Het Grote Geld bedreigt onze democratie

Het Grote Geld bedreigt onze economie, schrijft Joop Böhm, de overheid moet haar grondwettelijke taak terugpakken en weer zorgen voor bestaanszekerheid en spreiding van welvaart door de invoering van een basisinkomen voor iedereen.

Grote Geld
Facebooktwitterlinkedinmail

Grote Geld

 

 

Het Grote Geld bedreigt onze economie, schrijft Joop Böhm, de overheid moet haar grondwettelijke taak terugpakken en weer zorgen voor bestaanszekerheid en spreiding van welvaart door de invoering van een basisinkomen voor iedereen.

 

 

Op zijn blogspot “Toegepaste Sociale Wetenschap” beschrijft Henk de Vos, emeritus universitair hoofddocent sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen, in een serie afleveringen “De mensheidsgeschiedenis in drie stappen”. In deel 9, dat 27 november 2018 verscheen, laat hij zien hoe onze democratie wordt bedreigd door het Grote Geld.

Hij staat daarbij onder meer stil bij het werk van Thomas Piketty (2014) en John Kenneth Galbraith (1956). In het midden van de vorige eeuw ontwikkelde Galbraith zijn theorie van de tegengestelde machten (countervailing powers). Die hield in “dat er op markten machten kunnen ontstaan, waar een tegengestelde macht tegenover moet staan om economische schade te voorkomen.” Als die niet vanzelf ontstaat moet de overheid ingrijpen “door een herverdelingsbeleid met progressieve belastingheffing op inkomen en vermogen.”

In de praktijk zien we dat de Nederlandse overheid hierin schromelijk tekort is geschoten. Willens en wetens hebben de neoliberale kabinetten verzuimd een doelmatig herverdelingsbeleid toe te passen. Ze  schromen zelfs niet de macht van het Grote Geld te stimuleren. Beschamend!

Professor De Vos betoogt verder dat er in een geglobaliseerde economie een geglobaliseerde belastingheffing zou moeten zijn. De huidige politieke constellatie geeft daartoe echter nog weinig hoop. Hij besluit met: “En zolang die er niet is, ja, dan gaat dat proces van kapitaalsaccumulatie aan de top en stagnatie bij de rest gewoon door. Dat is dus niet alleen economisch schadelijk, maar tegelijk sterk bedreigend voor de democratie.”

Het huidige kabinet zou de woorden van professor De Vos serieus moeten nemen. Onze samenleving kraakt in al z’n voegen. Neoliberale regeringen privatiseerden alles wat los en vast zat en zagen sociaal beleid als sluitstuk. Op pensioenen, op gezondheidszorg, overal werd op gekort. De welvaart is weliswaar toegenomen, maar de ongelijkheid nog veel meer. De kloof tussen arm en rijk is groter dan ooit tevoren. Het huidige beleid werkt dat alleen maar in de hand. Mensen met een modaal inkomen of lager betalen de rekening.

Maar wat dan? Is er een oplossing voor dit probleem? Ik denk van wel.

De overheid zou zelf haar verantwoordelijkheid moeten nemen voor een aantal kerntaken in  de samenleving. Het is te gemakkelijk de ouderen- en ziekenzorg, energievoorziening, openbaar vervoer, sociale woningbouw, e.d. domweg aan de marktwerking over te laten. De praktijk bevestigt dat. In een democratie moet de macht van het geld liggen bij de overheid. De overheid heeft tot taak op simpele wijze het algemeen belang te dienen en de zwakkeren te beschermen.

Alle partijen hebben in feite dezelfde taak: Het behartigen van de belangen van de samenleving met inachtneming van het eerste lid van artikel 20 van onze Grondwet dat luidt: “De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid”.

De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema wordt verweten dat ze de wet niet handhaaft. “De pot verwijt de ketel dat ie zwart ziet.” Immers: de regering licht er zelf de hand mee. Zowel links als rechts in de politiek heeft zich daar de afgelopen jaren schuldig aan gemaakt. De Nederlandse bevolking heeft wettelijk recht op een samenleving waarin de bestaanszekerheid wordt gewaarborgd en de welvaart eerlijk wordt gedeeld.

Met een simpele, doch weloverwogen, invoering van een Universeel Basisinkomen (UBI), dat hoog genoeg is voor een onbekommerd bestaan, is dat te verwezenlijken. De positieve effecten zullen legio zijn en niet lang na invoering van het stelsel merkbaar worden.

Ik noem er een aantal:

  • Armoede komt niet langer voor;
  • De koopkracht stijgt aanzienlijk;
  • Men heeft weer geld voor de vakbond, kunst en cultuur;
  • Bureaucratie neemt sterk af;
  • Schuldsanering is niet langer nodig;
  • Schuldhulpverlening behoort tot het verleden;
  • Personeelstekort in de zorg, bij de politie en in het bedrijfsleven komen tot staan;
  • Prestatiedruk neemt af;
  • De woningmarkt trekt aan;
  • Tekort aan woningen neemt af;
  • Criminaliteit vermindert enorm;
  • Tweedeling in de maatschappij vervaagt;
  • Solidariteit in de samenleving keert terug;
  • Links en rechts extremisme zal afnemen;
  • Volksgezondheid neemt toe;
  • Studieschulden verdwijnen of worden beperkt;
  • Gedetineerden betalen met hun UBI mee aan hun detentie;
  • Gedetineerden beschikken na vrijlating direct weer over geld (hun UBI);
  • Huiselijk geweld neemt sterk af;
  • Scheidingen zullen minder vaak voorkomen;
  • Het aantal dak- en thuislozen zal sterk verminderen;
  • Het aantal verwarde personen neemt ook af;
  • Het aantal eenzame personen vermindert eveneens;
  • Kunst en cultuur zullen opbloeien;
  • Een werkweek van 24 uur wordt mogelijk;
  • Het sociale leven zal tot bloei komen;
  • Aflossingsvrije hypotheken kunnen eerder worden afgelost;
  • Mensen voelen zich dan eindelijk serieus genomen;
  • Men voelt zich in ons land dan weer thuis als medeburger.

 

Dat maakt het de moeite waard zou ik denken!
Het overheidsgeld moet dus niet naar de gemeenten maar rechtstreeks naar de bevolking.

Met de invoering van een Universeel Staatspensioen (USP) tenslotte kan op simpele wijze de pensioenproblematiek worden getackeld!

Joop Böhm
Amersfoort, 29 november 2018

Facebooktwitterlinkedinrssyoutube