Hoe komen we tot een goede aanpak van experimenten met basisinkomen?

Facebooktwitterlinkedinmail

Om tot betere experimenten te kunnen komen en een beeld te hebben bij de aanpak van voorgenomen experimenten, is een aanpak gemaakt met 9 punten.
Nadere invulling van deze punten is welkom!

We zien dat er in binnen- en buitenland allerlei experimenten plaatsvinden met basisinkomen of een afgezwakte vorm daarvan, het verlichten van de regels en voorwaarden in de sociale zekerheid.
Daar is veel geharrewar omheen en soms zie je ook dat experimenten niet van de grond komen of halverwege worden ingeperkt.
Pers en sociale media doen hun best het geharrewar aan te zwengelen!

Onderstaand probeer ik een ideaaltypische aanpak te duiden hoe we tot goede experimenten kunnen komen.

Niet met het idee dat alles op deze manier uitgevoerd zal gaan worden, daarvoor zijn er te veel spelers met verschillende belangen. Maar wel met het idee een goed beeld neer te zetten hoe een zinvolle aanpak van experimenten rond het idee basisinkomen zou kunnen.

Dat beeld moet in elk geval bruikbaar zijn:

  • als hulpmiddel om goede experimenten te ontwerpen
  • als toets of  voorgenomen experimenten verbeterd kunnen worden
  • als uitgangspunt om belemmeringen voor goede experimenten in de bestaande regelgeving op te sporen en bespreekbaar te maken

 

Een ideaaltypische aanpak

Wil een experiment zinvol verlopen, dan moet een aantal zaken helder zijn voordat er wordt begonnen.
Onderstaand worden deze opgesomd, in een volgorde die volgens mij het meest logisch is. Als later genoemde punten eerder aan de orde komen, zal in elk geval gecheckt moeten worden of de eerder genoemde zaken helder zijn.Hierbij nodig ook iedereen uit om bij te dragen aan de uitwerking van onderstaande punten (of combinaties daarvan).

1. Omschrijving van het onderwerp van het experiment, de te onderzoeken beleidsmaatregel

Stel dat we willen experimenteren met basisinkomen, dan moeten we het eens zijn waarover het gaat.
Als we de omschrijving van de Vereniging Basisinkomen kiezen, dan gaat het dus om het volgende:
Een basisinkomen is een periodiek bedrag voor iedere burger, dat voldoende is om volwaardig van te leven, zonder dat daar een verplichting tegenover staat en ongeacht het inkomen, vermogen of de samenstelling van het huishouden.
Het onvoorwaardelijk basisinkomen heeft de volgende kenmerken: universeel, individueel, onvoorwaardelijk en hoog genoeg om een volwaardig bestaan te kunnen leiden.
Als een andere omschrijving gekozen wordt, is het de vraag of het experiment echt als een experiment met basisinkomen beschouwd moet worden.
Veel van de experimenten die thans spelen, staan tamelijk ver af van het bovenomschreven basisinkomen!
(Dat hoeft overigens niet te betekenen dat geen bruikbare resultaten opgeleverd kunnen worden.)

2. Welke effecten worden verondersteld door de invoering van basisinkomen

De beleidsmaatregel invoering basisinkomen beoogt een aantal positieve effecten, maar mogelijk zijn er ook negatieve effecten of worden die door sommigen verwacht.
Samen met de beschrijving van de maatregel (basisinkomen) zou je de opsomming van deze veronderstelde effecten een beleidstheorie kunnen noemen, maar die term hoeft niet gebruikt te worden!
De kunst is om een redelijk volledig en toch enigszins compact overzicht te maken.
Er zijn her en der lijstjes met positieve en negatieve effecten die als toets op volledigheid kunnen dienen.
Niet ondenkbaar is overigens dat experimenten die thans lopen zonder dat het om echt basisinkomen gaat, wel een bijdrage kunnen leveren aan de toetsing van een aantal relevante veronderstellingen.
Uiteraard zijn er ook veel experimenten denkbaar die vanuit een andere beleidsmaatregel vertrekken dan invoering basisinkomen.

3. Bepaal welke veronderstellingen het meest voor toetsing in aanmerking komen.

Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de beschikbare kennis, maar ook van de oordelen en vooroordelen die in het publieke debat het meeste naar voren komen.
Voor deze stap is redelijk belangrijk dat er een behoorlijk draagvlak ontstaat voor de gemaakte keuzes, omdat anders de waarde van het experiment bij voorbaat in twijfel wordt getrokken.
Punt daarbij is ook dat voor sommige veronderstellingen een experiment altijd te kleinschalig of van te korte duur zal zijn.

Ook lenen sommige veronderstellingen zich waarschijnlijk slecht voor falsifiëring of bevestiging door experimenten, of zelfs voor de vaststelling van enige plausibiliteit of causaliteit. Neem als voorbeeld de uitspraak van sommige tegenstanders ‘basisinkomen is onbetaalbaar’. Waarschijnlijk geldt dit voor veel meer macro-economische veronderstellingen.
Er moet dus ook enige consensus bestaan over wat wel en niet toetsbaar is en waar de maatregel (invoering basisinkomen) een sprong naar een onbekende nieuwe wereld zal zijn!

4. Formuleer toetsbare hypotheses bij de te toetsen veronderstellingen.

Hierbij is interactie met wetenschappers van groot belang.
Opgemerkt zij wel dat experimenten in een sociale context (en niet in een goed afgrensbaar laboratorium) in dat opzicht vrij lastig zijn!

5. Zoek uit wat de technisch-wetenschappelijk randvoorwaarden zijn

Een experiment moet aan bepaalde voorwaarden voldoen qua omvang, tijdsduur, controlegroepen, stabiliteit van de aansturing etc. wil het significante resultaten op kunnen leveren.
Dat kunnen overigens per veronderstelling best heel verschillende voorwaarden zijn.
Het is dus denkbaar dat meerdere naast elkaar lopende experimenten zinvol zijn.
Mogelijk is het verstandiger een paar verschillende eenvoudige experimenten naast elkaar te zetten, dan één groot en complex experiment.
Zeker zal ook de neiging onderdrukt moeten worden om op korte termijn resultaten te verwachten.

6. Ontwerp experiment of een paar verschillende experimenten

Kwalitatief moet dit experiment aansluiten op de eerder geformuleerde hypotheses, de uitwerking moet sporen met de technisch-wetenschappelijke voorwaarden.
De hoogte van het basisinkomen is een cruciale variabele. Het maakt al enorm uit of je kiest voor € 1.000 euro of € 1.200 euro per maand, om maar niet te spreken over lagere of hogere bedragen.  Dat zal dus een weloverwogen keuze moeten worden.
Het basisinkomen zelf is slechts één van de experimentele variabelen (natuurlijk wel de belangrijkste).
Er zullen keuzes gemaakt moeten worden m.b.t. variabelen zoals: belastingheffing, mate van uitschakeling van de huidige uitkeringen, aanpassing van het loongebouw, mate van uitschakeling van de bestaande bureaucratie, aanpassingen in de arbeidsbemiddeling, e.d.
Het probleem is hier vooral dat er erg veel mogelijkheden zijn die je lang niet allemaal kunt meenemen.
We moeten een onderscheid maken tussen soorten variabelen zoals experimentele variabelen (zie hierboven), afhankelijke variabelen (zoals: arbeidsparticipatie, welzijn, inkomens) en contextuele variabelen (zoals: de lokale/regionale conjunctuur, de structuur van de lokale/regionale economie, demografische samenstelling van de bevolking).
De duur van het experiment is van groot belang. Sommige effecten zullen pas na langere tijd zichtbaar worden en andere effecten zullen na korte tijd wellicht niet blijvend blijken.

7. Bekijk of hoe voor de experimenten de bestaande regelgeving aangepast moet worden.

Dit is een springend punt: gij zult werken is de centrale gedachte achter alle huidige regels van sociale zekerheid. Dat loslaten is vermoedelijk een groot probleem.
Sommige regels hebben innovatie en experiment regimes: die moeten in beeld gebracht worden. Als die niet kunnen worden geactiveerd, komt een wetgevingstraject aan de orde. Of rebellie van ‘lagere’ overheden.
Ook zijn ongetwijfeld zinnige experimenten te verwachten waarbij het belastingstelsel betrokken moet worden, hoe lastig dat ook te regelen zal zijn met de krakkemikkige belastingdienst die we op dit moment in Nederland hebben!

8. Zoek experimenteerplekken en een experimenteeromgeving.

Dit klinkt heel vanzelfsprekend, maar we zien vaak dat juist eerst de plek zich aandient en dat daarna pas de eerder genoemde zaken aan bod komen.
Binnen Nederland zou je bijvoorbeeld kunnen denken aan een op bepaalde punten goed afgrensbaar gebied, zoals het eiland Texel. Daar kun je praten over enkele tientallen ambtenaren in de uitkeringsbureaucratie, een relatieve optelsom van uitkeringen maken, de geldstromen in beeld brengen naar zorginstellingen, etc. Vooral ook een heldere: alleen als je ingezetene bent van Texel, dan…
Ander voorbeeld:
Nele Lijnen heeft voor een EU-experiment het land Estland als optie voorgesteld, zowel omdat het relatief klein is als omdat daar de levensstandaard qua kosten nog niet hoog is.
Overigens moet vooral ook wel gekeken worden of zich ergens een kans voor doet (een ‘window of opportunity’), waarbij dan gecheckt moet worden hoe het zit met alle bovengenoemde punten.

9. Preciseer een aantal concrete experimenten.

Hiervoor zijn in elk geval opdrachtgevers, sponsoren en wetenschappers nodig, die in een goede projectorganisatie met elkaar acteren.
Daar hoort in elk geval bij:
– een solide en flexibel projectbestuur waarin een duidelijke opdrachtgever alle eindverantwoordelijkheid neemt voor het succes,
– een scheiding der machten voor advies en toezicht (kan in samenwerking met bijv. een universiteit of hbo),
– goed stakeholder management en
– een voortdurend actuele, gedragen en transparante aanpak (business case in projecttermen).

Tenslotte een oproep

Hierbij herhaal ik mijn oproep aan alle lezers om bij te dragen aan de uitwerking van de genoemde punten (of combinaties daarvan).
Reactie graag via het contactformulier (kies redactie).

Reyer Brons, 3 mei 2018

Zie ook andere artikelen over experimenten op deze website.

Facebooktwitterlinkedinmail