Het ene basisinkomen is het andere niet

Bert Voorneveld pleit voor een evenwichtiger welvaartsverdeling met betaaltaks en basisinkomen.
Betaaltaks moet om de toename van vermogensongelijkheid aan pakken, maar kan ook de rigoureuze stelselherziening realiseren die zo dringend noodzakelijk is.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

Decennialang is het idee van een basisinkomen als een utopie beschouwd, maar daar lijkt verandering in te komen. Er is in de media meer aandacht voor en daardoor komen enkele politieke partijen in deze verkiezingsronde met voorstellen in die richting. Doorgaans wordt daarbij de term “basisinkomen” vermeden. Politieke partijen spreken liever van een “verzilverbare heffingskorting” die soms maar lang niet altijd lijkt op een vorm van een variant van een soort van basisinkomen. Verwarrend allemaal, maar er is helaas geen algemeen aanvaarde heldere definitie van het begrip basisinkomen. Het dichtst in de buurt komt de omschrijving die de VBi ervoor hanteert, maar ook die roept vragen op.
Want wat bedoelt de VBi met “ieder individu”? Ook minderjarigen en vreemdelingen zonder permanente verblijfsstatus?
En wat is “hoog genoeg om van te leven”? Kan het ook met minder dan het huidige sociale minimum?

Ikzelf hanteer in een recent voorstel (Evenwichtiger welvaartsverdeling met betaaltaks en basisinkomen,  PDF, 7 blz.) de volgende definitie van een basisinkomen:

  • voor iedere volwassen ingezetene met een permanente burgerschapsstatus,
  • zonder toets op inkomen, vermogen of gezinssituatie,
  • zonder vereiste tegenprestatie,
  • minstens ter hoogte van het bijstandsniveau plus de maximale bedragen van zorg- en huurtoeslag en
  • voor onbepaalde tijd.

Zowel de toegenomen belangstelling voor het fenomeen basisinkomen als het gebrek aan een heldere definitie vinden we weerspiegeld in het onderzoek dat I&O Research (in 2016, 2019 en 2020) heeft gedaan naar de vraag hoe de Nederlanders aankijken tegen het idee van een basisinkomen. Het percentage voorstanders blijkt telkens te zijn gedaald en het percentage tegenstanders ook. Het percentage “weet niet” is sinds 2016 meer dan verdubbeld. Dat pleit voor de geënquêteerden, want I&O kon hen niet vertellen over welk soort basisinkomen hun mening werd gevraagd. En dan is “weet ik niet” een prima antwoord.

Mijn leraar Nederlands op de middelbare school, die ons veel meer heeft bijgebracht dan alleen kennis van en liefde voor de Nederlandse taal, wist het kernachtig te zeggen: “Je kunt pas ergens voor of tegen zijn zodra je er achter bent”.
En een voetbalfilosoof uit de Watergraafsmeer zei ooit: “As je ’t snapt dan zie je ‘t“.

Daarom lijkt het mij nuttig om wat tips aan de hand te doen voor het beoordelen van voorstellen voor een soort van basisinkomen. Je kunt ze toetsingscriteria noemen.

Allereerst is het van belang om in te zien dat het basisinkomen geen extraatje is, bovenop ons huidige inkomen. Iedereen betaalt op een of andere manier mee aan het basisinkomen, doordat bepaalde collectieve voorzieningen komen te vervallen en -vooral- omdat de belastingtarieven hoger zullen zijn.
Het gaat dus eigenlijk altijd om de vraag: hoe wordt het betaald en wat zijn de inkomenseffecten?

Elk serieus te nemen financieringsplan voor invoering van een basisinkomen berust op drie pijlers:

  1. De inverdieneffecten vanwege de regelingen die door het basisinkomen overbodig worden;
  2. Inpassing van het basisinkomen in ons fiscale stelsel;
  3. Een separate (structurele) financieringsbron die de begroting completeert.

De eerste pijler vereist dat het plan nauwkeurig aangeeft welke van de huidige regelingen worden geschrapt of gewijzigd. Zonder die specificatie kan ook het bedrag van het in te voeren basisinkomen niet op zijn merites worden beoordeeld. Voorstellen die deze specificatie missen kunnen dus naar de prullenbak.

De tweede pijler is mijns inziens de belangrijkste. Om het basisinkomen te kunnen betalen moet het worden geïntegreerd in de bestaande inkomens. Dat kan door de huidige brutolonen met hogere tarieven te belasten of door die lonen te verlagen, zodat ook de belastingtarieven lager kunnen zijn. Die methoden leiden in principe tot eenzelfde nettoresultaat, maar de tweede methode, die de laagste marginale druk geeft, verdient economisch de voorkeur.
Behalve voor de financiering van het basisinkomen is de fiscale inpassing ervan ook doorslaggevend voor de verdeling en omvang van de inkomenseffecten.  Als die te negatief zijn maken ze het plan onaanvaardbaar en als ze te positief zijn maken ze het plan onnodig duur. Mijn voorstel houdt voor verreweg de meeste mensen een inkomensverbetering in, maar sluit voor het overige zo nauw mogelijk aan bij de huidige netto inkomens.

De derde pijler moet een separate bron zijn, die het effect van de tweede pijler niet mag aantasten. Ook deze pijler is essentieel. Zonder zo’n separate bron moeten de kosten drastisch worden beperkt, wat leidt tot een basisinkomen ver onder het minimumniveau of een stelsel dat nog steeds afhankelijk is van de omstandigheden van persoon of gezin. In dat geval wordt de bestaande uitvoeringsproblematiek alleen maar vergroot. In mijn voorstel wordt deze pijler gevormd door een in te voeren betaal taks. De Betaal taks is weliswaar primair bedoeld om de toename van de vermogensongelijkheid aan te pakken, maar kan tevens het ontbrekende puzzelstukje zijn als we willen proberen om de rigoureuze stelselherziening te realiseren die zo dringend noodzakelijk is.

Gelet op alle variabelen en afhankelijkheden is het niet verwonderlijk dat er zoveel verschillende voorstellen de ronde doen. Met allemaal hun eigen voor- en nadelen en expliciete of impliciete politieke keuzes.

Geen wonder ook, dat steeds meer mensen de vraag van I&O Research beantwoorden met “weet ik niet”.

Zelf zou ik ook niet zomaar “ja” of “nee” hebben kunnen zeggen. Mijn antwoorden zijn “ja, mits …” en “nee, tenzij …”. Want het ene basisinkomen is het andere niet.

Bert Voorneveld
november 2020
Afbeelding van Mediamodifier via Pixabay 

Bert Voorneveld is de auteur van het boek Plan voor een gelukkige samenleving, zie hier een recensie op omze website.
Nav de 2e druk verscheen op onze website het artikel Plan voor een Algemene Betaaltax en een Algemene Bestedingsvergoeding.

Inmiddels is er een iets aangepast voorstel Evenwichtiger welvaartsverdeling met betaaltaks en basisinkomen (PDF, 7 blz.).