Geen duurzame Euro zonder Eurodividend

Facebooktwitterlinkedinmail

Philippe van ParijsDe crisis van de euro, hoor je tegenwoordig, kon perfect voorzien worden. Het kan inderdaad niet ontkend worden dat sommigen, vooral Amerikaanse economisten, deze effectief voorspeld hadden. Martin Feldstein bijvoorbeeld, de economist van Harvard die net niet Alan Greenspan opvolgde aan het hoofd van de Amerikaanse centrale bank. In de jaren negentig al legde hij het herhaaldelijk uit: op politiek vlak was de invoering van de euro misschien wel goed bekeken, maar op economisch vlak was het onzin.
Het is zelden een slecht idee om te luisteren naar de raad van mensen wiens voorspellingen uitkwamen. Maar als het volgens hen zo absurd was dat de lidstaten van de Europese Unie een gemeenschappelijke munt invoerden, waarom is dat dan niet het geval voor de vijftig lidstaten van de Verenigde Staten? Verhindert hun integratie in de dollarzone hen ook niet om de munt te devalueren om op een efficiënte manier een vermindering van hun competitiviteit tegen te gaan? Verhindert een gemeenschappelijke munt hen ook niet om een muntbeleid te ontwikkelen dat het meest geschikt is voor de plaatselijke conjunctuur op het vlak van werkloosheid en inflatie?

Op die vraag hebben Feldstein en zijn collega’s een antwoord dat je zou kunnen samenvatten in twee elementen. (1) Staten hebben er meer belang bij om een gemeenschappelijke munt in te voeren (om zo de kosten en onzekerheden te vermijden die veroorzaakt zijn door de meervoudigheid van hun munten) in de mate waarin ze vier kenmerken vertonen: homogeniteit, flexibiliteit, mobiliteit en solidariteit. (2) Die kenmerken zijn in het algemeen veel minder aanwezig in de eurozone dan in de Verenigde Staten, en dat zal zo blijven.

Ten eerste: homogeniteit. Als de economieën van de betrokken landen hetzelfde patroon vertoonden, met dezelfde industriële sectoren en een parallel evoluerende productiviteit, dan zou de invoering van een eenheidsmunt alleen maar voordelen hebben. Maar zowel in Europa als in de Verenigde Staten zijn we daar ver vandaan: de integratie in een eenheidsmarkt zorgt integendeel voor industriële specialisatie in elk land, en verhoogt daardoor de gevoeligheid voor asymmetrische schokken die de eenheidsmunt maar moeilijk kan opvangen.

Dat zou op zich niet al te problematisch zijn als de economieën van de betrokken staten, en vooral hun arbeidsmarkt, heel flexibel waren. Zonder het compenserend mechanisme van de muntdevaluatie kan de verminderende competitiviteit van een staat opgevangen worden – zonder gevaarlijke verhoging van de werkloosheid en de sociale uitgaven – door een verlaging van de nominale wedden. Maar die neerwaartse flexibiliteit is redelijk beperkt in de Verenigde Staten, en nog veel beperkter in Europa, door een sterkere aanwezigheid van de vakbonden en een striktere sociale wetgeving.

Het verschil is nog groter op het vlak van het derde kenmerk. Ook al mag je er de snelheid en de omvang niet van overdrijven, toch zorgt de bestaande mobiliteit tussen Amerikaanse staten voor een geleidelijke vermindering van de werkloosheid in staten die getroffen worden door verminderde competitiviteit, waardoor ze ook ontlast worden van de sociale uitgaven die daar verband mee houden. Alleen al door taalbarrières is de mobiliteit tussen Europese staten veel kleiner dan in de Verenigde Staten, en liggen de integratiekosten veel hoger.

Last but not least is er de solidariteit. Is die niet veel groter in Europa dan in de Verenigde Staten? Zonder twijfel, maar alleen binnen de staten zelf. En met een eenheidsmunt is de solidariteit binnen de staten veeleer een destabiliserende dan een stabiliserende kracht. Een negatieve economische schok versterkt abrupt de sociale verplichtingen van de betrokken staat en verhoogt het overheidstekort. De solidariteit tussen staten onderling is daarentegen stabiliserend, en ze is veel groter in de Verenigde Staten dan in de eurozone, want de interpersoonlijke herverdeling wordt er bijna helemaal georganiseerd door de federale staat. Feldstein kon de mislukking van de euro alleen maar voorspellen zonder tegelijkertijd ook de dollar te veroordelen door dat verschil te onderstrepen: elk dollar bbp-verlies per capita door een staat wordt automatisch gecompenseerd door een aanpassing van de belastingen en de transfers ter hoogte van 40 procent in de Verenigde Staten, tegen minder dan 1 procent binnen de Europese Unie.

Die cijfers moeten weliswaar genuanceerd en geüpdatet worden, toch leiden ze onvermijdelijk tot de volgende conclusie. Aangezien een aanzienlijke toename van de homogeniteit, de flexibiliteit en de mobiliteit weinig waarschijnlijk is, hangt het voortbestaan van de eurozone grotendeels af van een drastische verhoging van de solidariteit tussen staten. Juist omdat hij die optie uitsluit, oordeelt Feldstein vandaag dat de euro mislukt is. Wie gelooft in de toekomst van de euro moet kunnen aantonen dat die optie wel mogelijk is.

De kans is klein dat je dat bereikt door een eindeloze opeenvolging van overdrachten naar landen in moeilijkheden, bitter bevochten op Europese tops en vergezeld van een vernederende controle op de besteding van dat geld. Een drastische en duurzame toename van de solidariteit tussen staten is alleen mogelijk als er – zoals in de Verenigde Staten maar ook bijvoorbeeld binnen de Duitse federale republiek – een automatisch systeem van interpersoonlijke transfers bestaat dat geen rekening houdt met de staatsgrenzen.

Wil dat zeggen dat we een pan-Europese megaverzorgingsstaat moeten uitbouwen, een soort kloon van het Amerikaanse sociale en belastingsysteem? Geen sprake van. Waar Europa en de euro nood aan hebben is veel eenvoudiger maar daarom niet minder krachtig: een bescheiden en uniforme inkomstensokkel voor alle belastingplichtigen in de eurozone, gefinancierd bijvoorbeeld door een btw die geheven wordt in het gehele betrokken grondgebied.

Zo’n eurodividend zal niet alleen fungeren als een stabiliserend mechanisme om het voortbestaan van de euro te schragen. Het is ook een simpele manier om ervoor te zorgen dat alle burgers, alle regio’s, alle landen van de eurozone, en niet alleen de landen die in de beste positie verkeren, effectief en zichtbaar profiteren van de vermeende voordelen die de Europese eenheidsmarkt met zich meebrengt. Zo’n mechanisme moet dringend ingevoerd worden. Het is niet alleen een kwestie van efficiënte verzekering. Het is nog meer een kwestie van rechtvaardige verdeling.

 

Auteur:Philippe Van Parijs. Hij is verbonden aan de UCL (Hoover Chair of economic and social ethics) en aan Nuffield College, Oxford

Bron: http://binews.org/2012/04/van-parijs-2012-no-viable-eurozone-without-a-euro-dividend/

 

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube