Een onbestemd gevoel bij de invoering van basisinkomen is niet nodig

André van Luijk vindt invoeren van basisinkomen een gewaagde stap.
Zijn bezwaren worden weerlegd of gerelativeerd.
Laten we een start maken met de invoering.

André van Luijk schreef in een blog dat basisinkomen gratis geld voor iedereen belooft en dat de argumenten om het in te voeren lijken erg sterk lijken. Toch bekruipt hem een onbestemd gevoel.
Hieronder loop ik door zijn betoog en reageer ik daar op.

Gratis geld

De titel van zijn blog Is gratis geld een goed idee? is geïnspireerd op het bekende boek van Rutger  Bregman.
Zijn onbestemde gevoel verwoordt hij om te beginnen als volgt:
Persoonlijk vind ik dat de voorstanders een te optimistisch mensbeeld hebben.
Dat doet een beetje denken aan een ander boek van Rutger Bregman: De meeste mensen deugen.
Wat doe je als de meeste mensen deugen, maar niet iedereen? Onze standaardreactie is wantouwen, controle, sanctie, dwang…..
Maar waarom zouden we het niet andersom doen: laat degenen die niet deugen een beetje links liggen en verder in hum sop gaar koken. Organiseer de maatschappij op basis van vertrouwen!
Op onze website schreven het dit over dit thema: Is het gedrag van free-riders, profiteurs en asocialen de doodslag voor de acceptatie van basisinkomen?
Overigens is er op onze website ook een Infograph Gratis geld. Hoe kan dat nou? en een uitleg dat er sprake is van een misverstand: Is basisinkomen gratis geld en kan dat?

Worden mensen lui?

Er zijn veel aanwijzingen dat mensen niet echt minder gaan werken als er een basisinkomen zou zijn. Zie op onze website bijvoorbeeld:

Maar daartegen merkt Van Luijk in zijn blog op:
De gedachte is dat mensen ondanks zekerheid van inkomen niet zullen stoppen met werken. Kortdurende experimenten lijken dit te bevestigen. Maar het écht invoeren van een basisinkomen is geen kortdurend experiment. Er is nog niets bekend over hoe mensen reageren op het feit dat hun bestaansminimum tot in de oneindigheid gegarandeerd is.

Tot op zekerhoogte heeft hij gelijk. Een echt goed zeer langdurig experiment is er de afgelopen eeuwen niet geweest.
Maar toch:

  • groningenEr is al decennia een beperkte variant van basisinkomen in Alaska met zeer positieve effecten, maar het bedrag is te laag om ruimte te bieden voor de echte luiaards.
  • Er loopt een langdurig experiment in Kenia (12 jaar), maar dat is pas halverwege en we weten niet of resultaten in een ontwikkelingsland relevant ook relevant zijn in de rijke westerse wereld.
  • In Nederland is er AOW, maar betekent dat dat ouderen achter de geraniums gaan zitten? Je ziet dat veel vitale ouderen zeer actief zijn op allerlei nuttige maatschappelijke gebieden

Tamelijk overtuigend is een constatering van Nobelprijswinnaar Guido Imbens in een artikel in het FD: Nederlander Guido Imbens wint Nobelprijs voor economie.
Citaat uit dit FD-artikel:
Basisinkomen
Dergelijke experimenten maken gebruik van situaties in het echte leven om de gevolgen van beleid te bestuderen. Aan radiozender BNR gaf Imbens het voorbeeld van het basisinkomen. ‘We wilden weten of mensen door het basisinkomen iets zou veranderen aan het arbeidsaanbod. Maar een experiment uitvoeren zou verschrikkelijk duur zijn, en ook niet erg rechtvaardig.’
In plaats daarvan werkte Imbens met enquêtedata over loterijwinnaars in Massachusetts. ‘Daar kregen de loterijwinnaars niet in één keer $ 500.000, maar wel twintig jaar lang $ 25.000’, legt de econoom uit. ‘Dat lijkt dus op een basisinkomen. We bekeken hoe zij het een paar jaar later deden. Werkten ze minder lang bijvoorbeeld, en hoeveel verdienden ze? Daaruit bleek dat het effect van het basisinkomen vrij klein is.’
Uiteraard kan een twijfelaar zeggen dat de gemiddelde loterijwinnaar niet representatief is voor de gemiddelde mensheid….

Op onze website vind je ook een artikel met een relativering van de stelling We kunnen de lange termijn effecten van invoering van basisinkomen niet overzien.

Gaan mensen meer consumeren?

Een ander twijfelpuntje formuleert Van Luijk als volgt:
Daarnaast gaan voorstanders ervan uit dat mensen met een basisinkomen meer tijd hebben voor –en ook besteden aan– hun medemens en er op deze manier een betere maatschappij komt. Alleen de weerbarstige praktijk is dat het grootste deel van de mensen met vastheid van inkomen meer gaat consumeren. In de jaren dat ik nu financieel adviseur ben zie ik dat keer op keer. Ik denk zelfs dat een basisinkomen uiteindelijk door die grotere consumptie slecht is voor het milieu.

Dit thema komt op onze website aan de orde in Schiet het milieu iets op met basisinkomen? Met als kort antwoord: De discussie over basisinkomen biedt alle ruimte voor een discussie over de zorg voor het milieu.

Is basisinkomen wel betaalbaar?

Ook de betaalbaarheid wordt als probleem opgevoerd. Citaat:
Uiteraard hebben de voorstanders daarover nagedacht. Alle uitkeringen kunnen bijvoorbeeld afgeschaft worden. ……
Uiteindelijk zal het basisinkomen toch door middel van belastingen gefinancierd moeten worden. Het idee is dat veelverdieners dit dan moeten betalen. Maar de ervaring is dat veelverdieners of grote bedrijven juist slimme constructies maken om belasting te ontwijken.
Hier zit natuurlijk iets in. Veelverdieners en veelvermogende zijn vaak via slimme wegen in staat het geld in hun richting te laten stromen. Ze zullen daarom niet hard voor basisinkomen pleiten, maar als ze een greintje gevoel hebben voor rechtvaardigheid en voor hun belang op lange termijn, zullen ze hun verzet beperkt moeten houden.
Dat zal ook nodig zijn als er geen basisinkomen komt, de groeiende ongelijkheid is op den duur onhoudbaar.
Zie overigens veel artikelen over de betaalbaarheid op onze website via de ingang rekenmodellen.

En passant noemt Van Luijk dat rond de AOW, een bestaande variant van basisinkomen voor ouderen, het vraagstuk van de betaalbaarheid al jaren de politieke agenda domineert.
Mijns inziens overdrijft hij dat.
Uiteraard wordt het soms als probleem opgevoerd, maar niet al te vaak en zonder gevolgen.

Meer immigratie

Heel kort stelt Van Luijk:
Ook kan de betaalbaarheid van “gratis geld” onder druk komen te staan vanwege een grotere immigratie. De aantrekkelijkheid om je hier te vestigen neemt toe.

Het is de vraag of het voor een economische vluchteling uit Afrika veel uit maakt of er basisinkomen is. In hun optiek is ook nu al de Westerse wereld veel kansrijker dan hun omgeving. Basinkomen voegt daar weinig aan toe.
Het ligt overigens wel voor de hand dat er regelingen getroffen worden waardoor een immigrant niet meteen een basisinkomen krijgt.
Zie ook op onze website:

Meer of minder solidariteit

Bijna tot slot spreekt André van Luijk over solidariteit:
Ook denk ik dat een basisinkomen de solidariteit niet vergroot, maar juist verkleint. Bij verzekeringen zie ik nu al dat mensen ervan uitgaan dat je je bij schade maar had moeten verzekeren en dat het anders je eigen schuld is. Ik denk dat eenzelfde effect optreedt bij een basisinkomen. Dat je als je op de één of andere manier toch niet kunt meekomen in de maatschappij het dan des te meer je eigen schuld is. Je hoeft niet meer als individu solidair te zijn, omdat het collectief dit geregeld heeft.

Met dit betoog gaat hij voorbij aan het enorme gebrek aan solidariteit in ons huidige stelsel. Zie de enorme en groeiende ongelijkheid, wereldwijd en in eigen land, de meedogenloze manier waarop de participatie stigmatiseert, de traagheid waarmee problemen opgelost die ontstaan zijn door gaswinning in Groningen of overstromingen in Limburg, de toeslagenaffaire die tienduizenden mensen vaan meer dan een decennium het leven zuur maakt. Dat los je niet op door als individuele burger solidair te zijn Met een ander, dat kan alleen maar aangepakt worden door solidariteit in het stelsel in te bouwen. Bijvoorbeeld via een basisinkomen.
Zie ook op onze website Basisinkomen bevordert sociale participatie en Weerstanden bij religies tegen basisinkomen.

Slot

Van Luijk sluit zijn betoog af met twee korte zinnen:
Het grootschalig invoeren van gratis geld lijkt me kortom een gewaagde stap. We moeten ons afvragen of we dit echt willen.

Tussen voorstanders van basisinkomen bestaat discussie over de manier waarop basisinkomen ingevoerd zou moeten worden. In één grote klap of geleidelijk.
Als je het geleidelijk doet, kun je tijdens de invoering monitoren of er zaken minder goed gaan dan gehoopt, bijvoorbeeld in lijn met de bezwaren die Van Luijk signaleert.
Nadeel is natuurlijk de invoering dan halverwege het proces gestopt wordt. Mogelijk omdat de resultaten tegenvallen, maar ook doordat een onwillige politieke constellatie ontstaat. Zoals we hebben zien gebeuren met net niet verlengen van een experimenten in Finland en in Canada.
Zie een echt pessimistische titel van een artikel op onze website: Basisinkomen kan niet in een klap ingevoerd worden en gefaseerde invoering zal vastlopen.

Zelf ben ik voorstander van een geleidelijke invoering (zie bijvoorbeeld mijn  Concept-deltaplan voor bestaanszekerheid en deregulering), maar dat is lang niet ieder met mij eens.
Een reden voor geleidelijkheid is dat ik niet geloof dat het mogelijk is een ontwerp te maken dat in één klap alles verandert, zonder dat er onverwachte fouten en complicaties ontstaan. Een andere reden is dat een deel van de bezwaren zoals André van Luijk die noemt, nog onvoldoende stellig weerlegd kunnen worden. Een reden om met een duidelijk plan op weg te gaan, maar wel steeds te evalueren hoe het loopt. Niet door blijven praten totdat alle bezwaren uitgepraat zijn, dan komt er nooit wat van!

Reyer Brons, juli 2022