Een Fundamentele prikkel tot Misleiding

Facebooktwitterlinkedinmail

prikkelOp 8 mei jongstleden stond er op het “expertpanel over kwestie van de week” van de webplek “intermediair” een artikel, waarin zogenaamde experts hun mening geven over de “Stelling: Geef iedereen gratis geld!” (internetreferentie (15-05-14): [1]). Onder de titel werd de vraag gesteld:

‘Je moet werken voor je geld’ is de heersende norm, maar hoe lang kunnen we volhouden dat een inkomen alleen rechtvaardig is als het uit arbeid voortkomt? Is het tijd voor een basisinkomen?

Fabian Dekker, arbeidssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, antwoordt op de vraag of het tijd voor een basisinkomen is: NEE!

Zijn mening is de volgende:

“Je neemt wel de fundamentele prikkel weg om te werken”

De blikvanger roept: “Je neemt wel de fundamentele prikkel weg om te werken”. Wat is dat, een “fundamentele prikkel”? De betekenis van “prikkel” is ondermeer: Gebeurtenis die een reactie tot gevolg heeft. Iets dat je waarneemt en waarop je reageert, bijvoorbeeld door iets te gaan doen. En vanuit de Nederlandstalige Wikipedia: Een stimulus of een prikkel is een verandering in de uitwendige of inwendige omgeving waarop een organisme reageert. Deze reactie wordt ook wel een respons genoemd. (internetreferentie (15-05-14): http://nl.wikipedia.org/wiki/Stimulus). “Fundamenteel” staat voor onder andere: Wat te maken heeft met de basis ergens van; behorend tot de belangrijkste kenmerken van iets; van het grootste belang; basaal; cruciaal; diepgaand; de grondbeginselen betreffend. Kortom alle organismen ofwel levensvormen reageren van nature op prikkels. Dat is niet alleen een basis-eigenschap voor elke levensvorm, maar zelfs van cruciaal belang om zo lang mogelijk te kunnen leven en overleven. Dat is wat een “fundamentele prikkel” inhoudt.

“Elke burger dient zich te verdiepen in de fundamentele theorieën van de wetenschap om te voorkomen misleid te worden door de experts.”

Uitspraak van Stephen Hawking op 23 mei 2014 in het kader van de Natuurkunde Olympiade PLANCKS te Utrecht

Geld is een uitvinding van de mens. Het is niet een natuurlijk fenomeen, het is niet een verschijnsel dat buiten de mens om is ontstaan. Het is ten hoogste een afgeleide prikkel van de prikkel, waar het daadwerkelijk fundamenteel om gaat. Namelijk de prikkel om te overleven en dat het liefst zo lang en zo plezierig mogelijk. Geld is in die zin dan ook absoluut geen “fundamentele prikkel”. Eten, ja. Drinken, ja. Veiligheid, ja. Sex, ja. Maar geld? Veel mensen hadden tot enkele honderden jaren geleden hun eigen stukje grond en daarop hun eigen bedoeninkje, met een koe, wat kippen en een moestuin, waarvan ze leefden. Of ze leefden als nomaden van de jacht en het verzamelen van voedsel. En wat ze niet hadden probeerden ze te verkrijgen middels ruilhandel. Geld kwam pas later. Als middel om de ruilhandel en handel te vergemakkelijken. Dat was in eerste instantie het doel. Voor en door bepaalde mensen werd geld van middel echter doel en het wordt nu zelfs door zogenaamde experts verkocht als “fundamentele prikkel”.

Het is met name de Industriële Revolutie, die met de uitvinding van het geld de zogenaamde “werk – gevers” de mogelijkheid biedt om er “werk – nemers” in hun fabrieken en bedrijven werk mee aan te bieden. Het werken in fabrieken en bedrijven, oftewel voor derden, is echter voor de “werk – nemers” van meet af aan tot een verplichting gemaakt. En dat voor elk schamel bedrag aan geld, wat de zogenaamde “werk – gevers” weten door te duwen. Daar kunnen schrijvers als Charlotte Brontë en Charles Dickens op nagelezen worden. En die situatie is nog altijd gaande, zoals een multimiljardaire mevrouw in Australië, de rijkste mevrouw van de Aarde trouwens, het eind 2012 nog weer eens probeerde met haar uitspraak dat: “… Africans willing to work for $2 a day should be an inspiration.” (…Afrikaners, die bereid zijn om voor 2 dollar per dag te werken, zouden een inspiratie moeten zijn) (internetreferentie (27-05-14): http://www.bbc.com/news/business-19487985).

Met de start van de Industriële Revolutie werd het werken voor derden dus al snel een verplichting in de zogenaamde “samen – leving”. En het werken voor tweeden en de eerste, de eigen familie en zichzelf, op en in het eigen bedoeninkje werd daarmee stap na stap volkomen naar de achtergrond geplaatst. Behalve voor kleine kliekjes elitaire mensen. Sterker nog werken voor zichzelf en voor de eigen familie is zoveel mogelijk zelfs verbannen. Het wordt al heel lang niet meer als daadwerkelijk werken beschouwd. Het economisch credo is dat je pas werkt voor jezelf als je werkt voor een derde. Het is één van de grootste trucs om het werken voor het eigen bedoeninkje, de eigen huishouding niet als werk te zien, waardoor vrouwen dus heel eenvoudig nog altijd zogenaamd geen werk verrichten. En ook niet al die mannen die tegenwoordig het lef hebben om huisman te spelen. Werk werd tot de ontwikkeling van de persoonlijke computer en het internet figuurlijk en letterlijk verzinnebeeld door het buiten het huis verrichten van bezigheden, dat wil zeggen op kantoren, in fabrieken en zo voorts. Oftewel op het terrein van anderen, van derden. Ook al betekent het woord economie letterlijk: huishoudkunde.

Al het werk gedaan op en in het eigen bedoeninkje voor de eerste en de tweeden is in onze zogenaamde “samen – levingen” officieel géén werk. Behalve als het het kapitalistisch economische systeem goed uitkomt. Dat is elke keer wanneer dat systeem opnieuw faalt of begint te falen. Maar dan nog moet het officieel voor derden worden gedaan. Voor je zoon of dochter of tante of vader of buurman behangen en schilderen is geen werk en dus geen probleem, zolang het kapitalistisch economische systeem niet in problemen is. Zogauw dat weer eens gebeurt, verwordt dit werk tot “zwart werk” en wordt beweerd dat je geld steelt van de professionele schilder en behanger. Eigen brood bakken wordt “zwart werk”, een eigen moestuin bijhouden wordt “zwart werk”, vooral als je je buurman of buurvrouw of vriend of anderen er iets van geeft buiten de geldstroom om. Raakt het kapitalistisch economische systeem nog verder in de problemen, dan worden alle zorg- en andere zogenaamd niet-productieve werkzaamheden en banen al snel meer en meer richting vrijwilligerswerk geduwd en tenslotte zelfs tot, contradictio in terminis, “verplicht vrijwilligerswerk”, want je werkt nu eenmaal pas als je voor derden werkt en dan en dan alleen kun je geld “verdienen”. En natuurlijk zijn er veel mensen, die dat “verplichte vrijwilligerswerk” graag doen, en niet vanwege die “fundamentele prikkel” van er geld voor krijgen, wat zogenaamde experts als Fabian Dekker ons proberen wijs te maken. Zelfs Dekker weet dat dit grotendeels onzin is.

Europarlementariërs kleinzieliger dan schooljeugd
De gevolgen van het als doel en niet als middel toepassen van geld is, dat de mens maatschappijen, naties en unies van naties creëert, waarin mensen voor hun aanwezigheid op Aarde van hun geboorte tot hun dood verplicht moeten betalen met geld. Ze moeten zelfs verplicht betalen voor die geboorte en voor die dood zelf. En zelfs ná die dood moet nog verplicht worden betaald, voor bijvoorbeeld een graf. Het heeft geleid tot wat door Oxfam International in januari van dit jaar is gemeten. Dat 85 mensen op deze planeet momenteel evenveel bezitten als 3.500.000.000 andere mensen, de helft van de wereldbevolking:

In een dergelijk verengde werkelijkheid krijgt geld inderdaad de status van een “fundamentele prikkel”. Daarin krijg je bijvoorbeeld ook veel van onze huidige zogenaamde Europarlementariërs, die een extra prikkel nodig hebben om überhaupt op hun werk te verschijnen, hoewel ze voor dat werk al 8.000,- euro per maand krijgen. Om ze te prikkelen om daadwerkelijk aanwezig te zijn, ontvangen ze per dag 300,- euro aanwezigheidsgeld (internetreferentie (27-05-14): http://www.standaard.be/cnt/dmf20130625_053 en: http://www.politalk.nl/nieuws/europarlementariers-krijgen-e1392-pensioen-per-termijn-pensioenfonds-heeft-een-tekort/ enzovoorts). Dat is voor 5 dagen in de week 1.500,- euro, en voor 4 weken 6.000,- euro. Dus als ze eens willen sparen voor een extra luxe of voor onverwachte uitgaven en onkosten komen te staan, komen ze braaf naar hun werkplaats en krijgen ze daar een bonus voor, van bijna nogmaals een maandsalaris extra. Niet voor daadwerkelijk werk, nee, alleen maar voor aanwezig zijn. Intussen kunnen ze, wànnéér ze aanwezig zijn, nog altijd gokspelletjes spelen op hun mobiele telefoons, digitale tablets en zo meer, of doen wat ze verder bezig houdt. Het gaat tenslotte om aanwezig zijn, en de “fundamentele prikkel” daartoe is geld, 300,- euro per dag.

Kijk, dat wil elke werknemer en elke scholier ook wel. Uitbetaald worden voor aanwezigheid. En ja, graag ook 300,- euro per dag. Dat geld schijnt er te zijn voor de mensen van het Eurloparlement. Maar laten we dat dan ook eens eerlijk doortrekken naar de gehele mensheid. Dus ook naar alle andere mensen, die op hun werk komen opdagen. En naar alle jeugdigen, die naar school moeten. Met de nadruk op “moeten”. Ze zitten daar tenslotte óók om te werken. Aan hùn toekomst. Hoeveel jeugdigen zouden naar school blijven gaan als ze ook aanwezigheidsgeld zouden krijgen? Ik schat dat het spijbelgedrag met tenminste 80% zal afnemen, evenals het vroegtijdig schoolverlaten. Niet dat dat betekent dat die jeugdigen meer leren, behalve dan natuurlijk dat aanwezigheid geld oplevert. Dat is natuurlijk wel het probleem van aanwezigheidsgeld.

Concurrentie versus competentie en nieuwsgierigheid
Zogenaamde experts als Dekker weten dat het nonsens is, dat geld daadwerkelijk een “fundamentele prikkel” is. Dat blijkt wel uit het feit dat Dekker zichzelf in zijn antwoord op de vraag: “Is het tijd voor een basisinkomen?” ook nog eens tegenspreekt. Hij zegt: “We weten dat werk over het algemeen mensen gelukkiger maakt, onder andere door de sociale functies die ermee verbonden zijn.” Dat houdt dus in, dat niet geld de “fundamentele prikkel” is om te werken, maar het gevoel van zich prettiger en gelukkiger te voelen, het sociaal kunnen meedoen in groepen en groeperingen, als men bezig is. Daarom pikken heel veel mensen het om “verplicht vrijwilligerswerk” te doen. Daar heeft dat kleine beetje geld dat ze als uitkering krijgen toegestopt niets mee te maken, noch de kleinzielige bedreiging die uitkering ook nog eens te korten als men weigert “verplicht vrijwilligerswerk” te doen, waarin men zich absoluut niet thuisvoelt. Werken geeft mensen niet alleen wat verlichting van de armoede-ellende, door er minder aan te hoeven denken, maar ook doordat ze voor zichzelf en voor anderen tenminste nog iets kunnen betekenen. En geloof maar en vooral reken-maar(-eens-uit) dat veel zogenaamde economie-deskundigen daar gretig misbruik van maken. Voor hen draait het slechts om concurrentie, om er voor te zorgen dat sommige mensen, zijzelf incluis, de winnaars zijn en blijven, terwijl anderen als verliezers straks ook voor hen moeten werken en het meeste van hun geld, lees energie, moeten inleveren.

En hoewel concurrentie, de wil om te winnen, van nature een sterke prikkel kan zijn, is het zeker niet de enige en zelfs niet de eerste prikkel, waarom de meeste mensen bezig willen zijn en willen werken. Twee andere, daadwerkelijk fundamentele gevoelens, die vrijwel nooit genoemd worden in verband met het bezig zijn van de mens, zijn “zich competent voelen” en “nieuwsgierigheid”. Elke mens is nieuwsgierig naar zijn directe omgeving en naar zichzelf. En elke mens wil ook competent zijn, dat wil zeggen in staat zijn op zichzelf te (be)staan en dat stap na stap te verbeteren en uit te breiden. Dat betekent niet dat elke mens per se beter wil zijn dan elke andere mens. Sommigen willen dat, de meesten niet. De meeste mensen levert het plezier op competent te zijn, levert het plezier op om nieuwe ontdekkingen te doen, levert het plezier op bezig te zijn. De meeste mensen levert het echter slechts frustratie en angst op verplicht te worden om voortdurend te concurreren en in competitie te zijn met hun medemensen. Het zijn alle redenen, waarom de 99% zo manipuleerbaar is voor de 1%.

Een O.B.I. staat gelijk aan “gratis geld”! Puur leugen en bedrog!
Een O.B.I. staat gelijk aan “gratis geld”! Alleen wanneer mensen leven in de verengde realiteit van de economieën, die, met geld als de “fundamentele prikkel”, 99% van de mensheid terroriseren, is een Onvoorwaardelijk BasisInkomen inderdaad “gratis geld”.

In feite echter heeft iedere mens, ongeacht waar hij of zij geboren wordt op Aarde, evenveel recht als elke andere mens op de mogelijkheden en energieën van die Aarde. Elke mens heeft op grond van geboorte, of noem het “aanwezig” zijn, derhalve gelijke rechten op voldoende en goede voeding, zuiver drinkwater, een goed onderdak met voldoende privacy, goede gezondheidszorg, goed onderwijs en zo verder. Alle noodzakelijke dagelijkse levensbehoeften dienen voor elke mens gelijk te zijn. Daar dient niet nutteloos om gevochten te moeten worden, niet op het niveau van zogenaamde unies van naties en naties, noch op het niveau van het gezin. Dat dient geregeld te worden met aanwezigheidsgeld, zonder verplichtingen tot werk. Een Onvoorwaardelijk BasisInkomen.

Een dergelijk inkomen leidt daarnaast tot veel positieve vooruitgang. Ik noem er hier kort drie.

Het Onvoorwaardelijk BasisInkomen leidt ten eerste tot rust en onthaasting van alle mensen. De druk van onzinnig energie verspillen aan concurrentie-dwang wordt weggenomen en de daarvoor niet meer benodigde energie kan benut worden, zoals elke individuele mens dat zelf wenst en wil. En inderdaad, zelfs in een samenleving op deze basis dient gewerkt te worden. Maar is het streven, wat ons allen binnen de geïndustrialiseerde en de daarom zogenaamd ontwikkelde landen sinds de start van de Industriële Revolutie is voorgehouden, niet om zó te machinaliseren en zó te automatiseren en zó te digitaliseren, dat alle mensen minder tijd aan betaald werk, werk voor derden, hoeven te besteden? Is dat ook niet wat in feite al zeer lange tijd kan en mogelijk is? Kijk eens naar het aantal werklozen, mensen die niet meer terecht kunnen in de verengde categorie: Werken voor derden. En kijk eens naar het aantal werkenden, die nog wel in die verengde categorie bezig kunnen zijn. Waarom wordt de werklozen niet een driedaagse werkweek aangeboden, zodat de werkenden ook een driedaagse werkweek kunnen gaan beleven? De andere vier dagen zijn dan voor een ieder vrij om te werken voor de tweeden en de eerste, voor het gezin, voor vrije tijd, voor eigen ontplooing en zo verder. Intussen zal de machinalisering, de automatisering en de digitalisering voortgaan, maar op een rustiger en meer weloverwogen tempo, en zal nog meer vrijheid van betaald werken, vrijheid van werken voor derden, mogelijk worden. Het enige wat dat tegenhoudt is de bizarre manier waarop er met geld wordt omgegaan. Het Onvoorwaardelijk BasisInkomen is een goede weg om die transitie, die overgang van een vijfdaagse werkweek voor de ene mens naar een driedaagse en voor de andere mens van een tot-werkloosheid-gedoemd bestaan naar een driedaagse werkweek te vergemakkelijken. Naar school gaan en wèrken aan je toekomst en daarmee die van elke andere mens, dient evenzeer uitbetaald te worden. Want waarom moeten scholieren gratis werken aan hun toekomst en daarmee die van alle anderen? Een Onvoorwaardelijk BasisInkomen maakt dat mogelijk. Het kan zelfs leiden naar een balans in het werken voor de eerste, de tweeden en voor de derden.

Ten tweede is het pas wanneer alle mensen, middels een rechtvaardige economie, evenveel toebedeeld krijgen mogelijk dat de meeste mensen in staat zullen zijn om zich ten volle te ontplooien, waarbij nieuwsgierigheid en competentie de drijfveren zullen worden om vooruitgang te boeken. En niet de drijfveren angst en concurrentie-dwang om bijvoorbeeld op straat gezet te worden, lees: verbannen, in de eigen omgeving van dorp, stad en land, omdat men niet in staat blijkt te zijn een redelijk betaalde baan te bemachtigen bij een derde en die vervolgens krampachtig vast te houden en te verdedigen, zelfs als die baan in de verste verte niets van doen heeft met de eigenlijke interesses en mogelijkheden en talenten. Dat verspilt enorme hoeveelheden energie aan nutteloze zorgen en even nutteloze en verkeerde handelingen om dit te voorkomen. De mens wordt daarmee geboeid en gevangen gehouden in een verengde hoeveelheid aan mogelijkheden, die haar en zijn daadwerkelijke ontplooiing in de weg staan, en daarmee die van ons allemaal, van de gehele mensheid.

Ten derde zal in een economie gebaseerd op een Onvoorwaardelijk BasisInkomen de criminaliteit verbonden aan verplicht geld scoren sterk dalen, evenals alle andere vormen van criminaliteit, die afgeleide zijn van problemen met tekort aan geld en teveel aan geld. En alle energie, die daarmee bespaard kan worden kan gestopt worden in de voorkoming van andere vormen van criminaliteit, waardoor ook deze af kunnen nemen. Denk ook eens aan alle zogenaamde veiligheidsmiddelen als “poortjes” en de zee aan pasjes en identiteitsbewijzen die nauwelijks tot niet meer nodig zullen zijn. De Aarde wordt daarmee voor elke mens weer vrij om te gaan en te staan waar zij wil. Juist economieën gebaseerd op geld, of beter op hoe je er meer van weet te bemachtigen middels concurrentie-dwang, zodat je kunt baden in zogenaamde weelde, leiden tot onnodig veel en extra criminaliteit. Want als er één veel heeft, willen vele anderen dat ook. Het gevolg is dat criminaliteit, allemaal vanwege dat geld, de “fundamentele prikkel” en het middel om die luxe te verkrijgen, hoog zal zijn en altijd zal toenemen. Van witte boorden-criminaliteit tot bankkraken tot proletarisch winkelen tot familieleden, die elkaar de hersens inslaan om testamenten.

Samenvattend
In een rechtvaardige economie, gebaseerd op een gelijke verdeling van energieën en mogelijkheden, bestaat geen “gratis geld”. Er bestaat wèl een Onvoorwaardelijk BasisInkomen, die het elke mens mogelijk maakt zich te ontplooien op basis van eigen mogelijkheden, nieuwsgierigheid en competentie, en ja, zelfs voor die mensen die dat nodig hebben voor een deel op competitie. Maar dat laatste mag nooit en te nimmer leiden tot overheersing van andere mensen.

Daadwerkelijk fundamentele prikkels “om te werken en door te leren” zijn naast, nee, zelfs vóóraf aan de prikkel tot competitie en concurrentie, de prikkel van nieuwsgierigheid en de prikkel van competentie. “Gratis geld” zoals het Onvoorwaardelijk BasisInkomen vaak wordt genoemd, zal deze prikkels niet wegnemen. Kortom geld is absoluut geen “fundamentele prikkel” om te werken. De daadwerkelijke en meest “fundamentele prikkel” is de wens en de wil zo lang en zo plezierig mogelijk te leven en te overleven. Geld is hooguit een middel om dat tussen mensen te vereenvoudigen. Maar daar is in onze economieën nauwelijks tot niets meer van terug te vinden.

Fabian Dekker mag afgestudeerd zijn aan een universiteit, maar hij is zeer zeker niet afgestudeerd aan de “universiteit van het leven”, of misschien beter afgestudeerd aan het “universum van het leven”. Misschien wordt het tijd dat hij als arbeidssocioloog van de Erasmus Universiteit te Rotterdam eens buiten zijn kleine fantasie-realiteitje van verzonnen geloof en wetenschapsideeën stapt. Dat zou de kennis en kunde van zijn studenten ook ten goede komen.

Kees Deckers

 

[1] http://www.intermediair.nl/weekblad
/20140508/?utm_source=email&utm_medium=email&utm_term=feel_good&utm_content=2014wk19&utm_campaign=iw&e=1#9

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube