Dit is een zeker inkomen (ingezonden artikel)

Eline van de Boogaard komt met het idee van een variant op basisinkomen, gekoppeld aan een trapsgewijze evenredige terugbetaling voor degenen die voldoende andere inkomsten hebben.
Dat is geen basisinkomen in de geest van de Vereniging Basisinkomen, maar haar idee biedt wel aanknopingspunten om verder over na te denken. Hieronder haar voorstel, binnenkort volgt een reactie.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Stel je eens voor dat wij het vrouwelijke deel van ons wezen meer waarderen en vertrouwen op ons vermogen tot zelfontwikkeling. Hoe zou ons sociale zekerheidstelsel er dan uit zien? Er is een grote kans dat het een zeker inkomen voor iedereen bevat. Maar dan wel een variant die wenselijk en haalbaar is.

Wie over een gegarandeerd inkomen hoort denkt al snel aan een onvoorwaardelijk basisinkomen, een negatieve inkomstenbelasting of een versimpeling van het toeslagenstelsel (CPB/SCP, 2020; Bregman, 2018). Deze varianten zijn onderzocht en hebben stuk voor stuk hun nadelen. Bij een onvoorwaardelijk basisinkomen krijgen mensen die het niet nodig hebben geld uitgekeerd. Dat is niet het geval bij de negatieve inkomstenbelasting. Daarbij ontvangen de mensen die een inkomen onder een bepaalde grens verdienen een gerichte inkomensondersteuning. Bij de negatieve inkomstenbelasting blijft echter het veel te ingewikkelde systeem van fiscale regelingen, uitkeringen en toeslagen in stand. Hetzelfde nadeel geldt voor de versimpeling van het toeslagenstelsel. Mensen hebben hierdoor geen of weinig inzicht in hun financiële situatie. De zekerheid komt voor mensen achteraf en dat is te laat. Daarom beschrijf ik hier een variant die deze nadelen niet kent: een zeker inkomen met trapsgewijze evenredige terugbetaling.

Wat is het?

Iedere inwoner ontvangt 10.000 euro zeker inkomen per jaar vanaf zijn 18e, ongeacht zijn woonsituatie. Mensen van 70 jaar of ouder ontvangen 15.000 euro per jaar. Daarbij ontvangen mensen als bijdrage in de kosten van de zorg voor kinderen 3.600 euro per kind per jaar. De mensen met een inkomen boven een bepaalde grens betalen het bedrag deels of helemaal terug. Dit is de trapsgewijze evenredige terugbetaling.

Het progressieve belastingtarief is hetzelfde voor inkomen uit loon, winst en vermogen. Uit de inkomstenbelastingtariefstructuur (tabel 1) volgt een belastingdruk die gematigd oploopt (grafiek).

Een progressieve belasting met trapsgewijze TABEL 1
evenredige terugbetaling
Terugbetaling Terugbetaling IB
18-70 70+
Inkomensdeel min max min max Tarief
0 – 15.000 0%
15.000-20.000 10%
20.000-30.000 20%
30.000-40.000 0 2.500 20%
40.000-50.000 30%
50.000-60.000 0 2.500 0 1.250 30%
60.000-70.000 0 1.250 40%
70.000-80.000 0 2.500 0 1.250 40%
80.000-90.000 0 2.500 0 1.250 40%
90.000-100.000 50%
100.000-110.000 50%
110.000-120.000 50%
120.000-155.000 50%
> 155.000 55%

Deze tariefstructuur resulteert in een gelijkere marginale belasting voor de verschillende inkomensschijven en een minimalisering van het armoedeval-effect. De keuze om de terugbetaling over verschillende schijven uit te smeren en de keuze voor kleinere stappen in de tariefsverhoging bevorderen dit.

Om de wederkerigheid tussen het individu en het collectief te bestendigen werkt iedere inwoner tussen zijn 18e en 25e een jaar lang voor het maatschappelijk nut. De opbrengsten daarvan dragen bij aan de financiering van het zekere inkomen.

De vijf waarden waaruit dit voortvloeit

Dit ontwerp van een sociale zekerheidstelsel, mijn ideaal, berust op politieke keuzes. Ik pleit voor deze keuzes, omdat ze de waarden weerspiegelen die in onze maatschappij van vandaag én morgen, van links tot rechts en dwars door het midden, bruisen van het leven. Deze waarden geven richting aan onze persoonlijke groei en aan hoe we ons tot elkaar verhouden. Het draait om deze edele vijf:

De eerste is gelijkheid. In 1946 verankerden de Verenigde Naties het streven naar gelijke rechten tussen mannen en vrouwen in hun handvest. Het was nog 25 jaar wachten op het schrappen van de man als het hoofd van de echtvereniging. Daarna verdubbelde de arbeidsparticipatie van vrouwen. Mijn moeder nam een baan onder schooltijd, mijn vader pakte, na enig aandringen, één keer in de week de stofzuiger en de emancipatie leek dik voor elkaar. Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet.

We staan voor de uitdaging om het resultaat van duizenden jaren onderdrukking uit te wissen. Dat kan niet zonder de herwaardering van de bezigheden die lang als vrouwelijk bekend stonden. Als we mannen en vrouwen, en ieder daartussen in, als gelijken van elkaar zien, dan moeten we dat ook doen met de mannelijke en vrouwelijke aspecten in onszelf. Overigens hebben de labels die deze aspecten kregen niet zoveel van doen met een wezenlijk onderscheid tussen mannen en vrouwen; elk mens heeft tenslotte beide in zich. Het zogenoemde mannelijke is actief, beschermend en lineair redenerend. Het zogenoemde vrouwelijke is ontvankelijk, zorgzaam en circulair redenerend. Ze zijn beide even belangrijk.

In een huishouden zorgt je dat alle rugzakjes een lunch bevatten, omdat je partner een belangrijke presentatie doorneemt. De boodschappen die je doet voor de buurvrouw, het bemiddelen bij een kinderruzie op het plein, de was voor je moeder; het is allemaal belangrijk. En wat te denken van de tijd die je vrij maakt om te wandelen en te mediteren, waardoor je met een scherpe geest kan werken en ontvankelijk bent voor goede ideeën. Kortom, de bezigheden die meer een vrouwelijk dan een mannelijk label hebben voegen net zo goed waarde toe aan de economie. De meeste resulteren echter niet in een financiële beloning. Het zijn positieve externaliteiten.

Een ontwikkeld mens brengt het mannelijke en het vrouwelijke aspect met elkaar in balans en bedrijft verschillende soorten bezigheden. De ontwikkelde samenleving doet hetzelfde door deze bezigheden gelijk te waarderen. Door beide aspecten in balans te brengen ontstaat harmonie. Een zeker inkomen biedt alle mensen de garantie zich te kunnen weiden aan het mooie waartoe het vrouwelijke aspect de mens beweegt.

Daarmee komen we op de tweede waarde: zelfontplooiing. We leven in een tijd waarin het vertrouwen op het vermogen tot zelfontwikkeling steeds vanzelfsprekender is. Wie eens een paar maanden niets om handen heeft gehad weet hoe ongelukkig dit maakt. Elke avond naar de kroeg, uren gamen of de hele dag tv-kijken; het lijkt even leuk. Maar hoe je het wendt of keert, elk mens heeft de behoefte om betekenis aan zijn leven te geven. We voelen ons gelukkig als we productief zijn, in verbinding staan met anderen en iets bijdragen aan de samenleving.

Wie onze sociale wetten onderzoekt ziet weinig van dit vertrouwen in het vermogen tot zelfontwikkeling terug. De overheid jaagt bijvoorbeeld de mensen die een bijstandsuitkering krijgen met financiële prikkels op richting de arbeidsmarkt, terwijl ze hen tegelijkertijd in een vangnet van controles op hun plek houdt. Het zou beter zijn om te bedenken vanuit welke situatie mensen zelf de beste keuzes maken. Dat is een situatie waarin iemand geen hinder ondervindt van een overheid die hem met een financiële drietand achterna jaagt. Een zeker inkomen geeft de vrijheid om zelf te kiezen, zonder bonnetjesstress en tandenborstelcontroles. Wanneer mensen de ruimte hebben die een zeker inkomen biedt, dan maken ze betere keuzes (Mullainathan & Sharif, 2013). En elk mens heeft het recht om dat te ervaren.

De derde waarde, zekerheid, hangt hiermee samen. Een zeker inkomen biedt iemand niet alleen de zekerheid tijd en geld te hebben voor zelfontwikkeling. Het zorgt ook voor een beter inzicht in de eigen financiële situatie. Heel wat mensen ontberen dit. Ze verkeren in een woud van regelingen, uitkeringen en toeslagen dat het zicht op de eigen bestaanszekerheid verhult (Omtzigt, 2021; Algemene Rekenkamer, 2021). Door dit bestaande beleid ofwel te schrappen, of direct uit de belastinginkomsten te financieren ontstaat een transparant inkomen. Daarmee weet iemand die een extra uur betaald werk verricht wat hij daaraan overhoudt. En hij ervaart de financiële voordelen wanneer hij een huis met anderen deelt. Een zeker inkomen gaat daarom gepaard met een transparant inkomensbeleid.

Rechtvaardigheid, de vierde waarde, ligt aan de basis van ons sociale stelsel. Een zeker inkomen geeft mensen die minder kansen hebben om zich te ontwikkelen een betere uitgangspositie. Iemand die op zijn 18e een auto voor zijn verjaardag krijgt heeft waarschijnlijk kansen genoeg. Datzelfde geldt voor iemand die beschikt over een flinke aandelenportefeuille. De trapsgewijze evenredige terugbetaling en het progressieve belastingtarief voor alle vormen van inkomen zorgen ervoor dat de kansen van deze mensen wat dichter bij elkaar komen te liggen.

Gemeenschapszin hoort, tot slot, bij een zeker inkomen dat iedereen in de gelegenheid stelt zijn leven betekenis te geven. Iedereen levert een bijdrage aan de rijkdom die we gemeenschappelijk delen. Zo versterken we bovendien de maatschappelijke samenhang. Ook het SCP (2020) ziet dat als een noodzaak. Als we iets terugdoen voor het collectief dat ons draagt, dan ervaren we wederkerigheid en verbondenheid. Geven en nemen brengt groot geluk.

Een antwoord op de bezwaren tegen een gegarandeerd inkomen

Aan de borreltafel roept altijd wel iemand dat mensen lui worden wanneer ze zomaar geld ontvangen. Die pareer je makkelijk met het advies zich van zijn aandelenportefeuille te ontdoen en zijn studerende kinderen financiële hulp te onthouden.

In de literatuur vinden we bezwaren tegen het basisinkomen die meer doordacht zijn. Professor Kleinknecht (2020) somde ze in ESB op. Sommige van deze bezwaren, zoals de onrechtvaardigheid om de mensen die het niet nodig hebben geld te geven, zijn niet van toepassing op deze variant van een zeker inkomen. Andere tegenwerpingen kun je accepteren, of zelfs omkeren; vanuit een ander perspectief verandert een nadeel in een voordeel.

Het arbeidsaanbod zal bijvoorbeeld naar verwachting iets dalen, maar of dat bezwaarlijk is valt te betwisten. Met een zeker inkomen zullen sommige mensen minder betaald werk verrichten. Onderzoek van het CPB (2015) toont aan dat vooral moeders van jonge kinderen in hun arbeidskeuze gevoelig zijn voor financiële prikkels. Bij de andere groepen zie je nauwelijks effecten. De mensen die minder betaald werk verrichten besteden volgens het SCP (2018) een groter deel van tijd aan het huishouden en de zorg voor anderen. Het is dus niet zo dat deze mensen, vaak vrouwen, thuis uit hun neus gaan zitten eten. Sterker nog, voor veel mensen is het de drukste tijd van hun leven. En misschien ook wel de leerzaamste. Zelf heb ik in elk geval van het ouderschap meer geleerd dan van welke managementcursus dan ook. En elke dag scherp ik mijn vermogens opnieuw aan die kleine spiegelwezens. Een krapper arbeidsaanbod is vanuit dit oogpunt dus geen bezwaar. Als het voortkomt uit vrije wil, dan is het een zegen. Ik gun elke man en elke vrouw de vrije keuze om wat minder te werken, om welke reden dan ook.

Een ander bezwaar betreft het verlies van de anti-cycliciteit van het sociale zekerheidstelsel. Het klopt dat die met deze variant minder wordt, maar dat is niet erg, want er bestaan andere instrumenten voor de stimulering van de economie. Dat ons sociale zekerheidsstelsel meerdere doelen dient is prima. Ze heeft echter één hoofddoel: het bieden van zekerheid aan alle inwoners van ons land.

Andere bezwaren richten zich op politieke keuzes die voor sommigen samenhangen met een keuze voor een basisinkomen, zoals een terugtredende staat en lagere minimumlonen. In wezen zijn dit bezwaren tegen andere voorstellen en zijn ze daarom op deze variant niet van toepassing. De overheid kan het minimumloon verhogen. Aanvullend sociaal beleid, zoals de vergoeding van zorgkosten, de financiering van de kinderopvang en de arbeidsbegeleiding, blijft bestaan. Wanneer de ambtenaren die hun tijd besteden aan controles en bureaucratie, hun handen vrij hebben om mensen te begeleiden zijn zij zelfs beter in staat om maatwerk te bieden. Het zekere inkomen is geen oplossing voor alle problemen, maar het is een goed begin.

De drie pijlers waarop de betaalbaarheid rust

“Ik vind het te duur,” zeg ik als mijn man mij weer eens een link van een nieuwe auto toestuurt. Wat ik dan eigenlijk bedoel is dat ik vind dat onze oude nog wel een tijdje mee kan. ‘Te duur’ is een makkelijke manier om een nieuw idee af te serveren. Het beantwoorden van de vraag hoe we de financiering van een zeker inkomen mogelijk kunnen maken lijkt moeilijker, dan het beargumenteren waarom het te duur is. In werkelijkheid valt dit erg mee.

De kosten van een zeker inkomen bedragen (op basis van de bevolkingscijfers van het CBS voor 2020) afgerond 165 miljard euro. De financiering van deze variant berust op drie pijlers.

De opbrengsten van het werk voor het maatschappelijk nut vormen de eerste pijler. Zo’n 210.000 tot 220.000 jongeren werken een jaar in bestaande vacatures die moeilijk in te vullen zijn. De bedrijven en organisaties die hen aannemen om bijvoorbeeld asperges te steken, wc’s schoon te maken of orders te picken storten het loon aan het collectief. Aangenomen dat zij 44 weken van 36 uur werken voor 15 euro per uur levert dat afgerond 5 miljard euro op.

De totale terugbetaling van (afgerond) 42,5 miljard euro is de tweede pijler. Dit bedrag volgt uit een verdeling van het bruto binnenlands product van 2020 van 700 miljard euro over de inwoners, die gelijk is aan de verdeling van het nationaal inkomen voor belastingen uit de World Inequality Database (2017). Aangenomen dat het gemiddelde inkomen binnen de cohorten evenredig is verdeeld, zette ik deze om naar percentielen en rekende per percentiel uit hoeveel de mensen uit dat percentiel terugbetalen. Het aantal 70+’ers dat een extra terugbetaling doet verlaagde ik met een factor 3, omdat de inkomens van ouderen doorgaans lager zijn.

De derde pijler bestaat uit de bedragen die vrijvallen door de stelselwijziging (tabel 2).

Stelselvrijval (bedragen x 1 miljoen euro) TABEL 2
Fiscale regelingen 2020 *
Arbeidskorting 20.800
Algemene heffingskorting 23.700
IAC korting 1.752
Alleenstaande ouderkorting 456
Jonggehandicaptenkorting 182
Ouderenkorting 3.749
Landbouwvrijstelling 682
Investeringsaftrekregeling (KIA) 368
Hypotheekrenteaftrek 9.500
Eigenwoningforfait -3.200
Aftrek geen/geringe schuld 614
Diversen verlagen lastendruk in de winstsfeer 8.814
Diversen bijz. verminderingen loonbelasting 2.721
70.138
Toeslagen 2019 **
Zorgtoeslag 4.909
Huurtoeslag 3.551
Kindgebonden budget 2.065
10.525
Uitkeringen 2019 **
Wet Werk en Bijstand 6.034
Algemene Ouderdomswet 39.484
Wet arbeidsong. Jonggehandicapten 3.237
Algemene Kinderbijslagwet 3.628
52.383
NB *Cijfers uit Verantwoordingsonderzoek 2020 van de Algemene Rekenkamer
** Cijfers uit CBS Statline, Tabel: Overheid; sociale uitkeringen, 24 juni 2020

Uit 20 jaar onderzoek van de Algemene Rekenkamer (2021), die de Kamer en het kabinet adviseert om “de wildgroei van fiscale regelingen flink terug te snoeien”, volgt dat het veel regelingen aan doelmatigheid en effectiviteit ontbreekt en de schatkist zo’n 111 miljard euro aan belastinginkomsten misloopt. Hier vinden we een deel van de financiering terug. Voorts kunnen een aantal toeslagen en uitkeringen vervallen, omdat een zeker inkomen hiervoor in de plaats komt. De totale vrijval bedraagt 133 miljard euro.

Deze hele exercitie behelst een verregaande herziening van het belastingstelsel. Voorspellingen over de economische gevolgen zijn in zo’n geval onbetrouwbaar, omdat teveel variabelen tegelijk veranderen. Wel duidelijk is dat, met de drie pijlers tezamen, 180,5 miljard euro beschikbaar is voor de financiering van 165 miljard euro zeker inkomen. Dat betekent dat we 15,5 miljard over hebben om een mogelijke belastingderving bij een lager nationaal inkomen op te vangen.

Conclusie

Een zeker inkomen is betaalbaar en vloeit voort uit de waarden van deze tijd. Alle inwoners van Nederland, arm en rijk, hebben het recht om zich aan de ontplooiing van hun mannelijke en vrouwelijke aspecten te wijden. Een flinke verbouwing van het sociale zekerheidsstelsel kan dat garanderen. Het zal resulteren in een stelsel dat rechtvaardiger is en de maatschappelijke samenhang versterkt. Bovenal zal dit stelsel zekerheid weer tot hoofddoel maken. En, laten we eerlijk zijn, daar was het sociale zekerheidsstelsel toch voor bedoeld.

Oktober 2021, Eline van den Boogaard Auteur, zelfstandig onderzoeker en econoom

Zie ook Reactie op het idee van Eline van de Boogaard voor een ZEKER INKOMEN.

Literatuur

Algemene Rekenkamer (2021) Snoei wildgroei fiscale regelingen flink terug. Artikel op rekenkamer.nl, 19 mei 2021.
Algemene Rekenkamer (2021) Verantwoordingsonderzoek 2020. Publicatiereeks op rekenkamer.nl.
Bregman, R. (2018) Deze variant van het basisinkomen is realistisch en betaalbaar. Artikel op decorrespondent.nl, 1 mei 2018.
Centraal Planbureau (2015) Maatwerk loont/Moeders prikkelbaar – De effectiviteit van fiscaal participatiebeleid. CPB Policy Brief 2015/02.
Centraal Planbureau/Sociaal en Cultureel Planbureau (2020) Kansrijk Armoedebeleid. CPB/SCP publicatie.
Kleinknecht, A. (2020) Het onvoorwaardelijk basisinkomen is een doodlopende weg. ESB, 105 (4787), 333-335.
Mullainathan, S. en Sharif, E. (2013) Schaarste – Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen. Amsterdam: Maven Publishing.
Omtzigt, P. (2021) Een nieuw sociaal contract. Amsterdam: Prometheus.
Sociaal en Cultureel Planbureau (2018) Alle ballen in de lucht – Tijdsbesteding in Nederland en de samenhang met kwaliteit van leven. SCP-publicatie 2018-34.
Sociaal en Cultureel Planbureau (2020) De sociale staat van Nederland 2020 op hoofdlijnen. Kwaliteit van leven in onzekere tijden. SCP-publicatie 2020-11.