Impressie van het minisymposium onderzoek basisinkomen 10 maart 2017

Facebooktwitterlinkedinmail

Op het minisymposium over onderzoek naar basisinkomen pleitte Peter van Hoesel voor een breed onderzoek. Alexander de Roo wil vooral inzetten op het op landelijke niveau politieke ruimte creëren voor goede experimenten. Bart Nooteboom pleit voor een diversiteit aan lokale experimenten. Norbert Klein legde uit wat goed bespreekbaar is met het CPB, en wat helemaal niet.

Voor het door het NPI georganiseerde minisymposium over onderzoek naar basisinkomen op 10 maart 2017 hadden zich 30 mensen aangemeld, 26 kwamen daadwerkelijk. Tom van Doormaal was dagvoorzitter. De bijeenkomst was zeer geanimeerd, de discussie was open en inspirerend en de borrel na afloop gezellig
Kunnen we met onderzoek een beter beeld ontwikkelen over het basisinkomen? Kunnen we door experimenten extra kennis verwerven, die ons kan helpen bij de beslissing over een eventueel gefaseerde of geleidelijke invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen?
Dit waren de hoofdvragen die het NPI zich vooraf stelde. De vragen stellen bleek eenvoudiger dan antwoorden geven.

Als eerste spreker schetste Peter van Hoesel, voorzitter van het NPI de beweegredenen om te komen tot het voorstel voor een onderzoekprogramma plus de hoofdlijnen. Er zijn wel aanwijzingen dat basisinkomen goede maatschappelijk effecten heeft, maar overtuigend empirisch bewijs dat dat ook in onze maatschappij bij brede invoering goed werkt heeft Peter niet gevonden. Maar ook omgekeerd zijn de veronderstellingen die sommige economen en het CPB hanteren rond berekeningen over dit onderwerp niet of onvoldoende empirisch getoetst. Een breed onderzoek is volgens hem nodig om de impasse te doorbreken.
Zij onderzoekprogramma omvat acht stappen (een metastudie over de stand van de wetenschap, een verkenning van de verschillende veronderstellingen, idem van de maatschappelijke doelen, interferentie met aanpalend beleid, financiering, rekenmodellen, scenario’s en uitvoeringsvraagstukken).
Het programma zou in de komende kabinetsperiode uitgevoerd en afgerond moeten worden.

Alexander de Roo, voorzitter van de Vereniging Basisinkomen, sprak de vrees uit dat zo’n groot onderzoek ons niet verder helpt, tenzij de WRR daar de hoofdrol in zou spelen. Ook Peter van Hoesel ziet graag een belangrijke rol van de WRR.
Hij constateert dat steun in de politiek groeit, met de kanttekening dat dat in landen als Finland en canada harder gaat dan nu in Nederland.
De belangrijkste vraag die elke keer  weer boven tafel betreft de betaalbaarheid en het antwoord daarop komt niet snel dichterbij door een breed onderzoek zoals voorgesteld.
Ook in Nederland is een aantal partijen voor serieuze experimenten zodat we meer te weten komen over gedragseffecten. Daar zou volgens hem vooral op ingezet moeten worden.
Tijdens de discussie werd benadrukt dat het vertrouwen in de manier v-waarop nu onze verzorgingsstaat is georganiseerd, helemaal op zijn  eind loopt.
Politiek en bestuur zijn verknoopt en de ambtelijke organisatie is sterk op risicobeheersing gericht en niet op vernieuwing.

Oud-hoogleraar innovatie Bart Nooteboom is van mening dat een breed onderzoek helemaal niet nodig. Als we willen is met een maand een goed overzicht van de bestaande kennis voorhanden. Daarna resteren twee soorten vragen:

  • Fundamentele ethische vragen hoe we de maatschappij in willen richten en of basisinkomen daarin past
  • Een aantal lacunes in de kennis over gedragseffecten waarin via experimenten voorzien moet worden

Als belangrijke lacunes noemde hij:

  • Gaan in onze maatschappij bij een breed ingevoerd basisinkomen toch mensen op het strand liggen, ondanks de aanwijzingen bij eerdere experimenten elders?
  • Starten meer mensen, als er basisinkomen is, een onderneming omdat ze een terugvalpositie hebben?
  • Kan je het minimumloon afschaffen en wat zijn daarvan dan de effecten op allerlei diensten?

Zolang die onzekerheden bestaan, is het volgens de spreker ook nauwelijks mogelijk om verantwoord te werken aan de financiering, rekenmodellen en scenario’s.
Veel vertrouwen dat de top-down benadering via de landelijk politiek tot iets leidt, heeft Bart Nooteboom ook niet. Hij hoopt vooral op een veelheid van lokale experimenten die langzaam het inzicht in de effecten vergroten, waar mee een bottom-up beweging ontstaat.

Na de pauze besprak Norbert Klein zijn recente ervaringen met de politiek en met het CPB. Zie ook de door hem daarover gemaakte bundel, die te downloaden is op de website van de VP.
Politici die geen zin hebben het onderwerp serieus te bespreken, hebben de meesterlijke vertragingstactiek bedacht om eerst om een regeringsstandpunt te vragen.
Over de communicatie met het CPB is hij niet ontevreden. Ze dwingen je tot precisering, maar denken ook heel positief mee om je wensen goed in hun model te krijgen. Het is het voordeel van een bestaande partij, die een programma ter doorrekening aanbiedt. Maar ze hanteren wel een aantal tamelijk desastreuze randvoorwaarden, zoals:

  • Er mag maar 10 % bezuinigd worden op het ambtelijk apparaat, ook op onderdelen die je nagenoeg af kunt schaffen bij invoering van het basisinkomen. Dat betekent dat een besparing van bijna € 4 miljard niet mee genomen werd.
  • Opbrengsten van basisinkomen zoal besparing op zorg, veiligheid en huisvesting zijn in de ogen van het CBS onvoldoende aangetoond en tellen dus niet mee. Allen voor de zorg scheelt dat al bijna € 6 miljard!
  • Werkgelegenheid is identiek aan arbeidsaanbod, dus verminderd aanbod van bijv. jonge moeders betekent minder werkgelegenheid en dus minder belastingopbrengsten.

De discussie op het symposium was zeer geanimeerd en open. Alle aanwezigen voelen zich geïnspireerd het basisinkomen verder onder de aandacht te brengen.

Peter van Hoesel is niet overtuigd dat Alexander en Bart gelijk hebben dat er voldoende relevante kennis aanwezig en hij blijft pleiten voor een stevig onderzoek, naast de door hen gewenste acties.
Dat hoeft elkaar niet in de weg te zitten.

Concreet zijn drie verschillende vervolgstappen in het vooruitzicht gesteld:

  • Het NPI (Peter van Hoesel) zal het voorstel voor onderzoek aanbieden aan een komende informateur en/of formateur
  • Gosling Putto wil gaan werken aan een ontwerpwet (inclusief memorie van toelichting) ter invoering van het basisinkomen. Hij zoekt daarbij in elk geval hulp van economisch deskundigen
  • Bart Nooteboom formuleert een aanzet voor het overzicht van de bestaande kennis, waaraan dan door een paar anderen verder gewerkt kan worden.

 

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Reyer Brons, 13 maart 2017
De bijdrage van Peter van Hoesel is hier na te lezen.
De eerste versie van het overzicht van de bestaande kennis is ook al beschikbaar.

 

Facebooktwitterlinkedinmail