Guy Standing over de aanpak van experimenten met basisinkomen

Facebooktwitterlinkedinmail

Om tot betere experimenten te kunnen komen en een beeld te hebben bij de aanpak van voorgenomen experimenten, is een aanpak gemaakt met 9 punten.
Guy Standing heeft daar in een recent boek een invulling aan gegeven

Om experimenten rond het basisinkomen beter op hun waarde te schatten, is een lijstje van 9 punten opgesteld waarop gelet moet worden, zie Hoe komen we tot een goede aanpak van experimenten met basisinkomen?
De Britse hoogleraar Guy Standing heeft ervaring met het doen van experimenten, o.a. in India.. Hij organiseerde daar een experiment waar zes dorpen een basisinkomen kregen en zes dorpen niet.
In zijn boek Basic Income And How Can We Make It Happen geeft hij zijn zienswijze op de aanpak van experimenten. Hij stelt expliciet dat experimenten zich moeten richten op het hoe en waarom van effecten van interventies, niet op het al dan niet werken van het basisinkomen.

Naast een goed doordachte implementatie van het experiment vindt hij van groot belang dat er aandacht is voor:

  • De invloed op de houding van mensen
  • De invloed op het gedrag
  • Institutionele en beleidsveranderingen ten gunste van basisinkomen.

 

Onderstaand worden zijn aanbevelingen gerangschikt naar de 9 punten uit Hoe komen we tot een goede aanpak van experimenten met basisinkomen? Sommige punten krijgen daarbij meer aandacht dan de andere, deels omdat deze impliciet samen worden genomen.

1. Omschrijving van het onderwerp van het experiment, de te onderzoeken beleidsmaatregel

Het basisinkomen moet algemeen zijn, voor allen die in het gebied wonen.
Het kan niet later teruggeëist worden.
Het moet niet op de ‘armen’ gericht zijn maar op iedereen.
Het kan niet aan een selectieve groep gegeven worden.
Het kan niet voorwaardelijk zijn.
Het dient aan het individu beschikbaar gesteld te worden, niet aan gezin of andere sociale eenheid.
Voor wat betreft de hoogte, het moet een bedrag zijn dat betekenisvol is, maar geen totale zekerheid geeft.
Het inkomen in geld moet voorspelbaar en regelmatig beschikbaar zijn, bijvoorbeeld maandelijks.

2. Welke effecten worden verondersteld door de invoering van basisinkomen

Zie onder punt 4.

3. Bepaal welke veronderstellingen het meest voor toetsing in aanmerking komen.

Veronderstelling gaan vooraf aan de opzet van het project en het formuleren van de hypothesen. Het is daarom belangrijk deze te expliciteren in de voorbereidings- en implementatie fase. Zie onder punt 4

4. Formuleer toetsbare hypotheses bij de te toetsen veronderstellingen.

Formuleer de hypothese voordat het experiment begint en voor de nulmeting plaatsvindt.
Dit dient zeer zorgvuldig te gebeuren tijdens de voorbereiding.

Bovendien is een zorgvuldige en uitgebreide verslaglegging van het experiment nodig, die niet gerelateerd is aan de geformuleerde hypothesen maar aan de ervaringen tijdens het experiment, die herhaaldelijk teruggekoppeld worden tijdens de voortgang, opdat naderhand de verslagen gebruikt kunnen worden voor toetsing in retrospectief, en als basis voor hypothesen in parallelle of vervolgtrajecten.

5. Zoek uit wat de technisch-wetenschappelijk randvoorwaarden zijn

Tijdens het experiment kan geen ander sociaal beleid ingevoerd worden.
Een experiment moet helder en duurzaam zijn.
Het experiment kan niet tussentijds veranderen.
De omvang van het experiment dient passend te zijn, te klein zegt niets (> 1.000).
Het experiment moet lang genoeg duren (invloed, aanpassing, gewenning, leren; >= 2 jaar)
Kijk uit voor projectvermoeidheid bij de onderzoekers en responsevermoeidheid bij de deelnemers.
Het experiment moet herhaalbaar en schaalbaar zijn

6. Ontwerp experiment of een paar verschillende experimenten

Wordt niet expliciet genoemd, is natuurlijk wel gebeurd bij de concrete uitwerking van het experiment in India.
Wordt ook gedaan in een voorstel voor een experiment basisinkomen Amsterdam, waar de omschrijving van een basisinkomen-experiment een onderdeel van is. Ook als idee/concept/voorzet/luchtballon/etc. om de discussie en meningsvorming op gang te brengen.

7. Bekijk of hoe voor de experimenten de bestaande regelgeving aangepast moet worden..

Wordt niet expliciet genoemd door Guy Standing.
In de Nederlandse situatie heeft de staatsecretaris van bij de Participatiewet in een AMVB bepaald welke experimenten gehouden mogen worden en onder welke omstandigheden. De formuleringen van de AMVB sluiten experimenten met echt basisinkomen uit.

8. Zoek experimenteerplekken en een experimenteeromgeving.

Zorg voor realistische kosten en budgetteer goed.
Houd de steekproef stabiel.
Zorg voor een transparant uitbetalingssysteem.
Zorg dat eventuele problemen ergens een stem krijgen, bijvoorbeeld in geval van misbruik.
Tijdens het experiment kan geen ander sociaal beleid ingevoerd worden.

9. Preciseer een aantal concrete experimenten

Er moeten onwillekeurige controlegroepen zijn,
Er moet met regelmatige tussenpozen onderzoek gedaan worden.
Nulmeting, meting na 6 maanden, na 12 maanden, na 18 maanden en eindmeting met telkens dezelfde vragen.

Daarnaast dienen sleutelfiguren bevraagd te worden zoals ambtenaren, leraren, medische dienstverleners en anderen die informatie kunnen geven die niet bij de respondenten is te vinden.
Ook hier steeds dezelfde neutrale vragen; ook bruikbaar voor parallelle onderzoeken

De analyse moet een multivariabele analyse zijn

Individuele -, huishoudens-, relatie -, en gemeenschapsvariabelen (zoals de economische multiplier; placebo (?), non-effect, apathie, verslonzing, verdringing).
Nadrukkelijk toetsen voor wederkerige effecten tussen individu en gemeenschap.
Inventariseren van zowel houdingsvariabelen als gedragsvariabelen

Gebruik numerieke indicatoren zoals die van Likert:

  1. Zeer mee oneens
  2. Mee oneens
  3. Noch oneens, noch eens
  4. Mee eens
  5. Zeer mee eens

Waarderingen van 0 – 10, of beeldende positionering, kunnen ook.

Met de numerieke waarden kunnen P wel + P niet = 1,000 = 0,950 + 0,050 of scherper geformuleerd worden, zodat de hypothese al dan niet verworpen moet worden.

Tenslotte.

Opvallend in dit overzicht is de grote aandacht voor de technisch-wetenschappelijke kant. Is uiteraard niet vreemd voor een wetenschapper.
Maar ook opvallend  is de stelligheid dat het om ‘echt ‘ basisinkomen moet gaan. De eis van een echt basisinkomen is noodzakelijk om onderzoeken en resultaten van onderzoek met elkaar te kunnen vergelijken. Ons valt op bij veel onderzoeken dat dit lang niet altijd mogelijk is.
Die eis is mogelijk gemakkelijker te stellen in een ontwikkelingsland dan in een westerse samenleving.
In een ontwikkeld land als Nederland zijn de politieke stellingen betrokken en de loopgraven juridisch en administratief vastgelegd om te voorkomen dat zich alternatieven kunnen ontwikkelen.
Dit past het bij het uitoefenen van macht, namelijk door de handelingsalternatieven te beperken.

Reyer Brons en Johan Horeman, 8 mei 2018

Zie ook andere artikelen over experimenten op deze website.

 

Facebooktwitterlinkedinmail