Invoering van basisinkomen, dat kan best budgettair neutraal

Basisinkomen op individuele basis is prima betaalbaar, als we ook in Nederland serieus werk maken van het belasten van vermogensaanwas en winsten, zoals in het buitenland gebruikelijk is.
De marginale belastingtarieven kunnen lager zijn dan op dit moment, wat gunstig is voor de arbeidsdeelname.

Bij veel economen bestaan twee hardnekkige vooroordelen over basisinkomen: het is onbetaalbaar en het is slecht voor de arbeidsdeelname.
Wim van Tilborg en Ruud Lagemann gingen aan de slag om beide punten te weerleggen.
Ze ontwikkelden daarvoor vier modellen.

Het resulteerde eind 2021 in een lijvig rapport Het Basisinkomen Ten Onrechte Afgewezen (met losse bijlage met berekeningen, figuren en tabellen) en een publicatie eind maart 2022 in het economenblad ESB: Basisinkomen kan budgetneutraal worden ingevoerd (helaas achter een betaalmuur).

Belangrijk vergelijkingspunt is het model Basisinkomen 2.0 zoals doorgerekend door het NIBUD en later in het Armoederapport van het CPB/SCP.
Conclusie van het CPB/SCP was dat deze benadering prima is om de armoede bestrijden, maar alleen betaalbaar ten koste van hoge belastingtarieven, met een vrij grote afname van de arbeidsdeelname als gevolg.

De auteurs waren in staat een basisinkomen-variant te ontwerpen (AONI = Algemeen Onvoorwaardelijk Netto Inkomen) dat budget-neutraal is en dat aanzienlijk minder negatieve werkgelegenheids-gevolgen heeft dan het NIBUD-model.
Belangrijke kenmerken van dit model zijn:

  • Alle volwassen krijgen maandelijks  € 1.050 basisinkomen, conform de huidige bijstandsuitkering.
  • Kinderen krijgen maandelijks belastingvrij € 125.
  • De meeste uitkeringen vervallen, maar met name de WW en de AOW blijven. De lage belastingschijf voor gepensioneerden verdwijnt overigens wel.
  • Omdat er een groep is die er met alleen € 1.050 op achtruit gaat (vooral alleenstaande bijstandontvangers) komt er een compensatiefonds van ruim 4 miljard. Het aantal betrokkenen schatten de auteurs op minder dan 400.000, dus gemiddeld € 10.000 per persoon per jaar.

Om de financiering rond te krijgen zonder grote inkomensverschillen voor de meeste mensen, is gewerkt met vijf schijven in de inkomstenbelasting: 0 %  (tot de hoogte van het basisinkomen),  45 %, 55 %, 68 % en 70 %.
Voor meer detail zie het artikel in ESB of het rapport.
In dit model gaat driekwart van de bevolking er in netto-inkomen op vooruit, maar moeten de hoge inkomens substantieel aan besteedbaar netto-inkomen inleveren.
Omdat dat niet lekker zal vallen bij de betrokkenen, hebben de auteurs gezocht naar mogelijkheden  om die hoge belastingtarieven voor de topinkomens te vermijden.

Daarvoor vonden ze twee opties, die ook nog eens gecombineerd kunnen worden.

Een optie is een BI dat geleidelijk daalt met het inkomen (BIDyn = Basis Inkomen Dynamisch), dat bij een nul-inkomen gelijk is aan de bijstandsuitkering en nul wordt bij een inkomen van € 150.000. Voor deze inkomensgroep betekent dat eigenlijk dat het marginale belastingtarief 8 % hoger wordt.
Dit geeft voldoende ruimte om de toeslagen af te schaffen, maar de verschillen met het eerste model BI blijken klein.

Belastingheffing op vermogensaanwas

Daarna zochten ze een uitweg in financiering buiten het huidige inkomstenbelasting-gebied, maar toch binnen de inkomstenbelastingsfeer. Die is gevonden in het belastbaar maken van inkomen uit vermogensaanwas (BoV = Belasting op vermogensaanwas/opbrengst)
Een vorm van inkomen die in Nederland nauwelijks wordt belast, terwijl dit internationaal een breed geaccepteerde vorm van belasting is (USA, Frankrijk, UK, Duitsland).
De twee hiervoor genoemde modellen zijn daarom aangepast (AONI-BoV, BIDyn-BoV) en doorgerekend waarbij € 50 miljard uit belasting op vermogensaanwas/winst werd ingebracht.
Deze berekeningen resulteren in een inkomensstijging voor bijna 90% van de bevolking, gematigd hogere tarieven voor de topinkomens, een forse economische impuls en behoud van alle voordelen van een basisinkomen. De cijfers illustreren dat de politieke keuze van Nederland om inkomen uit kapitaal nauwelijks te belasten, de welvaart van vrijwel een ieder structureel aantast!

In onderstaande tabel zien we dat de belastingtarieven ook voor de hoogste inkomens beperkt kan blijven tot circa 60%.

In bijgaande grafiek worden de marginale tarieven van de 4 modellen vergeleken met de huidige situatie en met het Basisinkomen2.0/NIBUD -model, waarbij de uitkomsten van de vier modellen voor de lage en de middeninkomens er gunstig uit springen.

Mooie resultaten om de discussie over basisinkomen verder te brengen.

Terecht stellen de auteurs dat ze belangrijke vooroordelen over basisinkomen ontzenuwen. Het is heel goed dat daar in ESB ruimt voor is gegeven om dat te melden.
Ook het Financieel Dagblad heeft daar in een podcast aandacht aan besteed (Dagkoers: Waarom Rutger Bregman gelijk heeft).

Het mooie van hun benadering is dat deze, in tegenstelling tot de Basisinkomen2.0/NIBUD-benadering, onafhankelijk is van de samenstelling van het huishouden. Dat betekent dat een zeer eenvoudige uitvoering mogelijk is en er nauwelijks gevoeligheid is voor fraude. De variant AONI-BoV heeft daarbij sterk de voorkeur. Helaas zijn voor een beperkte groep (ongeveer 3 % van de volwassenen, vooral alleenstaanden in de bijstand) nog aanvullende maatregelen nodig, maar dat is minder dan bij de meeste andere modellen die ik langs heb zien komen.

Reyer Brons, april 2022