Dood door schuld, te voorkomen door invoering van basisinkomen

Facebooktwitterlinkedinmail

Armen leven in ons land ongeveer 7 jaar korter dan rijken.
Met het gevoerde beleid heeft de overheid verzuimd armoede te voorkomen. Goedbeschouwd zouden de regeringsleiders dus kunnen worden aangeklaagd voor “dood door schuld.”
Simpele oplossing: de invoering van een Universeel Basisinkomen dat hoog genoeg is voor een onbekommerd bestaan. Dit idee wint onder de bevolking steeds meer veld, maar de leiders van de politieke partijen houden de boot af.

“Negen van de tien Brazilianen denken dat hun rijkdom, of het gebrek daaraan, vooral door God wordt bepaald”, las ik onlangs in De Volkskrant. “De belangrijkste Braziliaanse pinksterkerken preken het welvaartsevangelie: Wie maar genoeg in God gelooft, zal daarvoor worden beloond met geluk, gezondheid en rijkdom.”

Hoeveel mensen in ons land er zo over denken weet ik niet, maar het komt mij voor dat het er veel minder zullen zijn. Professor Peter van Hoesel schreef eens de column “Toeval bestaat”, waarin hij de status van armoede en rijkdom voor een belangrijk deel aan toeval wijt. Ik ben dat roerend met hem eens, zij het dat het overheidsbeleid ook een belangrijke vinger in de pap heeft.

Dat laatste heeft ertoe geleid dat in ons land een samenleving is ontstaan met grote ongelijkheid van inkomens en vermogens. Kim Putters, de directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, schreef begin deze maand in zijn opiniestuk “Een lege schoen” dat het armoedecijfer in ons land gesteld kan worden op 7% van de bevolking, dus rond 1,2 miljoen  mensen. Gaan we uit van het bestaansminimum, dan zijn er 800.000 armen, waarvan driekwart er langer dan drie jaar onder gebukt gaat, lijdend aan “langdurige armoede”.

Nauw verwant met mensen in armoede is de categorie “laagopgeleiden”. Het besteedbaar inkomen hangt vaak daarmee samen. Leven in Nederland laagopgeleiden tot 7 jaar korter  dan hun hoogopgeleide landgenoten, dan mag worden aangenomen dat armen in ons land ongeveer 7 jaar korter leven dan rijken. Korter leven betekent eerder dood  en met het gevoerde beleid heeft de overheid zich daar schuldig aan gemaakt. Goedbeschouwd zouden de regeringsleiders dus kunnen worden aangeklaagd voor “dood door schuld.”

Er is een heel simpele oplossing voor het voorkomen van armoede: de invoering van een UBI, een Universeel Basisinkomen dat hoog genoeg is voor een onbekommerd bestaan. Hoewel dit idee onder de bevolking steeds meer veld wint blijkt dat de leiders van de politieke partijen de boot willen afhouden, ondanks de hoopvolle resultaten die wereldwijd met kleinschalige  experimenten zijn bereikt. De achterban slaagt er hooguit in bij een enkele partij de belofte tot verder experimenteren af te dwingen.

De kiezer die zich half maart 2017 wil uitspreken vóór het UBI heeft dus weinig keuze. Het burgerinitiatief “Basisinkomen2018” is door de Tweede Kamer afgewezen omdat het onderwerp al besproken was, vanwege de op een zijspoor gerangeerde initiatiefnota die was ingediend door Norbert Klein van de Vrijzinnige Partij. Een sprankje hoop gloort verder slechts bij het zien van bekende namen als Sjir Hoeijmakers bij D66, Ewald Engelen bij de Partij voor de Dieren, Bram van Ojik bij GroenLinks en Matthijs Pontier bij de Piratenpartij. En het PvdA-congres moet nog beslissen over een motie waarin gevraagd wordt een verzorgingsstaat te ontwerpen rond het basisinkomen.

Een schrale oogst!  Maar hoop doet leven. Hoop voor 2017 en volgende jaren!

Amersfoort, Joop Böhm, 29 december 2016

Zie voor de standpunten m.b.t. het basisinkomen van de bekendste politiek partijen Nederlands politieke partijen: standpunten over het basisinkomen

Facebooktwitterlinkedinmail