Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Stichting Werkplaats Basisinkomen wordt VBi

In 1985 adviseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de introductie van een gedeeltelijk basisinkomen, een advies dat door de Nederlandse regering niet werd opgevolgd.*1

In 1987 werd de Stichting Werkplaats Basisinkomen opgericht *2 door de Voedingsbond FNV, het CNV en de PPR *3. Deze werkplaats had een medewerker in dienst die onder begeleiding van wetenschappers ( o.a. Paul de Beer) het concept van een basisinkomen verder moest uitwerken.
In die periode had West Europa te maken met een werkloosheidsgolf, waardoor men op zoek was naar een instrument voor de verdeling van de (schaarse) arbeid.

Er begon in bredere kring belangstelling voor deze gedachte te ontstaan en er werd besloten om de Werkplaats Basisinkomen (die geen persoonlijk lidmaatschap kende) te laten opgaan in de op 31 januari 1991 opgerichte “Vereniging van Vriendinnen en Vrienden van het Basisinkomen”, afgekort “Vereniging Basisinkomen (VBi)”. Doelstelling van deze personenvereniging is het bevorderen van de invoering van een basisinkomen. De VBi brengt een paar keer per jaar het blad Nieuwsbrief Basisinkomen uit, en is aangesloten bij BIEN, het Basic Income Earth Network.

De eerste periode

In het begin ging het vooral om het verdelen van de beschikbare arbeid. Vandaar ook de deelname van de “Vereniging van mensen zonder betaald werk” en van “Vrouwen in de Bijstand”. Bij de laatste speelde ook de vrouwenemancipatie een rol.

Er is in dit verband een tijd lang een zekere samenwerking geweest met de Vrouwenpartij. Daarbij kwam ook naar voren dat mensen met een uitkering zich beperkt voelden in hun vrijheid, vaak gecontroleerd of zelfs bespioneerd. In dit kader kwam ook het argument naar voren om hierdoor aan ambtelijke kosten te besparen.Het ging in de eerste periode vooral om een steun in de rug voor mensen “aan de onderkant” en voor vrouwen. Er was duidelijk belangstelling voor dit onderwerp vanuit de (progressieve) politiek en vanuit levensbeschouwelijke organisaties.

De reactie van de vakbeweging was verschillend. De Voedingsbond FNV en het CNV bleven de VBI aanvankelijk steunen. De overige FNV Bonden en de FNV als federatie zagen het basisinkomen niet zitten. Hun streven was iedereen aan het (betaalde) werk te krijgen.

De werkgevers zagen niets in het Basisinkomen, omdat dit ten koste zou gaan van de economische prikkel.

Economische groei

In de 90er jaren nam de structurele werkloosheid weer af. Dit kwam door de wereldwijde economische groei, met name door nieuwe technologische impulsen, m.n.. de informatietechnologie. Daarnaast bevorderde de gunstige ligging van Nederland de doorvoerhandel tussen o.a. Oost Azië en West Europa. Ook de advies- en zorgsectoren zorgden voor nieuwe banen. De arbeidstijd werd bekort en de vakanties werden langer. Er was dus minder behoefte aan basisinkomen als verdeling van schaarse arbeid.

Duurzaamheid als nieuw ideaal

Het streven naar een basisinkomen werd steeds meer ingekaderd in een streven naar “humanisering van de arbeid”, als onderdeel van het streven naar een duurzame en menswaardiger samenleving. Daarbij ontstonden er kontakten met de milieubeweging en met groepen die zich met het bezit van grond bezig hielden *4. Politiek werd het idee basisinkomen een tijd lang gesteund door GroenLinks *5 dat een voorstel voor een “voetinkomen” opnam in haar verkiezingsprogramma 1998-2002.

Het vijftienjarig bestaan

In 2006 bestond de VBi vijftien jaar. Ze organiseerde een gesprek met het CPB, het Centraal Plan Bureau dat een studie “Reïnventing the welfare state” had uitgebracht. Hierin, waren de kosten van een toekomstig basisinkomen modelmatig berekend. Op basis van verkeerde aannames, vond de VBI. Het jubileum werd (te laat) gevierd op 19 januari 2007 in de Lutherse kerk in Utrecht, onder het motto: “Basisinkomen een houdbaar ideaal”. In de Nieuwsbrief van april 2007 staat een verslag.*6 Er heerste een zekere ”tempo doeloe” stemming.*7  Weliswaar onderkende en bepleitte de econoom prof. Arjen van Witteloostuijn een “sluipende” invoering van het basisinkomen, maar volgens Paul de Beer stond het basisinkomen in de ijskast en was de tijd niet rijp om het eruit te halen.

Wat is er bereikt?

De vereniging houdt de vlam van het gedachtengoed basisinkomen brandende, in weerwil van de gure tijdgeest waarin mensen verworden tot objecten van abjecte bureaucratie. Toch zijn er in Nederland ook wel maatregelen tot stand gekomen die in zekere zin richting basisinkomen gaan. Het gaat dan met name om erkend vrijwilligerswerk waardoor mensen die voorheen een uitkering kregen vrijgesteld worden van contrôle en een sollicitatieplicht. Maar dit komt niet door de activiteiten van de VBi, maar door de creativiteit van (grote) gemeenten. Toch zou ook de vereniging in deze richting verder goed werk kunnen doen. Het is millimeterwerk, maar het werkt in de goede richting.
Een andere positieve maatregel was de invoering van de algemene heffingskorting: een partieel basisinkomen voor fiscale partners zonder arbeidsinkomen. Helaas werd deze maatregel vervolgens in de beeldvorming smalend afgedaan als “aanrechtsubsidie”. De politiek schaft de algemene heffingskorting nu weer af.
“De Groenen” is nog de enige politieke partij in Nederland die een onvoorwaardelijk basisinkomen voorstaat. Binnen (een minderheid van) GroenLinks is er wel nog belangstelling.*8
De voorzitster van de FNV vakcentrale was in 2009 gastspreker op de ledenvergadering VBi. De vakbeweging lijkt niets meer in het onvoorwaardelijk basisinkomen te zien.

VBi kijkt verder dan Nederland.

Een lichtpunt voor de VBi bijft het internationale netwerk, onder meer via BIEN. Het houdt ons wakker, ook wanneer de Nederlandse politiek het basisinkomen op dit moment nog in de ijskast laat staan.
In 1996 verzorgde de Vbi een tweedaags internationaal congres over basisinkomen in Noordwijk*9. Met ondersteuning van de Universiteit van Amsterdam organiseerde de vereniging vervolgens in 1998 te Amsterdam het 7e Tweejaarlijkse internationaal congres van BIEN *10.

De website van de VBi is recent zeer verbeterd. Te zien is nu bij voorbeeld de Zwitserse film “Grundeinkommen ein Kulturimpuls.”

Naarmate de Nederlandse politiek het basisinkomen negeerde ging de VBi het meer over de grens zoeken. Vanaf 2007 steunde de VBi het burgerinitiatief Inclusion, dat wil zeggen het streven naar experimenten met een partieel basisinkomen in extreem arme regio’s in Afrika en Azië, via micropartnership met Nederlandse burgers die zich verbinden om financieel bij te dragen. Dit initiatief werd door de Nederlandse overheid niet gehonoreerd met een startsubsidie.

Nu zoekt en vindt de VBI haar bondgenoten vooral dicht bij huis: in België en Duitsland. Bijzonder inspirerend in België is niet alleen de filosoof (president BIEN) Philippe Van Parijs*11, maar ook de politieke partij VIVANT*12 – een creatie van met name ondernemer Roland Duchattel. In Duitsland is nu het “Netzwerk Grundeinkommen” een lichtend voorbeeld, dankzij met name ondernemer prof. Götz Werner. Maastrichtse leden van de VBi zijn al aangeschoven aan een “Stammtisch” van dit netwerk, in het nabije Aken. De VBi geeft nu op dezelfde manier als in Duitsland en Zwitserland aan mensen in het publiek goudkartonnen kronen om met hen in gesprek te gaan over wat het basisinkomen voor hen kan betekenen: everyone a king!*13 De engelse copresident van BIEN, Guy Standing, spreekt bij het twintigjarig VBi jubileum over de vraag: “Is basic income an answer for the precariat?”

Voorstellen voor een basisinkomen*14

De VBi wijst erop dat voor de meeste mensen de invoering van een basisinkomen neerkomt op een herdefiniëring van (een deel van) hun bestaande loon of uitkering. Enige nivellering (herverdeling nationaal inkomen) vindt plaats ten behoeve van een aantal mensen die in de bestaande uitgangssituatie hoegenaamd geen eigen inkomen hebben.

De vereniging noemt diverse mogelijkheden om de invoering van een basisinkomen te financieren, zoals ecologische belastingen, grondbelasting, consumptieheffing of het “Alaskamodel”(Het oliefonds in Alaska keert dividend uit aan al haar ingezetenen; zoiets zou in aardgasrijk Nederland ook kunnen.)

De Vbi ziet verschillende wegen waarlangs een basisinkomen ingevoerd kan worden, zoals: een geleidelijke daling van de pensioengerechtigde leeftijd; het gefaseerd opheffen van voorwaarden voor uitkering (middelentoets, partnertoets, sollicitatieplicht); uitbreiding van bestaande vormen van negatieve inkomstenbelasting; en aandelenuitgifte volgens het Alaskamodel.

Externe links

VBi in een nationaal schoolexamen. 2001
www.basicincome.org

Auteurs: Rob Steinbuch, Guido den Broeder, Michiel van Hasselt, oktober 2011

*Noten

  1. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “Waarborgen_voor_zekerheid”1985 Staatsuitgeverij Den Haag
  2. J Toxopeus: “Invoering basisinkomen is geen dwaasheid”, Trouw 6 januari 1989.
  3. B van Ojik 1985: “Basisinkomen. Over arbeidsethos, inkomen en participatie”, PPR schrift nr 13” PPR studiestichting
  4. Natuurwetpartij (inmiddels opgeheven) 1991: “ Natuurwetpartij gedachtegoed en programma”
  5. Guido den Broeder en Alexander de Roo 1991: “Basisinkomen – omdat het kan” GroenLinks
    GroenLinks 1992: “Tijd voor zelfstandigheid”
  6. Terugblijk op 15 jaar Vereniging Basisinkomen”, Nieuwsbrief Basisinkomen, april 2007
  7. Rymke Wiersma “Met een basisinkomen is werken een feest”, Konfrontatie Digitaal19 mei 2007
  8. Nieuwsbrief Basisinkomen oktober 2008: “Het basisinkomen vergroot persoonlijke vrijheid en geluk” (interview met Alexander de Roo en Paul Freriks)
  9. BIEN 1996 “Newsletter of the Basic Income European Network” nr 24
  10. Robert J van der Veen, Loek Groot, red.” Basic Income on the Agenda. Policy Objectives and Political Feasibility”. Amsterdam University Press 2009.
  11. Philippe van Parijs: “Allocation universelle et plein emploi: l’ineluctable alliance”, 1994 / 2008.
  12. Website Vivant 2007: nominatie van Saar Boerlage, ex voorzitter VBi, voor de Open Parachute prijs: “Vivant erkent hiermee ook de inspanningen en de openheid van de Vereniging Basisinkomen, in het streven naar een groter draagvlak voor de invoering van het Basisinkomen in Nederland.”
  13. Walter van Trier 1995 “Everyone a king” (an investigation into the meaning and significance of the debate on basic incomes with special reference to thre episodes from the British inter-War experience)
  14. Vereniging Basisinkomen 2004 brochure “Basisinkomen – goed voor de mèns”.