Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (Breed model)

Ook de tweede variant in de reeks van Bert Voorneveld, het Brede model, is beperkt tot de mensen onder de AOW-leeftijd. Wel wordt hier ook de inkomensafhankelijke huurtoeslag afgeschaft, waarmee voor de niet gepensioneerden de toeslagen geheel zijn verdwenen.
Dit kan niet budgettair. Voorstel is het gat te dichten met de invoering van een betaaltaks.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

De tweede variant, het Brede model, is opnieuw beperkt tot de mensen onder de AOW-leeftijd.
Voor gepensioneerden verandert er ook nu (nog) niets. In het Startup model zijn voor hen in box 1 de  schijfgrenzen en -tarieven en de premies Anw en Wlz al afgesplitst. Voor mensen onder de AOW-leeftijd zijn bij de Startup de heffingskortingen afgeschaft en de premies volksverzekering (neutraal) omgezet in belasting.

Zoals in de inleiding van deze serie is aangegeven, kies ik voor een basisinkomen op individuele grondslag dat minstens gelijk is aan het sociale minimum, inclusief toeslagen. De kindregelingen blijven buiten beschouwing. De zorgtoeslag was in het Startup model al komen te vervallen.

In dit Brede model wordt daarnaast ook de inkomensafhankelijke huurtoeslag afgeschaft.

Dat is een van de grootste complicaties bij het ontwerpen van een uitvoerbaar en betaalbaar model.

Met name omdat het gaat over een relatief hoog bedrag in het huishoudbudget van een beperkte groep mensen. Als we dat generaliseren, dus als we via het basisinkomen ineens alle mensen een vergelijkbaar bedrag willen geven, dan hangt daar een zeer fors prijskaartje aan. (D66 deponeert die rekening eenzijdig bij de AOW-ers, maar dat vindt deze pensionado een minder mooie oplossing.)

Lastig is ook, dat de huurtoeslag niet uitsluitend afhankelijk is van het inkomen, maar uiteraard ook van de hoogte van de huur. Op het minimumniveau, bij de maximale huur van € 750 per maand, bedraagt de huurtoeslag € 375. Als we het basisinkomen uit het Startup model met minder dan dat bedrag optrekken, dan gaan sommige mensen op het minimumniveau erop achteruit.

Dat is een kleine groep, want vanwege het strikt individuele karakter van dit voorstel gaan sowieso alle samenwonenden er dusdanig op vooruit dat zij daar geen last van zouden hebben.

De enigen die met een teruggang te maken zouden kunnen krijgen zijn de alleenstaande minima die een hoge huur betalen, op of tegen de € 750 per maand. Ik vind het aanvaardbaar om die selecte groep er (ietwat) op achteruit te laten gaan en stel daarom in deze variant het bedrag van het basisinkomen op € 1500,- per maand. Bijstand (€ 1.078), zorgtoeslag (€ 105) en beperkte huurtoeslag (€ 317).

Financiering

De kosten van het basisinkomen bedragen in dit geval bijna € 198 miljard.
Daar staan besparingen tegenover vanwege de afschaffing van enkele sociale voorzieningen.

In de onderstaande tabel (linkerzijde) is aangegeven welke dat zijn. De bedragen zijn ontleend aan de Rijksbegroting 2021. Aangezien ook AOW-ers gebruik maken van de bijstand en de toeslagen, heb ik daar de budgetten naar evenredigheid verminderd.

Soort regeling Budget Corr. Opbrengst Totaal van kosten en baten
Bijstand c.a. 8,1 1,7 6,4
Re-integratiekosten 3,3 3,3 Werkenden AOW-ers Totaal
Werknemersuitkeringen (basis) 19,6 2,4 17,2 Bedrag OBi pmnd 1500 nvt
Algemene nabestaandenwet Anw 0,3 0,3
Aftrekposten zelfstandigen 5,2 5,2 Kosten 197,7 nvt 197,7
Studiefinanciering 2,1 2,1 Opbrengst IB. 144,9 nvt 144,9
Zorgtoeslag 5,6 1,2 4,4 In te verdienen 41,9
Huurtoeslag 4,3 1,3 3,0
In te verdienen: 41,9 Tekort 10,9

Aan de rechterzijde is in de tabel weer het totaal van kosten en baten weergegeven. Onder die baten ook de meeropbrengst van de inkomstenbelasting box 1, als gevolg van de hogere tarieven.

In deze variant komt de meeropbrengst I.B. uit op een bedrag van circa € 145 miljard.

In tegenstelling tot het Startup model is dit Brede model niet budgetneutraal, door de opname van de huurtoeslag. Er is een tekort van bijna 11 miljard, waar een oplossing voor gevonden zal moeten worden. Uiteraard moet dat een oplossing zijn die de gewone burger niet treft in zijn inkomen en dus vooral drukt op de bedrijven en daarmee op de vermogensopbouw van de extreem rijken. Alleen zo kan het basisinkomen bijdragen aan de beperking van de vermogensongelijkheid.

Er wordt wel eens beweerd dat dat laatste een standaardeigenschap is van het basisinkomen, maar dat is onjuist. Een basisinkomen kan alleen bijdragen aan het beperken van vermogensongelijkheid indien toegepast in combinatie met een methode om geld te onttrekken aan de (vorming van de) hoge vermogens. Om die reden pleit ik al enkele jaren voor de invoering van een ‘betaaltaks‘. Een minieme heffing over het bedrag van alle digitale betalingen. Vanwege het enorme volume aan digitale betalingen (in 2020 circa € 44.000 miljard euro) kan zo’n heffing, van zeg 0,05%, een zeer aanzienlijk bedrag opleveren, zelfs als we aannemen dat het betalingenvolume door de invoering van een betaaltaks zal afnemen. Met de opbrengst zou een tekort van 11 miljard structureel gedekt moeten kunnen worden. Iedereen moet natuurlijk die taks betalen, maar voor een gewone burger, die zijn geld doorgaans één keer ontvangt en één keer uitgeeft, dus niet teveel heen en weer schuift, betekent de taks een extra last van slechts een paar tientjes per jaar.

Er zijn in deze richting meer maatregelen te bedenken, zoals verhoging van de winstbelasting, primair door het meer en vooral effectiever belasten van multinationals en het hanteren van hogere tarieven in box 2 en box 3. Welvaartsongelijkheid heeft bij ons de gedaante van (extreme) vermogensongelijkheid; de (formele) inkomensongelijkheid valt wel mee.

Inkomenseffecten

In onderstaande grafiek is aangegeven welk netto-inkomen men inclusief het basisinkomen op ieder brutoniveau (tot een ton per jaar) ontvangt in deze variant.

We zien dat nu bijna iedereen met een bruto-inkomen tot ongeveer modaal er netto op vooruit gaat. Boven modaal blijft men netto op hetzelfde niveau. Bij een bruto rond het fulltime minimumloon zal een alleenstaande die nu een maximale huurtoeslag ontvangt er iets op achteruit gaan.

De verrekening van dit hogere basisinkomen maakt het noodzakelijk om het tarief in de eerste (verlengde) schijf iets te verhogen en het tarief in de tweede schijf fors te verhogen.

De tarieven in de derde en vierde schijf kunnen ten opzichte van het Startup model juist omlaag.

Schijf Vanaf een inkomen van Tot en met Tarief
1                 nihil                 € 24.000 75%
2                 € 24.001                 € 36.000 65%
3                 € 36.001                 € 70.000 50%
4                 € 70.001                 en hoger 56%

In het volgende en laatste deel wordt dit model verder doorgetrokken en zal ook de AOW worden vervangen. Wordt dus vervolgd.

September 2021, Bert Voorneveld
Image jongleur via Public Domain

Dit is het tweede artikel in een reeks, die begonnen is met Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (inleiding).
Zie ook over variant 1:
Drie uitvoerbare varianten van een basisinkomen (Startup model).Bert Voorneveld nodigt iedereen die dat wil uit met hem van gedachten te wisselen via de Denktank Basisinkomen.
Bert Voorneveld is auteur van ‘Plan voor een gelukkige samenleving‘.
Zie ook zijn artikel Het ene basisinkomen is het andere niet.
Over de betaaltaks heeft hij ook gepubliceerd op Platform O: 
Belasting betalen kan gemakkelijker en leuker.