Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (Algeheel model)

Bert Voorneveld presenteerde hiervoor twee varianten van basisinkomen beneden de AOW-leeftijd.
In deze bijdrage wordt ook basisinkomen voor AOW’ers gepresenteerd.
Met een andere hoogte en andere belastingtarieven.

AOW
Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

De derde variant, het ‘Algehele’ model, is voor de mensen beneden de AOW-leeftijd gelijk aan het Brede model uit de vorige aflevering. Zie aldaar voor de toelichting. In deze variant wordt het bruto gezinsbasisinkomen AOW vervangen door een netto individueel basisinkomen. Dat is de andere grote uitdaging bij het ontwerpen van een compleet model voor een basisinkomen, naast de vervanging van de huurtoeslag. Behalve de ingewikkelde technische en budgetteringsvragen, is er daarbij ook een politieke vraag te beantwoorden: Waarom zouden we dit willen?

Vervanging van de huurtoeslag is nog min of meer vanzelfsprekend, vanwege zijn karakter van inkomensondersteuning en gegeven de enorme uitvoeringsperikelen, maar bij de AOW is dat totaal anders. Daar gaat het om een bestaand basisinkomen, op grond van verworven rechten waarvan de uitvoering (via de methode van rondpompen) probleemloos verloopt. ‘If it ain’t broke, don’t fix it’, zeggen de Angelsaksen. Van mij hoeft het dan ook niet per se.

Waarom dan toch?

Omdat de AOW op gezinsgrondslag is en ik er grote waarde aan hecht dat naast ons fiscale stelsel ook ons sociale stelsel wordt geïndividualiseerd. Dat wordt des te urgenter zodra er een individueel basisinkomen bestaat voor werkenden. Het zou erg onlogisch zijn als die bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd hun individuele basisinkomen weer zouden moeten inwisselen voor een gezinsafhankelijke variant. Maar wie pleit voor een gezinsbasisinkomen, zoals de VBi met haar ‘Basisinkomen 2.0‘, zou eigenlijk van de AOW af moeten blijven. Sponsoring van de werkenden door de oma’ en de opa’s gebeurt al op grote schaal, doordat die gratis op hun kleinkinderen passen.

In dit Algehele model wordt de huidige AOW dus toch vervangen, door een basisinkomen dat net zoals bij de werkenden op individuele grondslag is.

Het bestaande niveauverschil tussen bijstand en (netto) AOW blijft gehandhaafd door bij het nieuwe basisinkomen boven de pensioenleeftijd een hoger bedrag te hanteren.

Er is weinig op tegen om de bedragen gelijk te trekken, maar onze politici kennen daarvoor helaas maar één kunstje, namelijk het verlagen van het inkomen van de gepensioneerden. Gelijktrekken door het sociale minimum te verhogen zou ook kunnen, maar dat idee komt om een of andere duistere reden nooit in aanmerking. Vreemd….

Hier dus een basisinkomen van € 1.500 respectievelijk € 1.700 per persoon per  maand.

Financiering

 

Soort regeling Budget Corr. Opbrengst Totaal van kosten en baten
Bijstand c.a. 8,1 8,1
Re-integratiekosten 3,3 3,3 Werkenden Pensioen Totaal
Werknemersuitkeringen (basis) 19,6 2,4 17,2 Bedrag OBi pmnd 1500 1700
Algemene nabestaandenwet Anw 0,3 0,3
Aftrekposten zelfstandigen 5,2 5,2 Kosten 197,7 64,9 262,6
Studiefinanciering 2,1 2,1 Opbrengst IB. 144,9 11,8 156,6
AOW (correctie voor buitenland) 42,2 3,2 39,0 In te verdienen 95,4
Zorgtoeslag 5,6 5,6
Huurtoeslag 4,3 4,3
Hypotheekrenteaftrek 13,7 13,7
Eigenwoningforfait -3,4 -3,4
Totaal in te verdienen: 95,4 Tekort 10,6

De kosten van het basisinkomen bedragen in deze duurste variant ruim € 262 miljard. Daar staan de besparingen tegenover vanwege afschaffing van diverse sociale voorzieningen. Links in de tabel is aangegeven welke dat zijn. De bedragen zijn ontleend aan de Rijksbegroting 2021.

In dit model is een extra inverdienpost opgenomen, nl. afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Zodra alle bewoners van een eigen huis een basisinkomen ontvangen waarin de huurtoeslag is verdisconteerd is er geen reden om de speciale fiscale behandeling van het eigenwoningbezit te handhaven. (Over de OZB zal ik hier maar niet beginnen). Afschaffing van zowel aftrek als bijtelling levert per saldo een besparing op van € 10,3 miljard. Dat laatste is schieten op een bewegend doel, want zowel de beperking van de aftrekbaarheid als de stijging van de rente zijn erop (van tegengestelde) invloed.

Rechts in de tabel zijn de kosten en baten samengevat. Daaronder ook de meeropbrengst van de inkomstenbelasting box 1. De berekening daarvan komt uit op een bedrag van € 156,6 miljard.

Al met al is er nog steeds een tekort van ruim € 10 miljard. Dat komt overeen met zo’n 3,5% van de Rijksbegroting. Een flinke opgave, maar niet onhaalbaar. Met een combinatie van heffingen op hoge privévermogens, erfenissen/schenkingen, bedrijfswinsten en digitale betalingen (de nog altijd niet echt beroemde betaaltaks) zou dit tekort gedekt moeten kunnen worden.

De meeropbrengst van de inkomstenbelasting bedraagt bij de gepensioneerden slechts € 11,8 miljard. Dat komt omdat bij hen, anders dan bij de nog niet gepensioneerden, de inpassing niet alleen plaatsvindt door het inkomen zwaarder te belasten, maar ook en vooral door een substantieel deel van dat inkomen zelf te schrappen. De AOW komt immers te vervallen. Over het resterende deel, veelal bestaande uit het gespaarde aanvullende ouderdomspensioen, valt veel minder te heffen.

Wel is aan de besparingskant het saldo fors hoger, omdat nu ook het AOW-budget (binnenland) kan worden meegeteld en er geen correctie meer nodig is op de toeslagbudgetten.

De inkomenseffecten bij de gepensioneerden zien er na deze wijzigingen als volgt uit.

We zien dat bij de laagste pensioenen sommige alleenstaanden, namelijk die met een (bijna) maximale huur, erop achteruitgaan.

Ook mensen met een relatief hoog aanvullend ouderdomspensioen, vanaf bruto € 3.600 per maand, gaan er (in toenemende mate) op achteruit.

Dat de invoering van een basisinkomen fiscaal gezien bij de werkenden een andere tak van sport is dan bij de gepensioneerden moge blijken als we de beide tariefstelsels naast elkaar weergeven.

Alleen het toptarief van 56% en het startbedrag van de hoogste schijf (iets hoger dan het huidige) komen links en rechts overeen. De eerste drie schijven zijn -noodzakelijkerwijs- totaal verschillend.

Beneden de AOW-leeftijd Boven de AOW-leeftijd
Schijf Vanaf Tot en met Tarief Vanaf Tot en met Tarief
1 nihil € 24.000 75% nihil €  6.000 25%
2 € 24.001 € 36.000 65% €   6.001 € 12.000 75%
3 € 36.001 € 70.000 50% € 12.001 € 70.000 45%
4 € 70.001 en hoger 56% € 70.001 en hoger 56%

 

Dit houdt verband met de manier waarop het basisinkomen wordt verrekend met het bestaande inkomen. Die is bij de gepensioneerden fundamenteel anders dan bij de werkenden.

Bij de werkenden verandert er niets aan het bruto inkomen, maar bij de gepensioneerden wordt er een substantieel deel van het bruto inkomen weggenomen, door het afschaffen van de AOW. Daarmee is de verrekening van het basisinkomen al grotendeels gerealiseerd. Op het restinkomen, het aanvullende ouderdomspensioen, hoeft dan nog slechts een klein gedeelte verhaald te worden. Vandaar het lage tarief in de eerste (korte) schijf.

Om het beeldend te zeggen: bij de werkenden blijft het (bruto) loongebouw volledig intact, maar bij de gepensioneerden wordt van het (bruto) pensioengebouw de hele onderste verdieping gesloopt.

Als we daarna met de fiscale verrekening aan de gang gaan, kan dat links en rechts uiteraard niet met dezelfde tarieven. Dat zou minstens aan een van beide kanten onacceptabele inkomenseffecten te zien geven.

Deze reeks wordt nog afgesloten met een nabrander.

September 2021, Bert Voorneveld
Image jongleur via Public Domain

Dit is het vierde artikel in een reeks, die begonnen is met Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (inleiding).
Zie ook over variant 1: Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (Startup model) den variant 2: Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (Breed model).
Bert Voorneveld nodigt iedereen die dat wil uit met hem van gedachten te wisselen via de Denktank Basisinkomen.
Bert Voorneveld is auteur van ‘Plan voor een gelukkige samenleving‘.
Zie ook zijn artikel Het ene basisinkomen is het andere niet.
Over de betaaltaks heeft hij ook gepubliceerd op Platform O: 
Belasting betalen kan gemakkelijker en leuker.