Het universeel basisinkomen (UBI) is in opmars

Jeroen Dijsselbloem liet zondag 25 april jl. in het TV programma Buitenhof blijken dat de neoliberale tijdgeest nog steeds door zijn hoofd speelt. In plaats van een pleidooi voor steun aan de burger kiest hij onverbloemd voor extra steun aan het bedrijfsleven. Hij volhardt met onze overheid in de verkeerde keuze.

Facebooktwitterlinkedinrssyoutubeinstagram

In juli vorig jaar schreven emeritus hoogleraar geschiedenis Duco Hellema en Margriet van Lith het opzienbarende boekje “Dat hadden we nooit moeten doen”. Daarin zoeken ze naar een verklaring voor het feit dat de Partij van de Arbeid in de jaren negentig akkoord is gegaan met maatregelen die strijdig zijn met de traditionele idealen van de sociaaldemocratie.

Ze spraken met vele PvdA-prominenten, die vaak spijt hebben van wat er destijds is gebeurd. “Het was de tijdsgeest,” zeggen verscheidene betrokkenen achteraf. “We gingen met de stroom mee.”

Partijgenoot Jeroen Dijsselbloem liet zondag 25 april jl. in het TV programma Buitenhof blijken dat die tijdgeest nog steeds door zijn hoofd speelt. In plaats van een pleidooi voor steun aan de burger kiest hij onverbloemd voor extra steun aan het bedrijfsleven. “Scheld de openstaande belastingschulden van bedrijven generiek kwijt en doe het snel” is zijn advies.

Dat zijn pleidooi gunstig is voor het bedrijfsleven behoeft geen betoog. Dat spreekt vanzelf. Maar dat het bedrijfsleven, na de exorbitante coronasteun van tientallen miljarden euro’s, nu ook nog de uitgestelde belasting generiek zou moeten worden kwijtgescholden, dat lijkt me toch iets teveel van het goede.

In Buitenhof vergeleek Dijsselbloem de financiële gevolgen van de aanpak in Nederland met  die in Amerika.

“We hebben in Nederland veel meer geld gestopt in het in stand houden van banen en bedrijven. De Amerikanen doen dat veel minder. Die zeggen: als een bedrijf het niet redt is het bedrijf weg. We stoppen het geld rechtstreeks in de portemonnee van mensen, directe betaling, directe steunverlening. Dat betekent dat de economie wat eerder gaat opstarten.”

“Het Europese en Nederlandse systeem betekent dat je zwakke bedrijven lang in stand houdt. Die worden ook nog eens opgezadeld met heel veel schuld: schuld aan leveranciers, schuld aan de bank, schuld aan de overheid, de belastingdienst zeg maar. Zestien miljard inmiddels aan uitgestelde belastingen. Dat betekent dat het voor ons veel moeilijker wordt straks om uit die startblokken te komen. Er zijn nog heel veel bedrijven met een loden last die niet verder kunnen, die niet opnieuw gaan investeren, en dat slepen we achter ons aan.”

De keuze tussen die twee noemt Dijsselbloem “een geweldig dilemma” . Maar ik denk dat de Nederlandse burger daar anders over denkt.. Naar verwachting zal de Amerikaanse economie dit jaar met 6,4% stijgen. Dat is gigantisch. Blijkbaar heeft onze overheid dus de verkeerde keuze gemaakt.

Vroeg of laat zal het besef neerdalen:  “Dat hadden we nooit zo moeten doen!”

Of eigenlijk zou dat besef er nu al moeten zijn. Na het toeslagen-schandaal zou pijnlijk duidelijk moeten zijn dat het verstrekken van toeslagen, maar ook van subsidies of andere steunmaatregelen, bij voorkeur onvoorwaardelijk zou moeten gebeuren. Maar de overheid is hardleers en schijnt zich er niets van aan te trekken als de fraudegevoelige steun aan het bedrijfsleven voor een aanzienlijk deel  wordt opgestreken door grote bedrijven en investeerders in het topsegment van het vermogensplaatje.

Met het verstrekken van een voldoende hoog onvoorwaardelijk basisinkomen (UBI) had de overheid er zorg voor kunnen dragen dat mensen zelfredzaam zouden zijn geweest en minder kwetsbaar voor de financiële gevolgen van de pandemie. Daarmee had voorkomen kunnen worden dat er mensen tussen de wal en het schip zouden komen. Zzp’ers en flexwerkers zouden bij voorbaat al een solide basis voor hun bestaan hebben gehad.

Maar er zijn meer voordelen. Het merendeel van de gemeenten luidt de noodklok. Ze verkeren in ernstige financiële problemen, mede als gevolg van armoede onder de bevolking. Een UBI zorgt voor extra koopkracht en zal ervoor zorgen dat burgers, die nu in het sociaal domein bezig zijn met het redden van mensen uit hun financiële nood, beschikbaar komen voor werk in de zorg en bij de politie. Bij die sectoren is dringend behoefte aan menskracht.

Voor het in praktijk brengen van dit idee kan wellicht het nood basisinkomen (Emergency Basic Income – EBI) als leidraad dienen dat Jurgen De Wispelaere en Leticia Morales hebben beschreven en dat online is gepubliceerd op 23 december 2020 door Cambridge University Press.[i] Met enige aanpassing kan het EBI er tevens toe dienen om paraat te zijn bij een pandemie in de toekomst.

Vandaag herdenken we dat het 76 jaar geleden is dat we werden bevrijd. Hoogste tijd dat iedereen in onze samenleving dat ook werkelijk gaat voelen.

 Joop Böhm, 5 mei 2021

[i] Zie hierover ook op onze website Noodbasisinkomen tijdens de pandemie (door Johan Horeman) met een link naar een vertaling PDF) en Commentaar op “Noodinkomen tijdens de pandemie” (door Joop Böhm)