Het basisinkomen en de uitwerking op de samenleving

Facebooktwitterlinkedinmail

Een wereld met een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen, zal een volstrekt andere dynamiek in de samenleving brengen.
Er dient een belasting op onttrokken waarde ingevoerd te worden.
Op globale schaal zullen de loonkosten in de rijke landen relatief fors dalen, terwijl in de arme landen door hun lage basisinkomen de loonkosten dichter bij die van de rijke landen komen te liggen.

Om de werking van een basisinkomen te kunnen begrijpen moet je eerst “in het basisinkomen denken”.

Welnu, stel je even voor dat jij beschikt over een onvoorwaardelijk basisinkomen, zou je dan anders gaan handelen? Dus maw als jouw inkomen op een bijstands- c.q. basisniveau verzekerd zou zijn, gegarandeerd door de samenleving, wat er ook gebeurt…..
Dat zou voor het gemiddeld individu een enorme mentale betekenis hebben, daar ben ik van overtuigd.

Belangrijk daarbij zouden dan vervolgens zijn, vragen als: als ik wat bij verdien moet ik daar dan ook belasting van betalen. Het antwoord op die laatste vraag is heel belangrijk “voor de werkgelegenheid”. En dan verder, als ik ondernemer ben moet ik dan voor de mensen die ik in dienst zou willen nemen een “markt-conform” loon betalen en zo ja hoe hoog zal dat loon dan zijn (als de werknemer al beschikt over een basisinkomen). In ieder geval zal de verhouding met mijn werknemer zeer afwijkend zijn van wat ik gewend ben. Hij zal misschien minder kosten, zeker als ook nog de lasten op de lonen zouden worden afgeschaft…., maar hij zal ook veel minder afhankelijk zijn van mij als “werkgever”, want zijn bestaan hangt niet meer (volledig) van zijn loon af….. De flexibiliteit van de arbeidsmarkt zal heel groot (kunnen) zijn.

Zo’n wereld met een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen, zal dus een volstrekt andere dynamiek in de samenleving brengen. Tussen werkgever en werknemer en überhaupt, doordat impliciet “de bal” bij iedere burger afzonderlijk komt te liggen. Er zal bv. door de universele toegankelijkheid van de techniek, via internet etc. een wereld opengaan voor alle mogelijke mensen, klussers die kansen zien, avonturiers en kunstenaars etc.

Belangrijk is verder wel dat de wijze van belastingheffing drastisch zal/moet veranderen, niet de arbeid maar de producten moeten worden belast, zodat het werk “vrij” wordt. Met als belangrijke consequentie dat alle diensten veel goedkoper worden, zoals onderwijs, zorg en de kunsten.

Invoering van een basisinkomen heeft bovendien tot gevolg dat de Nederlander een (veel) hoger BI krijgt dan de Pool of de Roemeen, omdat de kosten van levensonderhoud in Polen en Roemenië nu eenmaal veel lager zijn. Dat deze kosten veel lager zijn is het gevolg van een verschil in welvaartsniveau dat in Europa sowieso behoorlijk uiteenloopt en dat zich uit in alle mogelijke betalingsbalans- en andere onevenwichtigheden (en “ruzies”), binnen Europa. Invoering van een basisinkomen dat periodiek bijgesteld dient te worden, bewerkstelligt bovendien dat er een mechanisme ontstaat dat zowel de huidige als de komende onevenwichtigheden kan egaliseren (te vergelijken met de valutakoersen van voorheen); verhoging van het basisinkomen betekent dat het land het wat rustiger aan kan doen, er zullen dan automatisch ook minder mensen gaan werken etc. Met het huidige regiem zijn (monetaire) transfers onvermijdelijk…binnen een eurozone, met alle (politieke) gevolgen van dien.

Wezenlijk in zo’n nieuwe economische ordening, is het (praktisch) afschaffen van inkomstenbelasting (die overigens ook nu slechts betaald wordt door de brave burgers) en het verleggen van de belastingen naar de grondstoffen en andere basisproducten zoals CO2, ruimte en luchtruim. Een dergelijke bijstelling dient natuurlijk (tenminste) Europees gedragen te worden, maar het zal een ware revolutie teweeg brengen binnen de samenleving(en) maar zowel voor het milieu als voor het evenwicht in Europa is het onontkoombaar.

Ik heb de invoering van een basisinkomen tot nu toe slechts benaderd vanuit het individu met af en toe een systeem-uitstapje. Het zal echter duidelijk zijn dat de gevolgen van een consequent invoeren van een basisinkomen een revolutie betekent voor de hele samenleving. Van de andere kant wordt het langzamerhand overduidelijk dat de wijze waarop wij ons economisch systeem nu georganiseerd hebben dringend aanpassing behoeft.

Tot de industriële revolutie leefden de mensen van datgene dat de aarde voortbrengt en waren de cycliciteit van de seizoenen en de grilligheid van de natuur de belangrijkste determinanten van voorspoed en welvaart. Via de verlichting en de uitvindingen in de loop van de tijd is de mensheid de natuur alsmaar meer naar zijn hand gaan zetten en gaan gebruiken. In de huidige tijd heeft het economisch systeem, dat langzamerhand dominant geworden is in samenleving op wereldschaal, zich zo ontwikkeld dat ook de aarde als een onderdeel van dat systeem wordt gezien. Was vroeger de aarde dé bron van rijkdom, in de huidige ideologie is de aarde een soort van voorraadschuur geworden waaruit oneindig geput kan worden. Het aanvullen van die schuur, nodig om haar productiekracht te behouden, komt op de tweede plaats want het “levert geen economische waarde op”.

In het nieuwe tijdperk is het hoognodig om het economisch systeem ook opnieuw te definiëren. Het is niet langer mogelijk om uit die voorraadschuur te blijven putten, zonder hem aan te vullen.

Het belastingsysteem dient daarom drastisch te veranderen. Het systeem van inkomstenbelasting is gebaseerd op solidariteit binnen de samenleving en gaat ervan uit dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat systeem is aan vervanging toe. Inmiddels valt er overigens ook veel op af te dingen omdat de bureaucratische wijze van heffing te ingewikkeld is geworden, waardoor het systeem maar zeer slecht aan zijn doelstelling beantwoordt.

Niet immers de verwerving van inkomen, door uitbating van de “voorraadschuur” moet het doel van de samenleving zijn, maar net het behoud en het onderhoud ervan teneinde te kunnen blijven profiteren van zijn (re)productieve krachten, vereist de aandacht van de samenleving. De werking van het economisch systeem moet daarop gericht zijn, immers de ecologie is de bedding voor het menselijk leven en dus haar behoud en onderhoud is voorwaarde voor de samenleving überhaupt.

Dat betekent dat niet langer het verbruiken van die voorraadschuur aangemoedigd moet worden en als waarde schepping moet worden gezien en beloond, maar dat dat verbruik moet worden gezien als onttrekking van productiemogelijkheden voor anderen en voor de toekomst en dus moet worden belast. Er dient dus een soort belasting op onttrokken waarde ingevoerd te worden: een BOW. Want behalve dat er bij de productie waarde wordt toegevoegd, waardoor er winst ontstaat, wordt er ook waarde opgeofferd c.q. onttrokken die moet worden goedgemaakt, “geheeld” om de productiewaarde te behouden. In huidige economisch termen zou je kunnen zeggen dat je moet afschrijven op het biokapitaal en het maatschappelijk kapitaal, dat je bij de productie gebruikt. Die afschrijvingskosten moeten in de prijs van het product goedgemaakt worden en als belasting worden afgedragen aan de samenleving, die dan het helingsproces ter hand moet nemen en bewaken.

Ook het basisinkomen kun je zien als onderhoudskosten van de samenleving, kosten die gemaakt moeten worden om de productiecapaciteit van die samenleving te behouden.

Met andere woorden, we moeten ook in de economie terug naar circulariteit, want de huidige lineariteit leidt niet alleen tot uitputting en ondergang van het ecologisch systeem, maar ook tot grote onevenwichtigheid op wereldschaal.

Het “solidariteitssysteem” van inkomstenbelasting en sociale lasten, blijkt in zijn uitwerking de aarde zelf dus tekort te doen en de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen in de hand te werken. In het verleden heeft deze “bijsturing” van het economisch systeem, zeker de samenleving socialer gemaakt en geëmancipeerd, maar op het gebied van duurzaamheid schiet zij tekort. Het is dan ook hoog tijd om dit onder ogen te zien en het systeem drastisch om te gooien, het basisinkomen is daarvoor de hoeksteen.

Op de inkomensverdeling heeft de invoering van een basisinkomen in beginsel geen of nauwelijks invloed. De volledige omturning van het belastingsysteem zal wel een grote impact hebben op de productiekant van de economie. In de eerste plaats geschiedt de belastingheffing niet aan het einde maar aan het begin van het productieproces, dat wil zeggen het speelt er een beslissende rol. Omdat de belastingkosten meteen in de prijzen van de producten worden doorberekend, wordt automatisch de ecologische voetafdruk belast, waardoor het economisch systeem meteen in ecologische c.q. circulaire richting wordt gestuurd en het ontzien van de aarde niet (volledig) op het bordje van de consument wordt gelegd.

Voor bedrijven betekent het omturnen van het belastingsysteem enorm veel. Zij zullen volledig anders moeten gaan denken met betrekking tot hun productie en hun marketing. Aan de andere kant zal het heffen en innen van de belasting zelf eerder eenvoudiger dan gecompliceerder worden. Immers er zal belasting worden geheven bij bedrijven op fysieke producten, die je kunt tellen en meten. Technisch gesproken wordt ook nu overigens met name belasting betaald door bedrijven, het stukje inkomstenbelasting dat door particulieren wordt betaald is verwaarloosbaar weinig, want praktisch alle IB is al via voorheffing ingehouden. In het nieuwe BOW systeem moeten bedrijven ook betalen alleen via andere sleutels, dus niet meer over de lonen, maar over de spullen. Ook zal de belastingdruk fors verschuiven van de arbeidsintensieve sectoren naar de kapitaal- en grondstof intensieve. Niet alleen op wereldschaal maar ook in de schappen van de supermarkt zullen de prijzen andere verhoudingen krijgen[1].

Op globale schaal zullen de loonkosten in de rijke landen relatief fors dalen, terwijl in de arme landen door hun lage basisinkomen de loonkosten dichter bij die van de rijke landen komen te liggen. Hiervan zal automatisch een déglobaliserings tendens het gevolg zijn hetgeen de circulariteit van het hele systeem ten goede zal komen.

In het Donut-model van Kate Raworth, zal het basisinkomen de bewaker zijn van de binnengrens van de Donut en de  BOW belastingheffing die van de buitengrens.

Maastricht, mei 2019, Leon Segers, econometrist
Afbeelding van Nattanan Kanchanaprat via Pixabay

[1] Voor de Nederlandse economische verhoudingen betekent deze omturning van belastingheffing dat de spullen ongeveer 20% duurder zullen worden. Daartegenover zal alle dienstverlening fors goedkoper worden.

Zie ook dit heel anders ingestoken pleidooi op 10-5-2019 van Koen Smets voor het belasten van consumptie ipv op inkomsten Geld (uitgeven) maakt gelukkig

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube