor jong volwassenen, zal de arbeidswetgeving zo aangepast moeten worden dat kiezen voor parttime werk makkelijker wordt en zal een vriendelijke stedelijke planning, die de informele solidariteit in buurten aanmoedigt, bevorderd moeten worden. Maar het zal ook nodig zijn om onder het gebouw van de inkomensverdeling een onvoorwaardelijke basis te leggen, een bescheiden inkomen dat aan iedereen wordt uitbetaald: werknemer, werkloze, gepensioneerde, student, thuiswerkende ouder of anderszins.

Dit inkomen moet universeel zijn – het wordt aan rijken en armen gegeven – zodat het makkelijker is om ja te zeggen tegen activiteiten die niet of slecht betaald worden maar wel de moeite waard zijn, zoals stages en banen waarvan de onmiddellijke netto productiviteit laag is, maar die substantieel bijdragen aan ontwikkeling.

Dit inkomen moet ook onvoorwaardelijk zijn – het wordt verleend aan zowel vrijwillig werklozen als aan onvrijwillig werklozen – zodat het ook makkelijker wordt om nee te zeggen tegen kwalitatief slechte banen die weinig beloven in termen van opleiding en promotie.

Ontwikkeling van menselijk kapitaal

Een dergelijk inkomen is de kern van een geëmancipeerde versie van de actieve welvaartsstaat, een versie die op intelligente wijze inzet op de ontwikkeling van menselijk kapitaal in plaats van niet gekozen banen dwingend op te leggen. Maar is die onvoorwaardelijkheid niet verschrikkelijk onrechtvaardig? Moet onze collectieve vrijgevigheid niet uit principe voorbehouden zijn aan diegenen die graag willen werken maar dat niet kunnen?

Ongetwijfeld, als we rechtvaardigheid slechts begrijpen als een manier om solidariteit te tonen, zekerheid voor allen voor de risico’s waaraan iedereen is blootgesteld. Maar rechtvaardigheid heeft een diepere betekenis: een billijke verdeling van zeer ongelijke gaven die we te danken hebben aan het toevallige krachtenspel van onze talenten, onze familie-achtergrond, de buurt en het land waar we opgroeiden en vele andere levensomstandigheden. Een bescheiden onvoorwaardelijk inkomen is gewoon een effectieve manier om een deel van deze gaven eerlijk te verdelen.

Het idee is niet nieuw. Maar het geniet tegenwoordig in Europa een ongekende populariteit. Na de overhandiging in oktober jongstleden van de 100.000 benodigde handtekeningen, moet de Zwitserse overheid binnen twee jaar een nationaal referendum organiseren over het voorstel om “een onvoorwaardelijk basisinkomen dat de hele bevolking de mogelijkheid biedt om een waardig leven te leiden en deel te nemen aan het openbare leven” in te voeren.

Tegelijkertijd is in de meeste EU-lidstaten het Europees Burgerinitiatief (basicincome2013.eu) dé gelegenheid om op een ongekende schaal te debatteren. Een radicaal idee? Ongetwijfeld. Maar ook essentieel om de hoop op een sociaal model dat beter voldoet aan zowel eisen van rechtvaardigheid als aan de zorg voor efficiëntie geloofwaardigheid te verlenen.

  • Vertaling: Florie Barnhoorn
Facebooktwitterlinkedinmail