Discussie over basisinkomen laait op tijdens coronacrisis

Evenals in de jaren tachtig, toen Nederland zuchtte onder een massale werkloosheid, staat het nu tijdens de coronacrisis weer ter discussie. Het basisinkomen. Het staat op de agenda.
Veel banen gaan verdwijnen en het landschap van werk en inkomen gaat drastisch veranderen. We moeten op een andere manier daarmee leren omgaan. Onvoorwaardelijk basisinkomen met een negatieve inkomstenbelasting is daar volgens Bert Vos het antwoord op.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Je zag het in de jaren tachtig toen Nederland zuchtte onder een massale werkloosheid, en nu staat het tijdens de coronacrisis weer ter discussie. Het basisinkomen. Het staat op de agenda van politieke partijen, er zijn discussies in de media en er worden bijeenkomsten over dit onderwerp georganiseerd.

Het idee van iets als een basisvoorziening voor iedereen werd al geopperd in de 16e eeuw. Zodat men niet hoefde te stelen om zichzelf in leven te houden, opperde de bekende humanist Thomas More.

De Franse filosoof Montesquieu deed begin 18e eeuw de volgende aanzet in het denken over een basisinkomen. Dat hield in: een veilig bestaan, voedsel en geschikte kleding verschuldigd is en een manier van leven die hun gezondheid niet schaadt. Dat idee leidde later tot nationale stelsels van sociale zekerheid.

De eeuwen daarna laait het idee steeds weer op als een panacee om bestaanszekerheid te garanderen. In 1848 werd in Frankrijk voor de eerste keer het basisinkomen beschreven zoals we het tegenwoordig begrijpen en verstaan. In de 20e eeuw in de periode tussen de twee wereldoorlogen was het in Engeland een politieke discussie, in 1969 werd het door Amerikaans president Nixon gepresenteerd op voorspraak van de liberale econoom Milton Friedman, maar nooit uitgevoerd. Ook in de 80er jaren was het een issue in Nederland toen de massale werkloosheid ons land overspoelde.

De landelijke Vereniging Basisinkomen stelt dat dat je met het toekennen van een onvoorwaardelijk inkomensvoorziening de eigen regie in handen krijgt. Het is niet alleen een antwoord op armoedebestrijding. We moeten ook naar een andere definitie van werk. Zo draait de maatschappij voor een belangrijk deel op vrijwilligers. In allerlei sectoren. Dat is ook werk, net als mantelzorg. Wat door een basisinkomen beloond kan worden.

Ook de politiek heeft het basisinkomen ontdekt. Zo heeft GroenLinks heeft in zijn verkiezingsprogramma er een aparte alinea over opgenomen. Daarin moet de gemeente meer ruimte krijgen om te experimenteren en mogen de grenzen van de Participatiewet worden opgezocht. De Groenen stellen dat basisinkomen de armoede bestrijdt en aanzet tot initiatieven. Ook de VVD en D66 hebben het nu op de politieke agenda staan. Zo wil D66 elke staatsburger 300 euro geven door de toeslagen af te schaffen en wil de VVD de Algemene Heffingskorting aan mensen tot aan modaal (€ 36.000,- per jaar) maandelijks uitkeren. Het CDA en de PvdA neigen meer naar basisbanen, te scheppen door de overheid.

Ondanks dat er veel animo is en dit idee telkens weer de kop opsteekt komt het maar niet van de grond. Drie belangrijke drempels zijn: de vraag of het wel betaalbaar is, de gedachte dat het de prikkel om te gaan werken wegneemt  en dat er te weinig politiek draagvlak voor is (3).

Dat de prikkel om werk te zoeken of om iets te gaan ondernemen wegvalt door ‘gratis geld’ is een steeds zich herhalend mantra. Echter, wereldwijde experimenten tonen aan dat het men juist productiever wordt en zich niet massaal terugtrekt van de arbeidsmarkt. Dat de economie erdoor instort is ook niet waar, de maatschappij wordt je er alleen maar beter van. En tot slot het tekort aan een politiek draagvlak. Dat gaat steeds meer de goede kan aangezien het basisinkomen in steeds meer verkiezingsprogramma’s is opgenomen

Of we het Basisinkomen gaan meemaken dat weet ik niet. Een ding is zeker. En dat is dat veel banen gaan verdwijnen door automatisering en het landschap van werk en inkomen drastisch gaat veranderen.
We moeten op een andere manier daarmee leren omgaan. Onvoorwaardelijk basisinkomen met een negatieve inkomstenbelasting is daar mijn inziens het antwoord op.
Want de kinderbijslag en de AOW zijn immers ooit vanuit de zelfde motivatie ontstaan, namelijk bestaanszekerheid en het koesteren van sociale cohesie.

Bert Vos, december 2020
Afbeeldingen van 312kasia en Harry Strauss via Pixabay 

Dit artikel is een verkorte bewerking van een eerder artikel in het Amersfoortse De Stadsbron, waarin ook een aantal Amersfoorters aan het woord komen: Discussie over basisinkomen laait op tijdens coronacrisis.